‘Alzheimer wordt weldra een ware epidemie: we moeten de ziekte met alle middelen bestrijden’ Beeld Times Newspapers Ltd
‘Alzheimer wordt weldra een ware epidemie: we moeten de ziekte met alle middelen bestrijden’Beeld Times Newspapers Ltd

Wereld Alzheimer DagWereld Alzheimer Dag

Een nieuwe wonderpil: is er nu echt een medicijn tegen alzheimer?

Vandaag is het Wereld Alzheimer Dag en er is goed nieuws voor wie het af en toe even niet meer weet: in de Verenigde Staten ligt sinds een tweetal maanden een ware primeur in de apothekerskast. Dankzij het allereerste geneesmiddel tegen alzheimer gloort eindelijk hoop aan de einder voor de steeds sneller groeiende groep van patiënten – wereldwijd naar schatting zo’n 24 miljoen, van wie 85.000 in België. Maar kan het medicijn die torenhoge verwachtingen wel inlossen? De Britse professor John Hardy, die baanbrekend onderzoek heeft verricht naar de ziekte, is voorzichtig optimistisch. ‘Hopelijk is dit het begin van het einde voor de ziekte van Alzheimer.’

– Professor, wat is alzheimer precies?

JOHN HARDY (denkt na) «Moeilijke vraag. Alzheimer is een bijzonder complexe ziekte, dus het is niet zo eenvoudig om ze in een paar zinnen samen te vatten. Misschien moeten we gewoon terugkeren naar het prille begin: het Frankfurt van 1906, waar een groot psychiatrisch ziekenhuis gevestigd was. Irrenschloss genaamd, of het ‘gekkenkasteel’ – met politieke correctheid hield men zich toen nog niet bezig (lacht). Eén van de patiëntes klaagde over de verwarring die ze bijna voortdurend ervoer: ze vergat haar naam, wist niet meer wat ze met die boterham op haar bord moest doen, liep doelloos door de gangen te dwalen... Na haar overlijden besloot een psychiater om een autopsie te verrichten op de vrouw, en in haar hersenen vond hij grote hoeveelheden eiwitten die daar eigenlijk niet hoorden te zitten. Zijn – grotendeels correcte – conclusie was dat die eiwitten een soort mist hadden veroorzaakt in het hoofd van de patiënte, waardoor ze niet meer in staat was om helder te denken. De naam van die psychiater was Alois Alzheimer.»

– De ziekte werd dus ontdekt in 1906, maar pas nu – 115 jaar later – staan we voor een doorbraak. Waarom heeft het zo lang geduurd?

HARDY «Al die jaren wist men wel dat de ziekte bestond, maar tastte men in het duister naar de oorzaken. Dat is niet zo verwonderlijk: de sleutel tot alzheimer ligt voor een groot deel in de genetica, en dat onderzoeksdomein begon zich pas echt te ontwikkelen in de jaren 80. Voordien beschikte men gewoonweg niet over de nodige kennis. Je zou zelfs kunnen zeggen dat we onze knowhow van vandaag te danken hebben aan één simpele toevalstreffer.»

– We hebben ons laten vertellen dat uw onderzoek zo’n veertig jaar geleden in een stroomversnelling kwam door een briefje in de bus.

HARDY «Ik was al een tijdje met alzheimeronderzoek bezig toen ik een artikel las over de ziekte van Huntington (een hersenaandoening die vooral de motoriek aantast, red.). Men had ontdekt dat die te wijten was aan één enkel gen, en dat bracht me op een idee: wat als dat bij alzheimer óók zo zou zijn? De deur naar alzheimer zat toen nog potdicht, en we waren koortsachtig op zoek naar een toegangscode – al was het maar één cijfertje – om ze op een kier te zetten. Het verband met erfelijkheid was op dat moment nog amper onderzocht, dus het leek me wel een poging waard. Ik heb toen een advertentie geplaatst in een tijdschrift voor alzheimerpatiënten, met de vraag of ze hun symptomen ook herkenden bij familieleden.

