null Beeld FilmMagic
Beeld FilmMagic

Cristiano Ronaldo verliest ongeboren zoonsterrenmama's getuigen

‘Een lokje haar, een ziekenhuisarmbandje en een zakdoek met wat speeksel: da’s alles wat ik van haar heb’

Cristiano Ronaldo en zijn vrouw Georgina Rodriguez kondigden gisteren aan dat ze bij de geboorte van hun tweeling, hun zoontje verloren zijn. Het meisje kwam wel gezond ter wereld. ‘Dit is de grootste pijn die je als ouder kan voelen’, reageerde de voetbalster op sociale media. Enkele jaren geleden getuigden twee moeders in Humo over het verlies van hun kindje. ‘Als mensen me vragen hoeveel kinderen ik heb, dan zeg ik: ‘Ik heb er thuis vier.’ Een subtiel verschil, want dan denk ik erbij: ‘Eentje is niet thuis.”

Hanne Van Tendeloo

Of ik iets kon doen over ouders van overleden kinderen, vroeg men zich af op Humo Headquarters. Ouders? Zoals de nog onwennige moeder die ik zelf ben, haar eerste zwangerschap en bevalling nog fris in het geheugen? En: kinderen? Zoals die oogappel van mij, zonder wie – dat besef groeit met de dag – mijn leven tot een zielig hoopje gruis herleid zou worden? Of ik dat kán? Nou, euh... nee.

Maar onderschat nooit de overredingskracht van een Humo-hoofdredacteur, en na enig aandringen begin ik toch aan de research. Na pakweg vijf artikels over onmenselijk vroeg uit het leven gerukte zoontjes en dochtertjes, en over hun ouders die over de grond kruipen van verdriet, bréék ik. Dan maar voor één keer zonder research, puur op het buikgevoel. En mijn buikgevoel zegt me dat er niks ergers bestaat dan je kind verliezen. Tenzij misschien je kind verliezen nog voor het goed en wel heeft geleefd.

‘Dat grafje gaat alleen weg wanneer ik zelf doodga: dan mag Ster bij mij komen liggen en zijn we weer samen.’  Beeld HUMO/Jelle Vermeersch
‘Dat grafje gaat alleen weg wanneer ik zelf doodga: dan mag Ster bij mij komen liggen en zijn we weer samen.’Beeld HUMO/Jelle Vermeersch

Ster

JOKE VANTOMME «‘Hoeveel kinderen heb je?’ Het lijkt zo’n onschuldige vraag, maar ik worstel er altijd vreselijk mee. ‘Drie,’ wil ik dan antwoorden, maar dan volgt onvermijdelijk de vraag: ‘En hoe oud zijn ze?’ Laatst gebeurde het weer, op de opendeurdag van de middelbare school waar ik lesgeef, met een leerkracht die ik nog niet zo goed ken. ‘Twee,’ heb ik geantwoord. ik weet dat ik er goed aan deed – ons luchtige gesprek zou anders onvermijdelijk een wrange draai gekregen hebben – maar ’s avonds in bed voelde ik me zo verschrikkelijk schuldig dat ik Ster niet had genoemd.»

HUMO Jullie tweede dochter.

JOKE «De oudste heet Stien. De zwangerschap was zorgeloos verlopen, alleen bij de bevalling was er even paniek: Stien wilde er niet uit. De zuignap is eraan te pas moeten komen. Ze is uiteindelijk geboren met een spoedkeizersnede, maar verder was er geen vuiltje aan de lucht.

»Maar mijn tweede zwangerschap was een hel vanaf de grote echo. Rond de 21ste week worden het hart, de nieren en de hersenen van het kindje nog eens extra onder de loep genomen met een echografie, om afwijkingen op te sporen. Het was op een vrijdag, dat weet ik nog goed. De gynaecologe overliep alles nauwgezet: hersenen? Oké. Nieren? Prima. Toen kwam ze bij het hartje. Ze zag meteen dat er iets niet goed zat, maar ze kon niet meteen zeggen wat. De kindercardioloog van het ziekenhuis werd er bijgehaald, en ook die merkte op dat er íéts was. We werden direct doorverwezen naar Gasthuisberg in Leuven.

»Helemaal gerust was ik niet, maar onze gynaecologe had er toch een goed oog in. Volgens haar functioneerde één van de hartkleppen niet goed: dat zouden ze na de geboorte wel goed moeten opvolgen, en desnoods met een kleine ingreep verhelpen, maar het zou niks levensbedreigends zijn.

»Maar in Leuven pakte het anders uit. Ze deelden ons niet bruut mee dat ons kind – we wisten toen nog niet dat het een meisje was – ten dode opgeschreven was, maar stilaan begon het ons toch te dagen dat het er echt niet goed uitzag. Kennelijk ontbrak de klep naar de longslagader volledig. Omdat er geen bloeddoorstroming was in die onderste kamer, kón het klepje erboven niet goed werken – dat was wat onze gynaecologe had gezien op de echo. In de baarmoeder vormt zo’n ontbrekende hartklep nog geen probleem: bij foetussen is er nog een ductus, een verbinding tussen de aorta en de longslagader. Maar meteen na de geboorte sluit die zich, en dan heb je die hartklep nodig. Daar kwam nog eens bij dat, juist door het ontbreken van die klep, het hartje al volledig was verzwakt.

