null Beeld

jongerenenquêtegeld en werk

Een eigen huis! Een hoog loon! Weinig belasting! Hoe belangrijk is geld voor jongeren?

De voorbije weken ging het in Humo's Grote Jongerenenquête over politiek, racisme, homofobie, schermverslavingen, zinloze seks en zelfs God. Allemaal goed en wel, maar wie zal dat betalen? Is deze generatie het kind van de rekening? Mogen ze nog dromen van een Tesla Model X op de oprijlaan van hun landgoed, of zullen ze na de betaling van de klimaat- en coronafactuur zo blut - excuseer, skeer - zijn dat een tiny house in de tuin van mams en paps de enige realistische optie is?

Living young and wild and free: voor veel jongeren is het een levensdoel, maar zodra freedom ook betekent dat je zélf de eindjes aan elkaar moet knopen, haakt de overgrote meerderheid af. 85 procent van de jongeren is financieel afhankelijk van zijn ouders, wat vergelijkbaar is met het resultaat van onze vorige bevraging vijf jaar geleden. Logischerwijs staan oudere jongeren al steviger op eigen benen, maar ook bij de groep van 23-plussers kunnen nog zes op de tien (58 procent) rekenen op de trouwe sponsoring van de bvba Moe & Va. Zelfs van de werkende jongeren souperen nog vier op de tien (41 procent) de zuurverdiende centen van hun ouders op.

De helft van die 85 procent beseft dat de geldkraan niet altijd blijft openstaan en heeft z'n voorzorgen genomen en is zoek gegaan naar een eigen inkomstenbron. Van de studerende jeugd die nog kan rekenen op een zakcent, heeft zo'n driekwart (73 procent) vorig jaar geld bijverdiend via een studentenjob - bij twintigers zelfs negen op de tien (87 procent).

Jongerenenquête Beeld Humo
JongerenenquêteBeeld Humo

WOLF OF WALL STREET

Weinig dat Belgen zo goed kunnen als geld stof laten vangen op de bank, en de jongste generatie is geen uitzondering. Werkende jongeren schuiven zowat de helft van hun loon (47 procent) aan de kant, wat nog iets meer is dan de 40 procent van vijf jaar geleden en een pak meer dan de 33 procent van tien jaar geleden. Een derde van de jongeren (36 procent) is zelfs vooruitziend genoeg om al te sparen voor zijn pensioen. Logisch, want iets meer dan de helft (56 procent) vreest dat er tegen hun 67ste onvoldoende geld zal zijn om de pensioenen te betalen.

Toch is sparen zeker niet voor iedereen weggelegd: één op de vijf houdt weinig tot niks over op het einde van de maand. Bovendien lijken steeds meer jongeren te beseffen hoe weinig hun spaarboekje opbrengt. In 2015 belegde minder dan één jongere op de tien (8 procent) zijn geld op de beurs, vandaag is al één op de vijf (19 procent) goed op weg om de nieuwe Wolf of Wall Street - of toch die van het Beursplein - te worden. Eén op de tien zoekt zijn heil in bitcoins of andere cryptomunten.

VILLA MET MERCEDES

Geld maakt gelukkig! De helft van de jongeren (46 procent) is tot dat verhelderende inzicht gekomen, maar tegelijk zegt 16 procent geld niet zo belangrijk te vinden. Vijf jaar geleden lieten zes op de tien jongeren hun geluksniveau nog afhangen van de dikte van hun portefeuille. Bovendien toont de jeugd zich ook behoorlijk inconsequent, want slechts een minderheid (30 procent) zegt 'tevreden te zijn met weinig' en veel meer jongeren zijn het eens (42 procent) dan oneens (22 procent) met de stelling 'hoe meer luxe, hoe liever'.

Het cliché dat vooral vrouwen op rijkdom vallen, wordt deels bevestigd in onze resultaten: één op de vier meisjes vindt het belangrijk dat haar (toekomstige) partner veel geld verdient, tegenover één op de vijf jongens. Jongens en meisjes zijn het er wel over eens dat wie veel poen wil scheppen beter op zichzelf rekent: twee derde gaat akkoord met de stelling 'ik vind het belangrijk om (later) veel geld te verdienen'. Geld dat bij voorkeur mag dienen voor een villa met bijbehorende Mercedes, swimming pool and room for a pony: 86 procent wil een eigen huis en voor 82 procent mag daar ook een eigen auto bij. Al bij al hechten jongeren vandaag iets meer belang aan een hoog salaris dan vijf jaar geleden, wat tot de vreemde conclusie leidt dat ze (volgens henzelf) geld minder belangrijk zijn gaan vinden, behálve wanneer het gaat om het bedrag op hun loonbrief. Zo kunnen wij het ook!

