null Beeld

'Egypt Station', zelfs Paul McCartney is ook maar een mens: 'Niet op elk moment in je leven ben je een god op de Olympus'

De grootste componist van popmuziek van zijn generatie schrijft nog steeds, tourt nog steeds, neemt nog altijd nieuwe platen op en wil nog steeds niets liever dan hits scoren en in de oren van mensen kruipen. Maar zijn nieuwe plaat ‘Egypt Station’ toont een andere Paul McCartney. Eén die toegeeft dat hij weleens aan zichzelf twijfelt, dat hij ook weleens de pedalen verliest, of bezopen is. Een échte mens, met échte problemen die hij wil delen. ‘Je schrijft je demonen van je af.’

'Ik bén working-class. Zo ben ik opgevoed. En ik hóú van de working class. Het zijn geestige mensen. Slim ook, en ze werken hard. Niet iedereen doet dat'

Op een dag in juni vorig jaar had Paul McCartney eigenlijk aan zijn nieuwe plaat moeten werken, maar hij zat thuis tv te kijken. Hij zapte langs de kanalen en bleef hangen bij ‘Sgt. Pepper’s Musical Revolution’, een documentaire waarin componist Howard Goodall het iconische Beatles-album haarfijn analyseert.

Paul McCartney «Dit wordt goed, dacht ik, dus ik nestelde me vol verwachting in mijn fauteuil. Goodall gebruikte een heleboel muzikaal jargon – chromatische toonladders, eolische toonladders, zulke dingen. Dat vond ik heel interessant, want niemand van de band dacht op die manier. Wij maakten instinctief muziek, wisten wij veel wat een majeur septiemakkoord was.

»Toen Goodall ‘Penny Lane’ ontleedde, viel ik bijna uit mijn stoel van verbazing. ‘De song telt niet één, maar víér pianopartijen, die over elkaar opgenomen zijn,’ zei Goodall. Ik geloofde er geen woord van. Maar hij heeft de mastertapes, dus hij heeft vast gelijk, dacht ik. Goodall ontleedde de song laag voor laag, zoals een archeoloog de grond doorzoekt. Elke laag gaf het nummer een intenser geluid. En toch klonk het eindresultaat als één piano. Da’s best cool, dacht ik. Toen Goodall klaar was met zijn analyse van ‘Penny Lane’ dacht ik: wauw, heb ík dat gemaakt? Het gaf me inspiratie en energie. Ik werkte al een jaar met producer Greg Kurstin aan mijn nieuwe plaat, en plots wist ik welke richting ik uit wilde. De documentaire herinnerde me eraan hoe we destijds werkten, heel experimenteel. Toen ik de volgende dag de studio binnenstapte, vertelde ik Greg wat ik had gezien, wat dat verdomd goeie bandje 50 jaar geleden had gedaan, en wat wij zouden gaan doen.»

Dat gesprek vond plaats in Hogg Hill Mill, een oude molen in Icklesham in het zuidoosten van Engeland, waar Paul McCartney al sinds 1985 een studio heeft. In diezelfde molen ontvangt McCartney ons voor dit gesprek. Er is geen sprake van strenge beveiliging. Of hij nu thuis is, op zijn boerderij niet ver bij de molen vandaan, of in zijn studio, of in zijn kantoor in het centrum van Londen: Paul McCartney verbergt zich niet.

McCartney «Ik neem weleens gewoon de trein, hoor. Ook drukke treinen. In tegenstelling tot wat Michael Jackson deed, neem ik daar geen zeventien bodyguards voor mee; ik reis in mijn eentje.»

Voor het onze beurt is, leidt McCartney nog een ploeg van het Amerikaanse primetime nieuwsprogramma ‘60 Minutes’ rond in zijn studio. Veel apparatuur en instrumenten redde hij uit andere studio’s, die munt wilden slaan uit hun antieke eigendommen. Om z’n uitleg kracht bij te zetten, speelt hij een stukje ‘Strawberry Fields Forever’ op de mellotron die uit de Abbey Road Studios komt – de klavecimbel en het harmonium staan hier ook. Steve Orchard, McCartneys vaste geluidstechnicus van vele jaren, luistert mee vanuit de opnamekamer. Hij heeft dit vast al vele malen gehoord, maar je kunt je maar moeilijk voorstellen dat iemand dit als routine ervaart. McCartney tovert nog een stukje ‘Lady Madonna’ uit de Moog, en sluit daarna de rondleiding af bij de drums. ‘Opgesteld zoals die van Ringo, of Sir Richard, zoals we hem nu moeten noemen.’

