Een radicale geschiedenis van Spanjevrijwilligers, oostfronters en Syriëstrijders (2)

Vorige week kon u in Humo het wedervaren lezen van Piet Akkerman, de jonge Antwerpse Che Guevara die in het najaar van 1936 naar Spanje trok om tegen de fascistische legers van Francisco Franco te vechten. Maar wie over zijn verhaal doordenkt, komt onvermijdelijk terecht bij de brandende actualiteit: de Syriëstrijders.

Rudi Van Doorslaer had het vorige week al gezegd: wie het verhaal van de vrijwilligers in Spanje aandachtig leest, botst al snel op meer dan één link met vandaag. En als íémand het verhaal aandachtig heeft gelezen, dan wel Van Doorslaer zelf, nu directeur van het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij SOMA, maar sinds begin jaren 70 op zoek naar het onderste uit de Spaanse kan.

'Die gruwelijke IS-filmpjes worden niet alleen gekozen om het Westen te provoceren, maar ook om de meest extreme elementen over de brug te halen. Een vorm van preselectie: hoe ver ben je bereid te gaan?'

Rudi Van Doorslaer «Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in radicalisering en in de redenen waarom mensen radicale ideeën ontwikkelen. In díé mate dat ze zich zelfs totaal gaan isoleren van hun omgeving, familie en vrienden: wat brengt mensen zover? De eerste helft van de 20ste eeuw is op dat vlak een ideaal laboratorium: de tegenstelling tussen links en rechts was clear cut. Fascisme versus communisme. Tijdens de Spaanse burgeroorlog, die uitbrak in juli ’36 en duurde tot 1 april ’39, waren de tegenstellingen al helemaal uitgekristalliseerd. En de vrijwilligers die naar Spanje trokken, wáren radicalen, in de zin dat ze een extreem engagement vertoonden. Wie ten oorlog trekt tegen het fascisme, riskeert zijn leven: dat is per definitie een extreem engagement.

»Zo ben ik in 1975 – Franco leefde nog, maar niet lang meer – voor het eerst in het archief van Salamanca terechtgekomen. Dat archief – ondergebracht in een oud klooster – was ontstaan als gevolg van de veroveringstocht van Franco: elke keer als ze een provincie of stad innamen, werden alle archieven die bruikbaar waren geconfisqueerd. De politieke politie van Franco heeft nadien dankbaar gebruikgemaakt van dat reusachtige archief, tijdens de repressie. Er zaten ledenlijsten van vakbonden en linkse politieke partijen in, maar bijvoorbeeld ook een lijst die was opgesteld door anarchisten die tijdens de burgeroorlog een post op de Spaans-Franse grens in handen hadden. Dat was een overzichtelijke lijst namen van buitenlandse vrijwilligers die tegen Franco kwamen vechten: zeer nuttige informatie dus. De politie maakte er dan ook overzichtelijke fiches van.»

'Voor de communisten lag het paradijs in Spanje, voor de Syriëstrijders ligt het in het hiernamaals'

HUMO Op één van die fiches prijkte wellicht de naam Piet Akkerman.

Van Doorslaer «Waarschijnlijk wel, maar ik heb zijn fiche niet teruggevonden: het is goed mogelijk dat zijn naam fout geschreven is, en dus verkeerd gesorteerd. Dat was een geluk bij een ongeluk: de agenten van de politie van Franco waren niet erg professioneel. Buitenlandse namen – en dan vooral Vlaamse – waren niet hun sterkste kant: die werden op de meest ongelofelijke manieren verbasterd.»

HUMO Hoe kwam u dan bij Akkerman terecht?

