null Beeld

Een Nederlandse soldaat getuigt over de slachting van Screbrenica: 'Ik voelde me echt een Duitser'

Op 11 juli is het twintig jaar geleden datde Bosnische enclave Srebrenica in 1995 werd aangevallen door de Servische troepen van Ratko Mladic.

Edwin Bergman heeft zijn vader meegenomen naar onze interviewafspraak. Die is er altijd bij als het moeilijk wordt. Bergman weet nu al dat hij straks kapot zal zijn. Dan kan zijn vader terugrijden en hoeft hij alleen maar z’n ogen dicht te doen.

In juni 2014 sprak ik de voormalige VN-militair voor het eerst. Bergman was van januari tot juli 1995 de chauffeur van de Nederlandse luitenant-kolonel Thom Karremans, in en rond de Bosnische enclave Srebrenica. Hij was erbij op de gewraakte dag dat de moslimenclave onder de voet werd gelopen door het Bosnisch-Servische leger van generaal Ratko Mladic. Duizenden inwoners van Srebrenica zochten hun toevlucht in een fabriekshal op het kamp van het Nederlandse VN-bataljon in Potocari. Uiteindelijk werden ze allemaal in bussen weggevoerd door de Bosnische Serviërs. Mannen en vrouwen werden van elkaar gescheiden. Daarbij verleenden de Dutchbatters assistentie – niet wetende dat de troepen van Mladic in een paar dagen tijd meer dan 7.000 mannen zouden vermoorden. Ook Bergman hielp mee bij het scheiden van de vluchtelingen. In de chaos en de paniek die ontstond, raakte een Bosnische vrouw onder de wielen van zijn vrachtwagen. Hij reed haar dood.


Vijf zelfmoordpogingen

Negentien jaar later lijdt Bergman aan PTSS, posttraumatische stressstoornis. Hij heeft vijf zelfmoordpogingen achter de rug. Hij zat thuis zonder werk, afgekeurd; het leven leek geen zin meer te hebben. Vier keer stond hij op zijn balkon: springen leek de enige oplossing. Maar steeds was er iemand in de buurt om hem tegen te houden. De vijfde keer stond hij aan het spoor. Hij twijfelde opnieuw. De gedachte aan zijn vrouw en zijn twee stiefkinderen zorgde ervoor dat hij weer op de fiets stapte en naar huis reed. Een paar uur op bed liggen helpt vaak, vertelt hij. Om ‘weer effe in het hier en nu te komen’. Vandaag is Bergman vanuit Enschede met zijn vader naar Rotterdam gereden. Hij heeft ingestemd met een gesprek over zijn belevenissen in Srebrenica.

- U hebt in de kaasfabriek in Dalfsen en als hovenier gewerkt. Waarom besloot u het leger in te gaan?

Edwin Bergman «De gehoorzaamheid en de kameraadschap trokken me aan. Dat vond ik heel prettig. Ik vervulde mijn dienstplicht in 1987, tekende bij als vrijwilliger en werd in 1992 beroepsmilitair bij de Luchtmobiele Brigade. Na een grote oefening in Duitsland gingen we in 1995 naar Srebrenica. Het was gewoon één groep. En wat er moest gebeuren, gebeurde. Het is bijna niet te omschrijven als je het zelf niet hebt meegemaakt, maar het is kameraadschap.»

- In januari 1995 kwam het infanteriebataljon Dutchbat III aan in Srebrenica, om de moslimenclave te beschermen tegen Servische strijders. Wat was uw taak?

Bergman «In eerste instantie: koffie zetten en veel hout zagen, want het was behoorlijk koud. We zorgden ervoor dat alle hokken waar gewerkt werd, warm bleven. En als de overste dan zei: ‘We gaan rijden’, dan zette ik de auto klaar. Meestal gingen we naar een observatiepost. Karremans moest alles in goede banen leiden. Net als op de kazerne moest hij er ook in oorlogsgebied voor zorgen dat alles bleef lopen zoals het hoort.»

- Ging u altijd met hem mee?

