null Beeld

Een niet te blussen woede-uitbarsting: 25 jaar Rage Against The Machine

Vijfentwintig jaar (en een klets) geleden bracht Rage Against The Machine zijn gelijknamige debuutplaat uit. ‘Rage Against the Machine’ is uitgegroeid tot een klassieker van staal en semtex, een wereldplaat die de tand des tijds doorstaat met een – I won’t do what you tell me nog aan toe – eeuwig erecte fuck you-vinger.

'Zoals onze godsdienstleraar zei nadat we 'Killing in the Name' hadden meegebracht tijdens het vrije muziekuurtje: 'Straf!''

Bij wijze van inleiding twee typerende quotes uit het Rage-universum. De eerste komt van gitarist Tom Morello: ‘Een goede song zet je aan om met je voet op de grond te tikken of om een meisje te kussen. Een gewéldige song geeft je zin om op een flik te meppen en de suburbs in brand te steken. Ik wil alleen geweldige songs schrijven.’ Citaat twee, van frontman Zack de la Rocha: ‘If ignorance is bliss, then knock the smile off my face.’ Het zegt niet alles, maar wel veel over de rabiate toewijding waarmee ‘Rage Against the Machine’ (november 1992), de plaat met de Pulitzer winnende foto van een brandende monnik op de hoes, werd opgenomen.

De la Rocha nam het daarop ziedend en stampvoetend – zijn hoofd omringd door een zwarte vlam dreadlocks – op voor de onderdrukten, de noodlijdenden, de gediscrimineerden, de niet-op-tijd-ververste-goudvissen en andere minderheden.

De drang om de nuffige hypocrisie van de wereld te ontmaskeren was niet gespeeld. De vader van De la Rocha was een schilder die zich bij wijze van midlifecrisis had laten omdopen tot born again christian. Wanneer tiener Zack zijn alleenstaande vader in het weekend bezocht, werd hij er af en toe opgesloten in een compleet verduisterde kamer, voor gebed en boete. Soms at hij niets tot hij op maandagochtend terug naar zijn moeder mocht. Daar en toen leerde de zanger dat dogma’s niet deugen.

De la Rocha was vanaf dag één een begeesterde frontman, een speciaal geval en bij momenten een visionair, maar daarnaast ook gewoon een puistenkop van zijn tijd. Zoals het harde sociale beleid van Margaret Thatcher er in Groot-Brittannië in de jaren tachtig voor had gezorgd dat de protestzanger weer hip werd, maakte de Brand van Los Angeles – de zwarte Rodney King die door blanke politiemannen in elkaar werd geslagen, de rassenrellen die volgden – het bed tien jaar later warm voor boze rappers en rockers in Amerika. De multinationals speelden daar graag op in. 1992 was het jaar dat ‘Malcolm X’ de naam van een chipsmerk werd. En om het geld uit de zakken van de boze kids te slaan, haalde major platenlabel Epic dat jaar Rage Against The Machine in huis.

Maar Rage was geen symptoom van die trend. Ze maakten, terwijl ze in hun loopgraven bleven zitten, alleen gewiekst gebruik van de mogelijkheden die waren ontstaan. Morello: ‘Epic vroeg ons niets, verwachtte nog minder. Ze hadden zelfs niets liever dan dat we hen in interviews uitmaakten voor het vuil van de straat.’

Dat ze die levenshouding met goede muziek hadden weten te verpakken, was voor de muzikanten zélf een verrassing. Vóór ‘Rage Against the Machine’ hadden De la Rocha en bassist Tim Commerford het al vruchteloos geprobeerd te maken met Inside Out, een band die uit elkaar viel nadat hun gitarist bij de Hare Krishna wou. En Morello was met de bands Electric Sheep en Lock Up ook al tegen een muur van onverschilligheid gelopen. Quote: ‘Wat je op ‘Rage Against the Machine’ hoort, is het geluid van vier muzikanten die hun illusies al hadden opgeborgen. De muziekwereld had ons al te kennen gegeven: jullie kunnen er niets van. Het móést dus niet meer.’ Om toch maar in Los Angeles te kunnen blijven wonen, en nog niet meteen terug naar het ouderlijke huis in Illinois te moeten, had Morello het al een paar keer geprobeerd als ‘exotische danser’. Tegen ’92 was hij die wanhoop voorbij: ‘We speelden alleen nog wat we echt wilden.’