Van Doorslaer «Dat was later, nadat ik archiefonderzoek had gedaan in het Instituut Emile Vandervelde in Brussel. Ik had daar een brief gevonden van het Joods Comité voor Steun aan de Spaanse Republiek. In die brief aan Vandervelde, toen de patron van de Belgische Werkliedenpartij en minister in de regering-Van Zeeland, was er sprake van tweehonderd Belgische Joden in Spanje. ‘Wat voor onzin is dat?’, dacht ik eerst: ik deed al lang onderzoek naar Belgische Spanjestrijders en kende maar drie, vier Joodse namen. Ik wou er meer over weten. Emiel en Piet Akkerman waren een aanknopingspunt, want dat waren twee van de namen die ik al kende: na hun dood had de communistische partij (KP) een herdenkingsnummer gepubliceerd, een gelegenheidsuitgave. Maar veel wist ik niet: zelfs niet dat Piet eigenlijk Israël heette.»


Van Spanje naar het Oostfront

HUMO Zullen we even opnieuw uitzoomen en terugkeren naar het grotere plaatje? U was op zoek naar de roots van het radicale engagement van de Spanjestrijders.

Van Doorslaer «De vraag was: wat drijft mensen zover? Via de politieke geschiedenis alleen kwam ik er niet uit. Soms waren de Spanjevrijwilligers werkmensen van eenvoudige komaf, soms intellectuelen uit voorname families. Sommigen waren migrant, sommigen waren Joods. Toen ben ik me verder gaan verdiepen in de sociale achtergrond van die mensen. Ik ben ervan overtuigd dat de sociale geschiedenis het ferment is dat je moet onderzoeken om de attitudes van mensen te begrijpen. En daarmee bedoel ik de social history, zoals in de Angelsaksische traditie, met inbegrip van de culturele dimensie.

»Het was een divers gezelschap, hun motieven uiteenlopend. Er waren de overtuigde communisten, de socialisten en andere linksen, maar ik aarzel om te zeggen dat zij in de meerderheid waren. Er waren er vele andere, en die hadden iets gemeenschappelijks: er was vaak sprake van langdurige, structurele werkloosheid en van grote instabiliteit op familiaal en relationeel vlak. Ze kwamen uit wat we vandaag het lompenproletariaat zouden noemen. Een wat pejoratieve term, maar de Grote Depressie was de realiteit van het Europa van de jaren 30. Ook in België. Het is nog nooit duidelijk gezegd, maar – ook al waren de Fransen in absolute cijfers het talrijkst – verhoudingsgewijs was geen enkel land zo talrijk vertegenwoordigd in de Internationale Brigades als België. Bemerk de parallel met vandaag, met Syrië.

»In 1980 heb ik een collectieve biografie geschreven, een groepsportret van de Gentse Spanjevrijwilligers. Ik viel van de ene verbazing in de andere: bepaalde vooronderstellingen bleken echt niet juist. Zoals gezegd: maar een deel van de Spanjestrijders waren politieke activisten. Mannen met een uitgesproken ideologische overtuiging, die gingen vechten tégen het fascisme en vóór de vrijheid – net zoals er vandaag in Syrië mensen vechten die doordrongen zijn van hun interpretatie van de islam en geloven dat de rest van de wereld de vijand is, met wie elk compromis uitgesloten is, en dus gewapenderhand verslagen moet worden. Maar er waren er dus ook anderen. Ik heb tijdens mijn onderzoek ontdekt dat sommige brigadisten die tijdens de Burgeroorlog tegen het fascisme vochten, nadien in het verzet gingen. Geen verrassing. Maar er waren er ook die nadien in de collaboratie zijn terechtgekomen. Sommigen gingen tijdens de Tweede Wereldoorlog vrijwillig werken in Duitsland, maar anderen collaboreerden actief, en kwamen zelfs aan het Oostfront terecht, bij de Waffen-SS. Dat was wél een verrassing, dat had ik niet zien aankomen.»

HUMO Al geregeld werd in velerlei analyses en achtergrondstukken over de Syriëstrijders de parallel getrokken met de Vlaamse jongens die gingen vechten aan het Oostfront. Socioloog Luc Huyse deed het enkele weken geleden nog. Maar eigenlijk klopt die vergelijking dus niet helemaal?

Van Doorslaer «Bij de Spanjestrijders is het vaak onmogelijk om één motief te isoleren, maar mijn onderzoek leert dat er ook een groep mensen was die een punt in hun leven had bereikt waarop ze voor zichzelf geen toekomst meer zagen. Ze zouden élke strohalm gegrepen hebben om weer perspectief te krijgen op een toekomst. Dat is iets wat je vandaag bij Syriëstrijders terugvindt, en wellicht minder bij de oostfronters.»

