Een vrouw met twee geheimen: de lijdensweg van klokkenluider en transgender Chelsea Manning

Chelsea Manning is onlangs in alle stilte vrijgelaten, de klokkenluider die in 2010 Julian Assange en zijn Wikileaks op de kaart zette door duizenden Amerikaanse militaire documenten te lekken. Toen Manning zeven jaar geleden een wereldbrand ontketende, heette ze immers nog Bradley Manning.

'Op een bepaald moment zag ik geen verslagen meer, maar mensen: bebloede Amerikaanse soldaten, doodgeschoten Iraakse burgers'

Op een grijze morgen klimt Chelsea Manning, 29, op de achterbank van een zwarte SUV en vraagt haar bewakingsagent om haar naar de dichtstbijzijnde Starbucks te brengen. Daar bestelt ze een mokka met witte chocolade, waarna ze zich op een krukje zet. Manning is klein, ziet er gezond en fit uit, maar ook een beetje onrustig, zoals mensen die lang in de gevangenis gezeten hebben er vaak uitzien.

Acht dagen geleden is ze vrijgelaten, nadat ze zeven jaar had uitgezeten van de 35 jaar waartoe ze veroordeeld was. Haar misdaad is ook nu nog verbazingwekkend: in 2010 overhandigde ze WikiLeaks zo’n 250.000 Amerikaanse diplomatieke telegrammen en ongeveer 480.000 militaire verslagen over de oorlogen in Afghanistan en Irak. Het was het grootste lek van geheime documenten in de Amerikaanse geschiedenis. Mannings onthullingen maakten de weg vrij voor Edward Snowden en zetten Julian Assange, toen nog een nobele onbekende buiten de hackerswereld, in de spotlights. In verregaande mate symboliseren Mannings daden het begin van de explosie van het informatietijdperk: een nieuw tijdperk waarin een lek een wapen is, databeveiliging een absolute must, en privacy een illusie.

In januari 2017 kreeg ze onverwacht een strafvermindering van president Obama, nadat ze in vijf verschillende inrichtingen was opgesloten, in omstandigheden die een VN-expert als ‘gruwelijk’ en ‘onmenselijk’ beschrijft. Vier maanden later is ze vrij en probeert ze zich aan te passen aan een wereld die zij mee gevormd heeft.

Wanneer haar koffie op is, vist ze haar iPhone uit haar handtas en vraagt ze haar beveiligingsagent om haar terug te brengen naar haar appartement in Manhattan. Het appartement is amper bemeubeld: een grote glazen tafel, een geelbruine zetel en een Xbox One. We zitten op een hoge verdieping, omringd door stormwolken, en door het raam kan ik de toppen van de wolkenkrabbers aan de andere kant van de Hudson zien.

Manning heeft bijna een decennium gezwegen, aangezien ze door de autoriteiten verhinderd werd om met het publiek te communiceren. Haar verhaal werd intussen verteld in boeken, een opera, een toneelstuk en talloze tijdschriftartikelen, die bijna allemaal geschreven werden vóór haar coming out als transgender. ‘Het was niet het hele verhaal,’ zegt ze nu. ‘Míjn hele verhaal.’


Snel volwassen

Al sinds haar kindertijd in Crescent, aan de rand van Oklahoma City, heeft Chelsea Manning last van een gevoel van intense verwarring die ze zelf moeilijk kon definiëren, laat staan uitleggen aan haar oudere zus Casey of haar ouders Brian en Susan. Toen ze 5 was, biechtte ze aan haar vader, een IT-manager bij Hertz, op dat ze een meisje wilde zijn en ‘meisjesdingen wilde doen.’ Brians antwoord was een lange en ongemakkelijke toespraak over de essentiële verschillen ‘daar beneden’. Maar Manning begreep niet wat dat te maken had met je kledij of gedrag. Al snel sloop ze de kamer van haar zus binnen om haar gebleekte jeansbroeken en jeansjasjes aan te trekken. Voor de spiegel bracht ze lipstick en blush aan. ‘Ik wilde een leven zoals dat van Casey,’ zegt Manning.

In de jaren 90 stond de transgenderbeweging nog in zijn kinderschoenen. ‘Het enige dat ik kende, waren de dragqueens en travestieten op tv,’ vertelt Manning. Ze bleef liever binnen bij de computers die haar vader van het werk meebracht om videogames te spelen en eenvoudige coderingen uit te testen.

Haar ouders hadden zo hun eigen problemen. Toen Manning 12 was, nam Susan een overdosis valium. Casey belde het noodnummer, maar de dichtstbijzijnde ambulance zou er pas over een halfuur zijn. Casey bracht haar moeder naar de auto. Brian, die te dronken was om te rijden, zat in de passagierszetel en Chelsea zorgde er op de achterbank voor dat haar moeder bleef ademen. Dat incident heeft haar gevormd. ‘Daarna ben ik zeer snel volwassen geworden,’ zegt ze.

