Beeld Getty Images

PsychiaterIris Sommer

Een kleiner brein en toch even slim: hoe krijgen vrouwen dat voor elkaar?

Wat is er aan de hand met vrouwenhersenen? Ze zijn kleiner dan die van mannen en tellen minder hersencellen. ‘Maar onder meer omdat ze harder werken, kunnen onze hersenen evenveel als die van mannen,’ legt de Nederlandse psychiater Iris Sommer uit in ‘Het vrouwenbrein’.

Alleen al met die titel begeeft Sommer, verbonden aan het academisch ziekenhuis UMC Groningen, zich op glad ijs. ‘Er zijn al tweets waarin staat dat ik schrijf dat vrouwen dommer zijn,’ zegt ze lachend aan de telefoon. ‘Twitteraars lezen blijkbaar zelfs de eerste pagina’s van een boek waarover ze tweeten niet.’

Net zoals het hele vrouwenlichaam zijn ook vrouwelijke hersenen een ideologisch slagveld. Sinds de negentiende eeuw al zoeken onderzoekers in de grootte van schedelpannen en in de gelaagdheid, verbondenheid en densiteit van hersenweefsel bewijzen voor vaak politiek handige stereotypen: mannen zijn slimmer, assertiever, rationeler en beter in rekenen, en vrouwen zijn liever, emotioneler, communicatiever en beter in zorgen.

Het is een eeuwige en soms bitse wals tussen opinie en wetenschap waarbij, zo schrijft Sommer, ‘vermeende verschillen worden gebruikt om de ongelijkheid tussen de seksen te rechtvaardigen en vermeende afwezigheid van verschillen worden ingezet om gelijke kansen voor beide seksen af te dwingen’.

Zo zijn in de jaren tachtig en negentig talloze boeken en artikels gepubliceerd die sterke verschillen benadrukten en die als verklaring voor verschillend gedrag zagen. Rond de eeuwwisseling kwam dan weer een stroom publicaties waarin onderzoekers net het omgekeerde poneren: er is geen relevant verschil.

Voor neurowetenschappers zoals de Britse Gina Rippon is de wals afgelopen: de kleine verschillen zijn niet significant en kunnen geen eenduidige verklaring zijn voor gedrag, talent, karakter, onder andere omdat hersenen ook gevormd worden door hoe we leven.

Maar nu zet Sommer in ‘Het vrouwenbrein’ uiteen waarom ze het niet (helemaal) eens is met Rippon. Ook dat blijkt uiterst boeiend leesvoer. Je komt en passant zelfs te weten hoe het komt dat corona veel meer mannen dan vrouwen velt. Antwoord: het immuunsysteem van vrouwen is actiever omdat zij tijdens een zwangerschap goed bestand moeten zijn tegen ‘lichaamsvreemd materiaal’.

De kwestie van de roze of blauwe breinen benadert Sommer vanuit haar onderzoek naar hersenaandoeningen zoals schizofrenie en de ziekte van Parkinson. Bij schizofreniepatiënten slinkt het hersenvolume gemiddeld 3 procent. ‘Dat vinden wij een big deal omdat het gepaard gaat met een merkbare afname van de verstandelijke vermogens,’ schrijft Sommer.

Daarom is het verschil van ruim honderd gram tussen mannen- en vrouwenhersenen voor een onderzoeker als zij ‘licht choquerend’. Vooral als ze ook moet vaststellen dat zij als 50-jarige vrouw ‘wellicht ook minder hersencellen heeft dan haar mannelijke alzheimerpatiënt van 65 jaar’.

Verschil van 17 procent

Bijna een eeuw lang is altijd gedacht dat grotere hersenen alleen maar samengaan met een groter lichaam zonder dat dat evenredig veel grotere intelligentie betekent. Gewoon omdat mannen gemiddeld langer zijn, hebben ze iets grotere hersenen.

Maar in de jaren negentig is ontdekt dat het verschil in hersenvolume tussen mannen en vrouwen overeind blijft zelfs als je corrigeert voor lengte. Ook een vrouw van 1,80 meter heeft gemiddeld 110 kubieke centimeter minder hersenvolume dan een man van 1,80 meter. Telkens opnieuw blijkt dat het vrouwenbrein gemiddeld 11 procent kleiner is.

Al even schokkend vindt Sommer de bevinding dat vrouwen minder hersencellen hebben: gemiddeld 19 miljard in plaats van 23 miljard zoals bij mannen. ‘Een verschil van 17 procent!’ schrijft ze verschrikt. ‘Om een computeranalogie te gebruiken: vrouwen hebben 17 procent minder transistoren in de central processing unit. Bedenk maar eens wat dat met een laptop doet. Hoe redden vrouwen zich met dat kleinere brein?’

Iris Sommer moet vaststellen dat zij als 50-jarige vrouw ‘wellicht ook minder hersencellen heeft dan haar mannelijke alzheimerpatiënt van 65 jaar’.Beeld Patrick Post

Zeer goed, zo blijkt.