'Sommige brigadisten vochten tijdens de Spaanse Burgeroorlog tegen het fascisme, en kwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog aan het Oostfront bij de Waffen-SS terecht'

HUMO Ik heb een zinnetje onderstreept in uw stuk over Piet Akkerman. U schrijft dat zijn culturele identiteit vermengd raakte met zijn radicale politieke ideeën. Ook dat doet weer denken aan Syrië, en de extremisten die zich bij Islamitische Staat aansluiten.

Van Doorslaer «Inderdaad. (Denkt na) Als je er even bij stilstaat, is het herkenbaar: de typische verwarring die voortkomt uit de migratie, uit de clash van culturen, tussen de nieuwe omgeving en de familietraditie. Tel daarbij penibele sociaal-economische en maatschappelijke omstandigheden waarbij men niet voor vol wordt aangezien: dat speelde een rol in het engagement voor Spanje, en dat doet het ook bij jongeren die naar Syrië trekken. Ik wil hier wel verduidelijken: ik wil met mijn vergelijking enkel helpen verklaren, het houdt geen enkel oordeel in over de Spanjevrijwilligers. Het spreekt overigens voor zich dat mensen - door de strijd tegen het nazisme - anders zijn gaan denken over hun rol in de geschiedenis.»


De communistische en moslimextremistische heilsleer

Sven Tuytens, de Vlaamse journalist in wiens zog we vorige week op zoek gingen naar de laatste rustplaats van Piet Akkerman, toetst diens parcours af aan de analyse van Rudi Van Doorslaer.

Sven Tuytens «Als je hun verhaal leest, voel je bij Piet en Emiel Akkerman gaandeweg een zekere razernij ontstaan, over hun eigen lot en over sociaal onrecht in het algemeen – zeker nadat Piet de penibele omstandigheden in de steenkoolmijnen had ondervonden en Emiel in Wervik een woelige staking onder textielarbeiders had aangevoerd. Bovendien wisten ze als Jood wellicht wat er in Duitsland aan het gebeuren was, en hoe dat land politiek en militair razendsnel sterker werd. Berichten over de misdaden van Franco – syndicalisten werden gefusilleerd, steden platgebombardeerd, kinderlijkjes op het trottoir gesmeten – zullen hun verontwaardiging alleen maar hebben aangewakkerd, en hun marxistische principes op scherp hebben gesteld. Piet en zijn broer zijn vertrokken vanuit een mengeling van antifascisme en de zucht naar een utopische staat. Voordien was Israël hun heilsstaat, maar naarmate het zionisme in hun hoofd plaats ruimde voor het communisme, werd Spanje het nieuwe Israël. De Tweede Republiek had tegen 1936 ook al veel hervormingen opgeleverd: de landhervorming, de achturenwerkdag, democratisch onderwijs voor iedereen: ze vonden het waard om daarvoor te vechten.»

Van Doorslaer «Vergeet niet: het communisme was een heilsfilosofie, met als uiteindelijke finaliteit: een totaal egalitaire samenleving. Voor de communisten lag het paradijs in Moskou, en nadien in Spanje, op aarde dus, zoals het voor de Syriëstrijders in het hiernamaals ligt. Voor dat paradijs willen ze dus sterven. Al weten we dat veel Spanjestrijders, zodra ze geconfronteerd werden met de brute realiteit van het slagveld, het moeilijk hadden om gemotiveerd te blijven. Dat leren we uit de verslagen die de verantwoordelijken van de Internationale Brigades naar Moskou stuurden. Ze waarschuwden uitdrukkelijk dat de politieke overtuiging bij velen, geconfronteerd met de oorlogsgruwel, snel verdampte. Daar kwamen dan andere dingen voor in de plaats – solidariteit in de groep, of eergevoel – maar er was niettemin een probleem van dronkenschap, en van desertie. Het zou me verbazen als dat in Syrië niet het geval is. Ik kan me niet voorstellen dat het absolute engagement, op leven en dood, bij IS-strijders soms ook niet in desillusies uitmondt.»

