null Beeld

Een meesterwerk van 50: 'Bert Jansch'

Op papier kan de 50-jarige ‘Bert Jansch’ geen klassieker zijn. Ze gaat van plinke dinke plinke plong (getokkelde folkgitaar) en ohhoooo how your looooove is strongggg (klaaglijke Schotse folkstem, die zingt over romantisch en sociaal onrecht). En toch. Alles aan ‘Bert Jansch’ schrééuwt classic album.

Al even legendarisch is de manier waarop de plaat tot stand kwam. Bill Leader was een geluidstechnicus/producer die zich in 1965 in de Londense folkscene bewoog. Hij overtuigde de 19-jarige Bert Jansch om in zijn keuken en op een geleende gitaar vijftien tracks op te nemen, en verkocht de band voor de prinselijke som van 150 pond aan het folklabel Transatlantic. We kunnen niet zeggen dat het resultaat een wereldhit werd. Maar door de jaren heen werden er toch zo’n 150.000 exemplaren van verkocht. En al wie de plaat kocht, vertelt ons gevoel ons, wilde meteen gitaarspelen en zingen zoals Bert Jansch, net zoals wie ‘The Velvet Underground & Nico’ (1967) kocht, bijna niet anders kon dan zelf een decadente rockgroep op te starten.

Ikzelf ontdekte de elpee ‘Bert Jansch’ eind 1979, denk ik. Ik was al gebeten door The Police en The Cure, maar iets in mij wilde ook een folkjongen met een ruitjeshemd en een akoestische gitaar zijn. En ja, ‘Bert Jansch’ moedigde mij daarin aan. Zo moeiteloos cool als de Bert van de hoes zou ik nooit kunnen kijken, en het gitaarwerk zou mij nog talloze uren studiewerk kosten, maar het zaad was gezaaid. ‘Bert Jansch’ had mij helemaal in de ban.

Waarom? Dat is nu, vijftig jaar na die keukensessie, nog altijd overduidelijk. Er staan adembenemende instrumentals op, waaronder ‘Angie’, een cover, leerde ik later, van Davey Graham. Iedereen die in de folkwereld van de jaren 60 iets op gitaar wilde betekenen, moest het kunnen naspelen. Paul Simon nam er een versie van op, Roy Harper, John Renbourn, Donovan en talloze anderen lieten er hun stijl door beïnvloeden. Maar de mooiste, spannendste cover van Grahams klassieker was die van Bert Jansch. Hij liet de snaren kletteren en kneep ze hard, tot ze al hun geheimen prijsgaven, net als in zijn eigen composities ‘Casbah’, ‘Finches’ en ‘Veronica’. Het waren gitaarsongs zonder woorden, omdat ze geen woorden nodig hadden. Ze werden waarschijnlijk grotendeels geïmproviseerd in de keuken van Bill Leader, maar ze klonken alsof elke noot het resultaat was van jaren denk- en voelwerk.

En dan de songs mét woorden. ‘Do You Hear Me Now?’, een ietwat naïef protestlied zoals elke singer-songwriter er toen één moest hebben om te scoren bij de vrouwen. Later competent gecoverd en bekender gemaakt door Donovan, maar in de versie van Jansch, die het tegen zijn gewoonte in met overslaande stem zingt, geloofwaardig gebracht, ondanks het nogal simpele verzet van de tekst (‘Freedom fighters, speak with your tongues /Sing with the might of the wind in your lungs’). Uit zijn jonge leven van rondzwervende gitarist is ‘Strolling down the Highway’ gegrepen, een bluesy getoonzette mijmering over liften en rondtrekken met een gitaar op de rug. Hyperromantisch, maar dankzij het rauwe gitaarspel en de koele voordracht zo beatnik als maar kan zijn. In dat nummer en in ‘Rambling’s Gonna Be the Death of Me’ hoor je de invloed van oud bluesvolk als Big Bill Broonzy en Brownie McGhee, verreweg de enige invloeden die Jansch, samen met die van zijn geestelijke Schotse folkvader Archie Fisher, erkende.

'Geen flauwe aap met een falsetstemmetje en een gebreid mutsje - singer-songwriter anno 2015 - maar iemand naar wie je moést luisteren'

Jansch was een leider, geen volger, en dat bleek in de jaren die na deze debuutelpee kwamen. Stewart en Donovan imiteerden hem al, Neil Young maakte zijn hele carrière reclame voor Jansch en de manier waarop diens ‘Needle of Death’ model stond voor zijn eigen meesterwerken ‘The Needle and the Damage Done’ en ‘Ambulance Blues’. De ultieme, maar niet bepaald frisse hommage kwam van Jimmy Page, die Jansch’ interpretatie van de traditional ‘Blackwater Side’ gewoon kopieerde, voor Led Zeppelin opnam als ‘Black Mountain Side’ en de auteursrechten lekker op zak stak.

Minder flagrant, maar zeker ook een feit, was Jansch’ invloed op de jonge Nick Drake. Luister naar ‘Dreams of Love’ op ‘Bert Jansch’ en stel vast: het gitaarspel en de poëtische invalshoek leiden naadloos naar de Nick Drake van ‘Hazey Jane’ en ‘Riverman’. Dreams of Love’ is te perfect voor woorden. Eén minuut tweeënveertig seconden volmaakt samengaan van sobere gitaar, onderkoelde stem, dromerige tekst. Na zo’n prestatie had Jansch gerust even mogen gaan liggen, maar hij voegde er – denk eraan: in iemands keuken – nog het bedachtzame ‘Running, Running from Home’ aan toe, en de absolute antiheroïneklassieker ‘Needle of Death’.

Dat krachtige antidrugslied belette niet dat Jansch later, tijdens zijn solocarrière en in zijn parallelleven als gitarist van de grote Engelse folkgroep Pentangle, zichzelf vaak in de voet schoot met overdreven gebruik van middelen en (vooral) alcohol. Het lijkt, terugkijkend, onvermijdelijk, alleen al als je naar die inmiddels klassiek geworden hoesfoto kijkt: een beeld van een jongeman die je uitdagend aankeek en liet zien dat hij het allemaal wilde uitproberen. Voeg daarbij de ietwat levensmoeë ondertoon in de stem van een vroegrijpe 19-jarige, en je begrijpt: Jansch was toen al de ultieme singer-songwriter. Geen flauwe aap met een falsetstemmetje en een gebreid mutsje – singer-songwriter anno 2015 – maar iemand naar wie je wilde, naar wie je móést luisteren. Toen en nu.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234