'Een raad van knellende tulbanden' Dwarskijker over 'Molenbeek' en 'Moerkerke en de mannen'

De beeldvorming die na de Schending van Parijs was ontstaan leek mij toch nog iets onheilspellender dan de tour d'horizon die ik tot nu toe in 'Molenbeek' te zien heb gekregen.

'600.000 euro is een flinke som geld, ook al neemt het leven van een vrome moslim pas in het hemelse paradijs een aanvang, waar alles uiteraard gratis is'


Molenbeek

Eén – 29 februari

De dag dat de eerste aflevering van ‘Molenbeek’ werd uitgezonden, bleef ik ’s ochtends op pagina 11 van een landelijk dagblad aan een zo goed als weggemoffeld berichtje haken. Daarin stond dat een raad van knellende tulbanden de fatwa tegen schrijver Salman Rushdie had vernieuwd. Let wel: die krant repte niet van ‘knellende tulbanden’, maar iemand moet het doen. Enige hooggeplaatste Iraanse baardmannen, die meer weten over Gods wil dan ik voor mogelijk houd, zetten thans 600.000 euro op het hoofd van Rushdie, een bedrag dat vrome moslims wereldwijd op ideeën zou moeten brengen. 600.000 euro is een flinke som geld, ook al neemt het leven van een vrome moslim pas in het hemelse paradijs een aanvang, waar alles uiteraard gratis is. Wat voor mij witheet voorpaginanieuws is, was voor die krant krap negen regels op pagina 11 waard. Ik houd al sinds 1989, toen de kwalijke Khomeini de fatwa tegen Rushdie uitsprak, mijn hart vast. Gematigde moslims zouden zich volgens mij in naam van de mensenrechten, de vrijheid van meningsuiting, de literatuur, de kunsten over het algemeen, en nog een stuk of wat andere genoegens, en masse tegen die fatwa moeten uitspreken, maar daarvoor zijn ze wellicht nog net niet gematigd genoeg.

IJlings naar Molenbeek, waar het ware leven zich afspeelt! En waar ik gelukkig niet hoef te wonen. In die gemeente van het Brussels hoofdstedelijk gewest, die sinds de Schending van Parijs op 13 november 2015 meer in de belangstelling staat dan gewoonlijk, betrok Eric Goens, met het oog op een vierdelige reportage, gedurende honderd dagen een flatje. De huurprijzen vallen er naar verluidt geweldig mee. Goens wilde, omdat hij een doortastend journalist is, het leven in Molenbeek niet langer van horen zeggen hebben. Al bij het begin van de eerste aflevering vernamen we dat Brahim Abdeslam meer een boef was dan een hooggestemde jihadi op weg naar de eeuwige lustoorden van Allah, toen hij nabij het Parijse café Comptoir Voltaire vroeger dan voorzien met een drassige klap uit elkaar knalde – Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. In het blikveld van een bewakingscamera had hij in Molenbeek weleens een gokkast in een brasserie gekraakt. Het is me niet bekend of de Koran zulke handelingen aanmoedigt, maar goed, in dit programma werd het verband tussen geboefte en religie in ieder geval sterk geminimaliseerd, zodat je bijna ging denken dat Brahim Abdeslam zichzelf vooral met crimineel oogmerk tot ontploffing had gebracht, die vervloekte vrijdagavond in Parijs.

