'Een weeskind van deze tijd' Dwarskijker over 'Grenzeloze liefde', 'Mijn lief is vrijgezel' en 'Duts'

De weldadige loomheid van Senegal, een heupwiegend ritme, zou me ook wel bevallen.


Grenzeloze liefde

Eén – 28 juni en 4 juli

In de zomer van 2016 vertonen onze binnenwateren weinig, zeg maar gerust géén, hoge golven. Een sof voor een zoetwatersurfer zoals ik, die, vóór het te laat is, van zijn hobby zijn beroep wil maken. Het eendengesnater leek verdacht veel op hoongelach en ook de hengelaars konden hun lol niet op toen ik laatst, vooroverliggend op mijn plank, tergend traag aan ze voorbijdreef, waarna ik – vraag me niet hoe – uit koers raakte en vervolgens in lis en oeverriet vastliep. ‘Fun, fun, fun’ zongen The Beach Boys ooit. Elke dag kom ik teleurgesteld thuis, ik zet moedeloos mijn surfplank tegen de eerste de beste muur en zak met een zucht neer voor de televisie, een medium dat net als mijn moreel in zijn voegen kraakt.

Alle scherts terzijde, zeg ik alsmaar, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Laat ik het toch even proberen: in afwachting van het zevenuurjournaal heb ik onlangs naar een stuk of twee herhalingen van ‘Grenzeloze liefde’ gekeken, een programmaserie waarvoor Annick Ruyts kort na de eeuwwisseling uit logeren ging bij Vlaamse mensen die hun hart aan een buitenlandse mens hadden verloren. Verliefd en zonder omzien waren ze ook nog eens in het verre land van hun geliefde gaan wonen. Laat ik, voor de spanning, even doen alsof ‘Grenzeloze liefde’ zo goed als nieuw is.

Op het eerste gezicht lijkt het leven zoals het zich in dit programma aan me voordoet, veel intenser dan in ’t eigen honk. Bij elke aflevering dacht ik wel eventjes dat alle Vlaamse thuisblijvers – één van hen ben ik – ongelijk hadden en vast niet beseften welke duizelingwekkende vertes in verre landen ze zoal misten terwijl hun tijd van leven omvloog in een volgebouwde verkaveling. Hoe ver kun je al niet over de pampa’s uitkijken in Patagonië? De weldadige loomheid van Senegal, een heupwiegend levensritme, zou me ook wel bevallen, zowel tijdens als na de werkuren. In elke aflevering van ‘Grenzeloze liefde’ vang je glimpen van de idylle op, maar het duurt nooit lang of je ontdekt er tegelijk met Annick Ruyts weeffoutjes in. Zij laat nooit na op vriendelijke toon en haast in het voorbijgaan allerlei lokale ongemakken en culturele knelpunten aan te kaarten.

In de pampa’s van Patagonië woonden Pascale en Aldo in een godvergeten dorp dat zich met moeite boven de boomloze vlakte verhief, op 320 kilometer van de dichtstbijzijnde stad. Gaucho’s, verbluffende ruiters, bepaalden er van oudsher de zeden en gewoontes. Een man is zijn paard en omgekeerd. Van zo’n borstelige en mogelijk ook zwaargeschapen paardenman wilde Annick Ruyts weten of er ook gaucha’s bestonden. ‘Jazeker,’ klonk het, ‘maar die zitten wel niet in het zadel. Ze staan aan het fornuis.’ Hij wist ook te vertellen wat een gaucho nodig had in zijn leven: een paard, een vrouw en een schaap. Ieder z’n ziekelijke gewoontes, maar dat schaap was er me te veel aan, niet in seksueel opzicht, maar vooral als rijdier: men hoeft zich maar even een gezadeld schaap voor te stellen. Pascale, die vroeger bij een uitgeverij in Antwerpen had gewerkt, zei in the middle of nowhere dat ze de bioscoop miste en de bibliotheek. Ondertussen woei het aan één stuk door, zoals het altijd al gewaaid had aan het einde van de wereld: ‘Je kunt hier je huis niet schoonhouden: de wind blaast er voortdurend stof in.’ De moeder van Pascale zou nooit bij haar dochter op bezoek komen, want ze had vliegangst. Haar vader had zich wel al aan de overtocht gewaagd, en geheel in shock had hij zich ter plekke afgevraagd hoe zijn dochter in godsnaam in dit barre land wilde wonen. Pascale klaagde niet, maar ze stelde haar leven ook niet mooier voor dan ik en wellicht ook haar vader dachten dat het was. Aldo was kroegbaas, vooral ’s nachts, en zorgde voor een inkomen waarmee het gezin ternauwernood het einde van de maand kon halen, als alles meezat. Financieel tekortkomen aan het einde van de maand was niet ongebruikelijk in het dorp. Als iedereen in hun vriendenkring weer eens krap zat, deelden ze tijdens een bijna feestelijke bijeenkomst het eten en drinken dat ze nog overhadden. Dit plaatselijke gebruik heet in Patagonië solidariteit. Pascale zei ook dat zowel de krapte als de prikkelarme omgeving tot bespiegeling leidde, en tot diepe, naar de essentie borende gesprekken. Om het in hun negorij in Patagonië uit te houden, moest je volgens het stel al een sterke relatie hebben. Het benieuwde mij dan ook of hun liefde vandaag, zovele jaren nadat Annick Ruyts bij Pascale en Aldo langsging, nog steeds tegen boomloze en doorwaaide vergezichten was opgewassen, en tegen de paardenlucht der heren. Ik vroeg me ook af hoe het Carla was vergaan, een Vlaamse telefoniste bij de Nederlandse ambassade in Dakar. Haar man Apollo, een visser en duiker, zei: ‘Hoe blank Carla ook mag zijn, ze is Afrikaanse.’ Ze was in ieder geval volkomen ingeburgerd en sprak dan ook een plaatselijke taal: Wolof. Aan het slot van ‘Grenzeloze liefde’ gaf Carla te kennen dat ze terug naar België wilde opdat haar kind, toen nog een kleuter, naar een goede school zou kunnen gaan. ‘Grenzeloze liefde’ is in tegenstelling tot de meeste tv-programma’s tegen herhaling bestand, maar er ontbrak een toevoegsel over het huidige bestaan van die paren in den vreemde. Deze programmaserie werd voor het eerst uitgezonden in 2001: in anderhalf decennium wordt een mens om te beginnen al vijftien jaar ouder, als hij tussendoor al niet het loodje legt.