'Ook op dat vlak liggen 2015 en 1936 hel dicht bij elkaar: men hield de vertrekkers in het oog, wist wie ze waren, maar kon hen niets in de weg leggen'

HUMO De verhalen over ontredderde terugkeerders zijn bekend: ze belanden, als hoopjes menselijke miserie, in een hoekje van de kamer.

Van Doorslaer «Ik kan mij inderdaad niet inbeelden dat de religieuze motivatie van de Syriëstrijders in die extreme omstandigheden geen knauw krijgt.»

HUMO We kunnen ons ook de omgekeerde situatie inbeelden: veel Syriëstrijders zijn bij IS terechtgekomen nadat ze op de vlucht waren geslagen voor de politie, omdat hun strafblad iets te lijvig was geworden.

Van Doorslaer «Opnieuw: perfect herkenbaar. Ik ken een voorbeeld van een Joodse vrijwilliger uit een gegoed milieu – een notoir vrouwenloper en potverteerder – die een ingenieuze, frauduleuze constructie had opgezet om snel geld te verdienen. Op een gegeven moment dreigde hij tegen de lamp te lopen, en hij verdween met de noorderzon. Die leidde hem zuidwaarts, tot in Spanje. Daar schopte hij het tot officier, en hij bleef vechten tot in ’39, tot de laatste vluchtelingen in Frankrijk waren geraakt. Die man heeft naam gemaakt, genoot algemene waardering van zijn manschappen, werd bewonderd door zijn gelijken. Nochtans was hij geen groot ideoloog: hij was op de vlucht voor het gerecht.»


Geopolitieke carambole

HUMO U zei het daarnet al: de Belgen waren verhoudingsgewijs heel sterk vertegenwoordigd in Spanje. 1.600 Belgen zijn toegetreden tot de brigades, en tel daarbij nog eens de 800 buitenlanders die in België werkten of woonden toen ze naar Spanje verkasten: hoe komt het dat de Belgen zo talrijk waren?

Van Doorslaer «Om verschillende redenen. Ten eerste: de geografie. Spanje was gemakkelijk te bereiken vanuit België, en men kreeg in de praktijk vrije doortocht door Frankrijk. Twee: België was sterk geïndustrialiseerd, en werd in de jaren 30 bijzonder zwaar getroffen door de crisis. Daardoor stond de linkse beweging sterk, en was de solidariteit met Spanje groot. België was natuurlijk ook een democratie, waar men de potentiële vertrekkers niets in de weg legde. Dat alles verklaart natuurlijk nog niet waarom de Belgen verhoudingsgewijs talrijker waren dan de Fransen, want de Parti Communiste was daar sterker en beter georganiseerd. Tot nog toe is er geen vergelijkend onderzoek gebeurd.»

HUMO Ik zou nog een gelijkenis met Syrië willen aanstippen: terreur en bloedvergieten als tactiek in de psychologische oorlogvoering. Er is tijdens de Spaanse Burgeroorlog aan weerskanten gefusilleerd, verkracht en gefolterd. Maar onderzoek toont aan dat het geweld in de nationalistische regio’s het linkse politieke geweld ruimschoots overtrof. De nationalisten voerden wel een betere communicatieoorlog.

Van Doorslaer «Het was ook een propagandaoorlog – opnieuw zeer vergelijkbaar met vandaag. Net als toen is het vandaag niet altijd even gemakkelijk om waarheid van Dichtung te onderscheiden.»

HUMO In Andalusië hield de franquistische generaal Gonzalo Queipo de Llano bijna elke avond even beeldrijke als misselijkmakende radiotoespraken, waarbij hij aankondigde hoe zijn soldaten ‘rooie’ vrouwen zouden verkrachten, om hen zo te bekeren tot het juiste kamp en en cours de route te leren wat en hoe echte mannen zijn. IS doet – niet op de radio, maar op YouTube – hetzelfde.