»En inderdaad, toen viel die brief in de bus. Een zekere Carol Jennings uit Nottingham had gemerkt dat haar verstandelijke vermogens langzaam maar zeker achteruitgingen, en legde het verband met wat ze in haar familie zag gebeuren: haar vader had alzheimer, haar oom en tante ook. De huisdokter had haar bezorgdheid weggewuifd, omdat Carol volgens hem nog veel te jong was om de ziekte te krijgen. Over erfelijke belasting wilde hij al helemaal niets horen, want daar was nog geen enkele aanwijzing voor. Maar toen ik samen met Carol haar stamboom uitploos, bleken nog méér familieleden symptomen van alzheimer te vertonen, of vertoond te hebben. Toen wist ik: we zijn iets op het spoor, die genetische invalshoek zou weleens het eerste puzzelstukje kunnen zijn.»

– Ik ben geneigd te denken dat die huisdokter het bij het rechte eind had: ook ik heb altijd gelezen dat alzheimer in de meeste gevallen níét erfelijk is.

HARDY «Dat klopt, maar in sommige families is wel degelijk sprake van een genetische aanleg. Net daarom was die brief van Carol zo’n unieke kans. Voor het eerst konden we mensen onderzoeken die aan elkaar verwant waren, wat ons toeliet om bepaalde afwijkende patronen te ontdekken in hun hersenen. Daaruit bleek dat die huisdokter absoluut géén gelijk had: alle leden van de familie Jennings liepen een groot risico – ongeveer één kans op twee – om op jonge leeftijd alzheimer te ontwikkelen. Iets later dienden zich ook andere families aan om onderzocht te worden, en de resultaten wezen in dezelfde richting.

»Zo ging de bal aan het rollen. Maar het echte werk moest nog beginnen. Oké, we waren erachter gekomen dat alzheimer genetisch bepaald kan zijn, maar wat moesten we met die informatie doen? Wat konden we daaruit afleiden over de ziekte in haar geheel – en dus ook over de niet-erfelijke varianten? We hebben toen getracht om één ‘alzheimer-gen’ te identificeren, maar dat was regelrecht gekkenwerk: de genetica stond nog in héél kleine kinderschoentjes, waardoor we slechts beschikten over een fractie van de kennis en de technologie die we vandaag hebben. Zes topwetenschappers hebben zich vijf jaar lang dubbel geplooid om een onderzoek af te ronden waarvoor een doorsnee doctoraatsstudent nu amper een maand nodig heeft. Als ik er nu op terugkijk: oh boy, wat een chaos (lacht).»

Professor John Hardy: ‘Toen ik de code had gekraakt, juichte ik: ‘Over vijf jaar hebben we een pil!’ Dat was in 1991.’ Beeld Times Newspapers Ltd
Professor John Hardy: ‘Toen ik de code had gekraakt, juichte ik: ‘Over vijf jaar hebben we een pil!’ Dat was in 1991.’Beeld Times Newspapers Ltd

GESLEPEN MESJES

– Maar: al dat harde werk heeft wel iets opgeleverd. In het begin van de jaren 90 wist u samen met uw team een doorbraak te forceren.

HARDY «Uiteindelijk hebben we die bastard toch te pakken gekregen, ja (lacht). Alle families waarin een vermoeden bestond van genetische aanleg voor alzheimer, bleken één gemeenschappelijke eigenschap te bezitten: een mutatie in het amyloid precursor protein (APP, red.). Tot op vandaag zijn we er niet helemaal zeker van welke functies dat eiwit precies uitoefent in ons lichaam, maar het staat wél vast dat APP een rol speelt in de aanmaak van amyloïde – en laat dat nu net het eiwit zijn dat zich in grote hoeveelheden afzet in de hersenen van alzheimerpatiënten.

»Dankzij die ontdekking wisten we eindelijk waarnaar we moesten zoeken bij patiënten met niet-erfelijke alzheimer, en ook bij hen bleek APP een cruciale factor te zijn. Het verloop van de ziekte is bij hen niet helemaal identiek – patiënten met genetische aanleg beginnen doorgaans op veel jongere leeftijd symptomen te vertonen – maar de onderliggende oorzaken zijn wel dezelfde. En toen kwam collega Roger Nitsch van de universiteit van Zürich aanzetten met een even briljant als eenvoudig idee: hij stelde voor om ook autopsieën te verrichten op de hersenen van 85-plussers zónder alzheimer. Bij een aantal van die proefpersonen – van wie sommigen een traag evoluerende vorm van de ziekte bleken te hebben, zonder symptomen – ontdekte hij zowaar antistoffen die de overproductie van amyloïde tegengaan. In ons lab knalden de champagnekurken: we hadden de blauwdruk voor een medicijn, de code was gekraakt. ‘Nog vijf jaar,’ juichte ik, ‘en we hebben een pil tegen alzheimer!’ Dat was in 1991 (lacht).»