»In Leuven konden ze Ster op twee manieren proberen te redden. Optie één was dat ze een experimentele operatie zouden proberen tijdens de zwangerschap, maar zo’n klep fiksen in de baarmoeder is millimeterwerk en de slaagkansen zijn miniem. Optie twee hield in dat ik de zwangerschap zou uitzitten en dat ze Ster meteen na de geboorte – gesteld dat ze die zou overleven – een middel zouden toedienen om die ductus open te houden. Na enkele dagen zou ze dan de eerste van een reeks openhartoperaties ondergaan, met allerlei onvoorspelbare complicaties. De kans was minuscuul dat ze het allemaal zou overleven en zou opgroeien tot een gezond kind.

»Op woensdag zijn we teruggegaan naar mijn eigen gynaecologe. Daar hebben we de loodzware beslissing genomen om de zwangerschap af te breken.

»Ik wéét dat we de beste beslissing hebben genomen – ik heb het zwart op wit op papier gekregen van de professor in Leuven. Ster zou alleen maar hebben afgezien. En waarom: om een paar weken of zelfs maanden later toch nog te sterven? Achteraf heb ik op het internet allerlei verhalen zitten opzoeken. Ik las over een koppel dat het nieuws van de hartafwijking pas een week voor de bevalling had vernomen. Na verschillende operaties en maanden van spanning kregen ze hun kindje eindelijk mee naar huis – waarna het is gestorven op de parking van de Ikea. Als ik zoiets lees, dan weet ik: we hebben voor onszelf de juiste keuze gemaakt. Niet alleen voor Ster, maar ook voor ons en voor Stien. Wat voor leven zou zij hebben gehad als wij constant met haar zusje in Leuven hadden gezeten?

»En toch zit ik met dat immense schuldgevoel. Nu nog.»

HUMO Op 23 weken ben je net iets over de helft van je zwangerschap. Voelde je de baby al schoppen?

JOKE «Al een paar weken. Zodra ik wist dat ik mijn kind zou verliezen, dacht ik: ‘Dan moet het maar meteen.’ Ik wilde niet weten of het een jongen of een meisje was. ik wilde haar niet meer voelen in mijn buik. ik wilde geen band met haar. Ze moest wég, zodat ik zo snel mogelijk kon beginnen met vergeten.

»Het ziekenhuis respecteerde mijn keuze: ‘Oké, je hoeft haar niet te zien of vast te houden na de bevalling.’ Maar tussen de beslissing om een zwangerschap af te breken en de eigenlijke bevalling moet er sowieso een week zitten. Ook al omdat die beslissing voor een commissie moet komen: technisch gezien blijft het een – wat háát ik die term – abortus. Eerst was ik ervan overtuigd dat ik die week nooit zou doorkomen, maar achteraf bekeken had het zelfs langer mogen duren. Langzaam ben ik gaan inzien dat ik er spijt van zou krijgen als ik het geslacht niet zou kennen, als ik mijn kind nooit zou hebben ge-zien, als ik het nooit in m’n armen zou hebben gehad. De psychologe die ons begeleidde, raadde ons ook aan haar een naam te geven. ‘Later zul je over haar willen praten,’ zei ze. ‘Hoe doe je dat zonder naam?’ We hebben toen voor een symbolische naam gekozen. Hadden we haar een courante naam gegeven, dan zou mijn hart breken telkens als ik nu een moeder die naam hoor roepen.

»Ik ben nu zo dankbaar voor die laatste week met Ster in mijn buik. Ik heb genoten van haar laatste stampjes. We hebben tijdens die week ook een boom voor haar geplant in onze tuin. We waren sowieso van plan wat bomen te planten, en speciaal voor Ster hebben we er eentje bij gezet – een treur olm. We hebben een takje afgeknipt, om met haar mee te geven in haar doodskistje.

»Op dinsdagavond ben ik begonnen met een paar pilletjes te slikken, om de bevalling vlotter te laten verlopen. Ik wist dat die pillen geen effect zouden hebben op Ster, maar terwijl ik ze doorslikte, maalde het door mijn hoofd: ‘Hiermee teken ik haar doodvonnis.’ Donderdagochtend om half negen hebben ze de bevalling ingeleid. Ster is om vijf voor twee ’s middags geboren, na 23 weken zwangerschap. Het was een natuurlijke bevalling, geen keizersnede. Dat lijkt gruwelijk, maar ik ben er blij om: met een keizersnede zou ik achteraf het gevoel hebben gehad dat ze Ster uit mijn lichaam hadden gesneden. Operatief verwijderd, zeg maar.

»Ster heeft de weeën niet overleefd. Vooraf was ik bang dat ze nog even zou leven, dat ze pijn zou voelen. Nu denk ik: ‘Had ik haar nog maar éven voelen ademen, al was het maar een kwartiertje.’

»Ik heb haar meteen in mijn armen genomen, en daar heb ik haar nog een klein zuchtje horen slaken. Was dat nu echt haar laatste adem of gewoon een stuiptrekking van haar lichaampje, ik weet het niet. Maar dat zuchtje vergeet ik nooit meer.