Na de scheiding van haar ouders verhuisde Chelsea in 2001 naar Wales, de geboorteplek van haar moeder. Daar nam ze de leiding in het huishouden: ze betaalde de rekeningen en deed de boodschappen. In Wales was er ook vrijheid: ze kon in de supermarkt zelf make-up kopen, die ze dan een aantal uren in het openbaar droeg en op weg naar huis in de vuilnisbak gooide. Ze bracht haar avonden door voor de computer, in lgbt-chatrooms. Haar wereldbeeld veranderde. In Crescent had Manning de conservatieve visie van haar vader overgenomen, maar op school in Wales leerde ze over de burgerrechtenbeweging, de Amerikaanse angst voor het communisme en de internering van Japanse Amerikanen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Toen ze in 2005 terugkeerde naar de Verenigde Staten om bij haar vader en zijn nieuwe vrouw in Oklahoma City te gaan wonen, was ze een compleet ander mens. Ze droeg eyeliner, liet haar haar groeien en kleurde het zwart. ‘Ik dacht dat ik dat hele gendergedoe misschien achter me wilde laten en genderneutraal, androgyn wilde zijn,’ vertelt ze. Ze vond werk bij een internetstart-up en ontmoette haar eerste vriendje op een datingsite. Maar van haar stiefmoeder mocht Manning geen voet in de keuken zetten, omdat ze ‘onrein’ was.


Naar het front

Manning vertrouwde niemand toe wat ze steeds beter begon te begrijpen: ze was niet homoseksueel en geen travestiet. Ze was een vrouw. In de zomer van 2006 verhuisde ze naar een voorstad van Washington om bij haar tante te gaan wonen, met wie ze een betere relatie had dan met haar ouders. Ze bezocht een psycholoog, maar ook daar kon ze haar hart niet uitstorten. ‘Ik was bang,’ zegt Manning. ‘Ik wist niet dat het leven beter kon zijn.’

Brian Manning had Chelsea vaak enthousiast verteld over zijn dagen in het leger. Hij had er structuur en standvastigheid gevonden. Manning wilde toen niet luisteren, maar nu dacht ze wel aan die gesprekken terug: misschien was de legerdienst een manier om zich te vermannen, om uit haar lijden verlost te worden. Bovendien kon ze haar analytische vaardigheden in het leger gebruiken om haar land te helpen. ‘Ik herinner me dat ik in de zomer van 2007 dagelijks nieuws over Irak op tv zag,’ zegt ze. ‘De extra Amerikaanse troepen. Terroristische aanslagen. Rebellen... Ik dacht dat ik misschien een verschil kon maken.’

Die herfst volgde Manning een basistraining in Fort Leonard Wood. Na een paar dagen verwondde ze haar arm. ‘De drilmeesters dachten dat ik deed alsof ik ziek was,’ zegt ze. ‘Maar dat was helemaal niet zo. Ik probeerde nergens onderuit te komen, ik voelde gewoon mijn rechterhand niet meer.’ Een soldaat die Manning uit die periode kende, vertelde The Guardian dat Manning het hard te verduren kreeg en constant ‘faggot’ – ‘jeanet’ werd genoemd.

Omdat het leger meer mensen nodig had om de opstanden in Afghanistan en Irak tegen te gaan, mocht Manning het bootcamp nog eens overdoen. In 2008 volgde ze in Fort Huachuca, Arizona de opleiding voor de inlichtingendienst van het leger. Daar leerde ze SigActs, significante acties, klasseren: geschreven verslagen, foto’s en video’s van confrontaties, explosies en vuurgevechten. Manning voelde zich thuis bij de mensen van het Intelligence Center, die net als zij nerdy waren. ‘Daar waren meer gelijkgezinden,’ zegt ze. ‘Er werden geen bevelen geblaft. We werden aangespoord om een mening te hebben en onze eigen beslissingen te nemen.’

Op haar eerste officiële standplaats, Fort Drum in de staat New York, moest Manning helpen met de bouw van een digitale tool om automatisch SigActs uit Afghanistan op te sporen en te klasseren. Urenlang bekeek ze videobeelden en las ze verslagen over verre slagvelden. Toen al werd ze blootgesteld aan het bloedvergieten, dat de aanleiding zou zijn voor haar onthullingen. Maar ze behandelde het materiaal met een zekere terughoudendheid en bleef verlangen naar de frontlinie.

