Een meesterwerk van 50: Smokey Robinson

Een plaat over verdriet en verliefdheid die nooit smerig of onnozel klinkt en ver van de waanzin blijft, maar toch binnenkomt als waarheid: dat is ‘Going to a Go-Go’, het meesterwerk van Smokey Robinson And The Miracles uit 1965. Robinson stopt rauwe gevoelens in een zijden pak, maar het is zijde die schuurt. Zijn falset doet het werk van een sloophamer en de Motown-soul vol doowopnostalgie glijdt zo het ene oor in, maar komt het andere nooit meer uit.

'Vederlicht & verpletterend'

Op zijn vijftiende start William ‘Smokey’ Robinson Jr. uit Detroit een doowopgroepje met vier vrienden die even arm zijn als hij: The Five Chimes. Zingen op straathoeken is hét ding in 1955. Een podium, instrumenten of microfoons heb je niet nodig, de weg naar meisjes en roem loopt gewoon langs het trottoir. Just snap your fingers.

Tien jaar later is doowop zo goed als dood, maar Smokey en zijn maats hangen nog altijd vast aan harmonie en la-di-da. Ze heten nu The Miracles, rijden in limo’s en hebben in 1961 en 1962 met ‘Shop Around’ en ‘You’ve Really Got a Hold on Me’ twee top 10-hits gescoord op het hippe Tamla Motown-label. In 1963 volgt er nog één, ‘Mickey’s Monkey’, maar die is dus al twee jaar oud én bovendien niet door Smokey geschreven, maar door Brian Holland, Lamont Dozier en Eddie Holland, het trio dat hits maakt zoals konijnen konijnen. Hun mix van zware beats en lichte meezingrefreinen, dat is waar Motown nu voor staat. The Supremes, Marvin Gaye, Martha Reeves & The Vandellas en The Four Tops, ze doen er allemaal hun voordeel mee.

Smokey dreigt een beetje passé te worden, maar hij vindt aansluiting. Mary Wells en The Temptations krijgt hij als schrijver en producer in de hitparade van 1964, met ‘My Guy’ en ‘My Girl’. Nu wil hij ook met The Miracles uitpakken, en niet met een single of twee.

Hij legt Berry Gordy Jr., de baas van Motown, een ambitieus plan voor: een lp die hij en zijn maats helemaal zelf schrijven en die bedoeld is om in één ruk uit te luisteren, niet zomaar een vehikel voor een handvol hits. In de pop van die tijd is dat vooral een vreemd plan, maar het mag. Op de hoes mag zelfs zijn naam komen: The Miracles worden Smokey Robinson & The Miracles, maar toch is ‘Going to a Go-Go’ geen soloplaat.

Alle bandleden schrijven mee aan de plaat, basstem Pete Moore arrangeert de koortjes en gitarist Marv Tarplin – die Smokey had weggelokt bij The Primettes, een meisjestrio dat als The Supremes furore zou gaan maken – giet de fundering voor twee klassiekers.

Tarplin zit op een dag mee te spelen met ‘The Banana Boat Song’ van Harry Belafonte (‘Day-o! Daay-ay-ay-o!’), gaat met de akkoorden op wandel en stuit plots op de ijle intro van ‘The Tracks of My Tears’. Het wordt de aarzelende aanzet van iemand die op het punt staat zijn hart uit te storten: in het lied is Smokey een man die zijn liefdesverdriet achter een glimlach verbergt. ‘My smile is my make-up I wear since my break-up with you.’ Binnenrijm, beeldspraak die niet gezocht is, een metrum dat bolt als een Chevrolet Impala: Smokey kan een serieus eindje schrijven. ‘America’s greatest living poet,’ noemt Bob Dylan hem in die tijd. Het is te zeggen: dat schrijven de muziekbladen en dat blijven ze bijna vijftig jaar lang doen. In 2011 bekent Al Abrams, promoman van Motown, dat hij in 1965 – op zoek naar een manier om de ster van Smokey harder te doen blinken bij blanke platenkopers – met zijn vriend Al Aronowitz had gebeld. Dat was een rockjournalist en een kennis van Dylan. Samen verzonnen ze iets wat Dylan had kúnnen zeggen, want een fan van The Miracles was hij absoluut, en dat hij de teksten van Robinson poëtisch vond, had hij ook eens laten vallen, herinnerde Aronowitz zich. Dus kwam het in een perstekst én in de geschiedenis terecht.

