'Een verregaande blondine' Dwarskijker over 'Een kwestie van geluk'

Barvrouw Diane is radicaal blond en moederlijk van nature – altijd de dichtstbijzijnde adoptiemoeder van alle verloren zonen die zich allang bij hun onomkeerbare dronkenmanstronie hebben neergelegd.


Een kwestie van geluk

Eén – 3 februari

De 21ste eeuw krijgt stilaan vaart en nagenoeg de hele wereld komt thuis in bijvoorbeeld Borgerhout, een district van de stad Antwerpen, waar ondertussen zo’n 170 verschillende nationaliteiten, met alle culturele contrasten en tegenstrijdige gezindten van dien, elkaar vooralsnog niet naar het leven staan. Of toch niet noemenswaardig. Dat is mogelijk al een wonder, als je de aard van het beestje in aanmerking neemt.

De samenleving in Borgerhout zou onderhand diverser zijn dan die in New York City, het tot in de hemel groeiende Babel aan de Hudson. Dat kwam mij ter ore toen ik naar de eerste aflevering van ‘Een kwestie van geluk’ keek, een documentairereeks waarin Kat Steppe zich aandachtig verliest in het leven zoals het zich onafgebroken in Borgerhout voordoet. Mensen die een geheugen voor zulke zaken hebben, weten vast dat Kat Steppe ook ‘Bedankt & merci’ op haar naam heeft, een mooie documentaire waarin ze, zonder zich op te dringen, de vaste klanten van enkele volkscafés in de Westhoek van dichtbij gadesloeg. Daar kwam melancholie à la flamande van, een specifieke variant van weemoed die, opdat hij niet in zwaarmoedigheid zou omslaan, zo nu en dan een uitweg in de lach zocht. Ik was erg voor de toon en de sfeer van die documentaire te vinden.

Ook in ‘Een kwestie van geluk’ komt een volkscafé voor: De Valk, waar Diane monter mensen op hun wenken bedient. Zij is zowat de ideale barvrouw, en dan ook bepaald archetypisch: radicaal blond en moederlijk van nature – altijd de dichtstbijzijnde adoptiemoeder van alle verloren zonen die zich allang bij hun onomkeerbare dronkenmanstronie hebben neergelegd. Zij leven duchtig voort, want wat moet een mens, terwijl hij zich volgiet, anders doen vóór zijn dood? In het voorbijgaan vingen we een gesprekje op dat zo’n vaste klant met een bijbehorende vrouw voerde: ‘Vindt gij ons seksleven hilarisch?’ Zij, van wie we alleen de rug zagen, vroeg: ‘Wat is ‘hilarisch?’’ Hij: ‘Voorbij de bocht.’ Zij gaf geen sjoege, als was ‘voorbij de bocht’ ook niet bepaald verhelderend. De man, die naar schatting al jarenlang een slok op had, wond er geen doekjes meer om: ‘Vindt gij mij een pervert?’ Die vraag leek de vrouw meer aan te spreken. ‘Te, té,’ antwoordde ze stilletjes: het klonk merkwaardig gelaten. Het was een terloops, zo goed als onbeklemtoond scènetje, waarvan de schoonheid ’m juist in de vluchtigheid zat.

Ik werd een huiveringetje gewaar toen Diane zei dat ze als meisje van 12 al in het café dienstig was. We zagen hoe ze, bladerend in een fotoalbum, dierbare herinneringen aan het café van haar moeder ophaalde, een ontmoetingsplaats in de Seefhoek. Ze vereerde haar moeder, ook een verregaande blondine, die ‘alle dagen naar de coiffeur ging’. Toen ze even stilstond bij een groepsfoto van de toenmalige clientèle van het café waarin ze was opgegroeid, sprak Diane: ‘De helft van wie je hier ziet, zorgde voor elkaar.’ Ze zei het met een zeker heimwee, bijna mijmerend, alsof ze vond dat gemeenschapszin toen aanzienlijk meer een gemeenschappelijk genoegen was dan nu. ‘’t Was een gewoon volkscafé,’ zei ze ook nog, ‘maar er kwamen ook nette mensen.’ We vernamen later dat ‘nette mensen’ niet zelden ‘arm maar proper’ betekende.