‘Je zou veronderstellen dat vrouwen een stuk minder verstandelijke vermogens hebben,’ zegt Sommer. ‘Want niet alleen bij mijn patiënten is het verband tussen minder hersenvolume en minder verstand duidelijk. Ook in de dierenwereld is er dat verband en onze eigen evolutie toont eveneens dat we steeds verstandiger werden naarmate onze hersenen groeiden. Ook zijn er verschillende studies die wijzen op een matig verband tussen grote hersenen en betere resultaten op IQ-tests.’

Maar als ze hetzelfde opleidingsniveau hebben, blijken mannen en vrouwen steeds weer opnieuw even goed te scoren op intelligentiestests. ‘Wel overschatten mannen stelselmatig hun intelligentie en vrouwen onderschatten ze, waardoor tot op vandaag de verwachtingen anders zijn,’ schrijft Sommer. ‘Dat is een gevolg van de genderstereotypen in onze maatschappij.’

Dat een kleiner brein net zo veel kan, noemt ze een biologisch unicum. En hoe dat unicum mogelijk is, legt ze uit met een auto-analogie. 

Zo blijkt dat de ‘kleinere motor’ van vrouwen meer werkt: hun hersenen verbranden 15 procent meer energie dan die van mannen. Ook hebben vrouwen dan wel minder hersencellen, maar ze hebben wel meer uitlopers. Die bevatten de contactplaatsen tussen hersencellen en zijn belangrijk voor het denkvermogen. Verder zitten er meer vouwen in een vrouwenbrein, waardoor er bijna net zoveel oppervlak in hun kleiner schedels past.

Volgens Sommer is het alsof mannen met een Amerikaanse slee rijden die veel energie slurpt en vrouwen met een kleiner Europees model dat even goed presteert. En dat tweede model, een compacter brein dat 15 procent harder werkt, is evolutionair wel voordeliger: het legt minder druk op het lichaam en betekent minder risico’s bij bevallingen.

Waarom hebben mannen dat dan niet? Wellicht ligt de verklaring in de mitochondriën: de energiefabriekjes in onze cellen. Omdat alle mitochondriën enkel via de eicel van de moeder worden doorgegeven, zijn ze perfect afgesteld op vrouwencellen. Het zou kunnen dat ze de energievoorziening in mannencellen iets minder optimaal regelen.

Impact van hormonen

Naast intelligentie kijkt Sommer ook naar andere vermogens, denk aan emoties herkennen, taalvaardigheid en ruimtelijk inzicht. Redelijk wat is ondertussen ontkracht, zoals het idee dat die verschillen groot zijn of dat jongens beter zijn in wiskunde en vrouwen beter emoties herkennen. ‘In ruimtelijk inzicht en reactiesnelheid hebben mannen een beetje voordeel, zo’n 5 procent. Dat is het zowat,’ zegt Sommer.

Wel werkt het immuunsysteem en ook de stressrespons van mannen en vrouwen anders én zijn er hersenaandoeningen die de ene sekse veel vaker krijgt dan de andere. Zo reageren mannen heftiger op stress dan vrouwen.

Ook blijkt dan weer dan vrouwen gemiddeld 16 procent ‘neurotischer’ of zorgelijker zijn en dat mannen net iets vaker risico’s opzoeken. ‘Dat lijkt sterk verband te houden met testosteron en oestrogeen, die veel verschillen mee veroorzaken,’ zegt Sommer.

Ze verwijst onder andere naar de meisjes en jongens die in de baarmoeder zijn blootgesteld aan hoger dan normale testosteronconcentraties. Stelselmatig tonen die als peuters altijd weer een grotere voorkeur voor typisch jongensachtig spel: stoeien, vechten en bouwen. Transgendervrouwen die testosteron krijgen omdat ze man willen worden, scoren na drie maanden hoger op assertiviteit en lager op neuroticisme.

‘Die impact van hormonen is helder,’ zegt Sommer. ‘Op basis van de vorm van de hersenen gedrag en andere kenmerken voorspellen lukt eigenlijk veel minder goed omdat culturele normen en de omgeving een grote invloed hebben op gedrag, persoonlijkheid en ook op de hersenen zelf. Het is dus complex om dan uit te maken wat de kip of het ei is.’

Dat naast sekshormonen vooral genderstereotypen een grote invloed hebben, is voor de neurowetenschapper duidelijk. ‘Studies tonen hoe moeders enthousiaster op hun dochtertje reageren als ze met een pop speelt en niet met zogenaamd jongensspeelgoed. Kinderen passen zich aan aan die clichématige rolpatronen die van hen worden verwacht,’ zegt ze. ‘Dat fnuikt de carrières van vrouwen nog altijd. Stelselmatig schatten ze hun capaciteiten lager in. De genderstereotypen zijn automatismen, veralgemeningen die we allemaal gebruiken. De populaire pers bestendigt dat. Studies die een verschil tussen seksen laten zien worden goed opgepikt, studies die geen verschil laten zien, halen minder vaak de krant, de tijdschriften en Twitter. Zo houden we onze mythes in stand.’

(DM)

Iris Sommer, ‘Het vrouwenbrein’, uitgeverij Atlas Contact

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234