Wanneer de Amerikanen de deur uit zijn, neemt McCartney ons mee naar de zitkamer boven de studio. Het is er gezellig rommelig, met veel foto’s, boeken en schilderijen, waarvan hij er veel zelf maakte. Er is evenwel geen spoor te bekennen van ‘Egypt Station’, zijn eigen warme, kleurrijke kunstwerk uit 1988 dat de titel voor zijn nieuwste plaat heeft geleverd.

Ik sprak Paul McCartney voor het laatst in 2005, toen hij nog geen 64 was, en toen hij nog getrouwd was met Heather Mills. Inmiddels is hij 76 en in oktober zal hij zeven jaar getrouwd zijn met Nancy Shevell. Hij voelt zich duidelijk goed in zijn vel. In ‘Happy with You’, één van de meest prominente songs op ‘Egypt Station’, toont McCartney zich daar opvallend open over, vooral omdat hij suggereert dat hij zich niet altijd zo goed heeft gevoeld: ‘I sat around all day / I liked to get stoned / I used to get wasted / But these days I don’t – ’cos I’m happy with you / We’ve got lots of things to do.’

Hij ziet er uiteraard ouder uit dan de man van 13 jaar geleden, maar hij oogt ook meer op zijn gemak. Zijn haar, dat lang verscholen ging onder allerlei kleurmiddeltjes, vertoont intussen zijn eigen, natuurlijke patina. Zijn kledingkeuze is ingetogen, de manier waarop hij zijn T-shirt en broek draagt, verraadt regelmatige gymoefeningen. Voor we van wal steken, rommelt hij nog snel even met zijn telefoon, dezelfde doodgewone Nokia die hij een decennium geleden ook al had en die hem inspireerde voor ‘Memory Almost Full’, zijn plaat uit 2007.

McCartney «Veel mensen zagen die titel toen als een signaal dat ik ermee zou ophouden. Je houdt het niet voor mogelijk wat voor betekenissen mensen soms toedichten aan dingen of uitspraken. Maar de waarheid is veel banaler. ‘Memory Almost Full’ was iets wat mijn Nokia zei. Ik vond dat wel cool.»

– Dus u en uw telefoon gaan er nog wel even mee door?

McCartney «Ik hou van wat ik doe. (Rommelt in zijn zakken) Maar intussen heb ik ook wel een iPhone.»


Producer van Adele

– Hoe weet u dat het tijd is om aan een nieuwe plaat te beginnen?

McCartney «Er komt een moment waarop je té veel songs hebt, en dan moet je er iets mee doen. En ook omdat mijn vrouw anders boos op me wordt: ‘Wat doe jij met al die nieuwe songs in je kamer?’ Sommige van de songs op de plaat schreef ik al een hele tijd geleden. Ik stapel nieuwe nummers gewoon op. Op een gegeven moment begin ik dan te denken: het wordt tijd dat ik nog eens een nieuwe plaat ga maken. Een tiental songs van de stapel hebben deze plaat overigens niet gehaald.»

– Had u van meet af aan een idee waar u met de plaat heen wilde?

McCartney «Als je tegenwoordig wilt opvallen, moet je boven het geroezemoes uitstijgen. Dat kan op twee manieren. De eerste is om een producer in te schakelen die je gegarandeerde top 10-hits bezorgt, zoals Taylor Swift dat doet. Maar daar had ik niet erg veel zin in. De andere manier is om een plaat-plaat te maken: meer een concept, iets om bij na te denken. Daar kunnen allerlei songs op staan, die hoeven niet per se allemaal een hit te worden. Ik koos dus de songs die ik zelf het liefst hoorde, en daarna gingen we aan de slag, met het vage idee in het achterhoofd dat ze een eenheid moesten vormen.