Van Doorslaer «Precies. Dat betekent dat zo’n oorlog heel intens wordt beleefd, langs beide zijden. Er is een pull-and-pusheffect. Ik lees zeer veel over het pusheffect van de gruwelijke filmpjes van IS, maar weinig over het pulleffect. Het is mijn analyse dat die boodschappen niet alleen worden gekozen om het Westen te provoceren, maar ook om degenen die ze willen aantrekken, de meest extreme elementen, over de brug te halen. Men richt zich met een extreem radicale boodschap tot jongeren die door frustratie en uitzichtloosheid de westerse maatschappij afwijzen. Die boodschap is: ‘Je bent welkom, maar als je de stap zet, is er geen weg terug.’ Een vorm van preselectie: hoe ver ben je bereid te gaan? De Spaanse Burgeroorlog was – qua gruwel en radicalisme – vergelijkbaar met Syrië.»

HUMO Een belangrijk verschil met Syrië: het overgrote deel van de mensen kan zich niet vereenzelvigen met de ideologische ambities van de Syriëstrijders, terwijl de Spanjevrijwilligers vanuit ons oogpunt de geschiedenis aan hun kant hebben gekregen: ze gingen de democratie verdedigen tegen een fascistische dictator.

Van Doorslaer «Natuurlijk, de brigades vochten tegen militaire coupplegers, aan de zijde van een regering die nog maar pas democratisch verkozen was. Die linkse regering had trouwens maar een kleine meerderheid. Maar de vorige regering van de republiek was centrum-rechts. De Spaanse Tweede Republiek was dus geen links project, het was een – weliswaar moeilijke – oefening in democratie. Maar tijdens die democratische oefening zijn belangrijke hervormingen doorgevoerd die de traditionele rechterzijde en de aristocratie niet bevielen.»

HUMO Tot 1931 moesten Spaanse landarbeiders werken van zonsopgang tot zonsondergang. Daar maakte de eerste republikeinse regering een eind aan met de achturenwerkdag: slechts één van de redenen waarom Franco de Republiek als een Joods-communistisch-maçonniek complot van een buitenlandse bezetter beschouwde.

Van Doorslaer «Vanuit zijn oogpunt klopt dat ook: hij maakte graag de vergelijking met de kruistochten en de reconquista – de verovering van Spanje op de Moren.

»Nog een vergelijking tussen Spanje en Syrië: de oorlog werd ook in de dorpen uitgevochten. Het waren vaak gewone mensen die andere gewone mensen – met wie ze jaren hadden samengeleefd, met wie ze waren opgegroeid – afmaakten.»

HUMO Ook interessant in het licht van vandaag: de manier waarop de Belgische overheid heeft gereageerd op degenen die vertrokken.

Van Doorslaer «De rekrutering is in oktober ’36 heel snel op gang gekomen: Justitie kwam er niet aan te pas. Men had eigenlijk geen wettelijke middelen om op te treden tegen vertrekkers. Ook op dat vlak staan 2015 en 1936 heel dicht bij elkaar. Men hield de vertrekkers in het oog, wist wie ze waren, maar kon hen niets in de weg leggen. De rekruteerders wel, als men kon aantonen dat er geldelijk gewin in het spel was. Maar dat was er niet, en dus bleef zo goed als iedereen buiten schot. Politiek en parketten gingen daarop onder één hoedje spelen, op de grens van het legale: de vrijwilligers werden opgeroepen voor militaire dienst, of heropgeroepen. Aangezien ze in Spanje zaten, werden ze deserteurs.

»Later heeft men een wet aangenomen – in de nasleep van de internationale akkoorden over non-interventie in Spanje – waardoor het vertrek alsnog strafbaar werd. De non-interventie werd uitgebreid van materiële steun – wapens, bijvoorbeeld – naar de vrijwilligers. Maar toen waren de meesten al vertrokken.»

'Die gruwelijke IS-filmpjes worden niet alleen gekozen om het Westen te provoceren, maar ook om de meest extreme elementen over de brug te halen. Een vorm van preselectie: hoe ver ben je bereid te gaan?'