Bergman «In principe wel. Waar de overste was, daar was ik. Want als er iets gebeurde, zou ik dekking moeten geven. Dan was het hij of ik. Maar zover is het gelukkig nooit gekomen. Karremans was als een tweede vader voor mij. Ik heb altijd een heel goede band met hem gehad. We zeiden gewoon ‘jij’ en ‘je’ tegen elkaar in de auto als er verder niemand bijzat. Anders was het ‘u’. Als hij onder vuur kwam te liggen, moest ik ervoor zorgen dat hij levend terugkwam. Dat was belangrijker dan mijn eigen leven.»

Tijdens het interview draagt Edwin Bergman een leren jack met emblemen van Dutchbat en de VN. Op zijn arm heeft hij een tatoeage: het teken van Dutchbat III.

Bergman «Het betekent: voor altijd verbonden. Daar mag verder niemand mee lopen, alleen Dutchbat III. Dit hebben wij verdiend, na alles wat wij over ons heen hebben gekregen.»


Online spelletjes

Het Nederlandse bataljon is nog steeds een hechte groep. Veel oud-militairen lijden aan PTSS en zijn volledig afgekeurd. Ze hebben een Facebookgroep waarin foto’s en ervaringen worden uitgewisseld en afspraken worden gemaakt. Over reizen naar Srebrenica, ontmoetingen op Veteranendag. Dit jaar, op 27 juni, droegen de Srebrenica-gangers een zwarte band, als eerbetoon aan de duizenden slachtoffers. Ook Bergmans Facebookpagina staat volledig in het teken van Dutchbat. Het logo van het derde bataljon is zijn profielfoto. Hij speelt ook veel online spelletjes: ‘Edwin Bergman completed a level in Pepper Panic Saga’, ‘Edwin Bergman scored a mega bonus on Slotomania Slot Machines.’ Daartussen oproepen om op 11 juli ‘onze Dutchbat-veteranen’ te steunen: ‘Zij verdienen positieve pers en een hart onder de riem!’

Op het moment dat in Srebrenica de hel losbarstte, was Bergman toevallig wakker. Hij moest naar het toilet. Terwijl hij zijn broek aantrok, hoorde hij een houwitser afgaan, zware artillerie van de Serven. Er stonden er twee in de heuvels vlakbij de compound, 24 granaten per stuk. Hij maakte zijn collega’s wakker: bunkeralarm.

Bergman «Ik dacht: nu is het gebeurd. Maar het ging allemaal richting Srebrenica, alles vloog over de fabriek heen. Maar ook huizen naast ons werden gebombardeerd. Eerst ben je heel bang. Daarna schakel je over naar de overlevingsstand en merk je niks meer. Dan ben je zo vol adrenaline.»

Toen de Dutchbatters de bunker weer uit mochten, liep een groep van zo’n 5.000 moslims de compound op. Ze waren op de vlucht geslagen voor de vallende mortieren en hoopten veilig te zijn bij de Nederlandse militairen. Die probeerden ervoor te zorgen dat ‘die mensen keurig netjes in de fabriek kwamen te zitten’. Vanuit het niets kreeg Bergman een dood kind van 2 jaar in handen geduwd: het bleek doodgedrukt in de vrachtwagen. Hij probeerde er niet bij stil te staan, en gaf het af aan collega’s van de geneeskundige dienst. Maar daar bleef het niet bij.

Bergman «Op een gegeven moment kwam ik weer bij de bunker terecht, en zag ik een vrouw zitten met kogelgaten en scherven in haar lichaam; ze smeekte me om morfine. Ik heb het wel honderd keer gevraagd aan de majoor: geef haar nu morfine. Maar het mocht niet, want er was alleen nog genoeg voor onszelf. Op het moment dat ik die vrouw aankeek, stierf zij voor mijn ogen. Ik zag de blik van mijn moeder: die is ook heel jong overleden. Toen ben ik weggegaan.»

- Waarom?

Bergman «Ik moest weg van de majoor, want ik draaide even helemaal door. Ik wou die majoor een klap op z’n gezicht geven met de kolf van m’n geweer. Hij zei: het lijkt me beter als jij even op wacht gaat zitten. Echt waar, ik had ’m van alles aangedaan. Maar ja, dat is gewoon woede. We waren daar om die mensen te helpen. Wat is nou één morfinespuit?»