Eric Goens ervoer Molenbeek op het eerste à tweede gezicht als een gesloten monoculturele gemeenschap, een op zichzelf teruggeplooid wereldje dat uiteraard niet tuk was op journalisten. Om er toch in te kunnen doordringen, probeerde hij een wit voetje te halen bij imam Cheikh Mohamed Toujgani, een monkelende figuur in wie je vanuit christelijk perspectief en bij een zekere lichtval een soort Sinterklaas kon zien. Wat Molenbeekse moslims in Parijs hadden aangericht, vond hij geen jihad, en bovendien had hij die bewuste moslimextremisten nooit in de moskee gezien. Cheikh Mohamed Toujgani, die al bij al ook voorzitter van de Liga van de Imams van België is, sprak niet één Belgische landstaal, wat hij, echt waar, allemachtig jammer vond. Het domste wat hij ooit had gedaan, was geen Frans te leren, onthulde hij met de glimlach. Hij beloofde beterschap zoals een verstokte roker belooft dat hij morgen, uiterlijk overmorgen, of toch zeker de dag dáárop, en uiteindelijk te gener tijd de sigaret eraan zal geven. Voor de rest bleek hij ook te weten waar de schoen wrong: ‘Kinderen die niet meer naar hun ouders luisteren.’ Dat heb ik de afgelopen vijftien jaar vaker gehoord. Op een keer mocht Eric Goens op de thee bij de imam. Om de geestelijke heen deden enkele moslimvrouwen nadrukkelijk de huishouding, wat de imam tot de uitspraak ‘De man is de dienaar van de vrouw in de islam, en niet omgekeerd’ inspireerde. Een klaarblijkelijke onderknuppel, die zijn nogal kleffe adoratie voor de imam niet kon verbergen, deed dienst als vertaler. Ineens werd hij zenuwachtig toen Eric Goens het over de Saoedi-Arabische financiering van de Grote Moskee in Brussel had, salafistische steun uit een oliehoudende schurkenstaat die, als het erop aankomt, ook onze dierbare handelspartner is, omdat de wereld nu eenmaal meer om handel dan om mensenrechten draait. ‘Dat geld gaat naar het Islamitisch centrum, niet naar de moskeeën,’ sprak de imam – hij maakte er nog net geen wegwuiverig gebaar bij, ten teken dat een ander onderwerp hem, voor de gezelligheid, méér zou bevallen. Maar voor de rest gaf hij geen krimp. Het kwam allemaal weer goed, want een Molenbeekse restauranthouder, die ooit een vrouw met een hoofddoek de toegang tot zijn horecazaak had ontzegd, en op aandringen van Goens weleens wilde weten wat er zoal staande werd gehouden in zo’n moskee, mocht beslist naar het vrijdaggebed komen: ‘Iedereen is welkom.’ Wel snel even Arabisch leren.

Als je het over Molenbeek hebt, kun je niet om Moureau heen, de oud-burgemeester die al wie het niet met hem eens is, om er vanaf te wezen, een fascist noemt. Nu ook weer had ik de indruk dat ik hem na de Schending van Parijs al één keer te vaak had gezien op de televisie. Hij had een boek in portefeuille dat ‘De waarheid over Molenbeek’ heet. Daarin zou hij glashelder uitleggen hoe en waardoor radicalisering ontstaat. Zo’n hersenspoeling had volgens zijn inzichten niets met Molenbeek te maken, noch met zijn vroegere beleid, maar veel meer met – hoe heet het? – het internet. Om maar eens iets te noemen. Als politici het met een even uitgestreken als blasé gezicht over ‘de waarheid’ hebben, is het zaak om die waarheid ijverig te betwijfelen. We zagen dat Moureau op straat nog steeds complimenten kreeg van oude moslims. Het leek alsof hij één van hen was.

Voor de couleur locale trok Eric Goens ook op met de plaatselijke halalslager, die in het slachthuis van Anderlecht runderen ging kelen volgens het boekje. De halalslager, een goedlachs man, wist iets waar ik geen sjoege van had: uit gekeelde runderen gulpt rood bloed, terwijl het bloed van runderen die de kogel hebben gekregen zwart is. De minder bekende filosoof Sigiswiel Van Clompen zei ooit: ‘Je kunt niet genoeg herhalen dat Gods wegen ondoorgrondelijke zijn, vooral niet als je uitgeluld bent.’ Verkeersopstoppingen nabij het slachthuis van Anderlecht waren volgens de joviale halalslager nooit aan Marokkanen te wijten, maar altijd aan types die naar zijn inschatting van het platteland kwamen, en niet tegen het verkeer in het Brusselse gewest opgewassen waren. Zijn vader mocht er ook zijn: Goens vroeg die oude of hij zich nu, na al die jaren, Marokkaan voelde of Belg. Hij bleek zich vooral mens te voelen. Mooi zo.

