null Beeld Apple Tv+
Beeld Apple Tv+

televisie★★★½✩

Een geluk dat Sidney Poitier als baby dan toch niet in een schoenendoos eindigde, zo toont de documentaire ‘Sidney’ over de pionier mooi aan

Lang, lang geleden werden wij - kniebroek, Matchbox-autootje in de handpalm, nog geen spoortjes van baardhaar - tijdens een regenachtige paasvakantie door ons moedertje meegenomen naar één van de vele, intussen ter ziele gegane stadsbioscopen in de stad Oostende: als we ons goed kunnen herinneren ging het om Cinema Rialto in de Langestraat, de beruchte uitgaansbuurt waar Arno vaak pintjes zat te drinken in het intussen ook al verdwenen café Java Trot.

Erik Stockman

In die cinema keken we naar een behoorlijk entertainende film over een berggids vertolkt door de jonge Tom Berenger en een FBI-flik gespeeld door een oudere zwarte acteur die in de Amerikaanse wildernis samen jacht maken op een moordenaar. Het leven in de bush is zichtbaar niet besteed aan de uit de grootstad afkomstige FBI-man: hij onderneemt stuntelige pogingen om op een paard te klimmen en in een komisch bedoelde scène jaagt hij een grizzlybeer op de vlucht door het maken van gekke geluidjes. Het dient gezegd dat vooral de oudere dames in de zaal, onder wie ons moedertje, in een deuk lagen. Pas veel later, toen we al wat meer baardhaar vertoonden en de kniebroek hadden ingeruild voor een Levi’s, zijn we er ons bewust van geworden dat die zwarte acteur veel méér was dan alleen maar een stoethaspel op een knol. Sidney Poitier, want over hem hebben we het natuurlijk, was een icoon, een pionier, een baanbreker, een (toen nog) levende legende. En nu stelt ook de mooie documentaire ‘Sidney’, te zien op Apple TV, dat beeld nog wat scherper bij.

Qua opzet kan een documentaire haast niet traditioneler in elkaar zitten: de makers volgen netjes de chronologie van Poitiers leven; bekende koppen als Halle Berry, Denzel Washington, Oprah Winfrey (tevens de producente van ‘Sidney’), Robert Redford en zelfs Lenny Kravitz, met wiens tante Diahann Poitier ooit een verhouding had, vertellen met de glimlach en af en toe met een traantje wat Poitier voor hen betekende; en ondertussen weerklinkt aldoor sentimentele muziek. Sommigen zullen die aanpak te conventioneel vinden, maar wij vonden het net aangenaam om ons mee te laten glijden op de rustige vibes van ‘Sidney’. De film vangt logischerwijs aan in 1927, toen Poitier twee maanden te vroeg werd geboren in Miami. Zijn vader, ervan overtuigd dat het prematuurtje niet levensvatbaar was, kwam zowaar aan het kraambed aanzetten met een schoenendoos om het lijkje in te steken. Na een armoedige - geen elektriciteit, geen stromend water - maar redelijk onbezorgde kindertijd op de Bahamas verhuisde het gezin naar Miami, waar de jonge Sidney voor het eerst echt besefte dat hij in een racistisch land leefde. Met ingehouden adem vernemen we hoe Sidney op een avond naar de bushalte stapte en hoe een witte kloteflik zonder reden de loop van zijn revolver tegen zijn hoofd zette: de oude Poitier vertelt het met een glimlachje, maar in zijn ogen gloeien zijn pupillen als sintels.