»Terwijl je een plaat maakt, loop je voortdurend te denken – tenminste, dat doe ik toch – over hoe je ze gaat noemen. ‘Abbey Road’? Nee, dat bestaat al... Op een dag dacht ik aan een schilderij dat ik een hele tijd geleden had gemaakt, ‘Egypt Station’. Ik vond die woorden best goed klinken. Toen ik een foto van het schilderij zag, dacht ik: dat zou een mooie plaatcover zijn. Ik ga geen foto van mijn lachende zelf op mijn nieuwe plaat zetten. Maar het schilderij vond ik wel interessant: het zag er wat gek uit, het verwees naar een mystieke plaats. En voilà, daar waren we: ‘Egypt Station’.»

'Ik heb intussen acht kleinkinderen. En opa hoort uiteraard niet languit op de sofa te liggen met een flinke joint en een fles tequila'

– U hebt met de plaat een eigen wereld geschapen.

McCartney «Dat was het plan, ja. We werkten met dat idee in het achterhoofd. Ik wilde de plaat openen met stationsgeluiden – een knipoog naar ‘Sgt. Pepper’s’, dat opent met het geluid van een concerthal. Toen we in L.A. waren, liet ik het openingsstukje van de plaat horen aan Geoff Emerick (de geluidsman van The Beatles, red.), en hij zei: ‘Dat doet me ergens aan denken, niet?’ ‘Zeker!’ zei ik.

»Als je een reisje van een uur wilt maken met je koptelefoon op, is deze plaat daar uitermate geschikt voor.»

– U maakte de plaat met producer Greg Kurstin. Hij is een geschoold jazzpianist, maar vooral bekend als producer en coauteur van ‘Hello’, de monsterhit van Adele.

McCartney «Ik werkte voor het eerst met Greg in 2015. We namen toen een song op die ik had geschreven voor een animatiefilm. Die dag waren ook onder meer Lady Gaga en Mike McCready van Pearl Jam van de partij. Die film zit voorlopig nog in de koelkast, maar ik vond Greg een aangename kerel om mee te werken, en ik besloot hem in te huren voor mijn volgende plaat. In de tussentijd schreef hij ‘Hello’ en werd hij zowat de meest gegeerde producer ter wereld. Daardoor dachten veel mensen dat ik hem inhuurde omdat hij flavour of the month was, maar dat klopt dus niet.»

– Brengt u steeds afgewerkte songs mee naar de studio, of soms ook losse ideeën?

McCartney «Meestal zijn de songs helemaal afgewerkt, en heb ik ze al eens opgenomen met een complete band, of solo. Maar ik bracht ook losse stukjes muziek en zelfs op mijn gsm ingesproken ideeën mee. Soms nam ik gewoon een gitaar vast en dacht ik: oké, nu gaan we even iets bedenken. Ik voelde me eerst wat onzeker over die manier van werken. Waarom zou ik in de studio gaan zitten zonder te weten wat ik zou gaan doen? Maar veel mensen werken tegenwoordig zo. Ik heb al met Kanye West gewerkt. Ik denk dat ik in de studio niet eens een noot heb gespeeld, maar de hele tijd alleen maar zat te mompelen in de achtergrond. Hij heeft alles opgenomen en er drie songs uit gepuurd. Het is een hele nieuwe gang van zaken voor mij, maar ik vind het geweldig.»

– Een vervelend moment was toen Greg Kurstin een dubbele boeking had. U wilde de vaart niet verliezen en besloot om tijdens die periode Ryan Tedder in te huren, hitschrijver voor onder meer Beyoncé, Ed Sheeran en – uiteraard – Adele. Die samenwerking kende een moeilijke start.