In de aflevering over Carla en Apollo in Senegal zat één onnadrukkelijk scènetje dat niettemin mijn aandacht trok: in een kantoorruimte zag je een gebrilde blanke man aan een computer zitten, in een zwijgende rol. Hij glimlachte onbestemd, mogelijk een tikje verlegen, zich er iets te zeer van bewust dat hij bekeken werd. Dat bleek Piet te zijn, de man met wie Carla ooit naar Senegal was verhuisd om er samen een tandtechnisch bedrijfje op te zetten. Maar er kwam iets tussen: ze liep Apollo tegen het lijf, een zwarte halfgod opgerezen uit de Atlantische Oceaan die, te oordelen naar zijn bevlogen uitleg over seks in Senegal, een markante persoonlijkheid was in bed. Hij zei ook dat Senegalese vrouwen hun man gewoonlijk een voetwassing gaven als hij thuiskwam van zijn werk, maar dat plaatselijke gebruik kon Carla gestolen worden. Ik kon niet opmaken of Apollo zich daar definitief bij had neergelegd. Als Apollo weer eens geen poot uitstak in de huishouding, ging Carla spontaan in staking. Ze zei het met aplomb. ‘Piet is altijd mijn beste vriend gebleven,’ stelde ze ook nog. Hoe zou het nog met Piet zijn? Wast hij zijn voeten zelf?


Mijn lief is vrijgezel

VIER – 4, 5, 6 en 7 juli en daarna nooit meer

'Iedereen in 'Mijn lief is vrijgezel' staat voor lul, en het hele deelnemersveld is mijn type niet'

VIER omhelst ter gelegenheid van de zomerslapte ongehinderd z’n ware aard. Ik maak me sterk dat de kreten ‘Gaan met die banaan!’ en ‘Wààr is dat feestje? Hiér is dat feestje!’ geen loze woorden zijn voor de deelnemers aan ‘Mijn lief is vrijgezel’, een plat spel dat op testosteron, oestrogeen en onverzadigde vetzuren drijft. En op oude spreekwoorden als ‘de kat op het spek binden’ of ‘de kat bij de melk zetten’. Een programma ook dat, onder het mom van amusement, op nare gevoelens als seksuele jaloezie speculeert. Ik zal er wel nooit aan wennen, ook al heb ik een tijdlang de apenrots van ‘Temptation Island’ proberen te verdragen. Nog een geluk dat ik toen al een graad in de misantropie had gehaald.

Een loslopende vrouw moet door middel van list en platte verleiding een echte vrijgezel onderscheiden van drie manspersonen die zich, in samenspel met hun vriendin, als celibatair voordoen. Als dat mokkel er na vier afleveringen de juiste klotenklapper uitpikt – moge het deelnemersveld mij de juiste woordkeuze vergeven – dan wint ze een ‘luxueuze liefdesreis’. Wijst ze een valse celibatair aan, dan mag die met zijn vriendin ergens luxueus vakantie gaan vieren, al doet ‘luxueus’ me in de context van dit programma meer aan protserige all-inhotels dan aan klasse denken.