- Hebt u dat voorval met Karremans besproken?

Bergman «Ja. Maar hij kon ook niks meer doen. En dan houdt het voor mij op. Kijk, we wisten dat er wat zat aan te komen. De Serven lieten al vier maanden niks meer binnen: geen diesel, geen eten. We hadden het gevoel dat het mis ging. Karremans heeft toen geprobeerd om luchtsteun aan te vragen, maar dat werd elke keer uitgesteld. Totdat er toch een vliegtuig kwam, waar Mladic heel erg boos over werd. Karremans moest bij hem komen en kreeg enorm op z’n sodemieter.»

'Toen kwamen de bussen. We moesten de mannen van de vrouwen helpen scheiden en de mensen afvoeren. Ik voelde me echt een Duitser'

Buiten, weggestuurd om af te koelen, kreeg Bergman een kalasjnikov op z’n hoofd gericht. Een jonge Servische soldaat, ‘een snotneus van 18 jaar’, eiste zijn wapen, schermvest en helm. In eerste instantie weigerde hij die af te geven, tot hij recht in de loop van het geweer keek. De jongen had zijn vinger aan de trekker.

Bergman «Ja, dan is het voor mij heel simpel en mogen ze alles meenemen wat ze willen. Ik wilde levend terug.»

Bergman werd gestript. Alleen zijn blauwe baret maakte hem nog tot een VN-militair. In ruil voor zijn bewapening en pantser kreeg hij een pakje sigaretten.

Bergman «En dan sta je daar als blauwhelm. In je legerpak en je baret, meer niet. Ik vroeg: ‘Wat moet ik nu doen?’ Ga maar tussen de mensen lopen, zeiden ze, want je hebt je VN-baret op om te laten zien: ‘Jongens, we zijn er nog steeds voor jullie, we beschermen jullie nog steeds. Zolang dat kan.’ Maar goed, we konden op dat moment al niks meer, de enclave was in principe al gevallen. Dat was op 11 juli.»

- Wat zei u dan tegen de mensen?

Bergman «Je probeert ze zo veel mogelijk gerust te stellen: je hoeft niet bang te zijn, want de Serven doen op dit moment niks. Wij zijn er nog steeds.»

Een dag later kwamen de bussen. Een lange colonne. De mannen moesten van de vrouwen gescheiden worden. Bergman hielp mee.

Bergman «Ik voelde me echt een Duitser. We moesten die mensen letterlijk afvoeren – hup, jij daarheen, jij daarheen, jij daarheen. En ik stond daar machteloos.»

'Voor de moslims was ik niet bang, maar voor de Serven wel. Die zagen er niet uit. Ik heb bij hen honden gezien die helemaal onder het mensenbloed zaten'

- Waarom deed u het dan toch?

Bergman «Voor de mensen zelf. Om paniek te voorkomen. Ze waren op een gegeven moment ook blij dat die bussen er waren en wilden er heel snel in. Het moest dus allemaal in goede banen geleid worden.»


Wat doe ik hier?

- Was u bang?

Bergman «Ik was bang, ja. Kijk, toen ik in de loop van die kalasjnikov keek, maakte ik me wel tien keer de bedenking: wat doe ik hier eigenlijk nog? Voor de moslims was ik niet bang, maar voor de Serven wel. Die zagen er niet uit. Ik heb bij hen honden gezien die helemaal onder het mensenbloed zaten. Dan zet je vanzelf een stapje terug. Nee, toen voelde ik mij niet echt prettig meer.»

undefined

'Toen we mee de mannen van de vrouwen moesten scheiden, hadden we wel een flauw vermoeden van wat er ging gebeuren. Maar we wisten het niet zeker'

- Die mensen waren minstens zo bang als u.

Bergman «Ja, maar ik mocht niet laten blijken dat ik bang was.»

- Wist u toen al wat er ging gebeuren?

Bergman «Dat voel je aankomen. We hebben dat onderling wel besproken. In principe was het de bedoeling dat iedereen naar dezelfde plek zou worden toegebracht, maar het is dus anders gelopen. Dat scheiden van mannen en vrouwen... We hadden een flauw vermoeden van wat er ging gebeuren, maar we wisten het niet zeker.»