– Dan moet er onderweg toch één en ander fout gelopen zijn.

HARDY «Ach ja, zo gaat dat onder wetenschappers: komt er eentje met een opzienbarende ontdekking, dan worden onmiddellijk de messen geslepen. Deugde onze onderzoeksmethode wel? Hadden we rekening gehouden met een infectie als mogelijke oorzaak? Er werden ook grote hoeveelheden amyloïde aangetroffen in de hersenen van ouderen zónder alzheimer: waren we dat misschien ‘toevallig’ vergeten te vermelden in onze resultaten? Enzovoort, enzovoort. Let wel, ik heb die aanvallen nooit persoonlijk genomen: als we het altijd zomaar over alles eens waren, zou de wetenschap niet bijster veel vooruitgang boeken. De mooiste ideeën ontstaan uit een botsing van meningen. (Lachje) Wat niet wegneemt dat ik een zekere genoegdoening voel, nu ik na al die jaren toch gelijk blijk te hebben.»

– Die genoegdoening komt wel met een flinke vertraging: nu pas, ruim dertig jaar na uw onderzoek, komt er een geneesmiddel tegen alzheimer op de markt.

HARDY «Helaas is dat vooral te wijten aan financiële obstakels. De centen, dáár gaat het om: ook in de wetenschap, en vooral in de farmaceutische industrie. In de loop der jaren zijn we er wel in geslaagd om een pak collega’s te overtuigen van onze theorieën, maar naarmate ons onderzoeksbudget groeide – en we hier en daar ook een prijs wonnen – stak een storm van kritiek op uit wetenschappelijke hoek: ‘Die amyloid guys gaan met ons geld lopen!’ (lacht) Die interne twisten hebben heel wat twijfel gezaaid in ons onderzoeksgebied, waardoor de farmabedrijven de kat liever nog wat uit de boom keken. Jammer genoeg is die kat nog een tijdje blijven zitten. Pas in 2015, toen ik samen met mijn team de Breakthrough Prize had gewonnen (een prestigieuze internationale wetenschapsprijs, red.), kwamen fabrikanten als Roche, Eli Lilly en Pfizer met geld over de brug om een medicijn te ontwikkelen.»

– Die aankondiging ging gepaard met ronkende krantenkoppen, maar algauw werd het weer oorverdovend stil.

HARDY «Daar is een goede reden voor: bedrijven pakken graag uit met hun successen, maar niet met totale mislukkingen. De ontwikkeling verliep aanvankelijk voorspoedig, in die mate zelfs dat fase drie werd bereikt, de fase van het onderzoek waarin geneesmiddelen worden getest op een grote groep van patiënten. Helaas leverden die tests teleurstellende resultaten op, waardoor de drie bedrijven – die op dat moment al honderden miljoenen hadden geïnvesteerd – de handdoek gooiden. Alzheimer was ‘niet langer hun prioriteit’, wat wilde zeggen dat alle research finaal werd stopgezet. Dat was niets minder dan een mokerslag, voor mij én voor mijn collega’s: tientallen jaren werk, en alles was voor niets geweest. Ik kan u verzekeren dat ik mij een tijdlang erg depressief heb gevoeld.»

– Wat was er dan mis met de medicijnen die toen werden ontwikkeld?

HARDY «Ze waren gewoonweg niet effectief genoeg. De eerste resultaten waren nochtans bemoedigend: na amper een jaar was het amyloïdegehalte in de hersenen van de meeste geteste patiënten weer gezakt tot het normale niveau. Als je weet dat overtollig amyloïde zo’n twintig jaar nodig heeft om zich te verzamelen en vast te zetten in de hersenen, is dat een ronduit spectaculair resultaat. Dat lag ook in de lijn der verwachtingen, want die medicijnen waren gebaseerd op de antistoffen die Roger Nitsch had ontdekt. Er was echter één onoverkomelijk probleem: de symptomen verdwenen niet. Slechts bij een heel klein deel van de proefpersonen – en dan nog enkel degenen die in een vroeg stadium van de ziekte verkeerden – was een minimale verbetering merkbaar. Hoogstwaarschijnlijk had de amyloïde bij de anderen al te veel schade aangericht in de hersencellen.»

