null Beeld

Een meesterwerk van 50: 'Bringing It All Back Home' van Bob Dylan

Bob Dylan liet in 1965 achteloos twee onuitwisbare voetafdrukken achter. ‘Highway 61 Revisited’ wordt hier eind augustus gelukgewenst met 50 jaar meesterschap; deze week eerst het meesterschap van Marc Didden, met een opvallend zinnelijke lezing van ‘Bringing It All Back Home’.

Lady in red. Als dat verschrikkelijke liedje er niet was geweest van die weerzinwekkende Chris de Burgh, dan was de dame in het rood ook vandaag nog steeds de fysieke verwerkelijking van mijn vrouwelijk ideaal.

Heeft met Natalie Wood te maken, ongetwijfeld, op wie ik begin jaren 60 zo verliefd was dat ik het lichamelijk bijna niet meer uithield en er even over nagedacht heb mijn lichaam spontaan te schenken aan de jezuïeten, door wie ik toen werd opgevoed. Omdat er toch iets moest gebeuren! Later, toen ik mijn libido al iets beter onder controle kreeg en ontdekt had dat er voor het bevredigen van bepaalde driften ook zelfregelende oplossingen bestonden, werkte de combinatie van een aantrekkelijke vrouw en een goed gedrapeerd stuk rode stof toch nog altijd stimulerend op de kleine stierenvechter diep in mij. En kijk, met de jaren is het effect van de vestimentaire rode lap op mijn hormonenhandel weliswaar wat verzwakt, maar niet verdwenen. Neem nu die rode bloes die Goedele Wachters droeg tijdens het late journaal van 10 maart laatstleden, die maakte mij opmerkelijk gelukkig en deed me toch een vol kwartier alle gezwam over de ‘aangepaste beschikbaarheid’ en andere newspeak vergeten.

Maar de échte lady in red die mijn leven veranderde, heette Sally Grossman en bestond algeheel uit bordkarton. Ze rookte lange sigaretten, ze droeg een knalrood broekpak en ze zat in een hoekige maar elegante pose te blinken op de fascinerende hoes van Bob Dylans vijfde studioplaat ‘Bringing It All Back Home’.

null Beeld

Haar cosy fauteuil stond tegen een stijlvolle marmeren schouw en Sally keek strak in de lens van fotograaf Daniel Kramer. Om haar heen slingerden allerlei voorwerpen die onze jeugdige nieuwsgierigheid (ik was net 16 geworden toen de plaat verscheen) ten zeerste stimuleerden: elpees van Lotte Lenya, Ravi Shankar en Robert Johnson, schilderwerk, magazines, boeken. En, niet te vergeten: in de rechterhoek zat de zanger zelf, die er behoorlijk serieus uitzag. Hard zelfs, al streelde hij tegelijk wel zachtjes zijn toenmalige kat, die natuurlijk Rolling Stone heette.

'Dylanologen hebben zich de tanden stukgebeten op de vraag of dit het begin van het einde was, dan wel het einde van het begin'

De Dylan die daar zat, was niet de brave folkzanger van zijn debuutplaat, of van de hoes van zijn tweede lp, waar hij met zijn meisje door de sneeuw van Greenwich Village liep. Evenmin was hij de zelfbewuste zwart-witkop die we kennen van ‘The Times They Are a-Changin’’. Of de beatdichter op de voorkant van ‘Another Side of Bob Dylan’. Nee, hier zat een mannetje dat de wereld al gezien had en hem helemaal mee naar huis gebracht had. Hier zat een mannetje dat door zijn hersenen al de elektriciteit had voelen stromen waarmee hij even tevoren zijn akoestische gitaar omgevormd had tot een gevaarlijk vuurspuwend beest. Hij had ook aan de middelen gezeten, intussen, was rijk geworden en ook een beetje cynisch. Dylan was toen de man die de avond tevoren misschien zijn single ‘Positively 4th Street’ had geschreven. Een song waarin hij de bloeiende praktijk van de protestsong inruilde voor een nieuw genre: het haatlied. Of hoe zou u anders zinsneden noemen die klinken als volgt?

‘You see me on the street, you always look surprised

You say ‘How are you?’ ‘Good luck’

But you don’t mean it

When you know as well as me you’d rather see me paralyzed

Why don’t you just come out once and scream it?’