'Voor ik naar Irak ging, durfde ik de straat niet op als vrouw. Maar als je dagelijks met de dood geconfronteerd wordt, begin je te worstelen met je eigen sterfelijkheid'

Op een datingsite voor homo’s ontmoette ze Tyler Watkins, een leesgrage student. Ze bezocht Watkins in Boston, waar ze ook naar de Boston University Builds ging, waar de plaatselijke hackerscommunity samenkwam. Ze leerde er vrienden kennen die codering op dezelfde manier benaderden als zij: als uitlaatklep, tijdverdrijf en roeping.

In de herfst van 2009 werd Mannings unit in Irak gestationeerd. Manning vloog met een Black Hawk van Bagdad naar de F.O.B. Hammer, de vooruitgeschoven basis, 50 kilometer ten oosten van de stad. Vanuit de cabine van de helikopter herkende ze de namen van plaatsen die vroeger slechts abstracte begrippen waren. ‘Ik had tien maanden afbeeldingen zitten bekijken,’ herinnert Manning zich. ‘Ik kende de luchtfoto’s van het landschap zo goed dat ik de buurten herkende, en nu zag ik mensen rondlopen en rondrijden en ik zag de gebouwen en de bomen.’

Elke avond stond Manning op om 21 uur. Nadat ze snel had gegeten, ging ze naar de Sensitive Compartmented Information Facility (SCIF), waar ze met gevoelige informatie werkte. Mannings SCIF was een veredelde kartonnen doos op een basketbalveldje, waar ze tijdens haar nachtshift in een bureaustoel voor drie laptops zat. Mannings isolatie nam een nieuwe vorm aan. Verstopt in de donkere SCIF werkte ze acht uur aan een stuk door: ze doorzocht beveiligde verslagen die waren ingediend door Amerikaanse troepen in het veld en moest ruwe data doorgronden voor hooggeplaatste inlichtingenofficiers. Ze bleef afgeschermd van het eigenlijke conflict, maar ze kon de trilling van autobommen horen en kwam soms versufte, stoffige soldaten tegen die terugkeerden van een vuurgevecht.

In het begin was ze te druk bezig om na te denken over het grotere belang van wat ze zag. ‘Ik had niet eens tijd om alle documenten grondig door te nemen.’ Toch had zij een veel ruimer beeld van Amerika’s rol in Irak dan de infanterie op het slagveld, en ze verbaasde zich steeds meer over het gebrek aan publiek bewustzijn over deze futiele, eindeloze, bloederige oorlog. ‘Op een bepaald moment,’ verklaart ze, ‘zag ik geen verslagen meer, maar mensen: bebloede Amerikaanse soldaten, doodgeschoten Iraakse burgers.’


Mijn probleem

Manning hoorde in 2008 voor het eerst over WikiLeaks. Eind 2009 begon ze via internet relay chat (I.R.C., een semibeveiligd protocol dat toen vaak door hackers gebruikt werd) gesprekken over de site mee te lezen. Eerst observeerde ze alleen. Ze was geïntrigeerd door het werk van Julian Assange en zijn team, al stond ze niet volledig achter hun argument voor totale transparantie. Toen, en nu nog altijd, geloofde ze dat er veel zaken zijn die geheim moeten blijven. ‘We moeten het bronnengeheim beschermen. We moeten de bewegingen van onze troepen beschermen. We moeten nucleaire informatie beschermen. Maar we mogen onze fouten en ondoordacht beleid niet verbergen. We mogen de geschiedenis niet verbergen. We mogen niet verbergen wie we zijn en wat we doen.’

Ze wilde optreden, maar vertelde haar vrienden op de basis niets over de chatberichten, noch over haar innerlijke strijd. Vanaf nu probeerde ze niet één, maar twee levensbelangrijke geheimen te bewaren.

'Tijdens haar verlof in 2010 durfde Manning voor het eerst als vrouw de straat op te gaan. Een paar dagen na deze foto stuurde ze de documenten naar WikiLeaks.'

Ze kon nog altijd niet openlijk over haar identiteit praten. Het ‘don’t ask, don’t tell’-beleid was nog van kracht in het leger, en het zou nog jaren duren voor transgenders dienst mochten nemen. ‘Ik bingewatchte tv-series,’ zegt ze. ‘Ik was een verstokte roker, dronk liters cafeïne. Ik ging naar de eetzaal en at zoveel ik kon. Dat waren kleine ontsnappingsmiddelen of manieren om te doen alsof ik er niet meer was.’

Manning had twee weken verlof in het verschiet. Voor ze de basis verliet, downloadde ze bijna alle SigActs-verslagen van de oorlogen in Afghanistan en Irak en brandde ze op cd-roms. Daarna brak ze de Oath of Enlistment die ze in 2007 gezworen had: ze uploadde de gegevens van de cd-roms op haar eigen laptop die ze zou meenemen naar de Verenigde Staten. Ze had nog niet besloten wat ze met de gegevens zou doen.