De loslopende vrouw, die dit keer de naam Deena droeg en zich op haast parodistische stilettohakken staande hield, liet niet na zichzelf even voor te stellen aan het iets te ruime publiek: ze was 28 en voor de kost showde ze bikini’s en lingerie, was ze manager van evenementen en ‘vaste presentatrice’ van een gokspelletje. Ze was ook het type dat ‘mercikes’ en ‘hallokes’ zegt en daar geen erg in heeft. Is het niet verbazend dat een uitgesproken carrièrevrouw, die wel drie knelpuntberoepen tegelijk uitoefent, aan ‘Mijn lief is vrijgezel’ meedoet in plaats van eens duchtig het glazen plafond te zemen?

De mannelijke deelnemers mochten zich ook voorstellen. De meesten stalden om te beginnen hun samengesteld gezin uit op het gazon: gemiddeld twee kleine kinderen die ze bij hun huidige vriendin hadden verwekt, en dan nog drie balende pubers ‘uit een eerdere relatie’. Die eerdere relatie kreeg in de loop van dit programma ruimschoots de gelegenheid om haar ex nog meer te verwensen dan ze ongetwijfeld al met overgave deed. ’t Mag een wonder heten dat we haar razernij niet te zien krijgen. We maakten wel kennis met de nieuwe partners van de vermeende vrijgezellen, want zij speelden een belangrijke rol in dit spel. Voor de aardigheid karakteriseerde Sandra haar vriend Ronny, een zelfstandig parketlegger, als volgt: ‘Stoefen, stoefen en nog eens stoefen: zo was hij.’ Terwijl hij erbij stond. Liefde overwint alles. Na een week lang zelfstandig parket te hebben gelegd, speelde Ronny, een gevorderde veertiger, wel eens voor zelfstandige deejay in een plaatselijke discotheek – een ‘obby’, meer moesten we er niet achter zoeken. Voorts kon hij behalve zelfstandig ook gevoelig uit de hoek komen: ‘Liefde is de ezeltjes hun strontjes opkuisen voor ’t vrouwtje.’ Het paar had namelijk twee ezels onder z’n hoede, waarvan één uit een eerdere relatie. En nu jij weer. ’t Vrouwtje in kwestie beloofde dat ze Ronny’s tong eraf zou knippen mocht hij Deena, tijdens hun afspraakje, in de diepte zoenen. Stefanie, de partner van de vermeende vrijgezel Lieven, een zelfstandig autoverkoper, gaf ons ongevraagd een idee van de gemiddelde huiselijke ruzie: ‘Ik zeg niet dat we elkaar zouden slaan, maar ’t scheelt niet veel.’

Nog meer elegantie sprak uit de eerste ontmoeting van die manspersonen met Deena. Ter intieme kennismaking gingen ze bijvoorbeeld aan sumoworstelen doen: liefde is, behalve ezelsstront oprapen voor ’t vrouwtje, in zo’n buikig opblaaspak hotsknots tegen elkaar aanbeuken, met een bête glimlach op je fieselemie. ’t Zal wel weer een ‘obby’ zijn.

Het twijfelachtige hoogtepunt van elke aflevering voltrekt zich bij de vrijgezellen thuis. Nadat hun vriendin hen haar spelregels had toegebeten – ‘Niet tongen! Beneden blijven! Niet met haar naar boven gaan!’ – moest zij het huis uit, en meteen ook alle spullen die op haar bestaan zouden kunnen wijzen. Waarna de kandidaten telkens weer blij leken dat ze van haar af waren: ‘’t Is een spel.’ En dan deed Deena haar intrede, als was ze een levering van een escortbureau. De ene klojo bleek al geroutineerder te kunnen simuleren dan de andere: Ronny, de zelfstandige parketlegger, zweette tijdens het liegen als een ossenspan in de tropen, of als iemand die een dag lang in de blakende zon ezelsstront had opgeraapt voor ’t vrouwtje, maar wel zelfstandig. De vriendin van de vermeende vrijgezel kon het tête-à-tête van haar partner en de duivelse Deena op een beeldscherm volgen, waardoor het iets te ruime publiek dan weer kon zien hoe ze steken van jaloezie probeerde te maskeren wanneer haar klojo het gezelliger dreigde te maken dan afgesproken. ‘Kaarsje, open haardje, champagne, aardbeitje,’ deed er één, alsof Deena had gevraagd: ‘Hoe heb jij in godsnaam dit wel heel wakke sfeertje kunnen scheppen?’