»Ze mat 30 centimeter en woog 570 gram: veel kleiner dan een andere pasgeborene, maar verder was er niks aan haar te zien. Ze was prachtig. Natuurlijk was er verdriet, maar ik was ook trots dat mijn dochter er was. Misschien kwam dat door de morfine die ik gekregen had – normaal geven ze dat niet als pijnstiller bij een bevalling, omdat dat niet goed is voor het kindje, maar bij mij... Het bracht me in elk geval in een trotse-moederroes. Mijn schoonmoeder zegt dat nu nog: ‘Je belde me met het nieuws dat ze geboren was – alsof je niet besefte dat ze er al niet meer was.’

»Ze is de hele avond bij ons mogen blijven. Net als elk ander kindje lag ze in een bedje. Af en toe moest ze wel naar de kamer ernaast – daar was het koeler – maar we mochten haar op elk moment bij ons nemen. Goddank hadden ze ons in een aparte hoek van de kraamafdeling gezet, ver weg van de schreiende baby’s en de blije ballonnetjes.

»Dit heb ik nog als aandenken (schuift behoedzaam een kaartje over de tafel met piepkleine voet- en handafdrukjes). Die neemt het ziekenhuis sowieso na elke zwangerschapsafbreking. Foto’s van het kindje nemen ze ook, om te geven aan ouders die later spijt krijgen van hun beslissing om het kindje niet te zien. We hebben zelf ook foto’s genomen. Samen met de afdrukken zijn die mijn kostbaarste bezit. Ik mag er niet aan denken dat ik ze ooit kwijt zou raken.

»Eén van de foto’s heb ik bij me. ’t Ziet er niet eng uit, maar jij moet beslissen of je hem wilt zien.»

HUMO (met een bang hartje) Doe toch maar.

JOKE (haalt een zwart-witfoto boven van Ster, die vredig lijkt te slapen in haar ziekenhuiswiegje) «Ik heb ook kleurenfoto’s, maar die ogen wat medischer. Dat komt door dat groene ziekenhuislaken waarin ze haar gewikkeld hadden. Nu heb ik er zo’n spijt van dat we geen kleedjes bij ons hadden. Niet aan gedacht.

»Rond half elf ’s avonds heeft de vroedvrouw Ster naar het mortuarium gebracht. Op dat moment hebben we afscheid genomen. De week nadien heb ik haar nog eventjes teruggezien, vlak voor de begrafenis. Ze zag er al helemaal anders uit: haar wangetjes waren wat ingevallen.»

HUMO Hoe voelt je lichaam na zo’n bevalling?

JOKE «Leeg. Ik zag ook overal zwangere buiken. Dan was ik jaloers. Ik gunde het die andere vrouwen wel, maar tegelijk dacht ik: waarom zij wel en ik niet?

»Waar ik absoluut niet tegen kan – nu nog niet – dat zijn vrouwen die nonchalant zwanger zijn. Een zwangere vrouw die een glas wijn drinkt of een sigaret opsteekt: daar ga ik van steigeren. Zulke dingen deed ik nóóit. Ik at ook nooit rood vlees of ongewassen groenten, omdat ik geen antistoffen had tegen toxoplasmose (ziekte die tijdens de zwangerschap voor afwijkingen kan zorgen in de foetus, red.). Mijn moeder deed daar weleens smalend over: ‘Ach, in mijn tijd bestond dat niet eens.’ Maar ik hield voet bij stuk, heel plichtsbewust.

»Kijk, ik had me erop ingesteld dat ik tijdens de eerste drie maanden een miskraam zou kunnen krijgen – dat kan gebeuren. Dat had ik makkelijker kunnen plaatsen, denk ik. Nu weet ik dat een zwangerschap op élk ogenblik fout kan gaan. Ik ben ook veel angstiger dan vroeger. Ik beeld me de vreselijkste dingen in. Dat ik straks telefoon krijg dat Stien gevallen is op school en dat ik haar nooit meer zal zien.

»Stien was pas 15 maanden toen het gebeurde: nog veel te jong om het te begrijpen. Ze heeft Ster wel gezien, maar voor haar was dat ge-woon een slapend baby’tje. Tijdens mijn zwangerschap kwam ze geregeld een kusje geven op mijn buik. Toen ze dat achteraf nog eens deed – ze wilde me troosten – snapte ze niet goed dat haar kusje me niet blij maakte. Ik moest er alleen nog méér van huilen.

»Naar vrienden en familie hebben we achteraf een mail gestuurd met ons verhaal. Er werd lief gereageerd, maar mensen vergeten zoiets toch snel. Omdat Ster niet geleefd heeft, beschouwen ze het als een miskraam. Ze beseffen niet dat het veel méér was, dat ze al een ménsje was, geen vrucht in wording. Baby’s die twee weken later worden geboren, op 26 weken, die kunnen ze tegenwoordig al in leven houden. Ik begrijp die reactie wel, hoor. Voor ik Ster kreeg, zou ik net zo gereageerd hebben. Nu ben ik anders: ik begrijp nu volkomen dat een vrouw in de put kan zitten na een miskraam op amper zes weken. Dat ze zich net zo goed leeg kan voelen.»

HUMO Hebben jullie ook een geboortekaartje verstuurd?

JOKE «Nee. Dat vond ik zo jammer dat ik zes maanden na haar dood alsnog een kaartje heb gemaakt, mét haar foto op de achterkant. Een neef vertelde me dat zijn vrouw het niet durfde te bekijken, vanwege die foto. Het was niet mijn bedoeling te choqueren, maar ik wilde Ster zo graag laten zien.