Een paar dagen later zette Manning een blonde pruik op, liep gehurkt het huis van haar tante uit zodat de buren haar niet zouden zien en reed naar het treinstation. Ze droeg een donkere jas met daaronder deftige dameskleren die ze zogezegd voor het sollicitatiegesprek van een vriendin had gekocht. In Washington ging ze naar een Starbucks, lunchte in een druk restaurant en dwaalde door de gangpaden van een boekenwinkel. Daarna bleef ze rondrijden op de metro. Ze vond het zalig om gezien te worden als vrouw.

‘Voor ik naar Irak ging, durfde ik dat niet,’ zegt Manning, die zichzelf toen stiekem Brianna noemde. Haar periode in Irak had haar veranderd. ‘Als je dagelijks met de dood geconfronteerd wordt, begin je te worstelen met je eigen sterfelijkheid,’ gaat ze verder. Ze wilde zich niet langer verstoppen.

Op dat moment was het nog mogelijk om terug te keren naar Irak zonder de documenten te delen. Haar handelingen waren illegaal, maar niet onomkeerbaar. Maar Manning kreeg in de Verenigde Staten een verhelderend inzicht. Thuis realiseerde ze zich hoe onzichtbaar de oorlogen waren geworden voor gewone burgers. Wat zij wisten over Irak, kwam uit een occasioneel krantenartikel of een korte vermelding tijdens het journaal. ‘Er waren twee werelden,’ zegt ze, ‘de wereld in Amerika en de wereld die ik zag in Irak.’ Ze gaat verder: ‘Ik wilde dat mensen zagen wat ik zag.’

Op 3 februari 2010 gebruikte Manning haar laptop om de documenten naar WikiLeaks te sturen.

'Julian Assange, de man achter WikiLeaks. 'Zonder Chelsea was hij een randfiguur.'

Toen ze terugkeerde naar de F.O.B. Hammer leek alles in een stroomversnelling terecht te komen. Manning was twee weken weggeweest en ze had veel werk in te halen. Ze wist niet of WikiLeaks de bestanden had ontvangen en ook niet of het leger wist dat er iets gaande was. Ze leefde in een permanente staat van toenemende angst.

Midden februari ontdekte ze een interessante discussie op het I.R.C.-kanaal van WikiLeaks over de financiële crisis in IJsland. Nadat ze diplomatieke telegrammen had gelezen waar zij als analist toegang tot had, concludeerde ze dat de ineenstorting een gevolg was van de inactiviteit van de Verenigde Staten en van wat ze beschrijft als diplomatisch gepest van Nederland en Groot-Brittannië. ‘Voor mij leek het alsof we ons er niet mee bemoeiden, omdat dat geen langdurig geopolitiek voordeel zou opleveren,’ getuigde ze later. Ze lekte verschillende diplomatieke telegrammen over de crisis in IJsland aan WikiLeaks. Deze keer duurde het slechts een paar uur voor WikiLeaks de documenten publiceerde. Manning was blij; als WikiLeaks de telegrammen had ontvangen, dan zou ook het veel grotere lek van SigActs aangekomen zijn.

In die periode voerde Manning verschillende I.R.C.-conversaties met iemand die ze Nathaniel Frank noemde, naar de auteur van het boek ‘Unfriendly Fire: How the Gay Ban Undermines the Military and Weakens America’. Frank was hoogstwaarschijnlijk Assange, maar daar wil Manning niets over lossen. De chatberichten zijn geheim verklaard en kunnen nog gebruikt worden in toekomstige gerechtelijke stappen tegen Assange.

Manning zorgde voor een derde lek, dat moeilijker te negeren was. In een drie jaar oude video, gefilmd vanop een opstijgende Amerikaanse helikopter en door WikiLeaks gepubliceerd onder de titel ‘Collateral Murder’, naderen twee bewapende helikopters een groep mannen in een gebied waar vuurgevechten gesignaleerd waren. De bemanning van de helikopter vraagt herhaaldelijk toestemming om in de aanval te gaan – een stem zegt: ‘Laat ons schieten!’ De bemanning krijgt toestemming en opent het vuur. Een tiental mensen, waaronder verschillende burgers en twee personeelsleden van Reuters, stierven tijdens die luchtaanval in 2007. Manning wist dat Reuters een kopie van de video gevraagd had, maar die nooit gekregen had. Dit was volgens Manning symptomatisch voor een regering die geobsedeerd is door allesomvattende geheimhouding. ‘Het is zinnig om sommige informatie een paar dagen, zelfs een paar jaar geheim te houden,’ aldus Manning. ‘Het probleem is dat alles steeds vaker geheim is.’

Manning nam het op zich om de waarheid te vertellen en overhandigde Nathaniel Frank informatie over de Amerikaanse gevangenis op Guantánamo Bay.

