null Beeld

Een meesterwerk van 50: 'Rubber Soul' van The Beatles

Nu we weten wat er allemaal nog zat aan te komen, klinkt het een beetje raar, maar toen The Beatles aan ‘Rubber Soul’ begonnen, amper twee jaar nadat hun debuutplaat was verschenen, werden ze een heel klein beetje als has-beens gezien.

'Hoeveel Beatles zijn er nodig om een gloeilamp te vervangen? Vier'

Vijf platen hadden John, Paul, George en Ringo tussen maart ’63 en augustus ’65 gemaakt, naar the toppermost of the poppermost waren ze geweest, en wat populariteit en verkoopscijfers betreft, gaven ze nog altijd iedereen het nakijken, maar the times they were a-changin’, en de hipsters hadden geen boodschap aan nóg een plaat vol Beatles-bubbelgum. Terwijl The Fab Four nog vasthingen aan rock-’n-rollcovers en eigen songs waarin de vrolijke liefde tussen jongens en meisjes werd bezongen, predikte The Who de revolutie en vechten op straat, hadden The Stones te kennen gegeven niet langer satisfaction te vinden, en waren The Kinks al in de weer met uitheemse invloeden en karakterstudies in songvorm. Engagement was nodig, boodschappen, experiment, en om dat alles een zetje te geven: drugs. The Beatles wisten wat hun te doen stond, en hoewel ze het roer nog niet volledig omgooiden, gaven ze er op ‘Rubber Soul’ wel een nog lang nazinderende snok aan. Paul McCartney: ‘De enige boodschap die we op onze vroege platen verkondigden, was: ‘Koop alstublieft onze platen.’ ‘Thank You Girl’, ‘From Me to You’, ‘She Loves You’: heel vriendelijk allemaal, heel please, please, please. Daar waren we klaar mee, het was tijd voor meer uitdagende, surrealistische dingen.’

Live waren The Beatles ook al uitgebonjourd. In ’66 volgde nog een laatste rondje door Amerika, en er was uiteraard het beruchte rooftopconcert in 1969, maar de tour die ze na de release van ‘Help!’ in augustus ’65 hadden ondernomen, met het concert in Shea Stadium in New York als orgelpunt, had veel duidelijk gemaakt. Voornamelijk: dat het geen zin meer had om op te treden voor een publiek dat luider scheeuwde dan de The Beatles konden zingen. De groep ging zich voltijds concentreren op het studiowerk, en platen waren niet langer dingen die snelsnel moesten worden opgenomen tussen concert- en andere verplichtingen door. ‘Rubber Soul’ was de eerste waarvoor The Beatles hun tijd namen, al klinkt ook dat gek voor een plaat waaraan op 12 oktober begonnen werd en die nauwelijks vier weken later klaar was. Op 3 december, net op tijd voor kerstmis en amper twee weken na de finale mix, lag ze al in de winkel. Ze waren dan wel a-changin’, het waren nog steeds andere tijden.

null Beeld


De pet van Lennon

De te volgen man die de wereld van de popmuziek op stelten had gezet, was ene Bob Dylan uit Amerika. Alleen: Dylan viel niet te volgen. Al deed met name John Lennon wel heel erg zijn best. Lennon was in navolging van Dylan een bohemienpet gaan dragen, net op het moment dat Dylan ze alweer had afgezet, en een paar weken na ‘Help!’, waarop Lennon enkel akoestische gitaar had gespeeld, verscheen ‘Highway 61 Revisited’, de eerste volledig elektrische plaat van Dylan. Er restte The Beatles niets anders dan hun voorbeeld te volgen in die discipline waarin beide kampen uitblonken: de songschrijverij. En wat dat betreft was er voor de jongens uit Liverpool vooral tekstueel nog werk aan de winkel.

Lennon nam het voortouw met ‘Norwegian Wood (This Bird Has Flown)’, een song over een verboden/verdorven liefdesrelatie die zodanig veel Dylan-DNA bevatte dat Bob niet anders kon dan een wederwoord formuleren: het één jaar later op ‘Blonde on Blonde’ verschenen ‘4th Time Around’ maakte gebruik van dezelfde driekwartsmaat en een bijna identieke frasering en melodie. Wat Lennon bijzonder paranoïde maakte. Vooral de laatste zin zat hem dwars: ‘I never asked for your crutch / Now don’t ask for mine’. Waarmee Dylan zoveel zei als: wil je alsjeblieft even je eigen songs schrijven, vriend. De twee kenden elkaar al, maar werden pas later echt beste maatjes, Lennon ging ‘4th Time Around’ zelfs zien als een hommage, en eigen songs schrijven, dat had Lennon op ‘Rubber Soul’ al gedaan. Een meesterwerkje zelfs: ‘In My Life’.

‘In My Life’ was geïnspireerd door ‘In His Own Write’, een Lennon-autobiografie die een jaar eerder was verschenen en waarvan een journalist had gezegd: ‘Waarom schrijft-ie zo eens geen songs?’ John Lennon: ‘In My Life’ was de eerste song die heel bewust over mijn eigen leven ging. Ik wandelde in gedachten langs de plaatsen en gebeurtenissen uit mijn jeugd, en schreef mezelf muurvast. Pas toen ik mijn aanvankelijke plan liet varen en mijn greep loste, de dingen wat abstracter liet worden, kwam de song tot leven. Paul heeft dezelfde techniek later toegepast in ‘Penny Lane’, dat wél gediend bleek te zijn van concrete beschrijvingen. Nochtans: ik was het die in Penny Lane woonde, niet Paul.’

