Een knaller: 25 jaar 'Generation Terrorists' van Manic Street Preachers

‘Generation Terrorists’, het debuut van Manic Street Preachers, verscheen op 10 februari 1992, deze week exact een kwarteeuw geleden. De groep zag het groot. Groter dan ze ooit zou worden, want drie jaar later verdween gitarist Richey James Edwards, in wat nog steeds één van de vreemdste mysteries uit de rockgeschiedenis is.

'Zo spannend als met Richey James Edwards werd het nooit meer – zelfs al beperkte hij zich tot playbacken en mooi zijn'


Lees hier de bespreking van 'Generation Terrorists' uit 1992 »

Goeie titel, als je het van hier bekijkt. ‘Generation Terrorists’, ooit accuraat omschreven als ‘de perfecte plaat voor wie jong genoeg was om de punk te hebben gemist’. De werktitel was ook niet slecht: ‘Culture, Alienation, Boredom and Despair’. Lang voor ze in de winkel lag, was er ook al heel wat te doen rond het debuut van Manic Street Preachers. Een stevige livereputatie en de single ‘Motown Junk’ (die begint met een sample van Public Enemy waarin een halve minuut lang ‘Revolution!’ wordt geroepen en eindigt met de woorden: ‘We destroy rock ’n roll!’) hadden de groep een platencontract opgeleverd bij het grote Columbia Records. Zelden werd er zoveel geld uitgetrokken voor de promotiecampagne van een debuut, en de groep droeg zelf haar steentje bij door de pers van straffe quotes te voorzien. ‘Generation Terrorists’ zou een dubbelaar worden, de beste rockplaat aller tijden, ze zouden er 16 miljoen stuks van verkopen, en het als groep, na één concert in een uitverkocht Wembley Stadium, voor bekeken houden. En ze wilden Slowdive (shoegaze avant la lettre, uit Reading) kapotmaken. Wat dat laatste betreft, kwam de strafste quote van gitarist Richey James Edwards: ‘We will always hate Slowdive more than Hitler.’ In ‘Motown Junk’ zat overigens ook al een fraaie tekstregel van Edwards: ‘I laughed when Lennon got shot.’ En toen een journalist van NME hem eens vroeg of ze met hun grote platendeal hun punkroots niet verloochenden, kerfde Edwards met een scheermesje ‘4 Real’ in zijn onderarm.

De Manic Street Preachers kwamen uit Wales, maar dat was niet het enige ongewone aan de band. De zanger-gitarist, James Dean Bradfield, was niet de man die de songs schreef. Dat deden bassist Nicky Wire en Richey James Edwards. Wire, voltijds heteroseksueel, droeg weleens een jurk en hield van stofzuigen. Edwards, de gitarist, speelde op ‘Generation Terrorists’, in tegenstelling tot wat de liner notes beweren, dan weer geen noot gitaar. Dat deed Bradfield, de zanger, die ook het merendeel van de muziek voor zijn rekening nam.

'Op de hoes van 'Generation Terrorists': de naakte torso van de man die niet op de plaat te horen is.'

Edwards’ functie in de groep was ceremonieel en controversieel. Ook op het podium werd zijn gitaar vaak uit de mix gelaten en beperkte hij zich tot playbacken en mooi zijn. ‘Mooi’ zoals ze dat in Engeland zo graag hebben: bezopen, verward, gedrogeerd, broodmager, en met uitgelopen mascara. Maar Edwards had ook een universitair diploma op zak, was een verwoed lezer, en in zekere zin ook de leider van de groep. Het was hij die de tabloids van tumult voorzag, het was hij die het vuur erin blies, het was hij die de teksten van de Street Preachers niet verloren liet gaan in de bombast van de muziek. En het was hij die op de hoes van ‘Generation Terrorists’ stond. Zijn naakte, uitgemergelde torso, zonder kop, kruis om de nek, tattoo op de linkerschouder. Een roos met daarin een slogan: ‘Useless Generation’. Op de hoes vervangen door de titel van de plaat. Een hoes die, net als de titel, overigens niet de eerste keuze was. Een foto van een kunstwerk van de Amerikaan Andres Serrano – een Christusfiguur in een bad van bloed en urine – bleek te duur en naar platenfirma Columbia-normen te controversieel. Het werd dus een foto van de man die niet op de plaat te horen is.

Wat uiteraard slechts een halve waarheid is: in de teksten lieten Richards én Wire wel degelijk van zich horen. Van de titel weten we intussen dat er een zekere helderziendheid mee gemoeid was, maar ook in songs als ‘Nat West-Barclays-Midlands-Lloyds’ (over de hebzucht van de Britse banken) en ‘Slash ‘N’ Burn’ (behalve een vette knipoog naar Guns N’ Roses ook een song over een olieramp) gaf Richards Nostradamus het nakijken.