‘Doordat ik zo’n ondoorgrondelijk leven leid, heb ik geleerd om transparantie, openheid en eerlijkheid nooit vanzelfsprekend te vinden,’ schreef ze naar voormalig hacker Adrian Lamo. Manning had hem in vertrouwen genomen, maar wist niet dat hij samenwerkte met opsporingsambtenaars.

Op persoonlijk vlak begon ze echter in elkaar te storten. Onderzoekers uit het leger die haar zaak bestudeerden, zouden later verschillende episodes van ‘bizar gedrag’ beschrijven, waarin ze verweesd voor zich uit zat te staren of gevonden werd op de vloer van een voorraadkamer waar ze ‘I WANT’ in een stoel had gekerfd.

In april e-mailde Manning naar één van haar superieuren een foto van zichzelf als Brianna, die ze tijdens haar verlof in Washington had genomen. De e-mail kreeg de titel ‘Mijn probleem’. De kapitein bevestigde hem te hebben ontvangen, maar stopte hem in de doofpot.

In mei wilde Manning haar rol als klokkenluider bekend maken, ook al worstelde ze toen nog met het uitdrukken van haar genderidentiteit. Ze heeft echter nooit kunnen beslissen hoe ze het zou aanpakken. Eind mei werd ze naar een vergaderruimte ontboden, waar twee agenten van de militaire onderzoeksdivisie stonden te wachten. Manning was doodsbang, maar probeerde dat niet te tonen. ‘Ik was toen gefocust op mezelf: wie ben ik, wat zijn mijn waarden?’ herinnert ze zich. Ze trok zich terug in haar hoofd. Enkele dagen later werd ze geboeid naar Camp Arifjan in Koeweit overgevlogen en in een grote stalen kooi opgesloten.

'Tijdens haar gevangenschap outte Manning zich als vrouw, maar ze werd in de gevangenis nog steeds als man aangesproken en behandeld.'


Vrouwenondergoed

Zeven jaar later blijft het moeilijk de impact te overschatten die de verslagen van de oorlogen in Afghanistan en Irak of de latere publicatie van de diplomatieke telegrammen hebben gehad. ‘Die telegrammen bevatten informatie over vrijwel elke relatie die de VS wereldwijd had,’ zegt P.J. Crowley, gewezen onderminister van Buitenlandse Zaken. Er volgden al snel repercussies: Carlos Pascual, de Amerikaanse ambassadeur in Mexico, nam ontslag vanwege telegrammen waarin hij twijfel uitte over de doeltreffendheid van de Mexicaanse strijd tegen drugs. Ambassadeur Gene Cretz werd teruggeroepen uit Libië wegens telegrammen waarin heel nauwkeurig de ongewone werking van het regime van kolonel Moammar al-Kadhafi werd beschreven. De vrijgegeven telegrammen over de Tunesische leider Zine El Abidine Ben Ali worden beschouwd als het laatste zetje dat de opstand in het land veroorzaakte.

De Afghaanse en Iraakse documenten maakten de wanorde van de twee conflicten duidelijk, exact zoals Manning had gehoopt. The Guardian schreef dat het vrijgeven van de informatie uit Afghanistan een oorlog onthulde die in schril contrast stond met de ‘opgepoetste’ en steriele ‘openbare’ oorlog, die getoond wordt in officiële communiqués’.

Of de Amerikaanse belangen ongunstig beïnvloed zijn door de vrijgegeven telegrammen, blijft een omstreden kwestie. De verslagen van de oorlog in Afghanistan verschenen integraal op WikiLeaks, waarbij de namen van sommige Afghanen die hadden samengewerkt met de multinationale troepenmacht bleven staan. In 2010 zei Mike Rogers, een republikein uit Michigan die zetelde in het Huis van Afgevaardigden: ‘We weten dat er waarschijnlijk mensen vermoord zullen worden vanwege deze informatie.’ Latere inspecties door het persbureau The Associated Press en krantenuitgeverij McClatchy toonden aan dat dit risico ‘overschat’ was. En op Mannings proces verklaarden overheidsgetuigen dat er geen Amerikaanse doden te wijten waren aan het lek.

In haar kooi in Koeweit merkte Manning niets van de gevolgen. Het enige menselijke contact dat ze had, was met de bewakers die haar maaltijden brachten. ‘Toen ik in de gevangenis aankwam, had ik gemeld dat ik transgender was,’ vertelt ze. ‘Ik ben een vrouw,’ zei ik zakelijk. Ze lachten.’ In complete isolatie werd Manning verteerd door woede en verdriet. De officieren observeerden wat de advocaat van Manning beschrijft als ‘ongecontroleerd roepen, gillen, trillen, wauwelen, mompelen en haar hoofd tegen de muur slaan’.