»Ik had geen bevallingsverlof: daar heb je pas recht op als je de baby meer dan 180 dagen hebt gedragen. Dan ben je ook verplicht om je kind een naam te geven – enkel een voornaam – en hem of haar aan te geven en te begraven. Enfin, eigenlijk had ik wél recht op bevallingsverlof, omdat Ster al 570 gram woog: vanaf 500 gram vallen baby’s ook onder die 180-dagen regel. Maar op de officiële papieren van het ziekenhuis hadden we ge-schreven dat Ster maar 470 gram woog. Dat had de vroedvrouw ons aangeraden: ‘Dan blijf je bespaard van die papierwinkel.’ Ze deed het met de beste intenties, maar nu heb ik daar spijt van. Ik heb zelfs nog naar de dienst Bevolking gebeld om het ongedaan te maken, maar dat kon niet. Het enige wat ze voor me konden doen, is het plaatsje op het kerkhof waar Ster begraven ligt op onze naam zetten – in het begin stond dat op ‘anoniem’. Ergens, op één of ander officieel papier, staat nu dat Ster daar be-graven ligt. Mijn man begrijpt niet waarom ik daar belang aan hecht – ‘Dat is toch maar papier’ – maar voor mij betekent dat veel.»

HUMO Omdat Ster niet officieel is aangegeven, heeft ze ook geen sterfteakte.

JOKE «Ik zou dolgelukkig zijn met een sterfteakte. Hoe meer je van je kindje hebt, hoe gelukkiger je bent.

»Nu, het was geen enkel probleem om voor Ster een plaatsje te krijgen op het kerkhof. We moesten alleen beslissen of we die plek voor 10 jaar wilden, of voor 10 jaar met een optie op verlenging. Ik weet nu al dat ik straks voor die verlenging kies. Dat grafje gaat alleen weg wanneer ik zelf doodga: dan mag Ster bij mij komen liggen en zijn we weer samen.

»We hebben Ster begraven in een wit kistje. De parochiale medewerkster van het ziekenhuis had het vanbinnen helemaal beplakt met sterretjes.

»De eerste dagen na de begrafenis ging ik elke dag één of zelfs twee keer naar het kerkhof. Ik was maar met één ding bezig: hoe ik haar plekje zo mooi mogelijk kon maken. Het mocht geen hompje aarde blijven met wat roosjes erop. Uiteindelijk heb ik er een tuintje van gemaakt, met buxusplantjes en een bodembedekker, waarin rond deze tijd van het jaar witte bloempjes groeien. De letters op haar grafsteen heb ik eigenhandig gekapt, met een ster erbij. Ik ben er speciaal een cursus steenhouwen voor gaan volgen. In september was ik ermee begonnen, in de hoop dat het in november klaar zou zijn, als een verjaardagscadeau voor Ster. Dat was wat overmoedig van me. Toen ik in tijdsnood raakte, heeft de lerares me nog geholpen: ze zag hoe emotioneel het voor me was. Er is al zo weinig dat ik voor Ster kan doen, ik moest en zou die steen klaar krijgen.

»Tegenwoordig hoef ik er niet elke dag meer naartoe. Ik kan het al iets meer loslaten. Ik besef nu: dat plaatsje, dat is Ster niet. Het lukt me nu ook om over haar te praten zonder te huilen. Het doet zelfs deugd. Met andere sterrenmama’s, bijvoorbeeld - zo noemen we ons zelf.

»Op internet heb ik een mama leren kennen met wie ik een speciale band heb – haar jongste dochter, Dorien, is op dezelfde dag geboren als Ster. Op moederdag stuurde ze me nog een kaartje. Ken je het boekje ‘Ik hou van je, helemaal tot aan de maan en terug’? Daar had zij van gemaakt: ‘Liefste mama, ik blijf van je houden tot aan de aarde en terug, liefs Ster’. Je kan dat vreemd vinden, maar dat een andere moeder daaraan denkt, dat grijpt me enorm aan. Vooral omdat ze zelf geen sterrenmama is. Onze enige link is dat zij bij de geboorte van Dorien dacht: ‘Ergens moet er nu een mama haar kindje afgeven.’

»Na Ster hebben we nog een zoontje gekregen, Akke, en bij zijn geboorte spookte dat idee ook door mijn hoofd. En achteraf las ik op het forum van de praatgroep Met Lege Handen dat een mama net die dag haar kindje had verloren.»

HUMO Wilde je meteen weer zwanger worden? Dokters raden meestal aan een jaar te wachten.

JOKE «Mijn gynaecologe gaf me al na drie maanden groen licht. We hebben nog gewacht tot na de datum waarop Ster was uitgerekend – ergens in maart. Daarna lukte het niet meteen, enorm frustrerend was dat. Gelukkig hadden we Stien al: we wisten dus dat het kon. Ik ken ook mensen die hun eerste kindje moeten afgeven en bij wie het daarna nooit meer lukt. Ik mag er niet aan dénken.

»Nu denk ik dat het zo lang geduurd heeft omdat ik Ster nog niet had losgelaten. In september ben ik van job veranderd: ik had het zo druk dat ik niet met Ster bezig kon zijn. En toen bleek ik opeens dan toch zwanger.