- U dacht dat die mannen waarschijnlijk vermoord zouden worden. Hoe kunt u dan nog rustig blijven en de mensen op hun gemak stellen?

Bergman «Je hoopt natuurlijk dat het niet zal gebeuren. Maar goed, als militair mag je niet huilen, je mag geen emotie tonen. Je mag helemaal niks. Krop het maar op. Tot alles achter de rug is, en dan kun je je laten gaan.»

- Maar hebt u niet tegen Karremans gezegd: ‘Doe iets!’

Bergman «Dat hebben we heel vaak gevraagd. Maar goed, Mladic was de baas. Wat hij zei, gebeurde.»

undefined

null Beeld

undefined

'Toen commandant Karremans (midden) in Bratunac bij Ratko Mladic (uiterst links) op audiëntie kwam, kreeg hij meteen een glas champagne in z'n handen gedrukt. Het symbolische beeld werd door een camera vastgelegd en ging de wereld rond.'

- Maar er kwam toch luchtsteun?

Bergman «Dat was nog voor 11 juli, ja. Een vrouwelijke piloot vuurde een raket af die miste. Mladic was daar heel, heel boos over: ‘Als jullie nog één keer luchtsteun krijgen, schieten wij die hele compound plat.’ Dan zouden 5.000 moslims, 385 VN-militairen en nog eens 25.000 man buiten de compound eraan gaan. Toen heeft Karremans gezegd: stop de luchtsteun. En dat is ook gebeurd.»

- Waar was Mladic op dat moment?

Bergman «Die zat in Bratunac.»

Toch kreeg Bergman niet de opdracht van Karremans om de Mercedes-Benz klaar te maken voor vertrek. Karremans had met Bergmans vader in Nederland afgesproken dat wanneer het echt te gevaarlijk zou worden Bergman op de compound zou blijven. Karremans liet zich dus door iemand anders naar Bratunac rijden, waar hij een glas champagne in z’n handen gedrukt kreeg door Mladic. Het symbolische beeld werd door een camera vastgelegd en ging de wereld rond. Zijn officiële chauffeur leverde ondertussen hand-en-spandiensten in de accufabriek. Hij vond het wel best zo. Hij voelde zich er veilig. ‘Ik had het wel gezien, met al die honden en die Serven, stoned en dronken, die helemaal onder het bloed zaten. Laat mij maar op de compound. ‘Toen de bussen vertrokken waren, viel er een onwerkelijke stilte op de enclave. Bergman was al meer dan een week wakker en voelde zich een zombie. Hij liep er, zoals hij zegt, als een kip zonder kop rond. Het transportbataljon uit Zagreb kwam aan om het vertrek van Dutchbat III te verzorgen. ‘Jongens volgevreten van de pizza’s en hamburgers.’ Ondertussen stond Bergman stijf van de adrenaline. ‘Dat duurt gewoon een poosje. Maar op een gegeven moment waren we weer in het hier en nu. Toen zijn we maar vakantie gaan vieren, want de enclave was toch al gevallen. Het was wachten totdat we naar huis toe konden.’ Wat er met de weggevoerde mannen was gebeurd, wist Bergman toen nog niet. Dat kreeg het bataljon later te horen, in Zagreb. In Potocari werd er verder niet meer over nagedacht. De jongens moesten nog gewoon wachtlopen, er stonden immers nog wapens. Bergman zag Serven het dorp binnenlopen en plunderen. ‘Daar zit je dan de hele dag een beetje naar te kijken. Zo van: oké jongens, de enclave is toch leeg, wat heeft het eigenlijk nog voor zin om de boel te bewaken? Maar het moet. En verder, nou ja, vermaak je maar.’

- Ik probeer dat te begrijpen, dat u hebt gezien hoe mannen van vrouwen werden gescheiden en werden afgevoerd. Er zijn bijna 8.000 mensen afgemaakt. U hebt het niet gezien, het was niet in de enclave, maar u hebt er toch min of meer met uw neus bovenop gestaan. Toch denkt u daar de dagen nadien niet meer aan.