Manning vertelt: ‘Ik was bang dat ik voor de rest van mijn leven in die kleine cel zou zitten. Dat er erge dingen met me zouden gebeuren.’ Na een week maakte ze een strop van beddengoed en ondernam, zoals zij het noemt, een halfhartige zelfmoordpoging. ‘Ik wist dat het niet zou werken.’ Dat trok de aandacht van het personeel en een militaire dokter stelde een diagnose: angststoornissen, depressie en ‘waarschijnlijk een genderidentiteitsstoornis’. Ze kreeg antidepressiva die bloedneuzen en ernstige misselijkheid veroorzaakten. Ze kon niet eten. Haar huid werd grauw.

In juli, vier dagen nadat de Afghaanse verslagen in allerlei kranten waren verschenen, werd Manning geboeid en op een militaire vlucht gezet naar de gevangenis van de marinebasis in Quantico, Virginia.

'Het ergste van eenzame opsluiting is dat je niet meer denkt aan auto's, werk, gezinnen, het weer, politici... Alle dingen die samen een maatschappij vormen'

Bij haar aankomst ontdekte ze dat de wereld van haar bestaan afwist. ‘Dus jij bent Manning!’ zei een gezette, veel te enthousiaste marinier. Hij voegde eraan toe dat ze de hele tijd op Fox News was. De overheid verklaarde dat Manning in Quantico over faciliteiten beschikte die geschikter waren voor haar mentale situatie. Een militair onderzoek uit 2011 onthulde echter het tegengestelde: in Quantico bracht Manning 23 uur per dag door in een cel van twee bij nog geen drie meter, en dat bijna negen maanden lang, om te vermijden dat ze zichzelf iets zou aandoen. Een speciaal verslaggever van de VN zei later dat de omstandigheden als marteling gekwalificeerd konden worden. Na het onderzoek gaf het leger het bevel om de gevangenis van Quantico te sluiten.

Manning mocht af en toe bezoekers ontvangen, en zo kwam haar tante naar de gevangenis. Ze beslisten om een onafhankelijke advocaat in de arm te nemen en kozen uiteindelijk David Coombs, die meer dan tien jaar op de juridische afdeling van het Amerikaanse leger gewerkt had.

In de lente van 2011 verplaatste de overheid Manning opnieuw, deze keer naar Fort Leavenworth, in Kansas. Daar verbleef ze tussen de andere gevangenen. Manning herinnert zich dat het ‘een complete schok was, want normaal gezien was ik altijd geboeid, of verbleef ik in een kleine ruimte of cel’.

In deze instelling moesten gevangen niet werken, dus bracht ze haar tijd door in de bibliotheek en hielp ze Coombs bij de voorbereiding van haar rechtszaak. In totaal werd ze voor 22 overtredingen aangeklaagd: van het omzeilen van veiligheidssystemen tot het helpen van de vijand, waarvoor een levenslange gevangenisstraf opgelegd kan worden. Toen Manning overgebracht werd naar een burgergevangenis vlakbij Fort Meade in Maryland, kibbelde Coombs gedurende twee maanden met overheidsadvocaten. Hij stelde uiteindelijk dat Mannings genderdysforie – en het onvermogen van het leger om haar te behandelen – invloed kan hebben gehad op haar mentale capaciteit en oordeelskracht. Enkele dagen later verklaarde de rechter Manning schuldig over de hele lijn, maar ze werd niet schuldig bevonden voor het helpen van de vijand en omzeilde zo een levenslange gevangenisstraf. Ze was opgelucht, omdat ze vreesde dat een aanklacht voor het helpen van de vijand een precedent zou scheppen voor de vervolging van andere klokkenluiders.

Ze had besloten haar genderidentiteit niet openbaar te maken tijdens de rechtszaak omdat ze vreesde dat dat het gecompliceerde proces nog ingewikkelder zou maken. Maar tijdens de getuigenis van Lauren McNamara, een transgendervriendin die getuigde tijdens de laatste hoorzitting, besefte ze dat ze een breekpunt bereikt had. Ze schreef een verklaring waarin ze zichzelf identificeerde als Chelsea, de gebruikersnaam die ze als kind gebruikte in het computerspel The Sims. Op 22 augustus 2013 was David Coombs te gast in ‘The Today Show’ op NBC. Presentatrice Savannah Guthrie las de verklaring voor: ‘Nu ik begin aan een volgende fase in mijn leven, wil ik dat iedereen de echte ik kent. Ik ben Chelsea Manning. Ik ben een vrouw.’

Manning zag het fragment of de reacties erop niet: ze zat op een vliegtuig naar de zwaarbewaakte militaire gevangenis in Fort Leavenworth. Ze bevond zich in een situatie die voor niet-transgenders moeilijk te begrijpen is: ze had zich geuit als vrouw, maar werd door het personeel in Leavenworth nog steeds als man aangesproken en behandeld, vaak op een venijnige manier. Vincent Ward, één van Mannings advocaten, herinnert zich hoe de gevangenisbewakers zijn cliënte behandelden: ‘Zodra je er één voet had binnengezet, voelde je het getreiter, het gegniffel, de opmerkingen.’