Ook McCartney had besloten om zijn blik te verruimen en schreef ‘I’m Looking Through You’ en ‘You Won’t See Me’, twee niet zo flatterende liefdes- en afscheidsbrieven aan Jane Asher, met wie zijn relatie sinds de spurt naar het sterrendom steeds turbulenter was geworden.

Onder invloed van marihuana waren ook de samenwerkingen met Lennon andere vormen gaan aannemen. McCartney: ‘Voor ‘The Word’ deden we iets wat we nooit eerder hadden gedaan: we rookten een paar jointjes en schreven een tekstblad vol, beurt om beurt een regel, telkens in een andere kleur. We rookten normaal nooit als we aan het werken waren, onze kop werd er mistig van en onder invloed valt op een bepaald moment altijd onvermijdelijk de vraag: ‘Wat waren we ook alweer aan het doen?’ Maar voor ‘The Word’ deden de marihuana en de kleurtjes wonderen. En later zijn we uiteraard nog veel uitgebreider gaan experimenteren.’

Niet alleen tekstueel werd op ‘Rubber Soul’ de deur naar het experiment opengezet, ook muzikaal zette de groep een aantal gewaagde stappen. Lennon en George Harrison waren in Amerika bevriend geraakt met David Crosby en The Byrds, die hen hadden blootgesteld aan Indische muziek. Vooral Harrison was op slag verliefd. ‘If I Needed Someone’, één van de twee Harrison-composities op ‘Rubber Soul’, is duidelijk geïnspireerd door de drone die de Indische muziek zo typeert, terwijl de partij die hij op zijn 12-snarige elektrische gitaar uit de mouw schudt bloedverwantschap vertoont met die van ‘The Bells of Rhymney’ van The Byrds. En dan was er uiteraard nog de sitar. Hoewel The Kinks ’m eerder dat jaar al hadden binnengelaten in ‘See My Friends’, en ook The Yardbirds al een sitarspeler op de kop hadden getikt voor ‘Heart Full of Soul’, is het die van Harrison in ‘Norwegian Wood’ die de popmuziek veruit het hardst en het langst gebrandmerkt heeft.

Maar er was meer. McCartney die voor ‘Think for Yourself’ zijn bas – een net voor de opnames aangeschafte Rickenbacker (later bekend geworden als de Lemmy-bas) door een fuzzbox stuurde, Ringo die in ‘I’m Looking Through You’ de maat sloeg op een luciferdoosje, tourmanager Mal Evans die orgel mocht spelen in ‘You Won’t See Me’, en de anders zo behoudsgezinde producer George Martin die zijn pianopartij voor ‘In My Life’ op halve snelheid opnam – naar eigen zeggen omdat hij het niet sneller kon spelen – en ze versneld weer aan de song toevoegde, waardoor de solo een soort spookhuisachtig kermiseffect meekreeg. The Beatles vonden het prachtig en gingen op latere platen nog veel uitvoeriger experimenteren met wisselende tapesnelheden op alle instrumenten.

Zelf de hoes van ‘Rubber Soul’ was een experiment. Of beter: een geniale toevalstreffer. Net toen The Beatles de foto hadden gekozen die het zou gaan worden, viel in de diaprojector het plaatje twintig graden achterover, en verscheen op het scherm de vervormde, uitgerokken foto zoals we hem nu al vijftig jaar kennen. Naar verluidt klonk het als uit één mond: ‘Can we have that one?’ Wat me doet denken aan een grap van George Harrison: ‘Hoeveel Beatles zijn er nodig om een gloeilamp te vervangen? Vier.’

Nochtans verschenen tijdens de opnames van wat algemeen beschouwd wordt als het eerste echte meesterwerk van The Beatles ook de eerste barsten in de succesvolste vriendschap die de popmuziek ooit gekend heeft. Lennon stelde zijn veto tegen het uitbrengen van ‘Michelle’ als single, vermoedelijk omdat het de eerste song was die McCartney nagenoeg in zijn eentje had geschreven én opgenomen. ‘Day Tripper / We Can Work It Out’ werd de eerste dubbele A-single in de geschiedenis van de pop, omdat Lennon, die ‘Day Tripper’ geschreven had, ‘Day Tripper’ wilde, en de rest ‘We Can Work It Out’ (een fiftyfifty-samenwerking tussen The Fab Two). ‘Day Tripper’ en ‘We Can Work It Out’ vindt u niet terug op ‘Rubber Soul’ omdat singles destijds niet op platen mochten staan. Ik had het ze 50 Cent graag horen uitleggen.

Het grootste acheraf-dispuut onstond echter over Lennons ‘In My Life’, waarvan McCartney beweerde dat de muziek integraal zijn stempel droeg, terwijl Lennon zei dat hij enkel de brug uit handen had gegeven. Alleen: ‘In My Life’ heeft geen brug.

Maar spanning levert wel vaker grote kunst op, en ‘Rubber Soul’ is met ruime voorsprong de beste overgangsplaat aller tijden. Op 12 december 1965 dook ze voor het eerst op in de Britse charts, een week later had ze de soundtrack van ‘The Sound of Music’ van de eerste plaats verstoten. ‘Rubber Soul’ was de plaat die Brian Wilson aanzette tot het maken van ‘Pet Sounds’, dat op zijn beurt The Beatles inspireerde tot ‘Sgt. Pepper’s’. Maar dat is een verhaaltje voor een volgende keer.


Beluister 'Rubber Soul'

undefined

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234