HUMO De Belgische regering was verdeeld over de kwestie, omdat de socialistische regeringspartner intern verdeeld was.

Van Doorslaer «De linkse socialisten – rond Emile Vandervelde – stonden tegenover de rechterflank van de partij: de nieuwe garde met Paul-Henri Spaak en Hendrik de Man. Hun houding was dubbel: ze stemden binnen de regering toe met een wet die naar Spanje vertrekken om te vechten strafbaar maakte, maar brachten later al snel amnestie ter sprake. Ze zaten tussen hamer en aambeeld: het Volksfrontidee was dood en begraven, voor de meeste socialisten waren de communisten de vijand. Maar tegelijkertijd wilde de partij de socialistische achterban die de Republiek gunstig gezind was en de vrijwilligers bewonderde ook weer niet naar de KP jagen.

»Interessant is – helemaal anders dan bij de Syriëstrijders – dat de terugkeer niet als problematisch werd ervaren. Allemaal dankzij de matigende rol van de socialisten. In Nederland is de overheid veel strenger opgetreden: daar ontnam men de Spanjevrijwilligers hun nationaliteit. Hier heeft men niemand de nationaliteit ontnomen. Meer zelfs: vreemdelingen die in Spanje waren gaan vechten, maar hier legaal verbleven, werden opnieuw toegelaten. »

HUMO Toen in Syrië de burgeroorlog uitbrak, koos Rusland de kant van de Syrische president Bashar Assad. Europa en de VS kozen de kant van de rebellen, maar wilden niet militair tussenbeide komen. Onlangs hoorde ik de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry pleiten voor onderhandelingen met Assad. Een geopolitieke carambole, die sterk doet denken aan de ondoorgrondelijke beweegredenen van de mogendheden in 1936, die leidden tot het niet-interventiepact.

Van Doorslaer «Het niet-interventiepact was een farce: iedereen wist dat Adolf Hitler en Benito Mussolini Franco vanaf het begin hadden gesteund. Het Afrikaanse leger van Franco is met Duitse en Italiaanse vliegtuigen over de Straat van Gibraltar gebracht: die ingreep was essentieel voor het verdere verloop van de oorlog. En men wist evengoed dat de Sovjet-Unie en Mexico de Spaanse Republiek steunden. De niet-interventie was dus een diplomatiek schimmenspel, ingegeven door geopolitieke eigenbelangen en anticommunisme: veel West-Europese leiders verkozen Hitler boven Stalin. De Belgische houding was ook daar gematigd.»

HUMO Stalin steunde de Republiek, maar wilde – probeer het maar ’s te volgen – tegelijk voorkomen dat Spanje een communistische staat werd: dat zou het broze Europese machtsevenwicht, waar hij alle baat bij had, in gevaar brengen.

Van Doorslaer «Dat soort berekening was bij een dictator als Stalin nooit ver weg. Tijdens de Koude Oorlog is hij ook op de rem gaan staan toen in Griekenland een burgeroorlog woedde. De Komintern (de communistische Internationale, red.) was tijdens de Burgeroorlog een verlengstuk van de buitenlandse politiek van Stalin, met als gevolg dat er in het republikeinse kamp een interne strijd gevoerd werd: de extreme elementen – de anarchisten en de trotskisten van de POUM (de marxistische arbeidersbeweging, red.) – hadden een proletarische revolutie ontketend, tégen de zin van de communisten, die vonden dat de revolutie de positie van het linkse front verzwakte. Dat achterhoedegevecht heeft er wellicht mee toe geleid dat de Republiek in ’39 finaal niet kon weerstaan aan de rebellen van Franco.»

Met de gekende gevolgen: krap 40 jaar dictatuur, politiek geweld en repressie. Piet Akkerman heeft het niet meer meegemaakt. Hij stierf op het slagveld. Daarvoor werd hij – als eenzame uitzondering op de gematigde houding van de Belgische overheid – al bij verstek uitgewezen door de Belgische regering. De Belgische nationaliteit had men hem voordien, wegens zijn communistische engagement, al verschillende keren geweigerd.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234