Bij haar aankomst in Leavenworth vroeg Manning toelating om een hormonenkuur te volgen om de transitie tot vrouw te ondergaan. Die werd geweigerd: het leger stond nog geen hormonentherapie toe bij soldaten, laat staan bij gevangenen. Mannings behandeling bleef beperkt tot antidepressiva en sessies met een psychotherapeut.

Bijna een jaar lang week de gevangenis geen voetbreed, tot één van haar advocaten – Chase Strangio, die zelf transgender is – een rechtszaak aanspande tegen het Amerikaanse ministerie van Defensie. Tijdens die rechtszaak werd een evaluatie geciteerd van psycholoog Randi Ettner, die stelde dat Manning ‘significante angsten ervoer en een hoog risico liep op serieuze medische gevolgen, waaronder autocastratie en zelfmoord’. In de zomer van 2014 gaf het leger toestemming om vrouwenondergoed naar Mannings cel te sturen – het was de allereerste keer dat zoiets in het leger gebeurde – want een burgerlijke rechter had Mannings verzoek ingewilligd om de naam op haar geboortecertificaat te veranderen naar Chelsea Elizabeth Manning. Een hormonenkuur volgde begin 2015.

De eerste stadia van de hormonentherapie gaven Manning veel voldoening: haar huid werd zachter en haar lichaamsbeharing nam af. Maar samen met de welkome fysieke veranderingen merkte ze ook verontrustende intellectuele veranderingen op. ‘Sinds mijn tienerjaren heb ik me afgeschermd en geleidelijk aan een muur rond me gebouwd,’ vertelt ze. ‘Toen mijn testosterongehalte kelderde, werd ik plots veel kwetsbaarder. Ik kon mijn gevoelens niet meer verstoppen. Ik moest er wel mee omgaan.’ Manning zocht regelmatig steun bij anderen uit de transgemeenschap: haar advocaat Strangio en Annie Danger, een transkunstenares en -activiste. Danger luisterde naar Manning terwijl ze met haar stem experimenteerde en op verschillende toonhoogtes sprak om te zien welke goed aanvoelde. ‘Ik stond haar bij tijdens die zoektocht, dat evolutionaire proces, wat zo belangrijk is. Je vindt letterlijk je stem.’


Afscheidsbrief

In april 2014 weigerde het leger Mannings gratieverzoek: haar gevangenisstraf van 35 jaar bleef gelden. Er was nog een kleine mogelijkheid tot presidentiële gratie of strafvermindering, maar Manning had geen enkele reden om die te verwachten: het Witte Huis en minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton hadden het lek immers veroordeeld. Manning wist dat formeel beroep aantekenen haar beste optie was, maar ze was het drie jaar durende gevecht met de gevangenisautoriteiten beu.

In juli 2016 zat Anthony Raby, één van Mannings beste vrienden in de gevangenis, in het handwerklokaal kledinglabels te naaien voor legerrekruten, toen een andere gevangene een briefje op zijn tafel achterliet. ‘Het is van je vriendinnetje,’ zei de man. Raby hoefde niet te vragen over wie de man het had. Hij vouwde het dichtgeplakte briefje open en las: ‘Chelsea E. Manning, betreffende: Mijn Laatste Brief.’ Ze schreef dat ze zich van het leven zou beroven na het vuurwerk ter ere van Independence Day. Het vuurwerk was geëindigd om 22 uur. Het was al half één.

Raby verwittigde een bewaker en gaf hem Mannings brief. ‘Rond één uur hoorde ik een mededeling over de radio, een melding in Mannings cellenblok,’ vertelt Raby. ‘Ik stond als een gek te ijsberen. Ze waren zeker te laat.’ Rond half vier ’s morgens sprak hij een rechercheur van het leger: Manning leefde nog.

Er zijn geen officiële details bekend over het voorval en Manning herinnert zich alleen dat ze in een ziekenwagen ontwaakte. Mensen met kennis van de situatie zeiden dat Manning zich had proberen op te hangen en gereanimeerd werd door bewakers. Ze ademde, maar ze reageerde niet. Manning vertelt dat ze zich in de dagen voor haar zelfmoordpoging erg zwak en eenzaam voelde. Ze was vastberaden vol te houden tot het einde van het verlengde weekend, tot haar psycholoog terug op de basis zou zijn. ‘Maar ik redde het niet,’ zei ze.

In september ging ze in hongerstaking om het ‘voortdurende en overdreven administratieve onderzoek door de gevangenis en legerofficieren’ aan te klagen. Ze beëindigde haar hongerstaking toen de gevangenis haar een geslachtsoperatie beloofde, een schikking die nooit eerder voorgekomen was.