In andere teksten haalde de controverse het nipt van de maatschappijkritiek. ‘Repeat after me: ‘Fuck Queen and country’!’ klonk het in ‘Repeat UK’, en in ‘Another Invented Disease’, een titel waarin u met een vleugje verbeelding ‘aids’ leest, werd geïnsinueerd dat het hiv-virus een creatie was van Amerikaanse oorlogswetenschappers. In ‘Love’s Sweet Exile’ gaat het over masturbatie, in ‘You Love Us’ over de Holocaust, en in ‘Little Baby Nothing’ – een song waarin de pornoindustrie op de korrel werd genomen – was er een gastrol voor Traci Lords. En Traci Lords, dat weet u vast niet, dat was een pornoster.


Allerlaatste plons

‘Generation Terrorists’ heeft uiteindelijk niet slecht geboerd, maar dat het aanvankelijk geen commercieel succes was, had weinig of niets met de controversiële inhoud te maken. Platenfirma Columbia had 500.000 pond in de productie ervan gepompt, en producer Steve Brown (ook bekend van zijn werk met Wham!) mikte met een gladde productie op de Amerikaanse markt en de fans van de daar in zwang zijnde glamrock en hair metal. Maar de timing kon niet ongelukkiger zijn: op 24 september 1991 was ‘Nevermind’ van Nirvana verschenen, en 1992 werd het jaar waarin we allemaal houthakkershemden gingen dragen.

De 16 miljoen verkochte exemplaren waarover ze hadden opgeschept, werden in de verste verte niet gehaald (in Engeland bleven ze aanvankelijk steken op 100.000 stuks), Wembley werd afgebroken voor de groep er nog maar in de buurt kon komen, en van het aangekondigde vroege pensioen kwam niks in huis. De Manic Street Preachers moesten gewoon platen blijven maken. ‘Gold Against the Soul’ klonk nog als de getoonzette teleurstelling, met ‘The Holy Bible’ uit 1994 maakten ze hun meesterwerk én kraakten ze alsnog de jackpot. Een donkere, moeilijke plaat waarmee de groep in ‘Top of the Pops’ en ‘MTV’s Most Wanted’ belandde en op Glastonbury en Reading stond.

En dan, in een vingerknip, was alles voorbij. Op 1 februari 1995, de dag dat hij met James Dean Bradfield naar Amerika zou vliegen voor interviews, verdween Richey James Edwards van de aardbol. Er zijn genoeg muzikanten die hem dat voordeden (Bob Dylan, Syd Barrett, Izzy Stradlin, Jeff Buckley… ), maar altijd doken ze even later wel weer op, dood of levend. Edwards – die dit jaar 50 zou zijn geworden – niet. Een dubieuze eer die hij met slechts één andere muzikant deelt: Philip Taylor Kramer, bassist van Iron Butterfly, die verdween in februari 1995. Inderdaad: exact dezelfde maand als Edwards. Vreemd dat daar niet één complottheorie over bestaat. Misschien omdat Kramers lichaam – correctie: skelet – in 1999 alsnog werd teruggevonden. Dat van Richey James Edwards nooit. Zijn auto werd aangetroffen niet ver van de Severn Bridge, die Wales met Engeland verbindt en hoog genoeg is voor wie een allerlaatste plons wil nemen.

Hoewel hij op 23 november 2008 officieel dood werd verklaard, hebben de fans nooit in zijn zelfmoord geloofd. In interviews had Edwards namelijk herhaaldelijk aangegeven nooit met suïcidale gedachten te worstelen. ‘Ik ben getormenteerd,’ zei hij, ‘maar de pijn van het leven is er één die ik aankan.’

Richey James Edwards werd de laatste vijfentwintig jaar onder meer gespot op een markt in Goa, Indië, op Fuerteventura en Lanzarote, en, al dan niet in het gezelschap van Elvis, in verschillende Delhaizes, aan het rek met de pindakaas. Maar nooit meer op het podium met de Street Preachers, die het verlies van hun meest enigmatische groepslid nooit helemaal te boven kwamen. Dat er voor ‘Everything Must Go’ uit 1996 nog teksten van Edwards werden gebruikt, was begrijpelijk; dat ze in 2009 voor ‘Journal for Plague Lovers’ – hun beste plaat in jaren – nog eens naar zijn allerlaatste schrijfsels grepen, een veeg teken. Zo spannend als met Edwards – zelfs al was hij niet ingeplugd – werd het nooit meer. En zo heerlijk dwars, punk én slick als op hun debuut al helemaal niet. Gelukkige verjaardag ‘Generation Terrorists’, een plaat die nu minder gedateerd klinkt dan toen ze verscheen. Fuck grunge!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234