»Ik heb 9 maanden lang zitten aftellen, zelfs nadat ik de 23 weken voorbij was. Ik leefde van het ene bezoek aan de gynaecologe naar het andere. Vlak voor Sters geboorte hadden ze nog een vruchtwaterpunctie gedaan, waaruit bleek dat de hartafwijking geen erfelijke oorzaak had. Maar uit studies is gebleken dat, als je één kind met een hartafwijking hebt, je nét iets meer kans hebt dat het bij een volgend kind nog een keertje gebeurt. Het gaat maar om drie procent of zo, maar die kans ís er wel. Daarom hebben we na Akke besloten om niet nog eens zwanger te worden. Ik heb altijd gedroomd van vier kinderen, maar nog eens door die hel gaan, dat kan ik niet. We hebben nu twee gezonde kindjes en één sterretje dat voor hen zorgt – we gaan het lot niet tarten.»

HUMO Durfde je je nog te binden aan die nieuwe baby in je buik?

JOKE «Moeilijk. Ik schermde me af voor een nieuwe ontgoocheling, en dat gaf me een vreselijk schuldgevoel tegenover mijn kindje. Ik had ook het gevoel dat het opnieuw Ster was die in mijn buik zat. Mijn redding was dat het een jongetje bleek te zijn. Zodra we dat wisten, zijn we gaan nadenken over een naam. Alles om toch maar een band met hem te krijgen.

»Intussen zijn we tweeënhalf jaar verder. De meeste mensen beschouwen het als een afgesloten hoofdstuk, maar voor mij is het dat allesbehalve. Soms denk ik: ‘Dit sleur ik nog mijn hele leven mee.’»

HUMO Zodra je zwanger bent, droom je een hele toekomst bij mekaar voor je kind. Verlies je je kind, dan verlies je ook die toekomst.

JOKE «Ster zou nu tweeënhalf zijn: de leeftijd waarop de meeste kinderen naar school gaan. Ik probeer zulke gedachten te mijden. Liever wil ik me haar herinneren als baby. Ik zie haar ook niet echt opgroeien: in mijn hoofd is Akke nu al ouder dan zij. Ster zal voor altijd mijn baby’tje blijven.»

null Beeld HUMO/Jelle Vermeersch
Beeld HUMO/Jelle Vermeersch

DE MOREEL CONSULENT

Joke mag er niet aan denken dat Ster op een anonieme foetusweide begraven zou liggen. Christine Vercammen, auteur van ‘Stille baby’s’ en één van de sprekers op ‘De dood in kinderschoenen’, een artistiek en educatief project rond kindergraven – begrijpt dat best: ‘Steeds minder ouders laten de as van hun overleden kindje anoniem op zo’n gemeenschappelijke begraafplaats bijzetten. Het Sterretjesveld, zo noemden we die plek bij het academisch ziekenhuis in Leiden waar ik lange tijd heb gewerkt als moreel consultent.’

CHRISTINE VERCAMMEN «Net zoals Joke en haar man pakken de meeste ouders het afscheid nu heel persoonlijk aan: ze timmeren zelf het doodskistje, of ze begraven het kindje in het nachthemd dat mama droeg tijdens de bevalling. Sommige ouders schrijven er zelfs een boek over. Dan denk ik aan het pas verschenen ‘Misschien was je vandaag wel geboren...’: een parel van een boek met heel aangrijpende fo-to’s, en tegelijk een eerbetoon van de auteurs aan hun overleden kind.

»Het verschil met vroeger is groot. Dat komt door de begeleiding die ouders nu krijgen in het ziekenhuis. Vroeger – dan spreek ik over de vroege jaren 80 – boden we hen hulp aan; gingen ze daar niet op in, dan lieten we dat zo. Sinds de jaren 90 zorgen we ervoor dat mensen nog een tweede of derde gesprek hebben in de periode tussen het slechte nieuws en de bevalling. Zonder te pushen, welteverstaan. Dan komen ze toch tot andere inzichten. Bijna alle ouders nemen nu bijvoorbeeld foto’s. Ook opmerkelijk: veel meer papa’s houden de baby nu ook eens vast. Vroeger hadden vaders altijd de neiging een stapje achteruit te zetten bij zo’n bevalling en zich meer te concentreren op de praktische kant van de zaak.

»Ook heel belangrijk voor het verwerkingsproces is: anderen erbij betrekken. Het kind mee naar huis nemen, zodat het ook eens in het wiegje of het kamertje kan liggen dat voor hem of haar bedoeld was. Dan kunnen familie en vrienden thuis afscheid komen nemen. Da’s veel tastbaarder dan een foto – dat blijft maar papier. De baby met eigen ogen zien neemt toch wat van het taboe weg. Maar wennen doet het nooit, ook niet voor hulpverleners. De keren dat ik zelf met tranen in m’n ogen heb gezeten...»

Isabelle, de mama van Laurane: ‘Als mensen me vragen hoeveel kinderen ik heb, dan zeg ik: ‘Ik heb er thuis vier.’ Een subtiel verschil, want dan denk ik erbij: ‘Eentje is niet thuis.” Beeld HUMO/Jelle Vermeersch
Isabelle, de mama van Laurane: ‘Als mensen me vragen hoeveel kinderen ik heb, dan zeg ik: ‘Ik heb er thuis vier.’ Een subtiel verschil, want dan denk ik erbij: ‘Eentje is niet thuis.”Beeld HUMO/Jelle Vermeersch

LAURANE

Helaas gebeurt het vaker dan we vermoeden: in 2009 stierven bijna 6 op 1000 baby’s tijdens of voor de bevalling. In 2000 overkwam het Isabelle en haar man Bert.