ARBEID ADELT

Jongeren dromen dan wel van een royaal salaris, maar zijn ze ook bereid daar hard voor te werken? Acht op de tien (79 procent) zeggen van wel, in 2015 waren dat er nog bijna negen op de tien (87 procent). Driekwart (76 procent) vindt dat werken leuk kan zijn, maar in 2015 was dat nog 86 procent. Destijds zouden twee op de drie ervoor kiezen om toch te werken wanneer ze evenveel zouden kunnen verdienen door te stempelen, vandaag nog maar de helft (52 procent). Hoewel nog steeds 85 procent het erg zou vinden om in de werkloosheid te belanden, was dat in 2015 nog 92 procent. En vier op de tien (39 procent) zouden zich ervoor schamen geld te krijgen zonder ervoor te werken, in 2015 was dat nog de helft (51 procent).

Overigens zijn vooral meisjes werkmieren: op alle genoemde punten geven ze blijk van meer werkijver dan jongens. Niet zo gek dus dat slechts 5 procent van hen vreest dat ze na hun studies misschien geen werk zullen vinden, terwijl drie keer meer jongens (15 procent) zo zwartgallig zijn. In het algemeen zijn de meesten (70 procent) er gerust op dat ze wel werk zullen vinden. Ondanks hun gedaalde arbeidsethos zijn ze zelfs iets positiever ingesteld dan in 2015 (66 procent).

DRUK-DRUK-DRUK

Wat maakt werken de moeite waard? Niet enkel het loon (60 procent), want bovenaan het prioriteitenlijstje staan ook nog een fijne werksfeer (66 procent), een gezond evenwicht tussen werk en gezin (45 procent) en werkzekerheid (39 procent). Die sfeer is vooral voor meisjes belangrijk: acht op de tien (79 procent) fantaseren blijkbaar al over een dagje teambuilden in Durbuy of een collectieve arbeidsonderbreking in de escaperoom, tegenover maar de helft (54 procent) van de jongens.

Maar ook hier moet de conclusie zijn dat de jeugd meer dan vroeger eurotekens in de ogen heeft. Vandaag zou 54 procent bereid zijn om vrije tijd in te leveren in ruil voor een hoog salaris, in 2015 was 54 procent bereid om net het omgekeerde te doen. Destijds wilde 27 procent werkzekerheid inruilen voor wat extra cash, nu al 37 procent.

Voor velen zou die poen de ondraaglijke drukte van hun bestaan wat kunnen verlichten. Eén op de vijf werkende jongeren (21 procent) moet zich overwerken om alles gedaan te krijgen, een kwart (26 procent) vindt dat ze te weinig tijd hebben voor zichzelf en misschien wel hetzelfde kwart (25 procent) vreest al voor een burn-out. Natuurlijk, it's better to burn out than to fade away, maar toch.

null Beeld

DURE FACTUREN

Misschien zijn jongeren ook wel zo gesteld op een hoge wedde omdat ze toekomstige klimaatfacturen vrezen. De meerderheid (60 procent) zegt bang te zijn dat de klimaatcrisis ernstige economische gevolgen zal hebben voor hun generatie, en lang niet iedereen is bereid om de rekening te betalen: 30 procent vindt het klimaat belangrijker dan economische welvaart, een even grote groep (29 procent) zet de economie voorop, en de resterende 41 procent is van mening dat beide even belangrijk zijn - of vindt dat wij veel te moeilijke vragen stellen. Deze percentages zijn erg gelijklopend bij jongens, meisjes en de verschillende leeftijdsgroepen. De Thunberg-generatie lijkt dus niet groener dan de oudere jongeren.

Ook covid maakt duidelijk bang, zij het niet zozeer de ziekte zelf, als wel de kosten die de coronacrisis met zich meebrengt: amper een kwart (24 procent) maakt zich er nog géén zorgen over, terwijl de helft (54 procent) vreest dat de economische tol van de coronacrisis zwaarder zal zijn dan die van het virus zelf. Opvallend: slechts 17 procent is overtuigd van het tegendeel. Niet zo gek dus dat een kleine helft (44 procent) bang is dat ze het met minder zullen moeten stellen dan hun ouders. Maar die moesten dan weer opgroeien zonder funny cat videos en fail compilations, het is ook altijd wat.

Jongerenenquête Beeld Humo
JongerenenquêteBeeld Humo

En nu we het toch over corona hebben: in het voorbije halfjaar belandde één op de vijf werkende jongeren (21 procent) in de tijdelijke werkloosheid en heeft de helft (53 procent) van thuis uit gewerkt. Dat telewerken blijkt niet voor lang leuk: dubbel zoveel van hen verkiest de werkvloer (45 procent) boven een geïmproviseerd thuiskantoor (21 procent).

Hoeveel jongeren er over vijf jaar nog telewerken, hoe ze de dertiende en veertiende coronagolf zijn doorgekomen, en of die Mercedes nu eigenlijk al voor de deur staat, leest u in 2025 in Humo wanneer we opnieuw duizend Vlaamse jongeren zullen bevragen.

Humo’s Grote Jongerenenquête 2020: bekijk hier ons volledige dossier

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234