Een Mooie Jonge God wordt 60: de biografie van Herman Brusselmans

Op 9 oktober wordt Herman Brusselmans 60. Dat is een mooie leeftijd voor een Mooie Jonge God en de geknipte aanleiding voor de allereerste Brusselmans-biografie. ‘Majoor van het menselijk leed’ is geschreven door de Leidense hoogleraar Rick Honings en genoemd naar de bijnaam waarmee Brusselmans zichzelf al jaren tooit. Straks ligt het in de winkel naast ‘Hij schreef te weinig boeken’, het 75ste boek van de ex-schrijver.

'Televisiemakers willen alleen maar de clown Brusselmans opvoeren, de André van Duin van de Nederlandstalige literatuur'

HUMO ‘Majoor van het menselijk leed’ is een uit de hand gelopen hobby.

Rick Honings (lacht) «Ja. Ik heb het gevoel dat ik hiermee een soort schuld heb ingelost. Herman Brusselmans heeft mij als puber aan het lezen gezet. Ik ging zelf verhalen schrijven in zijn stijl, ik luisterde naar de muziek die hij noemde, dronk de drankjes die hij in zijn boeken drinkt, dat soort absurde dingen. Maar vooral: zijn boeken hebben me toen ook naar de literatuur in het algemeen geleid. Ik lees nog altijd elk nieuw boek dat hij uitbrengt, en al jaren roep ik: ‘Ooit schrijf ik iets over Herman Brusselmans.’ Tot zijn uitgever Mai Spijkers zei: ‘Binnenkort wordt hij 60, dit is het moment.’»

HUMO Door de literaire goegemeente is Brusselmans nooit ernstig genomen. Hoe werd er in uw omgeving gereageerd toen u deze biografie aankondigde?

Honings «Ik wist natuurlijk dat veel mensen hem niet lusten, maar ik schrok er toch van hoe vaak ik de afgelopen twee jaar hetzelfde commentaar heb gehoord: ‘Een boek over Herman Brusselmans? Die verschrikkelijke schrijver? Die afschuwelijke man? Waaróm?’ Veel mensen snappen de kracht van zijn werk niet. Ze lezen de grappen, en denken: ‘Onzin.’ Maar er zit zoveel méér in: dat hoop ik ook te hebben aangetoond.»

HUMO U schrijft uitgebreid over het geraffineerde web tussen autobiografische fictie en realiteit dat Brusselmans in zijn boeken spint. Maar hoe weet u met zekerheid dat hij u – u hebt hem acht keer geïnterviewd – voor deze biografie geen bullshit heeft verkocht?

Honings «Ik heb ernstige, indringende gesprekken met hem gevoerd. De Brusselmans die we kennen van ‘De slimste mens’ of ‘De wereld draait door’ heb ik niet ontmoet. Hij was openhartig, ook over onderwerpen die niet altijd even leuk waren.

»Maar oké, je weet het nooit. Ook omdat herinneringen vaak vervormd worden. Hij praatte bijvoorbeeld over hoe één van zijn vaders klanten, een oudere boer, ooit de geest gaf in de nacht nadat hij de jonge Brusselmans op zijn drumstel tekeer had zien gaan. Herman zegt niet dat hij zeker is dat er een oorzakelijk verband was, maar in zijn hoofd heeft dat voorval gigantische, bijna mythische proporties aangenomen. Dat is wat Brusselmans doet: hij creëert zijn eigen mythe. In die zin is hij verwant aan Gerard Reve en Boudewijn Büch, maar hij doet het op een volstrekt eigen manier.»

HUMO In een mooie, veelzeggende anekdote uit de wonderjaren van Brusselmans staat hij als vijfjarig jongetje bij de poort van het erf van zijn ouders willekeurige voorbijgangers uit te schelden.

Honings «Volgens zijn moeder deed hij dat zo fanatiek dat het schuim hem op de lippen stond. Gewoon omdat hij zich ergerde aan iemand die niet goed kon fietsen, of een verkeerde jas aan had. Tegen mij zei hij: ‘Op een gegeven moment heb ik ingezien dat dat niet kan, mensen zomaar uitschelden. Behálve in de literatuur.’ (lacht) Brusselmans heeft nog altijd een ontzettende woede in zich. Het is één van de drijvende krachten van zijn schrijverschap.»

HUMO Hij wist pas echt dat hij schrijver wilde worden toen hij merkte dat hij er ook ándere mensen kwaad mee kon maken. In de middelbare school werd hij ooit drie dagen geschorst omdat hij in de schoolkrant een leraar van een ongenadig portret had voorzien: dat was het begin.

Honings «Precies. Na het proces dat modeontwerpster Ann Demeulemeester tegen hem aanspande, is hij milder geworden, maar hij heeft nog steeds datzelfde vermogen om pijn te doen. In de Nieuwe Revu heeft hij een column waarin hij overschatte mensen aan de schandpaal nagelt. Een tijdje geleden was dat de zangeres Anouk, en daar was achteraf toch weer een hoop gedoe over.»

HUMO Toch schrijf je in het boek: ‘De vroegere shockauteur is ingekapseld geraakt. Vrijwel niemand wordt meer boos: of je lacht erom, of je haalt je schouders op.’

Honings «Dat klopt, maar is dat erg? Er is bovendien iets in de plaats gekomen: de laatste jaren is te merken dat zijn status verhoogd is. Hij is een stem in het maatschappelijke debat geworden, en een culturele autoriteit. Als hij zich uitlaat over het immigratievraagstuk – bijvoorbeeld met de Humo-column ‘Wij van links’ – wordt er naar hem geluisterd.»