ISABELLE RASKIN «Ik had nog amper twee weken te gaan, ik was al met bevallingsverlof. Die dag was ik gewoon thuis met Anne-Catherine, onze oudste dochter. Ik had de hele voormiddag mijn handen vol met haar, want ze was wat ziek en huilerig. ’s Middags dacht ik opeens: ‘Vreemd, ik heb vandaag nog geen stampjes gevoeld.’ Ik heb Anne-Catherine in bed gestopt, en ben toen zelf iets gaan eten. Meestal re-ageerde ze dan onmiddellijk, maar die keer niet. ‘Dan ga ik maar wat op bed liggen,’ dacht ik. Daar reageerde ze doorgaans ook op, maar nu: niks. Ik heb mijn man gebeld en die zei: ‘Meteen naar het ziekenhuis.’

»Ik weet nog dat ik onderweg twee mensen gezellig zag keuvelen in een bushokje. Op dat moment flitste het door mijn hoofd: ‘Zo zorgeloos een praatje slaan, dat ga ik nooit meer kunnen.’ Raar hè? Ik dacht ook aan mijn neef, die peter van ons kindje zou worden: hij was negen maanden eerder zijn zoontje verloren bij de geboorte. ‘Hoe ga ik het hem vertellen?’ dacht ik. Eigenlijk wist ik dus al dat het afgelopen was. Geen idee hoe dat kan. Moederinstinct, misschien?

»Nog zoiets vreemds: mijn horloge is die nacht rond half vijf stilgevallen. Uit de autopsie is achteraf gebleken dat Laurane rond die tijd gestorven moet zijn. Waarschijnlijk heeft ze met haar voetje tegen haar navelstreng gestampt, of heeft ze wat met haar poep zitten wringen en er per ongeluk tegenaan geduwd. De navelstreng is slijmerig en glibberig, precies om dat soort ongelukken te vermijden, maar af en toe gebeurt het tóch. Achteraf vergeleek de gynaecoloog het met een tuinslang die je afknijpt: de baby krijgt geen zuurstof of voedsel meer, en op een fractie van een seconde is het afgelopen.

»In het ziekenhuis hebben ze me meteen aan de monitor gelegd. De stagiaire vond geen hartslag. Ze haalde er een verpleegster bij, maar ook bij haar bleef het verlossende geluid uit. Daarna werd er een assistent gynaecologie bij geroepen: ook die vond niks, terwijl ze steeds zenuwachtiger over mijn buik wreef en het scherm van haar monitor van me wegdraaide. Uiteindelijk kwam de dokter – tegen die tijd stonden ze al met z’n vijven in mijn kamer. Hij heeft het me verteld.

»Ik heb meteen mijn man gebeld. Die was totaal over z’n toeren. Een collega heeft hem met de auto van Brussel naar het ziekenhuis moeten brengen. Ook mijn moeder is meteen naar me toe gekomen. Zij dacht nog dat de dokters zich vergisten, maar ik wist: dit komt niet meer goed.

»Er zijn zeker tranen gevloeid, maar gek genoeg niet de hele tijd. Integendeel: er spookten allerlei praktische vragen door mijn hoofd. Welke kleedjes ga ik haar straks aandoen? En: mag ik haar een knuffel meegeven? Dat heb ik nog diezelfde middag aan een verpleegster gevraagd. We hebben ook die dag nog naar het geslacht van ons kindje gevraagd – tot dan waren we van plan geweest ons te laten verrassen. De verpleegster heeft ons dossier erbij gehaald: het was een meisje. Ik dacht meteen: ‘Jaja, maar stel dat ze zich vergissen. Ik ga haar straks niet verschonen, en dan weet ik nooit of het wel écht een meisje was.’ Dat was dan ook het eerste wat ik na de bevalling deed: checken of het een meisje was. Achteraf lijkt dat absurd – bij de autopsie zou zo’n vergissing sowieso opgemerkt zijn – maar dat waren nu eenmaal de gedachten die in m’n hoofd speelden.»

HUMO Ze zeggen weleens dat onze hersenen ons beschermen tegen te grote trauma’s: dan blokken ze de emoties gewoon af.

ISABELLE «Dat moet het geweest zijn: je overlevingsinstinct neemt het van je over. Ik heb die nacht zelfs nog wat geslapen. ‘Ik moet nu slapen, want morgen zal dat niet meer lukken,’ dacht ik. ‘Dan ben ik veel te emotioneel.’

»De vraag ‘waarom?’, daar was ik eigenlijk niet zo mee bezig. Natuurlijk wilden we opheldering, maar we voelden ons te zeer verdoofd om daarover na te denken. Ik was wel wat bang voor wat ik te zien zou krijgen: misschien had ons kindje een afwijking en was ze daarom gestorven. Maar een verpleegster legde uit dat er twee mogelijkheden waren: ‘Ofwel is het een keuze van de natuur, ofwel is het gewoon brute pech. Bij jullie is het waarschijnlijk brute pech.’