McCartney «We hadden twee dagen lang zanglijnen geïmproviseerd op een aantal hooks, de beproefde methode van Ryan. Ik vond het hele gedoe zo banaal, ik hield het niet meer. Ik zei tegen Ryan: ‘Dit is onzin! Al mijn hele carrière maak ik songs die iets betékenen, en dit betekent helemaal niks. Ik heb ‘Eleonor Rigby’ geschreven, weet je? En nu sta ik hier te zingen: ‘I’m a lover for you / I’m a lover for you / I love you baby / Yes I do.’ Ik kán dit niet.’»

– Maar desondanks zette u door, wat resulteerde in de song ‘Fuh You’.

McCartney «Ik had me voorgenomen om de tekst later te herschrijven. Voor we opnieuw de studio introkken, vroeg Ryan me wat ik wilde bereiken. Ik had de kat nog even uit de boom kunnen kijken, maar ik zei zonder omwegen: ‘Ik wil een hit.’ ‘Geweldig, dan zitten we op dezelfde golflengte. De mensen houden van een hit,’ antwoordde Ryan. En het is niet zo moeilijk, je moet er alleen een leuke song voor schrijven. Je moet niet belangrijk willen zijn.»


Gewone kerel

– ‘Egypt Station’ bulkt van de uitzonderlijke songs. In sommige ervan bent u verrassend openhartig en gunt u ons een blik in uw binnenste, zoals in ‘I Don’t Know’: ‘I got crows at the window, dogs at my door / I don’t think I can take any more / What am I doing wrong?’ Wat is er aan de hand?

McCartney «Niet op elk moment in je leven ben je een god op de Olympus. Je bent een echte persoon. Ik ben een grootvader, een vader, een echtgenoot, en dan heb je geen garantie dat alles de hele tijd goed gaat (lacht). Integendeel, zelfs. Een persoonlijk kwestie – waar ik verder niets over kwijt wil – haalde me neer. Wat doe ik toch fout, vroeg ik me af. Ik ga niet zeuren hoor, ik heb een geweldig leven. Maar af en toe tikt de werkelijkheid me op de schouder. Dit was zo’n moment. Het enige wat ik kon doen, was aan de piano gaan zitten. ‘Er zitten kraaien aan m’n raam, en er staan honden voor de deur.’ Ik gooide het er allemaal uit.»

– Het is dus een pianoballade in de aloude bluestraditie?

McCartney «Ja, precies: ‘Mijn vrouw is ervandoor en daarom zing ik dit!’ Dat was niet waar het over ging, maar het gevoel was wel gelijkaardig. Nadat ik de song geschreven had, klaarde de mist wat op. Je schrijft je demonen van je af. Het voelde goed om gewoon toe te geven: ik weet het ook even niet meer.»

– U staat niet algemeen bekend als een emotionele songschrijver, maar zelfs uw meest bekende songs zijn soms toch herkenbaar als oefeningen in demonen uitdrijven. ‘Yesterday’, bijvoorbeeld.

McCartney «Zeker. Of ‘The Long And Winding Road’. Wat zo geweldig is aan songs schrijven, is dat het op therapie lijkt. Maar weet je, ik ben een optimist. Als ik onder de mensen kom, dan ben ik een hele uitbundige man uit Liverpool. Zo was mijn familie ook. (Schakelt over op sappig Liverpools) Arright luv, how ya doin, eh? Nice day, isn’t it? Dat ben ik, maar dat geeft mensen soms een verkeerde indruk. Ze denken dat het me allemaal niet kan schelen, dat ik nooit eens pieker, en dat ik gewoon een jolly happy chappy ben. Maar dat klopt niet, er zijn wel duizend andere kanten van me die je niet ziet.»

undefined

null Beeld

– Jeff Lynne van Electric Light Orchestra en Traveling Wilburys draagt de hele tijd een zonnebril. Dat is zijn scherm tegen de wereld. Hebt u ook zo’n scherm?

McCartney «Vast wel. Ik pak de wereld aan met humor en hartelijkheid.»

– Eén van de redenen waarom ‘I Don’t Know’ zo’n goeie song is, is omdat hij contrasteert met uw publieke persoonlijkheid, die zo’n groot zelfvertrouwen uitstraalt.