Ook voor de titeltrack geeft gitarist Marv Tarplin het startschot. Hij laat zich inspireren door de riffs van The Rolling Stones en de sound van The Byrds, pakt een twelve string-gitaar (raar in de r&b van die tijd) en haalt er iets kletterends uit. Het klinkt metalig en mechanisch, alsof het nergens anders geassembleerd had kunnen worden dan in de Motor City. Smokey maakt er een ode aan het ‘Go Go’-fenomeen van. Tientallen dansclubs laten hun naam in die tijd op ‘A Go Go’ eindigen (de ‘Whisky a Go Go’ in L.A. wordt de bekendste) en laten gogogirls in hoge gogoboots dansen in kooien of op platformen.

‘Going To A Go-Go’ is de enige stomper op de plaat, maar hij stompt voor tien. De muzikanten zijn – naast Marv Tarplin – de Funk Brothers, het huisorkest van Motown, met Benny ‘Papa Zita’ Benjamin op drums en op tamboerijn Jack Ashford, ’s werelds best beluisterde tamboerijnspeler omdat hij op ongeveer elke Motown-klassieker de dans leidt.

Tijdens de opname van het nummer tikt drummer Benjamin met één van zijn stokken per ongeluk tegen die tamboerijn van Ashford aan en één van de cymbaaltjes vliegt eraf. ‘Hou dat ding bij,’ zegt Benjamin tegen Ashford, ‘het zal je succes brengen.’ Vier jaar lang houdt Ashford het metalen schijfje op zak, tot Benjamin overlijdt. Hij gaat het lichaam van zijn dode vriend begroeten en stopt het cymbaaltje onder zijn koude handpalm, en zo gaat Benjamin naar zijn laatste Go Go.

'Binnenrijm, beeldspraak die niet gezocht is, een metrum dat bolt als een Chevrolet Impala: smokey kan een serieus eindje schrijven'


Het cleane Motown

De drummer stierf aan een hartaanval, veroorzaakt door jarenlang heroïne- en alcoholmisbruik. Ook bij Motown – dat zijn succes bij het blanke publiek onder andere aan zijn cleane imago dankte – werd er snel geleefd. Eén van de weinige geheelonthouders daar was Smokey Robinson. Sigaretten, joints, spuiten, drank, hij moest er niets van weten. Uiteindelijk werd hij zelfs vegetariër. En dan toch nog crackverslaafde, maar dat was pas in de jaren 80, na het overlijden van zijn goeie vriend Marvin Gaye (voor wie hij in 1965 ook ‘I’ll Be Doggone’ schreef) en de aanslepende scheiding van zijn vrouw, die de ontrouw moe was.

Want ook dat was Motown: seks à volonté, en daar deed Smokey naar verluidt wél aan mee.

Die vrouw was Claudette Rogers. Voor haar schreef hij ‘My Girl’, om het vervolgens aan The Temptations te geven. Op ‘Going to a Go-Go’ staan er nog drie van die odes: ‘From Head to Toe,’ ‘All That’s Good’ en ‘Since You Won My Heart’. Het eerste is springerig, het tweede sexy, het derde komt aanrollen als een zee van geluk. Ook ‘Ooo Baby Baby’ – de slepende schuldbekentenis van een man die is vreemdgegaan – schreef hij wellicht voor haar en misschien ook ‘In Case You Need Love’, ‘Let Me Have Some’ en ‘Choosey Beggar’, de drie songs waarin hij aan het verleiden slaat, al kunnen die ook voor Diana Ross bedoeld zijn geweest, een vlam waaraan hij zich graag brandde. In ‘My Girl Has Gone’ en ‘A Fork in the Road’ treurt hij dan weer om liefde die is weggewaaid als een blad in de wind en zo klinken die nummers ook: vederlicht, ondanks het verpletterende verdriet.

Toen ‘Going to a Go-Go’ werd opgenomen, was Claudette al zes jaar Smokeys echtgenote en lid van The Miracles. Op de lp zong ze nog altijd mee, maar ze toerde niet meer en stond ook niet meer op de foto’s. Ze had zich vrijwillig teruggetrokken na haar zevende miskraam in vijf jaar tijd. De Robinsons wisten wat verdriet was en moesten het avond na avond op het podium verbergen. ‘The Tracks of My Tears’ zou net zo goed daarover kunnen gaan.

‘Going to a Go-Go’ is een erg geraffineerde plaat en toch klinkt ze simpel. Ze is enorm gevarieerd en toch is elk lied onmiskenbaar familie. Het is een verslavende plaat. Wie ze ooit in één keer heeft uitgeluisterd zal dat blijven doen, jaren aan een stuk, in goede en slechte tijden. U bent verwittigd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234