»Ze hebben nog gewacht tot ’s avonds om de bevalling in te leiden. Ik had mijn gynaecologe gevraagd om een keizersnede, maar dat weigerde ze. Achteraf ben ik daar blij om. Een epidurale verdoving kreeg ik wél. Gelukkig, want ik voelde me absoluut niet in staat om ook nog eens helse pijnen te doorstaan. Maar ook dan bleef het een verschrikkelijke ervaring. Andere mama’s van levenloos geboren kindjes putten troost uit die bevalling: ‘Ik wilde dat doen voor mijn kind...’ Nee, voor mij was het een nachtmerrie. Ik had ook het gevoel dat de verdoving helemaal niet werkte. De anesthesist kon me echt niet meer geven, zei hij: ‘Sorry, we zitten aan de maximale dosis.’ Kennelijk werkte mijn lichaam tegen.

»Op 20 september om 9 uur ’s ochtends is Laurane geboren. Mijn man moest haar als eerste in zijn armen nemen, vond ik. Ik had haar acht maanden gedragen; hij had de kans nog niet gekregen haar te voelen. Ik weet niet meer wat er door me heen ging toen ik haar zag. Ze had donkerblauwe, bijna zwarte lippen. Ze had ook een klein wondje op haar voorhoofd. Vrij snel nadat een kindje in de buik is gestorven, komt de huid los. Dat wondje was eigenlijk een blaasje dat zich gevormd had op een plek waar de huid al was losgekomen. Door de bevalling was dat blaasje opengegaan. Verder was ze perfect. Van onze vijf kinderen was ze zelfs de dikste: bijna 3,6 kilo. Het allerergste – dat herinner ik me wél nog – was dat ik haar niet hoorde huilen (vecht tegen de tranen).

»Ze hebben haar nadien in een bedje op onze kamer gelegd. Mijn man heeft haar nog gewassen, en haar een pampertje en een pyjama aangedaan. Alleen onze ouders en de peter zijn komen kijken – verder hadden we geen behoefte aan bezoek. Diezelfde avond nog hebben we afscheid genomen, omdat ze ons gewaarschuwd hadden: ‘We weten niet hoe ze er zal uitzien wanneer ze terugkomt van de autopsie.’ De volgende dag is ze naar Leuven vertrokken.»

HUMO Hebben jullie nooit getwijfeld aan die autopsie?

ISABELLE «Nee. Niet weten is het ergste. Ook Laurane had recht op de waarheid. Ook omdat mensen dan achteraf niet konden zeggen: ‘Ach, beter zo. Het zou toch maar een sukkeltje geworden zijn.’ Néé: ze was een perfect gezond kind. Was ze een dag eerder geboren, dan was er niks aan de hand geweest. Dan had ze niet eens in de couveuse moeten liggen.

»Een ex-collega van mijn man had nog als verpleegster gewerkt in het UZ Leuven. Van haar hoorden we dat ze de baby’s heel respectvol behandelen tijdens de autopsie. Toen we Laurane op vrijdag terugkregen, zag je niks aan haar. Er zat alleen een plakker op haar borstkasje, onder haar kleertjes. Achter haar oortjes zaten twee sneetjes, met een plakkertje erover. Voor de rest was ze mooi gaaf.

»Op het verdict hebben we nog moeten wachten tot 2 oktober. Aan de placenta hebben ze gemerkt dat de bloedtoevoer even onderbroken moet zijn. Daaraan moet het gelegen hebben, want verder hebben ze niks gevonden.

»Een schuldgevoel heb ik heel bewust niet toegelaten. Ik kon er niks aan doen: het is gebeurd tijdens mijn slaap. Al neemt dat niet weg dat ik bij mijn volgende drie zwangerschappen doodsangsten heb uitgestaan. Ik ben ontelbare keren in paniek naar het ziekenhuis gegaan. Ik heb ook dikwijls iets gegeten, een reep chocolade of zo, om daarna op de zetel te gaan liggen, wachtend op een stampje.

»Op het einde van mijn derde zwangerschap heb ik de deur van de keukenkast in mijn buik gekregen. Niet hard, maar ik was meteen in paniek. In het ziekenhuis bleek dat er maar één gynaecoloog dienst had: de man die me destijds had verteld dat Laurane dood was. Ik wilde hem niet zien: in mijn ogen was hij de slechterik. Hij was de enige op wie ik kwaad was. De verpleegster heeft nog haar best gedaan om een collega te vinden, maar er was niemand. Die man is mijn kamer binnengekomen en heeft zich meteen geëxcuseerd. Hij begreep zelfs dat ik boos was. Het bleek een heel gevoelige man te zijn, die zelf ook had geleden onder wat er was gebeurd.»

HUMO Welke aandenkens hebben jullie aan Laurane?

ISABELLE «Het ziekenhuis heeft foto’s genomen, en we hebben ons eigen fototoestel aan een verpleegster meegegeven met de vraag of ze nog wat extra foto’s kon maken. Ik wilde vooral kunnen zien op wie Laurane leek. Op de oudste, zo bleek. Voet- of handafdrukjes hebben we niet. Dat deed het ziekenhuis in die tijd nog niet, en zelf hebben we er niet aan gedacht. Nu vind ik dat jammer. We hebben wel wat haartjes van haar, een zakdoek waarmee Bert wat speeksel van haar wangetje heeft geveegd, en haar armbandje. Dat bewaren we in een kluis. »Haar foto’s staan in onze woonkamer, gewoon tussen de andere gezinsportretten. Onze twee oudste dochters hebben er ook eentje op hun kamer staan. Dat hebben ze zelf gevraagd.