McCartney «Ik heb ook mijn mindere momenten, en ik vind het goed om dat toe te geven. Sommige mensen zullen misschien niet geloven dat ik echt zo ben, maar ze zullen de gevoelens waarover ik het heb vast wel herkennen.»

– Ook in ‘Happy with You’ geeft u zich bloot. Het is een blije boodschap, maar wel eentje met een grimmig randje: ‘I used to drink too much / Forget to come home’...

McCartney «Het is de waarheid, ik werd vroeger ook stoned en stomdronken.»

– Dat laat uitschijnen dat u misschien niet altijd even vrolijk was, terwijl veel mensen vast denken: ‘Hey, het is Paul McCartney, die ‘Got to Get You into My Life’ schreef, die ode aan cannabis. Hij leeft vast nog in de gouden jaren 60.’

McCartney «Klopt. En weet je, ik heb veel nuchtere vrienden tegenwoordig. Omdat ze dat moeten zijn. Bijvoorbeeld Ringo en Joe Walsh, die het vroeger te bont gemaakt hebben. Toen wij opgroeiden, was het normaal dat iedereen in de pub zat en dronk. Dat scheen allemaal heel prettig. Maar Ringo zei me eens: ‘Als je me nu een glas wodka zou geven, móét ik de hele fles soldaat maken.’ Ik voel mee met Ringo. We deden gekke dingen, maar nu niet meer, omdat we gelukkig zijn. En Ringo ís gelukkig nu; hij is heel tevreden met zijn leven.»

– ‘Happy with You’ gaat dus niet noodzakelijk over uzelf?

McCartney «Ik deed vroeger ook gekker dan nu, maar ik heb intussen acht kleinkinderen. Ik heb er de tijd niet meer voor! En opa hoort uiteraard niet languit op de sofa te liggen met een flinke joint en een fles tequila (lacht).

»Ik vind het nu heel cool om een roodborstje te horen fluiten in de tuin, of om een rivier van een berg af te zien stromen. Het is goed om ook voor zulke dingen tijd te maken. Dat is meer hoe ik tegenwoordig in elkaar zit.»

'Af en toe tikt de werkelijkheid me op de schouder. Het enige wat ik dan kan doen, is aan de piano gaan zitten'

– Wanneer u naar vroeger kijkt, zou u dan zeggen dat u ooit aan zelfmedicatie gedaan hebt?

McCartney «Absoluut. Zeker in de periode vlak na The Beatles, toen ik tot over mijn oren in de miserie zat en iemand ervandoor dreigde te gaan met elke cent die we ooit verdiend hadden. Dat was een lastige tijd. Ik heb toen zeker aan zelfmedicatie gedaan. Ik dronk meer dan ooit, en wellicht ook meer dan ik daarna ooit nog heb gedronken. Maar uiteindelijk raak je daar wel doorheen.»

– Je schrijft je demonen van je af...

McCartney «‘Happy with You’ is ook een manier om op te biechten: vroeger loog ik weleens tegen mijn dokter, maar nu niet meer...»

– Iedereen liegt weleens tegen zijn dokter, toch?

McCartney «Natuurlijk. ‘Nee hoor, ik voel me kiplekker...’»

– En ik drink maar één glas wijn per week.

McCartney (lacht) «Precies! Maar wel een groot glas.

»Zulke dingen duiken uiteindelijk op in je songs. Ze hoeven niet allemaal autobiografisch te zijn, maar onvermijdelijk verwerk je de dingen die je overkomen in je muziek.»

– In ‘Carpool Karaoke’, het populaire onderdeel van de Amerikaanse talkshow ‘The Late Show’, reed presentator James Corden met u door Liverpool. U ging samen met hem voor het eerst weer binnen in Forthlin Road nummer 20, het huis waar u woonde vanaf uw 13de tot aan uw doorbraak met The Beatles.

McCartney «Telkens ik naar Liverpool ga, huur ik een auto aan de luchthaven en daar komen de herinneringen al terug naar boven. John en ik reden met onze fietsen naar die luchthaven om er de vliegtuigen te zien landen. De luchthaven heet nu John Lennon Airport. Had ik hem ooit maar kunnen vertellen dat ze die luchthaven later naar hem zouden noemen...