In een ingetogen scène zagen we twee ouders van Syriëgangers: de ene zoon was dood en de andere vermist. De vader van de dode jongen zei dat hij zijn radicaliserende zoon, die een ‘innerlijke leegte’ wilde vullen, op den duur niet meer herkende. De moeder van de vermiste jongen had een gelijkaardige vervreemding van haar bloedeigen kind ervaren. Ik stelde me voor dat je zulks ook voelt als een naaste zoekraakt in de nevelen van Alzheimer.

Irène en Jean, gepensioneerde conciërges van voetbalploeg RWDM, moesten in deze reportageserie de autochtone minderheid gestalte geven: mensen die in het Molenbeek van vandaag nauwelijks nog aanknopingspunten met hun verleden konden vinden. Irène durfde haar huis niet meer uit sinds haar man niet meer mee uit winkelen kon omdat hij van een dubbele longontsteking aan het herstellen was. Ze zei dat ‘ze’ op oudejaarsnacht haar voordeur met vuurpijlen hadden bestookt, wat mij erg vermetel leek bij terreurniveau 3. In ieder geval regeerde de angst, zodat Irène aan het eind van de tweede aflevering te kennen gaf dat ze Molenbeek voor bekeken hield. Het was welletjes. Ondertussen waakte de politie. Er stond een heel cellencomplex ter beschikking van het boeventuig. Dat Molenbeek een no-goarea zou zijn, was volgens de plaatselijke dienders een fabeltje.

Er werd tijdens het verblijf van Eric Goens in Molenbeek weleens in die gemeente ingebroken, en verkeersongelukken waren ook niet te vermijden, maar de beeldvorming die na de Schending van Parijs was ontstaan – overal haatpredikers in schimmige achterafzaaltjes, overal aankomende moslimterroristen – leek mij toch nog iets onheilspellender dan de tour d’horizon die ik tot nu toe in ‘Molenbeek’ te zien heb gekregen.

Ik acht het heel goed mogelijk dat ik er na de volgende aflevering alweer heel anders over denk, maar voorlopig vind ik de fatwa tegen Rushdie zorgwekkender dan de toestand in Molenbeek.

'God weet dat ik me liever eleganter uitdruk, maar de druk der omstandigheden noopt mij tot een zekere vulgariteit, kwestie van de sfeer van deze aflevering van 'Moerkerke en de mannen' accuraat weer te geven'


Moerkerke en de Mannen

VTM – 1 maart

‘Moerkerke en de mannen’: het allitereert lekker, maar tegelijk klinkt het nogal onbescheiden: Moerkerke – een kennelijke merknaam – die op eigen kracht een hele kunne tegen het licht houdt, en daar gedachten bij loost die het iets te ruime publiek tot lering moeten strekken. In de eerste aflevering van dit programma maakten we kosteloos kennis met een prostitué, een mannelijke hoer, of een escortboy zo u wil, of als u een romantisch oud wijf bent: een gigolo. Hij bleek Steven te heten, maar wanneer hij zijn knelpuntberoep uitoefende, heette hij ineens Esteban. Olé. Deze sekswerker – een eufemisme kan er altijd af – ontfermde zich gemiddeld over drie klanten per werkdag, die hij – nog een eufemisme – dates noemde. Nu ja, ‘hoerenlopers’ klinkt buiten een scheldpartij altijd ietsje te hard.

In tien jaar had Esteban nog niet één soa opgelopen – ga er maar aanstaan. Hij bleek het soort libido te hebben dat hem weleens van het lezen van een goed boek zal hebben afgehouden. Het duurde niet lang of ik begreep dat hij dit programma als één grote, kosteloze seksadvertentie zag, terwijl Moerkerke haast duizelend van bewondering uitstiet: ‘Ik denk dat niemand zo open is over zijn vak als hij.’ We kwamen al snel te weten dat hij zwaargeschapen was: op volle oorlogssterkte was zijn tampeloeres 19 centimeter lang. Hij wist uit goede bron dat zowel Belgen als Nederlanders over het algemeen grote pikken torsten, terwijl een beetje Spanjaard allang blij mocht zijn als hij te gelegener tijd een stijve van 12 centimeter tot stand kon brengen. God weet dat ik me liever eleganter uitdruk, maar de druk der omstandigheden noopt mij tot een zekere vulgariteit, kwestie van de sfeer van deze aflevering van ‘Moerkerke en de mannen’ accuraat weer te geven.