»Anne-Catherine spreekt veel over haar. Ze mist haar echt, misschien omdat ze haar nooit heeft gezien. Soms heb ik daar spijt van. Niet dat ze het had begrepen – ze was pas anderhalf – maar de gedachte alleen al had haar nu misschien kunnen troosten. De enige troost die ze nu heeft, is dat Laurane begraven is in een pyjamaatje dat zij ook nog gedragen heeft als baby. ’t Zijn van die kleine dingen...

»De eerste maanden was Anne-Catherine mijn grote redding. Vooral ’s ochtends had ik het moeilijk: wéér een nieuwe dag zonder Laurane. Dan kwam Anne-Catherine me uit mijn bed trekken. Gek hoe kinderen op die leeftijd over voel-sprietjes beschikken. Zij trok ons vooruit. Soms zelfs letterlijk: toen we een paar dagen na de bevalling het ziekenhuis verlieten, liep ze voor ons uit. Op een gegeven moment draaide ze zich om met een blik van: ‘Zeg, komen jullie nog?’ Met haar kleine beentjes stapte ze sneller dan wij. Om maar te zeggen hoe leeg we ons voelden.

»De week nadien hebben we Laurane begraven. Onze begrafenisondernemer had zelf ook een kindje verloren, en dat voelde je. We hadden hem het babydekentje meegegeven dat mijn grootmoeder had gebreid – dat deed ze bij elke geboorte – en hij vroeg spontaan welke kant we aan de buitenkant wilden: de witte of de roze. Voor een ander lijkt dat banaal, maar ons deed dat zóveel deugd. Hij begreep ook meteen dat we geen zwart kruisje wilden op het graf, liever eentje in blank hout. En op zijn factuur stond: ‘Begrafeniskosten voor uw kindje Laurane.’ Da’s een wereld van verschil met wat er op de factuur van de grafzerkenleverancier stond: ‘Grafzerk voor wijlen Laurane Van der Wee.’ Alweer: het zijn de details.

»De viering hebben we gedaan in de kapel van het ziekenhuis. Een vriend van ons, een jezuïet die we al sinds onze studententijd kennen, leidde de begrafenis. We hebben haar ook zelf gedoopt: gewoon, met water uit de kraan. Geen idee of dat mag van de Kerk, maar voor mij is het geldig, en dat is wat telt. We hebben haar begraven op het kerkhof, naast het kindje van mijn neef. Nu ligt ze daar tenminste niet alleen.

»Op haar graf staat een tekstje uit ‘Le petit prince’: ‘On ne voit bien qu’avec le coeur. L’essentiel est invisible pour les yeux.’ Dat staat ook op haar geboortekaartje. Verder hebben we er alleen een kruisje aan toegevoegd. We wilden graag haar geboorte aankondigen, niet haar dood.»

HUMO Veel ouders hebben het er moeilijk mee dat hun kindje enkel een sterfteakte krijgt maar geen geboorteakte.

ISABELLE «Ik ook. Het heeft te maken met erfenisrechten of zo – juridische regeltjes die ik niet ken. Als ik aan het gemeentehuis een bewijs van gezinssamenstelling vraag, dan staat Laurane daar niet op. Dat stoort me. Waarom kan dat niet? Zet er dan gewoon een kruisje achter, denk ik dan.

»Als mensen me vragen hoeveel kinderen ik heb, dan zeg ik: ‘Ik heb er thuis vier.’ Een subtiel verschil, want dan denk ik erbij: ‘Eentje is niet thuis.’ De meeste mensen hebben dat niet eens door, maar dat hoeft voor mij ook niet. Het gebeurt dat ik ook gewoon antwoord: ‘Vijf.’ Als de leerlingen in mijn klas het vragen – ik ben leerkracht Frans – en ik zeg dat er eentje gestorven is, dan schrikken ze wel. Meestal gaan ze er niet verder op in. Dat hebben de meeste mensen: ze weten niet hoe ze moeten reageren. Dan denk ik: ‘Zég dat dan, dat je niet weet wat je moet zeggen.’ Voor mij is dat prima. Liever dat dan goeie raad.»

HUMO Veel goeie raad moeten aanhoren?

ISABELLE «Massa’s! ‘Wees blij: je hebt er al eentje.’ Of: ‘Och, je hebt haar toch niet gekend.’ Voor veel mensen is Laurane geen volwaardige persoon. Vorig weekend nog: we gingen op bezoek bij iemand wiens volwassen zoon was gestorven. ‘Een kind verliezen, dat wil je niet meemaken,’ zei ze. Toen haar frank viel, voegde ze er snel aan toe: ‘Ja, maar bij jullie was het een kleintje. Als ze groot zijn, is het veel erger.’ Ach, op den duur wapen je jezelf tegen dat soort opmerkingen. Voor mij is het des te belangrijker om op te komen voor mijn kind: zelf kan ze het niet (veegt wat tranen weg). Sorry, hoor. Da’s dan bijna elf jaar geleden en toch...

»Als iemand me nu vrolijk komt vertellen dat ze zwanger is, dan zal ik haar nooit meteen feliciteren. Dat doe ik pas als het kindje er is. Nadat ik Laurane had verloren, was ik ook niet jaloers op andere dikke buiken. Ik dacht alleen: ‘Wacht maar, je bent er nog niet.’ Mensen zeggen vaak: als het maar gezond is. Ik zeg: als het maar lééft en gezond is.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234