Bergman «Je beseft op dat moment nog niet wat er allemaal gebeurd is. Je hebt het nog niet verwerkt. Kijk, je moet begrijpen, een week lang ben je wakker, zit je vol met adrenaline. En na die tijd valt er een stilte, dan denk je bij jezelf: ‘Jongens, wat een stilte hier.’ En wij zaten ook gewoon buiten, gewoon bij elkaar. ‘Laten we maar even een partijtje gaan voetballen, want we kunnen toch niks doen.’ Of we gingen in de zon liggen. We hebben het er onderling niet over gehad, wat er allemaal gebeurd was. Dat kwam na die tijd, toen we terug waren in Nederland. Dan krijg je de beelden te zien. In Zagreb waren we blij dat we thuis waren, zonder dat we wisten dat de mannen waren afgeslacht. Anders hadden we dus absoluut geen feest gevierd.»

- Dat had u niet eerder kunnen weten?

Bergman «Nee, want we waren onderweg van Srebrenica terug naar Zagreb.»

- Maar ik bedoel: u voelde het eigenlijk al.

Bergman «Ja, ik heb het eigenlijk wel gevoeld, maar nogmaals: je beseft het niet.»

- Wilde u het weten?

Bergman «Eigenlijk niet. Nee, helemaal niet. En als we er op dat moment echt bij stil hadden gestaan, in de enclave, ik denk dat je ons dan allemaal wel bij elkaar had kunnen vegen.»

- U zegt een paar keer: ik was daar om de mensen te helpen. Uiteindelijk is dat niet gelukt.

Bergman «Nee, uiteindelijk niet. Maar dat was niet onze fout. Dat was de fout van de VN, en van de Nederlandse staat. Als die geluisterd had, dan hadden wij die mensen kunnen redden. Maar dat kon niet met 385 man en een puddingbuks. Dat red je niet.’


In de doofpot

Het is een jaar na het eerste gesprek met Bergman. Binnenkort, op 11 juli, zal in Nederland uitgebreid worden stilgestaan bij het drama dat zich twintig jaar geleden in Srebrenica voltrok. Ik wil weten hoe het nu met de oud-Dutchbatter gaat en bel hem op. Het gaat niet zo goed met hem, vertelt hij, eigenlijk minder dan vorig jaar. Zeker nu, met alle aandacht voor die herdenking, vindt hij het moeilijk om ‘eindelijk dat boek te sluiten’. Hij trekt zich dan ook letterlijk zo nu en dan terug. Dan laat hij z’n telefoon thuis, gaat hij twee, drie dagen naar het bos, en slaapt hij ergens tussen de bomen. Alleen zijn vrouw weet waar hij uithangt. Hij is opnieuw in therapie, ‘maar dat went’. Zijn plan is om deze zomer naar Srebrenica terug te gaan. Maar het gaat steeds slechter met zijn vader, en die moet mee. Zonder zijn vader is hij nergens. Bij thuiskomst in 1995 kreeg het hele bataljon zwijgplicht opgelegd door Defensie. Zes weken lang, totdat het onderzoek door de militaire politie was afgerond, mocht Bergman met niemand, ook niet met vrienden of familie, praten over wat hij had gezien en meegemaakt. De muren kwamen op hem af, en hij had geen contact met andere Dutchbatters. ‘Iedereen was weg, op vakantie of zo. Dus het is opeens zes weken lang stil. Verwerk het maar.’ Terug in de kazerne deed iedereen net alsof er niets aan de hand was. ‘Stoere praatjes, met iedereen ging het goed.’

- Kon u daarna uw verhaal kwijt?

Bergman «Nee, er mochten bepaalde dingen niet verteld worden.»

- Zoals?

Bergman «Nou, wat wij dus allemaal gezien hadden en zo, dat er lijken lagen en wat er allemaal gebeurd is met die genocide. Er zijn zo veel dingen die wij gezien hebben, die niet naar buiten mochten komen.»

undefined

'Ik heb lichamen zien liggen, halve benen eraf, hoofd eraf, armen eraf. Daar heb ik het liever niet over'

- Had u het idee dat de Nederlandse regering dingen wilde verzwijgen?