– Ook de nieuwe generatie medicijnen wordt jubelend onthaald: autoriteiten op het vlak van alzheimer gewagen van een mijlpaal. Is hun optimisme deze keer terecht?

HARDY (twijfelt) «Mijn team en ik hebben ons jarenlang blindgestaard op een mirakeloplossing, een genetische toverstaf waarmee we alzheimer uit de wereld konden helpen. Alle mislukkingen van de voorbije jaren hebben aangetoond dat die hoop niet realistisch was. Ik vermoed dat Aducanumab (het nieuwe alzheimermedicijn van biotechbedrijf Biogen, red.) dan ook geen revolutionaire effecten zal hebben, maar het goede nieuws is dat de interesse van de farma-industrie weer gewekt is. Wat we nu zien, is dus minstens een opstap naar verdere research, om nog betere geneesmiddelen te ontwikkelen.

»Ik ben in elk geval opgetogen dat ons onderzoek uiteindelijk tóch vruchten afwerpt, en dat al die tegenslagen nu tot een mogelijke oplossing hebben geleid – of toch minstens een aanzet daartoe. In die zin vergelijk ik ons graag met de pioniers van de luchtvaart, de gebroeders Wright: die zijn ook eerst een paar keer neergestort voor ze hun vliegtuig in de lucht kregen... Maar amper twintig jaar later was de eerste commerciële lijnvlucht wel een feit.»

– Ook nu dreigt de vlieger weer niet op te gaan: de Amerikaanse gezondheidsorganisatie FDA (Food and Drug Administration) keurde het Biogen-medicijn pas goed na een felle interne strijd. De Verenigde Staten zijn voorlopig ook het enige land waar het geneesmiddel op de markt mag komen. Stevenen we op een nieuwe teleurstelling af?

HARDY «Deze keer liggen de kaarten toch anders, denk ik. Ten eerste evolueren de technologie en de onderzoekstechnieken bijzonder snel, waardoor men vlugger – en dus goedkoper – kan bijsturen als er iets fout gaat. Ten tweede is er het niet onbelangrijke feit dat de geesten intussen gerijpt zijn. We komen van ver, hè: denk maar terug aan die gereputeerde instelling waar dokter Alzheimer zelf werkte, en die onomwonden een zothuis werd genoemd. Ook in de recentere geschiedenis zijn genoeg voorbeelden te vinden van alzheimerpatiënten die wegens hun ‘gekke’ gedrag in complete isolatie werden geplaatst, zonder enige vorm van behandeling. Nu studies hebben aangetoond dat tegen 2040 ongeveer een miljoen Britten aan alzheimer zal lijden, heeft de radar van de beleidsmakers gelukkig wél een signaal opgepikt. Men is doordrongen geraakt van het besef dat deze ziekte een ware epidemie is, en dat ze met alle mogelijke middelen moet worden bestreden. Die politieke steun kan enkel in ons voordeel werken.»

ANGSTAANJAGEND

– Hoe ziet u het onderzoek naar alzheimer – en de bestrijding ervan – verder evolueren?

HARDY «Ik denk dat de focus zal verschuiven van bestrijding naar preventie. Ik geef grif toe dat we in de begindagen een denkfout hebben gemaakt: we hebben de fundamenten van het alzheimeronderzoek gelegd door de rol van amyloïde in kaart te brengen, maar in ons enthousiasme zijn we het ziekteproces uit het oog verloren. Alzheimer is namelijk een sluipende aandoening: wanneer je de eerste symptomen begint op te merken, is het eigenlijk al te laat. Op dat moment zijn onze microgliacellen, die in een gezond brein verantwoordelijk zijn voor de opkuis van overtollig amyloïde, hun strijd namelijk al aan het opgeven – en dat geeft die amyloïde vrij spel om ‘mistbanken’ te vormen in je hersenen. Die fungeren op hun beurt als een soort lucifer voor de tau-eiwitten; zodra ook die in brand staan, kun je het helemaal vergeten. Letterlijk (grinnikt). Dan mag er nog een dozijn brandweerwagens aanrukken, het zal niet meer baten.