»Als ik in gezelschap naar Liverpool reis, leid ik hen altijd even rond. Ik volg de route die mijn bus naar school volgde, en toon waar George Harrison opstapte. Of ik rijd voorbij de huizen waar ik woonde, en waar ik schreef ‘Woke up, got out of bed, dragged a comb across my head’...»

undefined

null Beeld

– U stopte ook aan Forthlin Road nummer 20, waar u en John Lennon tal van songs schreven, maar u stapte nooit uit om aan te bellen.

McCartney «Voor het huis beschermd werd door de National Trust wóónde er gewoon iemand. Ik belde ooit wel eens aan bij Ardwick Road nummer 12, waar ik ook ooit woonde. Mijn zoon was mee. Een man opende de deur, en ik vroeg: ‘Mag ik even binnenkomen? Ik heb hier ooit nog gewoond.’ De bewoner was heel vriendelijk, we maakten een praatje en lachten wat. Ik toonde mijn zoon waar alles vroeger stond.

»In Forthlin Road durfde ik nooit aan te bellen. Het voelde wat creepy aan (McCartney’s moeder stierf aan kanker in 1956, toen het gezin er pas een jaar woonde, red.). Maar toen ik er met James Corden binnenstapte, was het best leuk. Er kwamen een heleboel fijne herinneringen terug. Het was goed, het heeft de ban gebroken. Ik realiseerde me ook terug: wow, ik lééfde hier ooit, als een normale kerel, met alle zorgen van een normale kerel. En nu stond ik daar terug, na die hele ongelooflijke tsunami die The Beatles waren geweest.»

– Ik heb gehoord dat u terugkerende dromen hebt.

McCartney «Ja, vallen in de studio, of op het podium. Of dat we ergens een vreselijk optreden spelen en dat het publiek naar buiten gaat. Dat overkomt me vaak. Maar ik vind het best fijn, want dan zie ik John en George nog eens terug.

»Nog zo’n droom is dat ik klaar ben om iets op te nemen en dat mijn basgitaar helemaal vol zit met dikke tape. Dan moet ik er al die tape eerst aftrekken. Die dromen komen vast voort uit frustratie. Ik denk dat niemand daaraan ontsnapt.»


Met pensioen

– De song ‘People Want Peace’ op ‘Egypt Station’ is deels geïnspireerd door het optreden dat u in 2008 gaf in Tel Aviv. Daarmee steunde u de organisatie OneVoice, die pleit voor een tweestatenoplossing voor de Palestijnse kwestie.

McCartney «Sommige mensen hadden me afgeraden om dat optreden te spelen. ‘Dat kun je niet maken,’ zeiden ze. Maar als je me zegt dat ik iets niet mag, zal ik het zeker wél doen. Ik stemde vooral toe om iets wat mijn vader me ooit gezegd had: ‘De mensen willen vrede, maar politici verpesten altijd alles.’ Dat is een waarheid als een koe.»

– U spreekt zich in uw muziek zelden of nooit uit over politiek, maar in 1982 schreef u wel een telegram naar toenmalig premier Margaret Thatcher, toen zij weigerde om verpleegsters van de National Health Service, de Britse openbare gezondheidszorg, opslag te geven. ‘Leef eens wat meer mee met medisch personeel,’ schreef u.

McCartney «Ik was dat telegram al helemaal vergeten. Maar goed gedaan van mij!

»Mijn moeder was verpleegster. Toendertijd, en nog altijd, krijgen verpleegsters niet het respect en het loon dat ze verdienen. Dat is een groot probleem. Ik ben blij dat ik toen mijn steentje heb bijgedragen. Al herinner ik het me dus helaas niet meer (lacht).»

– Kort na Bloody Sunday, in 1972, bracht u met Wings de protestsong ‘Give Ireland Back to the Irish’ uit. Die brak helaas weinig potten.