Bergman «Ja. Ze wilden een heleboel in de doofpot stoppen. En dat is ook gebeurd.»

- Zoals?

Bergman «Dat is persoonlijk. Dat zit nog zo diep, dat wil er nog niet uit. Als ik alles een plek heb kunnen geven, dan komt het eruit. Als ik het er nu uit ga gooien, ben ik kapot.»

- Maar waar hebben we het dan over? Doden?

Bergman «Ja, doden, ja. Ik heb zelf over mensen heen gereden. En dat vergeet je niet gauw. Ik heb lichamen zien liggen, halve benen eraf, hoofd eraf, armen eraf. Dat ligt gewoon langs de weg. Dat zijn dingen, nee, daar heb ik het liever niet over.»

- Zat Karremans toen naast u?

Bergman «Nee.

»Ik had geen viertonnerrijbewijs, maar heb toch een viertonner gepakt, en m’n jongens opgehaald. Maar voordat ik ze kon ophalen, zat de vrachtwagen al vol. Want de mensen wilden daar ook weg. En als er dan toevallig eentje vanaf valt, dan kun je niet remmen. En die belanden dus wel onder je wielen. Dat is geen prettig gevoel.»

undefined

'Bij Defensie wilden ze het niet horen. Mondje dicht, zand erover. Het is niet gebeurd'

- Zou u willen weten wie dat waren?

Bergman «Ik weet sowieso dat het een vrouw was. Maar verder weet ik het niet. Het ging zo vlug, ze hing voor mij aan de bumper en viel eraf toen ik door een gat heen reed. Ja, en ze kwam onder de wielen terecht. En als je dan bijna vijftig, zestig man op een viertonner hebt zitten... Reken maar uit wat een gewicht je dan hebt. Dat overleef je niet.»

- Hoe reageerden de andere mensen?

Bergman «Die gilden. Maar ze gilden de hele tijd al. Ze wilden zo snel mogelijk weg. En het gaat zo vlug. Volgens mij heeft de helft van de mensen het helemaal niet meegekregen.»

- Maar u wel.

Bergman «Ja, ik heb het gevoeld. En dat is… ik wil niet zeggen dat ik er een schuldgevoel aan over heb gehouden. Kijk, als ik had kunnen stoppen, was ik gestopt. Maar als ik 50 kilometer per uur rijd, en ik moet in één keer in de ankers, dan zouden er veel meer mensen op straat zijn beland. Dus ik kon niks anders dan gas geven, en zo snel mogelijk op die compound zien te komen.Bij Defensie wilden ze het niet horen. Dat is ook één van die dingen: mondje dicht, het is niet gebeurd. Zand erover. Maar ik heb niks meer met Defensie, ik heb niks meer met de regering. Dus het mag eigenlijk weleens een keer uitkomen. Maar het zit mij nog te diep om echt in detail alles eruit te gooien.»

- Maar dit vertelt u nu vrij gedetailleerd. Zijn er dan nog meer van dit soort dingen die in u zitten, maar die u niet hebt verteld?

Bergman «Ja.»

- Vergelijkbare zaken?

Bergman «Ja, een beetje vergelijkbaar, niet met de auto, maar vergelijkbare dingen. Maar daar heb ik het nu niet over. Anders kunnen ze mij van het weekend bij elkaar rapen. Dat kunnen ze sowieso wel.»

- Denkt u dat het belangrijk is dat u dat ooit wel gaat vertellen?

Bergman «Ja, omdat het heel belangrijk is. Vaak krijgt het bij mij dan ook weer een plek...»

- En los van uzelf?

Bergman «Ja, het is ook belangrijk voor de buitenwereld, maar alleen wanneer ik eraan toe ben, eerder niet.»

Als ik Bergman vertel dat ik komende week in Srebrenica ben, vraagt hij me foto’s te maken. Gewoon van het dorp, en van de compound. Zodat hij weet wat hij kan verwachten. Hij was één keer eerder terug in de oude accufabriek, in 2009. Om te zoeken naar het kind dat hij dood in zijn armen had. Dat moest daar nog ergens begraven liggen, samen met enkele andere Bosniërs die op het Dutchbatterrein omkwamen, sommigen met een zelfgekozen strop om hun nek. Ze groeven verkeerd die zomer, maar in 2011 werden de lichamen alsnog door anderen gevonden.