Drummer Brad Wilk is boeddhist tot in de kist, en Commerford naar verluidt een afstammeling van de vikinggeneraal Fulco de Commerforte. De groep bracht enkele vrienden mee naar de opnamestudio, en de plaat werd grotendeels opgenomen als een kleinschalig concert. Dat livegevoel ligt als een versterkende prikkeldraad over de tien songs, maar toch hadden enkele van de vroege recensies een zure ondertoon, zoals: ‘De songs heten ‘Take the Power Back’, ‘Bombtrack’ en ‘Fistful of Steel’. Ligt dat niet héél dicht bij ‘Fight the Power’, ‘Louder than a Bomb’ en ‘Black Steel’ van Public Enemy?’ En: ‘Die riff van ‘Wake Up’, die komt toch rechtstreeks uit Led Zeppelins ‘Kashmir’, meneer Morello?’ Vernieuwend was de groep op het eerste gezicht niet. Ze hebben de cross-over niet uitgevonden. Ze waren wel de eersten die het concept – het equivalent van een molotovcocktail van funk, rock, rap, metal en punk – een plaat lang goed begrepen hadden.

Uit de Humo-recensie van toen: ‘Rage verhoudt zich tegenover cross-overmiljonairs Red Hot Chili Peppers als een fors in de ballen getrapte bloedhond tot een geparfumeerde poedel, als een uit de goot gegroeide street gang tot de veelkleurige hofhouding van een Braziliaanse Prins Carnaval.’

‘Bullet in the Head’ is een nekschot, ‘over die fucking media die ons niet de mogelijkheid bieden een eigen mening te vormen’. ‘Killing in the Name’ is volgens Rolling Stone de 24ste beste gitaarsong aller tijden. Tijdens ‘Wake Up’ hebben we voor onze ogen ooit iemand door het lint zien gaan en zich een schedelbreuk zien springen tegen een hoger ingeschat plafond. ‘Freedom’ doet je – gbblllkkk, shit – je eigen adrenalineklieren inslikken. ‘Township Rebellion’ werd op concerten vroeger meestal aangekondigd met: ‘Dit klaslokaal is de laatste plaats ter wereld waar de waarheid gevonden kan worden’. ‘Settle for Nothing’ was het oog van Sauron tussen zoveel storm. Alle tien ‘Bombtracks’.

In ‘Freedom’ beschrijft De la Rocha hoe hij bij het schrijven te werk gaat: ‘Solo, I’m a soloist on a solo list / All live, never on a floppy disk / Inka, inka, bottle of ink / Paintings of rebellion / Drawn up by the thoughts I think’. In de bijhorende videoclip werd aandacht gevraagd voor Leonard Peltier, leider van de Indian Movement, en op dat moment al twintig jaar onschuldig aan het wegrotten in de cel. Opmerkelijk zeldzaam: op je debuutplaat niet hoofdzakelijk aan je eigen ambities of frustraties denken. In het cd-boekje worden geen hippe namen bedankt, wél Bobby Sands, een IRA-lid dat in de gevangenis overleed na een hongerstaking.

Verder, in datzelfde boekje staat: ‘No samples, keyboards or synthesizers used in the making of this recording’. Dat staat er omdat je denkt dat al die geluiden die Morello maakt niet uit een gitaar kúnnen komen. Luister naar de politiesirenes, de kettingzagen en de neerzoevende bommenwerpers: het zijn hier pronte bakstenen in een geluidsmuur for the ages.

Zijn jeugdhelden zijn Joe Strummer en Randy Rhoads, een op zijn 25ste in een vliegtuigcrash omgekomen metalgitarist. Naar hem heeft Morello later zijn eerstgeboren zoon genoemd (Rhoads, gelukkig niet Randy). Bij Rage blinkt Morello uit in overtuigingskracht. Op het debuut speelt hij geen noot waarvan je je kan voorstellen dat ie anders had moeten klinken. Hij kon het altijd al goed verkopen: op de middelbare school had Morello een fictief klasgenootje uitgevonden; hij schreef ’m in voor de presidentsverkiezingen van zijn schooljaar en die ‘kandidaat’ eindigde toen als derde. Een geval van appel en boom: Morello’s grootoom werd verkozen tot de eerste democratische president van Kenia.

Tijdens het miniconcert in de opnamestudio mochten ook twee vrienden meedoen: Jane’s Addiction-drummer Stephen Perkins en Tool-frontman Maynard James Keenan, beide in ‘Know Your Enemy’. Keenan stoot er een primatenkreet uit die later vooral live indruk maakte: zoek op YouTube naar Rage in Indio, Californië ’99.

In 1997, en dus vijf jaar na de release van ‘Rage Against the Machine’, omschreef Bono de groep zo: ‘Muziek en politiek mengen en níét vervelen: dat is moeilijk. Een geweten hebben en níét klinken als een oude zaag: moeilijker. Daarbij dan ook nog eens muziek maken die de wereld ten goede verandert: onmogelijk.’

Een kwarteeuw geleden hebben Zack, Tom, Tim en Brad het onmogelijke voor elkaar gekregen. Zoals onze godsdienstleraar destijds zei nadat we ‘Killing in the Name’ hadden meegebracht tijdens het vrije muziekuurtje: ‘Straf!’

Humo-abonnee? Win viptickets voor de luistersessie van de integrale plaat ‘Rage Against the Machine’ in de AB op donderdag 14 december, inclusief diner, op humo.be/humosapiens.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234