Tegen eind september was Manning wegens haar zelfmoordpoging veroordeeld tot twee extra weken in de isoleercel, waarvan één week voorwaardelijk. Als de gevangenis Manning in een spook veranderde – in de gedachten van haar aanhangers nog in leven, maar niet in staat fysiek bij hen te zijn – dan voelde haar periode in de isoleercel net alsof ze uitgewist was. ‘Isolatie verandert je, het maakt je boos,’ zei ze. ‘Je vergeet de buitenwereld. Die is niet relevant of herkenbaar meer. Het ergste aspect van eenzame opsluiting is dat je niet meer denkt aan auto’s, werk, gezinnen, het weer, politici... Alle dingen die samen een maatschappij vormen.’

Manning probeerde zich nogmaals van het leven te beroven, maar een bewaker vond haar voor ze het bewustzijn verloor. Een week later voegde ze zich opnieuw bij de andere gevangenen.

'Vandaag zit Manning in een soort van schijndood, tussen haar chaotische, vroegere leven en wat er komen zal. Maar ze lijkt gelukkig dat ze vrij is.'

Mannings advocaten wisten dat de tijd begon te dringen voor hun cliënte. ‘Chelsea heeft hulp nodig, maar die krijgt ze niet,’ zei Strangio vorige winter. Volgens hem was Mannings beste optie een verzoek tot strafvermindering, dat in november werd ingediend. Mannings advocaten voegden er een brief van Manning bij. ‘Ik ben Bradley Manning niet,’ schreef ze. ‘En ik ben hem ook nooit echt geweest. Ik ben Chelsea Manning, een trotse transvrouw die door middel van dit verzoekschrift op respectvolle wijze een eerste kans tot leven vraagt.’

Op 17 januari bevond Manning zich in de werkplaats van de gevangenis, toen een groep bewakers de ruimte betrad. ‘Ik dacht: ‘O God, ik zit diep in de nesten,’’ vertelt Manning. ‘Ik wist niet eens wat ik deze keer gedaan had.’ Het hoofd van de gevangenisbeveiliging zei haar dat ze met hen mee moest. ‘Kom ik nog terug?’ vroeg ze. Neen, werd haar gezegd.

Ze griste haar bezittingen bij elkaar en volgde de bewakers naar een apart cellenblok. Ze ging ervan uit dat ze opnieuw de isoleercel in moest en begon de veters uit haar schoenen te halen. De hoofdofficier schudde zijn hoofd: ze werd in beschermende hechtenis geplaatst. Op de televisie in de gemeenschappelijke ruimte speelde CNN. Ze zag de mededeling op het scherm: ‘Manning krijgt strafvermindering.’

Vier maanden later, op de ochtend van 17 mei, werd Manning de toegangspoort van de militaire gevangenis uitgeleid en in een Ford Explorer gezet. Rond één uur ’s nachts hield de Explorer halt op een parkeerplaats, waar Strangio stond te wachten. Manning omhelsde hem zo enthousiast dat ze hem met haar elleboog een dreun verkocht.


Schijndood

De week die ik doorbreng met Manning in New York voelt als een moment van schijndood: de dagen tussen haar chaotische, vroegere leven en wat er komen zal. Maar ze lijkt gelukkig dat ze vrij is. We sjokken onopgemerkt door drukke straten, bestellen chicken nuggets bij McDonald’s, eten in restaurants en cafés en gaan naar de bioscoop om ‘Alien: Covenant’ te bekijken. Voor we de zaal betreden, wil de kaartjesknipper Mannings tas controleren. Mijn adem stokt, ik denk dat hij haar herkent. Manning hurkt en ritst haar tas open. Ze mag verder. De beroemde klokkenluider is plots een gewone bioscoopbezoeker. Als we door de straten van New York wandelen, voel ik meer dan eens de aanwezigheid van iemand die voor het eerst echt tot leven komt.

Op een ochtend, aan het einde van een interview, overhandigt Manning me een witte enveloppe. Er zit een briefje in van een 14-jarige transjongen. ‘Ik wil gewoon zeggen dat ik blij ben dat je binnen enkele maanden vrijkomt en dat ik trots op je ben (Is dat raar om te zeggen?). Je bent een inspiratiebron.’ Als ze eerlijk is, zegt ze, heeft ze nooit een rolmodel willen zijn. Ik vraag of haar leven anders zou geweest zijn als zij zo iemand had gehad. Ze staart naar haar handen. ‘Ik weet niet precies hoe anders,’ zegt ze uiteindelijk, ‘maar het zou beter geweest zijn.’

© The New York Times. Vertaling en bewerking: Margot Schotte en Eline Huysmans

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234