Overigens is het een waar genoegen om de op 6 januari 2022 overleden Poitier zélf in oudere interviewfragmenten met zijn typische theatrale spreektrant te horen vertellen hoe hij naar Harlem verkaste, waar hij als afwasser aan de slag ging en zijn eerste moeizame stappen in de theaterwereld zette, en hoe hij daarna naar Californië trok, waar zijn acteercarrière openbloeide. En hoe! In een land waar zwarte mensen hun plaats op de bus moesten afstaan aan witten, in een filmindustrie waar zwarte acteurs op dat moment nog waren veroordeeld tot het vertolken van onderdanige klunzen, groeide Poitier uit tot de eerste zwarte superster. Hij was de allereerste gekleurde acteur die in classics als ‘To Sir, With Love’, ‘In the Heat of the Night’ en ‘Guess Who’s Coming To Dinner’ complexe hoofdrollen vertolkte én daarmee grote commerciële successen scoorde. In 1964 stond de man die als baby bijna in een schoenendoos eindigde met een Oscar te zwaaien: prachtige beelden. Een zwarte acteur die een Academy Award wint: in die tijd was het een gebeurtenis die minstens even revolutionair was als de intrede van de geluidsfilm.

Wanneer ‘The Defiant Ones’ aan bod komt, een schitterend drama uit 1958 waarin Poitier en Tony Curtis twee aan elkaar geketende ontsnapte gevangenen spelen, wordt het pas echt interessant. In die film zit een omstreden scène waarin de op een voortsnellende goederentrein gesprongen Noah (Poitier) de vrijheid al kan ruiken, terwijl de wanhopige John (Curtis) met uitgestoken hand de trein achterna rent: ‘Ik ga het niet halen!’ Waarna Noah, vastbesloten om zijn makker niet in de steek te laten, zich van de trein laat vallen en daarmee zijn enige kans op vrijheid laat schieten. Die scène staat gekend als een magic negro moment: het moment waarop het zwarte personage z’n vrijheid opoffert en zich ondergeschikt maakt aan het witte personage. In de filmgeschiedenis wemelt het van zulke momenten: tijdens de veerbootscènes in ‘The Dark Knight’ bijvoorbeeld is het uitgerekend een zwarte gevangene die het ontstekingsmechanisme overboord gooit en zich aldus bereid toont om zichzelf op te offeren voor de (veelal witte) passagiers op de andere veerboot.

Om terug te komen op ‘The Defiant Ones’: het witte publiek vond het natuurlijk prachtig dat die ‘nobele n****’ (de term komt van Poitier zelve) zich opofferde voor zijn witte vriend, maar in de bioscopen in Harlem werd Poitier luidkeels uitgejouwd: ‘Spring terug op die trein, idioot!’ Gevraagd naar de negatieve reacties op dat magic negro moment in ‘The Defiant Ones’, horen we Poitier op de geluidsband alleen maar ongemakkelijk lachen: ‘Het blijft een revolutionaire film, hoor.’

Zijn hele carrière lang leefde Poitier op gespannen voet met een deel van de zwarte gemeenschap, en het siert de documentairemakers dat ze dat gevoelige onderwerp niet schuwen. Poitier zelf zegt het zo: ‘In de ogen van de zwarte burgerrechtenbeweging, die zich heel fel tegen mij keerde, was ik een Oom Tom, een huisn**** die alleen maar rollen speelde die niet al te bedreigend waren voor witte mensen.’ De criticasters van Poitier hadden het bij het verkeerde eind. Hoewel Poitier geen enkele creatieve controle had over de producties waarin hij meespeelde, deed hij altijd weer op zijn manier zijn best om in zijn vertolkingen iets van de woede van de zwarte gemeenschap te leggen. In ‘In the Heat of the Night’ bijvoorbeeld zit een legendarische scène waarin inspecteur Tibbs, het personage van Poitier, een slag in het gezicht krijgt van een racist, waarop Tibbs op zijn beurt de man doodleuk een keiharde mep verkoopt. Een zwarte die letterlijk terugslaat: het was ongezien. Het punt is dat die beroemd geworden mep niet in het scenario stond maar op de set werd geïmproviseerd door Poitier, die van oordeel was dat zijn personage de vernederingen niet lijdzaam mocht ondergaan en weleens mocht terugmeppen. Right on, Sid!

Het is Morgan Freeman die, de documentaire mooi afrondend, mag samenvatten wat Poitier voor zóveel zwarte artiesten heeft betekend: ‘Geen ander baken scheen zo helder en zo zeker, en in geen ander baken geloofde ik zo sterk.’ Yep, Sidney Poitier was veel méér dan die stoethaspel op dat paard.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234