Nu, de reden waarom ik u met deze woorden lastigval, heeft niet alleen met die geweldige hoes van ‘Bringing It All Back Home’ te maken, maar ook met de buitengewone muzikale inhoud die op deze vandaag 50-jarige langspeelplaat te horen is, twee kanten lang voor ons destijds, maar nu dus 47 minuten en 14 seconden schoon aan de haak, op de cd die om onverklaarbare redenen in onze streken ook weleens ‘Subterranean Homesick Blues’ wordt genoemd.

Er is veel geschreven en gesproken over die iconische plaat. Ze staat ook in allerlei lijstjes van Beste Elpee van de Jaren 60, Van Alle Tijden, Van de Hele Wereld. Vermaarde Dylanologen hebben zich de tanden stukgebeten op de vraag of ‘Bringing It All Back Home’ het begin van het einde was, dan wel het einde van het begin.

null Beeld

Wij, wij weten zoals steeds van niets en genieten al een halve eeuw lang, zo goed als wekelijks, van de elf briljante songs die de plaat haalden en ook van diegene die ernaast vielen (‘If You Gotta Go, Go Now’, ‘I’ll Keep It With Mine’).

Zelfs als u ‘Bringing’ nog nooit gehoord heeft, kent u tenminste ‘Mr. Tambourine Man’, waarmee The Byrds de kunst van Dylan voor het eerst aan de massa voorstelden. U hebt ondertussen ook wel tijdens de muziekles geleerd dat Bobs raaskallende talking blues ‘Subterranean Homesick Blues’ eigenlijk het allereerste rapnummer is.

En zelfs als u niet over twee oren beschikt, hebt u toch al ergens horen brommen dat ‘It’s All Over Now, Baby Blue’ misschien wel de mooiste song over een liefdesbreuk is die sedert het begin der tijden geschreven is. Ook mooi en in wezen de enige andere ‘normale’ track op Dylans Vijfde is ‘She Belongs to Me’, waarin hij de slaafse minnaar speelt van een vrouw die evenveel talent heeft als hijzelf, de woorden ‘She belongs to me’ nooit uitspreekt, maar wel vreemdsoortige en dubbelzinnige beeldspraak bovenhaalt als ‘But you’ll wind up peeking through her keyhole / Down upon your knees’.

Verder is ‘Bringing It All Back Home’ natuurlijk gewoon een classic album omdat-ie boordevol klassieke songs staat. ‘Maggie’s Farm’, ‘Gates of Eden’, ‘It’s Alright, Ma (I’m only Bleeding)’ bijvoorbeeld. Volgens de enen gaat het hier om pure poëzie, volgens anderen betreft het holle woordenkramerij van iemand die aan te veel pillen tegelijk zit. Voor mij is deze plaat een levenslang lustobject dat als vijfde halte beschouwd mag worden van een foutloos parcours dat Bobbie nog tot en met ‘Nashville Skyline’ (1969) zou volhouden, toen hij even de bocht uit ging met het inmiddels opgewaardeerde ‘Self Portrait’ (1970). Hij herpakte zich trouwens tijdens datzelfde jaar alweer met het fabelachtige ‘New Morning’.

Nu ik uit pure liefde voor u, oude en nieuwe lezers van Humo, nog eens enkele keren na elkaar naar ‘Bringing It All Back Home’ geluisterd heb, is me opgevallen dat de tracks die minder tot het collectieve geheugen zijn gaan behoren, al was het maar omdat Dylan ze zelden live brengt, mij ook makkelijk kunnen betoveren. ‘Outlaw Blues’, bijvoorbeeld, eigenlijk een zelfportret van de artist as a young man die door begint te krijgen dat ze hem de spreekbuis van een generatie gaan noemen, terwijl hij die titel verwerpt: ‘Don’t ask me nothing about nothing / I might just tell you the truth’. Of neem ‘On the Road Again’. Niet de oude bluesklassieker die we allemaal kennen van Canned Heat, maar wel een stukje psychedelische écriture automatique dat de meester huilend de wereld instuurt.

null Beeld

En ten slotte toch nog iets over die lady in red, Sally Grossman. Begin jaren 80 zag ik haar eens staan achter de toog van het Bear Café in Woodstock, dat ze samen uitbaatte met haar man Albert, Dylans eerste manager. Ze knikte naar me en ik knikte terug. Beleefd maar niet eens half verliefd. De lady in red droeg bij die gelegenheid dan ook een doodgewone blauwe keukenschort.


Beluister 'Bringing It All Back Home' hieronder:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234