Foute grappen

Een paar dagen later loop ik over het oude compoundterrein in Potocari. De deuren zijn op slot, maar door de kapotte ramen is het makkelijk binnenkomen in wat voorheen de slaapzalen van Dutchbat waren. De muren staan volgekalkt met Nederlandse teksten. Tekeningen van naakte vrouwen, stripfiguur Joop Klepzeiker en Beavis and Butt-Head. ‘Prettige feestdagen’ staat er boven een deur geschreven. In het trapgat: ‘kut’. Vanuit de slaapzalen zie je nu, aan de overkant van de weg, de grote begraafplaats. Duizenden witte paaltjes markeren de dode lichamen die eronder begraven liggen. De muur waartegen Bergmans bed stond, is leeg. ‘Als chauffeur van de overste had je een voorbeeldfunctie,’ zal hij me later vertellen. ‘Dus ik heb nooit iets op de muur geschreven. Ook niet op een andere plek.’ Foute grappen vind je ook in het voormalige Dutchbat-onderkomen, zoals: ‘My ass is like a local, it’s got the same smell.’ Bergman: ‘Op een gegeven moment hadden wij allemaal een hekel aan die Bosniërs, want ze keerden ons de rug toe. En er werd heel veel gestolen, zoals kleding. Dan word je boos. We kwamen niet aan hun spullen, dan moesten ze ook van onze spullen afblijven.’ Naast het kantoorgebouw waar de Dutchbatters sliepen, staat de oude accufabriek: vervallen, deels ingestort. In sommige ruimten wordt weer gewerkt. Die worden verhuurd aan lokale ondernemers. Op de deuren staan nog Nederlandse teksten: ‘Niet parkeren’, en het zelfbedachte wapen van de koks, de kokmando’s: een ananas. Na mijn bezoek aan de compound bel ik nog eens met Bergman. Ik drink koffie op een terras in Srebrenica. De zon schijnt, het is zomer. Bergman in Nederland klinkt ook zonnig, vrolijk, zijn vrouw zit naast hem en souffleert zo nu en dan. Vandaag kan hij beter geen zware verhalen vertellen. ‘Gisteren was een slechte dag, maar vandaag ziet het er goed uit.’ We praten over de foto’s die kort geleden in De Telegraaf zijn verschenen. Ze zouden afkomstig zijn van het verdwenen fotorolletje. Bergman denkt dat de rest van de foto’s nu ook snel tevoorschijn zal komen. ‘Ze moeten wel, het verstoppertje spelen heeft lang genoeg geduurd.’ Dan klinkt de kerkklok, vlakbij, in het centrum van Srebrenica, het is twaalf uur. ‘Hoor je dat?’, vraag ik hem. ‘Ja,’ zegt Edwin. En hij valt weer stil.

© Vrij Nederland


Hoe zou het eigenlijk zijn met... de gerechtigheid?

Tijdens de herdenking van de genocide in Srebrenica in New York sprak Serge Brammertz, de hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal, harde woorden voor de Verenigde Naties: ‘Hier bij de VN kennen we de schaamte van een belofte die is verbroken.’

null Beeld

Het was de belofte van de internationale gemeenschap om tijdens de Bosnische oorlog de moslimbevolking van de zogenaamde safe areas, waaronder Srebrenica, te beschermen tegen het oprukkende leger van de Bosnische Serviërs. Maar de enclave en de lichtbewapende Nederlandse VN-blauwhelmen werden, zoals vorige maand eindelijk onomstotelijk bewezen werd, aan hun lot overgelaten. Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS, landen die doorgaans excelleren in het terechtwijzen van schurkenstaten, maakten een geheime afspraak om geen internationale luchtsteun te bieden bij het redden van de enclave. Als gevolg kon de Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic de Nederlanders vernederen en zijn manschappen de opdracht geven om op 11 juli 1995 meer dan zevenduizend mannen en jongens te executeren.