HUMO Zijn mercantiele talent heeft hij blijkbaar van zijn vader gekregen. ‘Als er een nieuwe roman van Herman uitkwam, wilde zijn vader daar een exemplaar van hebben, om het tegen een hogere prijs dan de winkelwaarde te verkopen in het rusthuis.’

Honings (lacht) «De ouders van Herman waren geen geletterde mensen. Moeder Lea las ooit een paar bladzijden van hem en heeft daarna beslist: ‘Dit is niets voor mij.’ Zijn vader is er zelfs nooit aan begonnen. Maar ze waren trots op hem, zijn vader ging ook vaak mee naar de Boekenbeurs en naar boekpresentaties. En toen Gust Brusselmans te oud werd om runderen te verhandelen, schakelde hij over op de boeken van zijn zoon.»

HUMO U hebt al zijn boeken en verhalen minstens drie keer gelezen. Wat vindt u zijn mooiste zin?

Honings «Ik hou erg van zijn beginzinnen. Uit ‘De kus in de nacht’ vind ik ‘Ik heb alweer niks te melden en dat zal ik doen in een pagina of zeshonderd à zeshonderdvijftig, we zullen zien’ zo ontzettend sterk. Hij stopt dat metafictionele spel in veel van zijn boeken. In ‘Vergeef mij de liefde’ slaat hij op een gegeven moment tweehonderd pagina’s over – want: ‘Er gebeurt toch niets’. Het is anti-literatuur, en ik vind het prachtig (lacht).»

HUMO U bewondert het werk, maar een hagiografie is ‘Majoor van het menselijk leed’ niet.

Honings «Het is niet aldoor een leuk portret, nee. Hermans eerste vrouw Gerda heeft bijvoorbeeld getuigd over de schaduwzijde van zijn karakter. In de fase van zijn grote alcoholconsumptie in de jaren 80 was Herman – geplaagd door angst- en woedeaanvallen – mogelijk niet de gemakkelijkste man. Maar hoe confronterend het voor hem ook geweest moet zijn om sommige passages te lezen, hij heeft nooit gezegd dat ik iets níét mocht schrijven.»

HUMO Een deel van de jaren 80, toen hij zich elke avond ophield in café Caruso in Gent, noemt Brusselmans zelf ‘zijn jaren van weinig dorst’. Hij dronk in die tijd elke dag een fles whisky, een fles porto en ‘nog wat bier tegen een droge keel’.

Honings «Op 17 december 1993 is hij van de ene op de andere dag gestopt met drinken, volgens zijn dokter geen dag te vroeg. Als hij zijn levensstijl nog wat had verdergezet, was hij er nu niet meer geweest. Veel van zijn toogvrienden van toen – Patrick De Witte, Paul Despiegelaere, Luc De Vos, Fons Sijmons – zijn inmiddels overleden.»

HUMO Voor deze biografie ging u op prospectie naar Hamme en Gent, en sprak u met onder meer zijn ex-geliefden, zijn huidige vriendin Lena, zijn zus, zijn oud-lerares Nederlands, een legermakker, vrienden... Hebt u ook mensen ontmoet die boos op hem zijn?

Honings «Niet echt. Herman zelf beweert wel te weten dat er bij oudere medewerkers van de RVA, waar hij in de jaren 80 heeft gewerkt, tot op de dag van vandaag een rilling over de rug gaat als ze de naam Herman Brusselmans horen. ‘Die gek in de kelder,’ noemen ze hem (lacht).»

HUMO Opmerkelijk: u schrijft dat de uitgeverij van Brusselmans in 2015 een bijeenkomst belegde om te zien of er iets te veranderen viel aan het imago van de schrijver.

Honings «Dat hij wild om zich heen schopt, en vooral tegen de Literatuur zelf, was vroeger de kracht van Brusselmans, maar hij merkt gaandeweg dat er geen weg terug is. Op televisie wordt hij bijvoorbeeld bijna nooit als een ernstig schrijver geïnterviewd. Alle televisiemakers willen de clown Brusselmans opvoeren, de André van Duin van de Nederlandstalige literatuur.

»Hermans moeder is een heel belangrijke figuur in zijn werk. Mai Spijkers heeft hem al vaak gevraagd: ‘Schrijf nu eindelijk eens een érnstig boek over je moeder, en je wint gegarandeerd meteen de Libris Literatuurprijs.’ Maar Brusselmans zegt dat hij eraan kapot zou gaan. Hij heeft humor nodig om dat soort onderwerpen draaglijk te maken, en los daarvan denkt hij ook te weinig talent te hebben voor zo’n boek: ‘Ik zal eerst een handdruk van de goden moeten krijgen voor ik in staat zal zijn de glorie van die vrouw exact te beschrijven.’

»Maar op een dag heeft een panel van deskundigen hem dus voorzien van adviezen. Zijn lange haar moest eraf, hij moest een netter pak dragen in plaats van altijd die jeansbroek, hij moest dringend actief worden op Twitter én hij mocht niet meer publiceren in ‘flutblaadjes’ als Story en de Nieuwe Revu. Een namiddag lang. En vervolgens heeft Herman dat allemaal naast zich neergelegd (lacht).»

‘Majoor van het menselijk leed’ van Rick Honings en ‘Hij schreef te weinig boeken’ van Herman Brusselmans verschijnen op 29 september bij Prometheus.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234