Een meesterwerk van 50: 'Surrealistic Pillow' - Jefferson Airplane

Vijftig jaar geleden, in het voorjaar van 1967 wachtte de wereld op een teken. Dat kwam op 1 februari uit San Francisco, in de vorm van de plaat ‘Surrealistic Pillow’ van Jefferson Airplane en de song ‘Somebody To Love’. De zomer van de liefde kon beginnen!

'Een stem als een scheepsklok, met een vibrato die harder trilde dan menig seksspeeltje'

De zomer van 1967: het begin van het tijdperk van Aquarius. Alles zou veranderen, alle mensen zouden broeders worden en iedereen zou een basisinkomen krijgen. Dácht men. Men dacht zoveel in die dagen. Maar het weer wilde niet mee bij ons.

Op 25 juni 1967 braken in Vlaanderen hevige onweders uit, op sommige plaatsen vergezeld van zeer grote hagelstenen. Een tornado verwoestte het dorp Oostmalle, in de provincie Antwerpen: kerktoren weg, 117 woningen compleet vernietigd. De storm was één van de meest verwoestende die ons land de voorbije eeuw heeft gekend. Vele stamgasten van café De Muze in Antwerpen dachten dat Paul Vanden Boeynants, de oerconservatieve en worstendraaiende eerste minister, er voor iets tussen zat, om de revolutie in de kiem te smoren.

De culturele tornado van de jaren 60 was op 14 januari gestart, met The Human Be-In: The Gathering of the Tribes in San Francisco. De burgemeesters van de beatgeneration – dichter Allen Ginsberg en activist Jerry Rubin – hielden een sit-in voor honderdduizend collega-hipsters, lui met lelies en laaghangend fruit in hun haar, in het gezelschap van een container lsd en veel luide rockmuziek. Tégen de oorlog in Viëtnam, vóór wereldomvattend broederschap en vrije liefde. Men vroeg om bloemen en geurkaarsen, veren en vlaggen mee te brengen, alsook drums, cymbalen en fluiten. Er werd zoveel geblowd dat driekwart van de bezoekers van het festival achteraf niet meer wist dat ze erbij waren.


Vrijuit vogelen

Op 1 februari verscheen de muzikale consecratie van die bloemenrevolte: ‘Surrealistic Pillow’ van Jefferson Airplane. De groep bestond al een tijdje, maar dit was hun eerste plaat met Grace Slick, een ravissante, sprookjesachtige fee met een haarbos die deed vermoeden dat ze elke ochtend met haar vingers in het stopcontact zat. Een stem als een scheepsklok ook, met een vibrato die harder trilde dan menig seksspeeltje.

Mensen die al lezend stoned willen worden – het bespaart u een kater – raad ik graag Slicks memoires aan. ‘Somebody To Love: a Rock-and-Roll Memoir’ leest als een raket én een jongensboek, maar dan door een meisje geschreven. Alles heeft Grace meegemaakt: drugs, doden, gevangenis, verslavingen, en meer affaires dan de gemiddelde Europarlementariër. Drie nieuwe standjes uitgevonden voor de Kamasutra, ook. Haar dochter Chyna wilde ze eerst in het geboorteregister inschrijven onder de naam God. Het enige wat ze nooit heeft uitgeprobeerd, was heroïne. Naar eigen zeggen was ze daar te lui voor: ‘Al dat gedoe, je moet naar een dealer, en dan je arm afbinden en een ader vinden. Zelfs dokters vinden mijn aders niet.’ Waarna ze zich vrolijk een bierglas Cointreau inschonk. Maar in tegenstelling tot Janis Joplin overleefde Slick de waanzin – meer nog: ze drinkt al 23 jaar niet meer.

‘Surrealistic Pillow’ werd voor 8.000 dollar opgenomen in een kleine studio in de buurt van Santa Monica, vlak bij de Tropicana, het luizige motel waar de groep verbleef tussen de opnames door. Op een avond kwamen ze thuis en dachten ze een hond te horen op het balkon. Het bleek Jim Morrison van The Doors te zijn, die – zo lek als een lolly van de lsd – naakt een hond stond te imiteren. Hij wou meteen met Slick naar bed, wat mocht. ‘Potloodfluit,’ zo noteerde ze achteraf.