De ene ontmoeting leek de andere uit te lokken in ‘Een kwestie van geluk’, en de meeste mensen bij wie Kat Steppe stilhield, konden terugblikken op pijnlijke, zelfs hartverscheurende gebeurtenissen: de bejaarde Leona herinnerde zich nog scherp dat ze honger had geleden als kind, en dat haar ouders hun kinderen verwaarloosden: ‘De hele dag moesten we zelf eten gaan zoeken, want er was nooit iets in huis.’ Eén keer had een cafébazin zich over haar ontfermd, en – alsof het niet op kon – toen kwam ook nog eens de Sint langs: zelfs de herinnering aan die gebeurtenis was nog steeds als een hemels visioen voor Leona. ‘Mijn eerste en mijn laatste Sint,’ voegde ze er laconiek aan toe. Ze vertelde haar wedervaren op neutrale toon; ze klaagde niet, en wrokkig leek ze me al evenmin. Een film met Jean-Claude Van Damme sloeg ze in haar huidige leven zo te zien niet af.

Naïma, een vrouw van Marokkaanse afkomst, wilde, te oordelen naar haar vroege tekeningen, als kind al verpleegster worden. Later trof ze een boze stiefmoeder, die haar in haar studiekeuze en haar levensdroom tegenwerkte, en haar er ook nog eens van verdacht dat ze haar bloedeigen vader wilde versieren: ‘Ziek,’ zei Naïma, en dat leek me een juiste samenvatting. Na haar 30ste is ze toch nog afgestudeerd als spoedverpleegster. Het geld voor die opleiding had ze eigenhandig verdiend, onder andere als schoonmaakster. Terwijl ze haar levensverhaal vertelde, moest Naïma enkele keren tegen opstekende ontroering vechten, maar nooit had ik de indruk dat ‘Een kwestie van geluk’ een tranentrekker was of op sentimentele effecten aasde. Mohammed, nauwelijks 20 en afkomstig uit Afghanistan, vertelde zijn ellendige geschiedenis zonder zichtbare gemoedsbewegingen: toen hij 15 was vluchtte hij, op aandringen van zijn moeder, het land uit, want de taliban, een bandietenbende waarop naar verluidt de zegen van Allah rust, hadden zijn vader al te grazen genomen. Na een levensgevaarlijke reis kwam hij in België terecht, waar hij sindsdien Nederlands heeft geleerd en hoofdzakelijk werkloos is. Meestentijds is hij zo gruwelijk eenzaam dat er voor hem niets anders opzit dan zo nu en dan een gesprek met zijn spiegelbeeld aan te knopen. Alweer werd ik een huiveringetje gewaar: volkomen verlatenheid in het hartje van Borgerhout, waar dag en nacht wel 170 nationaliteiten wemelen, werd ineens heel aanschouwelijk. ‘Een kwestie van geluk’ blies me, zonder moralistisch te zijn, gedachten aan solidariteit in. Zoiets overkomt me nooit als ik de smakeloze parvenu’s van ‘The Sky Is the Limit’ of de testosterongevallen en discotheeksnollen van ‘Temptation Island’ verbijt.

‘Geen inhoud zonder vorm!’ heb ik volgens een bevoorrechte getuige al vaker geroepen als ik in mijn slaap lig te woelen. Tussen Kat Steppe en haar onderwerp zit altijd een aangenaam afstandje, dat niets afdoet aan haar betrokkenheid. De camera beweegt niet – roerloos kijkt hij met een welwillende blik toe, beschaafd registrerend. Hij kent zijn plaats. Als de camera voor de sfeerschepping de daken van Borgerhout overziet, of er de rommelige architectuur in ogenschouw neemt, tilt zijn kijk de plaatselijke alledaagsheid boven de banaliteit uit. Daar zal het oog van Kat Steppe – behalve regisseur is ze ook kunstschilder – wel iets mee te maken hebben. Elk shot is elegant gecentreerd en in balans, en al die shots vormen samen een mooie, uitgebalanceerde compositie.

Ik had niet het gevoel dat ik aan het werk was toen ik de eerste aflevering van ‘Een kwestie van geluk’ zag, en dat overkomt me nog maar zelden als ik televisie kijk. Aan mij kan het niet liggen.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234