»Dat is ook de reden waarom die eerste pogingen om een medicijn te ontwikkelen faliekant zijn afgelopen. Bij die proefpersonen was het gewoon te laat om de brand nog te blussen. Enkel amyloïde bestrijden volstaat dus niet, we moeten vroeger tussenbeide kunnen komen. Eigenlijk kun je dat vergelijken met cholesterol: je hebt er geen flauw benul van dat die stof zich stelselmatig opbouwt in je aderen, tot er eentje dichtslibt en je een hartaanval krijgt. Die behandel je ook niet nádat je ’m gekregen hebt, hè. Nee, je probeert een infarct te vermijden door je levensstijl tijdig aan te passen: stoppen met roken, minder vet eten, enzovoort. Die preventieve aanpak zouden we ook moeten hanteren voor alzheimer. U en ik lijken op dit moment perfect gezond, maar het is perfect mogelijk dat zich as we speak eiwitklonters aan het vormen zijn in onze hersenen, die over drie à vier jaar onze verstandelijke vermogens zullen decimeren. Als we dat willen verhinderen, moeten we nú ingrijpen.»

– U jaagt ons angst aan.

HARDY (lacht) «Dat was natuurlijk niet mijn bedoeling. Maar wat ik zeg, staat wel onomstotelijk vast: net daarom is het zo belangrijk om sterk in te zetten op preventie. We moeten potentiële patiënten zo vroeg mogelijk beginnen te behandelen – niet met één medicijn, maar met een cocktail van medicijnen. Ik denk aan Aducanumab van Biogen, maar ook aan de ‘mislukte’ geneesmiddelen die een paar jaar geleden in de testfase zijn blijven steken, want die bevatten wel degelijk werkzame elementen. In combinatie met een middel dat de aanmaak van microgliacellen stimuleert, kunnen we het teveel aan amyloïde – en eventueel ook tau-eiwitten – uit de hersenen én uit het bloed halen, nog vóór die stoffen een ravage kunnen aanrichten.

»Op dit moment is men trouwens volop aan het onderzoeken hoe zo’n microgliabooster ontwikkeld kan worden. Als dat zou lukken, zetten we weer een enorme stap vooruit. Voorlopig is het allemaal nog toekomstmuziek, maar ik verwacht veel heil van een doeltreffende mix van medicijnen die preventief wordt toegediend om oprukkende alzheimer in de kiem te smoren. Ik hoed me voor overmatig optimisme, maar toch waag ik me aan een voorzichtige voorspelling: als dit niet het einde betekent voor alzheimer, dan toch zeker het begin van het einde.»

– Voor Carol Jennings, de vrouw met wier brief alles begon, komt het nieuwe alzheimermedicijn waarschijnlijk te laat?

HARDY «Helaas wel, ja. Carol leeft nog, maar ze is zwaar dement. De vrij milde symptomen die ze had toen ze voor het eerst contact met mij opnam, zijn zich ernstig beginnen te manifesteren toen ze de 60 naderde. Nadien is het heel snel gegaan, haar verstandelijke vermogens zijn bijna volledig verdwenen. (Glimlacht vertederd) Vier jaar geleden heb ik haar voor het laatst ontmoet, en ergens in de verte bleek ze me nog te herkennen: dat deed me wel iets.

»Ik heb altijd bewondering gehad voor de manier waarop Carol omging met haar situatie. Ze wist wat de toekomst zou brengen, en besefte heel goed dat ik haar niet zou kunnen helpen. ‘Voor mij is het te laat,’ zei ze altijd, ‘maar ik hoop uit de grond van mijn hart dat je mijn kinderen kunt redden.’ Haar kinderen zijn natuurlijk ook belast met de erfelijke variant van alzheimer, maar het maakt me gelukkig om te kunnen zeggen dat het voor hen misschien níét te laat is. Het lijstje met ingrediënten voor een succesvolle behandeling raakt stilaan compleet: Carols kinderen – en nog zovele anderen – mogen hoop koesteren.»

(Dit artikel stond origineel in de Humo van 31 augustus 2021)

© The Sunday Times

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234