Je kon Esteban ook op het internet bestellen, waar hij eventuele dates in de stemming probeerde te brengen met fel realistische poëzie als: ‘Mijn balzak zit nog vol.’ Een mogelijke klant vroeg hem: ‘Heb je tijd om te zuigen?’ De aanblik van zijn werkkamer, waar hij in nauwe samenwerking met zijn transseksuele partner wel eens triootjes tot een goed einde bracht, vond ik ook niet bepaald hartverheffend, maar Moerkerke vond alles geweldig. ‘Waar blíjf je de energie vandaan halen!’ riep ze uit, als Esteban zei dat hij na drie dates nog een vierde ging afwerken, om het af te leren. Moerkerke: ‘Toch niet na zoveel keer! Ik kan het me niet vóórstellen!’ ‘Van een erectie word je niet moe,’ zou Esteban even later wijsgerig te kennen geven.

Moerkerke deed aan participerende journalistiek, want ten behoeve van haar programma bracht ze Esteban met de auto naar zijn klanten. Terwijl hij zich dienstig maakte met zijn roede, at zij – ik verzin niets – in de auto een boterhammetje, waarna ze zich, toen ze was uitgekauwd, nog eens hardop verbaasde over de tomeloze energie van Esteban. Een uur later had de orgastische krachtpatser de klus zo te horen met veel arbeidsvreugde geklaard, al maakte hij dit keer toch van een minpuntje gewag. Hij vond het niet zo fijn dat het zoontje van de klant ook in huis was: ‘Die kleine was tv aan ’t kijken: ‘The Simpsons’.’ Om één of andere reden zei Moerkerke toen: ‘Jij hebt een groot hart voor kinderen, hè.’

Esteban is vooral mannen ter wille, aangezien dat meer in zijn geaardheid ligt, maar zo nu en dan faket hij tegen betaling een orgasme met een vrouw. Eén van zijn vaste klanten was naar zijn zeggen een directrice van een IT-bedrijf wier man vaak in het buitenland vertoefde. Die kenschets klonk zo stereotiep dat hij mij aan het scenario van de gemiddelde pornofilm deed denken. Toen hij de directrice van het IT-bedrijf had afgevinkt, zei hij dat ze erg hitsig was geweest, en zich speciaal voor hem in pikante lingerie had gehuld. Moerkerke geloofde hem op zijn woord.

Esteban trad in details over een ietwat ongewone klant die amper een brand had overleefd en er dan ook zo uitzag: ‘Littekenweefsel voelt heel anders aan.’ Ik dacht: ‘Bespaar me alstublieft verdere informatie,’ terwijl Moerkerke, dit keer tollend van ontzag, zei: ‘Je bent een sociaal werker! Heel mooi!’ Prostitutie is van alle tijden, en wellicht ook onontbeerlijk in een hogedrukmaatschappij, maar voor mijn part had ze veel geheimzinniger mogen blijven dan uit deze aflevering van ‘Moerkerke en de mannen’ bleek. Ik denk dat ik, als het erop aankomt, een romantisch oud wijf ben.

Esteban werd eenzijdig en op het ranzige af als een happy hustler opgevoerd, als een man zonder geschiedenis ook, wiens achtergrond onbelicht bleef. Aan het eind kregen we een zielige klant te zien: een getrouwde homo die door middel van een digitale vetvlek aan de publieke belangstelling was onttrokken. Zijn vrouw kende zijn ware aard, maar voor de rest durfde hij niet uit de kast te komen, uit angst voor de heteroseksuele goegemeente. Die man zei dat hij Esteban ooit financieel geholpen had toen ‘het misging met de winkel’. Moerkerke leek daar voor de gelegenheid geen oren naar te hebben. ‘’t Was heel leerrijk,’ zei ze toen ze afscheid nam van Esteban, ‘respect! En doe het nog goed vannacht.’

Er volgde een trailer voor de volgende aflevering, waarin Moerkerke platweg naar het seksleven van priesters peurde. ‘Kijk eens wat ik allemaal durf’ luidde haar subtekst. Er kwam een soort heimwee naar ‘Jambers’ in me opzetten.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234