Het was de tijd van vrijuit vogelen voor iedereen: aids bestond nog niet en voor elke sjanker bestond wel een zalfje. Zoals Paul Kantner, de gitarist van Jefferson Airplane, zei: ‘In plaats van de Summer of Love was het de Golden Age of Fucking.’


Dank aan de Bolero

Vijftig jaar na datum klinkt ‘Surrealistic Pillow’ nog altijd als een klok, maar wel één met veel echo – de plaat lijkt wel opgenomen in de grotten van Han. De titel kreeg Jefferson Airplane cadeau van Jerry Garcia van Grateful Dead, die op de hoes van de plaat ook vermeld staat als ‘musical en spiritual advisor’. ‘Klinkt als een surrealistisch kussen,’ zei de oude reus diepzinnig, toen hij de eerste tracks hoorde. Waarna hij nog een pijpje kaneel tot zich nam.

De twee bekendste nummers van de plaat bracht Slick mee van bij The Great Society, de groep die ze had opgericht met haar toenmalige man. ‘White Rabbit’ is tekstueel geïnspireerd door Lewis Carrolls ‘Alice in Wonderland’, waar liefhebbers van psychedelische champignons in die tijd graag uit voorlazen. Slick kreeg het idee voor de song nadat ze een bootlading lsd had ingenomen en daarna urenlang naar ‘Sketches of Spain’ van Miles Davis had geluisterd. De beat haalde ze bij de ‘Bolero’ van Ravel.

Die eerste versie duurt zes ellendige minuten, maar Jerry Garcia was zo geniaal geweest om al het geneuzel weg te knippen en er een perfecte popsong van te maken, die afklokt op net geen tweeënhalve minuut. Met een licht agressieve Slick op vocals klinkt het nummer nog steeds omineuzer dan eender wat van The Jesus and Mary Chain: de vloeistofdia’s en patchoeligeur mag u er zelf bij denken.

De grootste hit was echter ‘Somebody To Love’, geschreven door Slicks broer Darcy. De song haalde overal ter wereld de top 3 en ging over de afwezigheid van liefde en het verlangen ernaar, wat perfect in de tijdgeest paste. Alleen pleit de tekst niet voor veelwijverij of rondpoeperij, maar voor die éne, ware liefde. ‘We probeerden echt onder de jaren 50 uit te komen,’ zei Slick. ‘Iedereen is vergeten wat voor een deprimerende tijd dat was. De wereld wachtte op een teken, en dat kwam uit San Francisco. The world was ready, the Airplane was ready, and the song was ready.’

‘White Rabbit’ en ‘Somebody To Love’ zijn de hoogtepunten van ‘Surrealistic Pillow’, maar de rest van de plaat is ook van grote kwaliteit. De band was door de vele liveconcerten perfect op elkaar ingespeeld, en de songs, opgenomen op een eenvoudige viersporenbandopnemer, stonden er in minder dan twee weken op. Opvallend is ook de mooie meerstemmigheid in vele nummers: met Marty Balin, Grace Slick en Paul Kantner beschikte de band over een trio dat Crosby, Stills & Nash qua loepzuiverheid benaderde. Bucolische papapapa’s doorklieven het zwerk in onder meer ‘How Do You Feel’. Joma Kaukonen, een klassiek geschoolde gitarist, zet zijn beste Neil Young in bij ‘3/5 of a Mile in 10 Seconds’ en toont op het instrumentale ‘Embryonic Journey’ waar Lindsay Buckingham van Fleetwood Mac een deel van de mosterd haalde. ‘Plastic Fantastic Lover’, een goeie song van Balin en het B-kantje van ‘Somebody To Love’, gaat niet over dat seksspeeltje, maar over zijn gloednieuwe stereosysteem. Dat was nog iets, in die dagen. Jefferson Airplane zou ook nooit meer het niveau van z’n debuut evenaren: latere versies van de band, die via het mindere Jefferson Starship naar het afgrijselijke Starship afzakten, konden niet tippen aan de tijdloze glans die over de begindagen en het ruwe meesterschap van ‘Surrealistic Pillow’ ligt.

Op YouTube vind je de passage van Jefferson Airplane op Woodstock terug: de groep speelde op de ochtend (!) van de derde dag, bij een opkomende zon. ‘You have seen the heavy groups, now it’s morning maniac music,’ roept een geïnspireerde Slick. Waarna de band er een redelijke lap op geeft. Marty Balin was zo stoned dat hij zich niet kan herinneren dat hij erbij was. Klinkt bekend in de oren.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234