Een meesterwerk van 50: 'A Love Supreme' van John Coltrane

Goud! Omdat vijftig jaar ook voor een mijlpaal net dat is – een mijlpaal – worden de monumenten van de popmuziek, die vanaf 1965 in ijltempo het daglicht begonnen te zien, vanaf 2015 één voor één in de bloemen, het zonnetje dan wel een ánder daglicht gezet door de onkreukbare muziekredacteuren van Humo past, present en future. Een mooie nieuwe traditie die wij meteen al op losse schroeven zetten, want we starten lekker recalcitrant met een jazzplaat: ‘A Love Supreme’ van John Coltrane. Daar zijn volgens (gvn) namelijk goeie redenen voor.

‘A Love Supreme’ zet het adjectief op de verkeerde plaats en is een dankgebed aan God dat John Coltrane ruim twee jaar voor zijn dood maakt met drummer Elvin Jones, bassist Jimmy Garrison en pianist McCoy Tyner, klinkende namen die op de radio kunnen worden gefluisterd alsof er een nachtelijke biljartwedstrijd aan de gang is. Dat godenkwartet is op haar hoogtepunt en neemt alles in vier uur tijd op. We zijn 9 december 1964. Locatie: de Van Gelder Studio. Englewood Cliffs. Bergen County. New Jersey. Men moet niet ver lopen voor een zicht op de machtige Hudson-rivier.

’t Is eind ’64 al een paar jaar geleden dat Coltrane een poos uit de groep van Miles Davis werd gezet, genoeg had van de drugs die tot dat tijdelijke ontslag hadden geleid, en zich vrijwillig van God afhankelijk maakte – waardoor hij zijn geheel eigen vrijheid en onafhankelijkheid vond. In theorie ben ik in die mate ongelovig dat ik dat van die vrijheid-binnen-geloof onzin vind, maar ik zit in dit muzikale gebed al zonder tegenargument na amper 15 seconden – de tijdspanne waarin Coltrane gewoon warm blaast boven een gong (?), een cimbaal (?) en een spaarzame piano, om daarna een minuut te zwijgen terwijl zijn groep een fenomenale groove legt.

De vier basiskampnoten in de bas – die in de nineties gesampled werden in Pattersons ‘Freedom Now’, dat een Mo’Waxverzamelaar opende – worden boventoeterd in een wereld die je moeilijk nog een resem variaties kan noemen; een aarzelend openingsgebed is het ondertussen ook niet meer.

Na twee minuten zitten we in een tros noten en akkoorden waarvan Miles Davis beweert dat Coltrane ze aan hem te danken heeft: ‘I gave him all these little things, like – play this for me, Trane. And it’d sound like blablablablublurp.... If you play without stopping, you sound like Coltrane.’ Het is waar dat Coltrane dikwijls speelt zonder te stoppen. Maar als blablablablublurp klinkt het allesbehalve.

Na vier minuten toetert hij nogal doordringend hoopjes schrille noise en inwendig onbehagen op het tapijt. Hij vindt onmiddellijk de kalmte terug en blaast de vier dragende beginnoten 36 (!) keer in alle mogelijke soorten, maten en gewichten. Daarna zegt hij de woorden ‘a-love-su-preme’ gewoon op, hij mompelt ze een keer, reciteert ze iets harder, smeekt ze af. Deel 1 van deze bizarre meditatie loopt uit in de bas. ‘Acknowledgement’ zit erop. De wereld heeft al een paar keer op z’n kop gestaan. We zijn een kleine acht minuten ver.

Van de stomender middendelen ‘Resolution’ en ‘Pursuance’ kon ik vroeger niet geloven dat de groep er in één avond van vier uur en een paar takes (en een verwaarloosbare overdub) mee klaar was. Mijn favorieten kwamen toen uit een vroegere periode en andere bezettingen: het warmbloedige ‘Blue Train’ en het nog betere ‘Giant Steps’.

Vandaag zijn de andere platen met dit kwartet favorieten geworden: ‘After the Rain’, ‘India’ en ‘My Favorite Things’ (waarvan de langste versie altijd de beste is) zitten al in de Indiase sfeer die Coltrane verkende en die in ‘A Love Supreme’ subtieler aanwezig is: Elvin Jones krijgt hier bijvoorbeeld de opdracht met vier Shiva-armen minder te drummen.

Het op en neer van de liveplaat ‘Afro Blue Impressions’ en vooral de daarop overal precies uitgekiende solospotjes voor bassist, pianist én drummer (die eigenlijk gewoon de kooltjes heet maken om ze op het juiste moment aan Coltrane door te spelen) maken het verhaal van de korte opnametijd aanneembaarder. Tel daarbij op dat het kwartet waanzinnig veel optrad en dat afsluiter ‘The Drum Thing’ van de ‘Crescent’-plaat van een paar maanden eerder zelfs exact eindigt waar ‘A Love Supreme’ begint, in de vier basnoten die ‘Acknowledgement’ overeind houden. Deze groep is met andere woorden perfect voorbereid om zich eens goed te laten gaan.

1964 is het jaar van ‘Hello Dolly’ van Louis Armstrong, soundtrackmuziek vol nostalgie naar de dansvloerjaren van de jazz. Het is het jaar van Albert Aylers ‘Spiritual Unity’, ook een klasbak vol saxgetoeter, maar droger en hoekiger: de sfeer is een beetje die van een fanfare. ‘A Love Supreme’ is bij momenten Ayler-extreem, maar tegelijk rijst overal een helderheid en een naturel op die verklaren waarom het een hit is kunnen worden. Aan het eind van ‘Pursuance’ blaast Coltrane meer ingewanden uit dan John Zorn bij Painkiller, maar daarna brengt de bassist echte rust over een plaat die eigenlijk bijna overal op relatief kalme manier aanwezig is. Het is een komen en gaan van inspanning en beloning, crisis en loutering, voornemen en volharding, indrukwekkend gesoleer en een nog indrukwekkender som der delen.

Het slotdeel ‘Psalm’ is – echt waar – als neergeschreven gebed te volgen, lettergreep per lettergreep: de woorden ‘Thank You God’ zijn als vaak terugkerende triool herkenbaar, elation, elegance en exaltation klinken het indrukwekkendst op tenorsax boven de keteltrommen van Jones. Met dit ‘Psalm’ erbij is ‘A Love Supreme’ alle jazz bij mekaar: muziek die uit de geopende deuren komt gestroomd van het kerkje dat nog gebouwd moet worden.

Odes? Guru van Gang Starr (en van de Jazzmatazz-platen) rapte zich in ‘A Jazz Thing’ – with a little help from Branford Marsalis – doorheen de geschiedenis van een zeer belangrijk muziekgenre, dat ook kreeg af te rekenen met bikkelharde kritiek, stijl ‘It isn’t dead. It just smells funny’. Guru wijdt in ‘Jazz Thing’ een halve strofe aan ‘John Coltrane, a man supreme / he was the cream / he was the wise one / the impression of Afro Blue / and of the promise / that was not kept / he was a giant step’.

De mooiste ode aan ‘A Love Supreme’ zelf is van Morgan Freeman, die al een carrière lang probeert te kijken als de karakterkop op de hoes.


Beluister de volledige plaat 'A Love Supreme', aangevuld met liveopnames en alternatieve takes:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234