McCartney «Ik denk niet dat ik briljante politieke songs schrijf. Ze hebben niet de impact van ‘We Shall Overcome’ of ‘Give Peace a Chance’. Maar, zoals Linda (zijn eerste vrouw, die in 1998 overleed, red.) gezegd zou hebben, dat mag. Soms overmant iets je zo erg dat je er gewoon over móét schrijven, uit frustratie.»

'Ik voel me geen activist, maar als ik onrecht zie, voel ik de aandrang om dat aan te klagen'

– In uw nieuwe song ‘Despite Repeated Warnings’ schemert schijnbaar ook politieke frustratie door. Wie is the captain, wat is het foolish plan?

McCartney «Het nummer gaat niet over de brexit, want ik schreef het al voor daar sprake van was. Maar Donald Trump zit zeker in die song. Ik ben getrouwd met een Amerikaanse, ik ga vaak naar Amerika en ik heb er veel familie en vrienden. En we zijn allemaal nogal links van overtuiging.

»Op feestjes in Amerika zijn er altijd wel een paar mensen die je angstvallig probeert te mijden, want je weet dat ze het voor Trump zullen opnemen. Ik voel me geen activist, maar als ik onrecht zie, voel ik de aandrang om dat aan te klagen. Scott Pruitt aanstellen als hoofd van het Amerikaanse Agentschap voor Natuurbehoud – terwijl hij voordien als notoir ontkenner van de klimaatopwarming de ene rechtszaak na de andere tégen dat agentschap indiende – is gewoon krankzinnig. Ik weet wie the captain is, en ik denk wel dat de meeste mensen het zullen snappen.»

– U stemde niet in het referendum over de brexit, omdat u op tournee was. Achteraf zei u wel dat u gemengde gevoelens had bij de uitslag, en dat u aan beide kanten goede argmunten had gehoord.

McCartney «Ik begrijp dat mensen gefrustreerd zijn over de Europese Unie. Ik heb zelf ook soms last van de bureaucratie ervan. Ik woon op een bioboerderij op het Britse platteland. We hebben schapen. Wanneer die sterven, begraven we ze. Dat lijkt me logisch op een bioboerderij, maar iemand in Straatsburg of Brussel heeft beslist dat we geen schapen meer mogen begraven. Nu, wanneer mensen uit Liverpool orders krijgen vanuit Londen, doen ze daar al meewarig over. Beeld je in wat ze vinden van orders uit Straatsburg, die bovendien nergens op slaan.

»Ik steun de Europese Unie wel, omdat ze al zo lang voor vrede zorgt, maar ik begrijp ook waarom mensen eruit wilden. En ik snap waarom mensen erín wilden blijven. We zien wel wat ervan komt.»

– Ondanks uw vrijwel ongebreidelde rijkdom en roem ziet u zichzelf nog steeds als working-class.

McCartney «Zo ben ik opgevoed. Ik bén working-class. En ik hóú van de working class. Het zijn geestige mensen. Slim ook, en ze werken hard. Niet iedereen doet dat. En ik hou van werken.»

– Dat blijkt, want op uw 76ste bent u van plan om nog eens op wereldtournee te vertrekken. Denkt u weleens aan uw pensioen?

McCartney «Natuurlijk doe ik dat, al sinds mijn 65ste zelfs. En dat is al even geleden. Op je 65ste mag je met pensioen in mijn wereld, de wereld van de working class.»

– Het is inmiddels op 66.

McCartney «Oh, hebben ze dat veranderd? Ach, laat ze dat maar doen, ik trek het me niet aan. Dat komt omdat mijn werk spelen is, en dat lukt me nog aardig.»

– The Rolling Stones zijn ook nog altijd aan de slag. Strijden u en zij voor dezelfde zaak? Zet dat u aan om door te gaan?

McCartney «Ik zet hén aan om door te gaan. Zij kijken naar mij en denken: ‘Als híj het nog altijd kan...’

»Weet je, we zijn allemaal doordrongen van onze liefde om te spelen. En toevallig zijn we daar ook erg goed in.»

© MOJO / Vertaling en bewerking: Ruud Meert

undefined

null Beeld

undefined

undefined

undefined

undefined

‘Egypt Station’ van Paul McCartney is uit bij Capitol/Emi.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234