Ik moet het ze nageven: de makers van dit programma en hun dienstdoende psycholoog hadden geschikte kandidaten geselecteerd, want bij het afscheid van Deena kwamen de tongen makkelijk los in haar mond, ondanks dure eden. Excuses mompelend – ‘Die tongzoen was niet gepland’ of ‘Deena deed ineens haar mond open’ – probeerden de vermeende vrijgezellen na afloop hun vriendin in de armen te vallen, schuldbewust, of toch berouw hebbend voor de schijn. Er tekende zich een patroontje af in de modale reactie van die vriendinnen: eerst bozig mokken, een beetje bijtrekken, en zich daarna niet geheel van harte erbij neerleggen dat het al met al om een ‘spel’ ging waar eventueel een luxueuze liefdesvakantie aan vastzat. Fijn, maar hoe vaak zal ze die tongzoen niet oprakelen in de toekomst, wellicht al bij het eerste kibbelpartijtje tijdens die luxueuze vakantie? Dat Deena, de carrièrevrouw, serieel met relatieve onbekenden tongt, hoort er zo te zien allemaal bij, terwijl dat klakkeloze muilen mij veeleer een emotionele ontwaarding van de tongzoen toeschijnt. Maar waar bemoei ik me mee? Ik ben een weeskind van deze tijd. Even samenvatten: iedereen in ‘Mijn lief is vrijgezel’ staat voor lul. En het hele deelnemersveld is mijn type niet.


Duts

Canvas – 6 juli

'Duts' is het enige programma dat deze zomer met recht wordt herhaald'

Toen de EK-wedstrijd Portugal – Wales begon, zat ik naar ‘De nieuwe buurman’, mijn favoriete aflevering van ‘Duts’, te kijken. Normaal zal dat wel niet zijn, maar ik heb het er graag voor over.

‘Duts’ is het enige programma dat deze zomer met recht wordt herhaald: deze serie is namelijk klassiek, wat je vrijwel nooit over tv-programma’s kunt zeggen. Laat ik er nog een schepje bovenop doen: ‘Duts’ was al klassiek toen deze serie in 2010 voor het eerst werd uitgezonden. Ook toen al leek ze zich bezijden de tijd af te spelen, op een niet nader genoemde plek, in enkele onaanzienlijke straten waar het realisme rekkelijk is. De melancholie van het onooglijke beneemt je in dat parallelle Vlaanderen haast de adem. O, de perfide poëzie van ‘Duts’!

Terwijl Wales zich met Portugal mat, begon ‘Duts’ met een stilstaande fase in de straat van Walter Duts (Herwig Ilegems). Daar kwam een eind aan toen Matthias Schoenaerts en Axel Daeseleire, die in deze aflevering zichzelf speelden, in een boomcar kwamen aangesnord. Matthias bleek de nieuwe buurman van Walter Duts te zijn. Na een tijdje werd duidelijk dat deze acteurs zich, met behulp van twee hoeren en ver voorbij de gêne, overgaven aan nu ook weer niet zo gangbare ontspanningsoefeningen: vermoedelijk luierseks met een sadistische inslag. Behalve luiers kwamen er ook een babybox en een autobatterij met startkabels aan te pas: aan hun eigenaardige lustbeleving had één van die hoeren tot haar ontzetting een beha met afgebrande cups overgehouden. Axel Daeseleire zei vol zelfmedelijden dat hij die uitlaatklep nodig had omdat hij anders dreigde te bezwijken aan de druk die het acteursbestaan meebracht. En Matthias Schoenaerts steunde hem daarin. Tussendoor probeerde hij aan de telefoon zoveel mogelijk munt te slaan uit een rol in een spotje voor Greenpeace. Wat we te zien kregen, zou een uitvergroting kunnen zijn van wat het ergste segment van de goegemeente over acteurs denkt. In ieder geval is het een bewonderenswaardig staaltje van zelfspot. De internationale carrière van Matthias Schoenaerts was nog niet begonnen in 2010 – ‘Rundskop’ was nog niet uit. Wat zouden zijn agents zeggen als hij die rol in ‘Duts’ nu aangeboden zou krijgen? En zou hij nog op dat aanbod ingaan? Ik hoop dat ik het hem ooit nog eens kan vragen.

Ook mooi in deze aflevering is de scène waarin Walter Duts, een kinderlijke man, voor de spiegel omstandig de pyjama uitprobeert die hij van zijn buurvrouw Annie had gekregen. Een goudglanzig geval van naar schatting Chinese makelij dat ooit haar overleden man had toebehoord: ‘Maar één keer gedragen.’ Buurvrouw Annie werd gespeeld door Greta Van Langendonck, die vorig jaar overleden is. ’t Was pakkend om haar terug te zien, onwetend van haar dood vijf jaar later, spelend. Ik wil haar niet vergeten.

Aangezien ik in mijn leven nooit van het gelijk van meerderheden ben uitgegaan, kan het me niet schelen hoe weinig mensen er naar de herhaling van ‘Duts’ hebben gekeken. Ik was één van hen. Het geval wil dat ik daar nog trots op ben ook. 



Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234