Om het leed van de bevolking te illustreren, haalde Brammertz het voorbeeld aan van Munira Subasic, de onvermoeibare aanvoerster van de ‘Moeders van Srebrenica’: van de 22 familieleden die de vrouw tijdens de oorlog verloor, heeft ze enkel haar jongste zoon Nermin kunnen begraven – vorig jaar. Twee kleine botjes, dat was alles wat er van hem werd teruggevonden.

Net als in bijna alle toespraken van Brammertz stonden niet de oorlogsmisdadigers centraal, maar de slachtoffers en hun nabestaanden. Het heeft van de geboren Eupenaar hét gezicht en symbool gemaakt van de hoop op gerechtigheid van deze mensen, twee decennia na de ergste oorlogsmisdaad op Europese bodem sinds de Tweede Wereldoorlog.


Prijskaartje

Die hoop vestigde Brammertz al heel snel toen hij in 2008 aan het hoofd kwam te staan van het team van aanklagers in het Joegoslavië-tribunaal. Na amper een halfjaar behaalde hij al het succes waar zijn voorgangster, de compromisloze Zwitserse stormram Carla Del Ponte, acht jaar vergeefs naar had toegewerkt: de arrestatie in Belgrado van één van de twee hoofdverantwoordelijken voor de genocide in Srebrenica, de voormalig Bosnisch-Servische president Radovan Karadzic. Die had zich jarenlang onder een valse naam – en vermomd met dikke bril en sinterklaasbaard – voorgedaan als natuurgenezer in het newagemilieu in de Servische hoofdstad. Toen drie jaar daarna ook Karadzic’ beul in generaalsuniform Ratko Mladic van zijn bed gelicht werd, in de onderkomen boerderij van zijn neef op het Noord-Servische platteland, was de Belgische topjurist de held van de Bosnische moslims.

undefined

'Serge Brammertz: 'De oorlogsmisdaden zijn erger dan ooit'

Acht jaar later zijn alle 161 verdachten op de lijst van het tribunaal gearresteerd en zit het werk er bijna op voor Brammertz.

Serge Brammertz «De meeste van mijn medewerkers zijn al op zoek naar een nieuwe job. Er lopen nog wel vier processen in eerste aanleg, waaronder die tegen Karadzic en Mladic. Wat mij betreft is het proces tegen Karadzic hét belangrijkste proces van de afgelopen twintig jaar. Na dit jaar loopt enkel nog de zaak tegen Mladic, die in 2017 moet zijn afgerond.»

HUMO Na de sluiting van het Joegoslavië-tribunaal zal het Internationaal Strafhof de enige internationale hoop op gerechtigheid zijn voor slachtoffers van oorlogsmisdaden. Maar na zestien jaar zijn er welgeteld twee mensen veroordeeld en heeft het Hof 1,1 miljard euro gespendeerd.

Brammertz «Dat internationale justitie veel geld kost, lijkt me logisch. Ook het Joegoslavië-tribunaal is bekritiseerd omwille van het hoge prijskaartje (2 miljard euro, red.). Maar als je het vergelijkt met een weekje oorlog voeren in Afghanistan of Irak, lijkt het ineens niet zo veel meer.»

HUMO Zakt de moed u nooit in de schoenen?

undefined

Brammertz «Internationale justitie heeft het moeilijk, vooral qua efficiëntie. Sinds de Tweede Wereldoorlog vonden er nooit zo veel conflicten tegelijkertijd plaats als vandaag. En het percentage burgerslachtoffers in verhouding tot militaire slachtoffers is nooit groter geweest. Als je de omvang en de onmenselijkheid van de oorlogsmisdaden in Syrië en al die andere conflicten ziet, dan moet je helaas concluderen dat het afschrikeffect van internationale tribunalen niet bepaald groot is. Maar wat zijn de alternatieven? Wat mij betreft is er geen alternatief. Natuurlijk, je kunt zeggen: ‘Internationale justitie functioneert niet, we stoppen ermee.’ Maar ik denk dat dat het ergste signaal is dat je kunt geven: ‘Dictators van deze wereld, ga gerust verder met wat jullie aan het doen zijn, er heerst toch straffeloosheid.’»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234