Een meesterwerk van 50: 'Highway 61 Revisited' van Bob Dylan

‘Op één been kun je niet staan,’ dacht Bob Dylan, en hij liet in 1965 achteloos twee onuitwisbare voetafdrukken achter. ‘Bringing It All Back Home’ kreeg hier in maart van dit jaar 50 kussen – één voor elk jaar meesterschap – en nu is het de beurt aan ‘Highway 61 Revisited’.

1965. Pierre Harmel (PSC) is de Charles Michel van toen, Mobutu komt aan de macht in Congo en Tom Simpson wordt wereldkampioen wielrennen. France Gall wint het Eurovisiesongfestival en The Beatles spelen voor 56.000 hormonaal gestoorde tieners in het New Yorkse Shea Stadium. RSC Anderlechtois wordt afgetekend kampioen met een ruime voorsprong van 12 punten op Standard Club Liégeois. Eusebio krijgt de Ballon d’Or, Paul Van Himst wordt zeer verdienstelijk vierde, voor ondermeer Bobby Charlton en Gianni Rivera.

Op 5 juli wordt in Leuven Sergio geboren.

Als reactie hierop gordt Bob Dylan op het folkfestival van Newport op 21 juli een Fender Stratocaster om en blaast de verzamelde teensletsen van het plein met loeiende versies van zijn classics. De wereld zou nooit meer dezelfde zijn.

'Like a Rolling Stone' start alsof er een wielerkoers op gang geschoten wordt door de lokale burgemeester. Dat schot werd door de hele wereld gehoord'

Dylan was in korte tijd uitgegroeid tot het rebelse symbool van jong Amerika en ver daarbuiten. Er kon geen kampvuur aangestoken worden of daar weerklonk alras ‘Blowin’ in the Wind’, geen protestbetoging kon voorbijgaan zonder dat ‘The Times They Are A-Changin’’ opsteeg uit duizend kelen.

Dylan werd er hoorndol van en weigerde posterboy of ceremoniemeester van een generatie te zijn. Zoals hij later ook weigerde om te headlinen op het Woodstock-festival, dat ongeveer in zijn achtertuin werd georganiseerd. Aan zijn lijf geen polonaise.

In zijn autobiografie ‘Chronicles’ staan verbijsterende passages over de kierewiete adoratie die hem te beurt viel en zijn heldhaftige pogingen om eraan te ontsnappen. Maar als zelfs Robbie Robertson hem vraagt: ‘Waar ga je de muziekscène naartoe brengen, denk je?’ slaan de stoppen finaal door. ‘Het leek wel een samenzwering. Mijn diepste droom was een negen-tot-vijfbestaan, een rijtjeshuis met een wit hekje en roze rozen in de achtertuin. Maar Woodstock was een nachtmerrie geworden, een oord vol chaos.’

Hij maakte vakkundig korte metten met zijn folkaanhang – kill your darlings – op Newport (de toen al oude Pete Seeger stond in tranen toe te kijken op het podium), verhuisde naar New York en evolueerde van een folkie die klonk alsof hij een ernstige longaandoening had naar een soort lawaaierige Joodse neef van Chuck Berry.

Daar lagen trouwens zijn roots: Dylan begon zijn carrière in groepjes als The Golden Chords, The Shadow Blasters en The Rock Boppers, met als enige ambitie het vlekkeloos naspelen van het repertoire van Little Richard.

Zijn muziek werd steeds meer geïnspireerd door simpele blues- en rockpatronen, maar zijn teksten werden steeds caleidoscopischer, onder invloed van beatdichters en -schrijvers als Allen Ginsberg en Jack Kerouac, maar ook vanwege zijn grote bewondering voor de symbolisten. ‘Les fleurs du mal’ van Baudelairelag jaren op zijn nachtkastje. Naast een familiedoos Kleenex.


10 pagina’s kots

Highway 61 loopt door Duluth, Minnesota, waar Dylan in 1941 werd geboren en scheert rakelings langs Hibbing, het oude mijndorpje waar hij opgroeide en naar eigen zeggen op zijn 10, 12, 13, 15, 17 en 18de jaar van huis wegliep, op zoek naar het grote avontuur in de grote stad. Wat bij hem twee steden waren: Minneapolis en St. Paul

‘Er is geen enkele plek ter wereld waar ik mij meer thuisvoel,’ zegt Dylan. ‘Ik ben North Dakota-Minnesota-Midwestern. Ik spreek die taal. Ik heb die kleur. Mijn verstand en gevoelens komen van daar.’

De legendarische plek waar Robert Johnson zijn pact met de duivel sloot, ligt op het kruispunt van de Highways 61 en 49. Je passeert onderweg het hotel waar Martin Luther King in 1968 vermoord werd en de geboortehuizen van Muddy Waters en Elvis.

De geboorteplek van de rock, dus.

De roadtrip start met een song van meer dan 6 minuten, die menig leven heeft veranderd. ‘Like a Rolling Stone’ start met een drum als een geweerschot, alsof er een wielerkoers op gang getrapt wordt door de lokale burgemeester. Dat schot werd door de hele wereld gehoord. ‘Ik zat in de auto met mijn moeder toen ik het voor het eerst hoorde,’ zegt Bruce Springsteen. ‘Ik hoorde de drum en het was alsof iemand de deuren van mijn verstand openzette.’

‘Once upon a time you dressed so fine, threw the bums a dime in your prime, didn’t you?’: meteen les pieds dans le plat. Vroeger was je goud, nu ben je lood. Volgens de Dylan-exegeten (velen onder wie nu in eenzame opsluiting zitten) is ‘Like a Rolling Stone’ een wraaklied, en weet alleen Dylan over wie het gaat. Gaat het over Joan Baez, die in 1964 haar relatie met hem opblies? Gaat het over Sara Lownds, de vrouw met wie hij in november 1965 alsnog zou trouwen? Gaat het over Sergio? Dylan schreef het naar eigen zeggen uit verveling tijdens een Engelse tournee: de eerste tekstversie bestond uit 10 pagina’s ‘kots’ (ik citeer de meester), later teruggebracht tot 649 woorden die de rocklyriek een nieuwe dimensie gaven.


De rancuneuze zanger

‘Like a Rolling Stone’ klinkt na vijftig jaar nog steeds als een klok, maar wel als een klok die wat achterloopt. De song klinkt slordig, de productie is modderig en Michael Bloomfield, die gitaar speelt, heeft al vele betere dingen laten horen. Het prachtige riffje van Al Kooper, dat de song kleur geeft, fluttert wat in de achtergrond. Dylan redt de meubelen door op onevenaarbare wijze de tekst te declameren.

'De pot op met uw flowerpower'

De hele plaat heeft daar last van: ‘Highway 61’ klinkt als een zwerver in een afgedragen trouwkostuum. Alsof producers Tom Wilson en later Bob Johnston, die op dat moment al een legendarische status hadden, tijdens de opnamesessies de hele tijd op café zaten. ‘Het enige wat we niet mochten doen van Dylan,’ zei Bloomfield later, ‘was stoppen met spelen.’

Columbia, de platenfirma van Dylan, twijfelde of ze zo’n lange song op single zou uitbrengen, maar de radiostations lustten er wel pap van en het werd snel Dylans grootste hit tot dan toe.

‘Tombstone Blues’ is een gejaagde shuffle, waarin Bloomfield eindelijk kan laten horen dat hij een briljante gitarist is en ‘It Takes a Lot to Laugh, It Takes a Train to Cry’ is misschien de enige song van de plaat waarop Dylan niet kwaad klinkt. ‘Highway 61’ detoneert in tijden van universele liefde en vriendschap immers helemaal met de tijdsgeest: hier klinkt een kwade, soms rancuneuze zanger. De pot op met uw flowerpower. Luister naar ‘Ballad of a Thin Man’ en u hoort perfect wat ik bedoel.

En ‘Highway 61’ mag dan dankzij het patina van de tijd een classic geworden zijn, er staat wél één geweldige stinker op: ‘Queen Jane Approximately’, met ronduit valse gitaren en hemeltergend gejengel van Dylans mondharmonica. Mochten de geallieerden dat wapen gehad hebben in WO II, de oorlog zou al afgelopen geweest zijn in de lente van 1942.

Gelukkig eindigt de plaat met ‘Desolation Row’, een briljante koortsdroom van een song met de prachtigste beelden over Sint-Imelda en Sint-Aldegondis, de robot van Da Vinci en nog tien verhaallijnen die niet na te vertellen zijn. Dat de gitaarbegeleiding klinkt als een afleggertje van Al Stewart, nemen we er maar bij.

Conclusie: van dik hout zaagt men planken en de reputatie van ‘Highway 61’ is voor mij groter dan de kwaliteit. En ‘Blood on the Tracks’ is veel beter.

Voilà. En als u mij wilt excuseren, dan ga ik nu even aan het infuus.


Beluister 'Highway 61 Revisited' integraal hieronder:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234