Eigen kinderen eerst: waarom ons onderwijs faalt

Is de Vlaamse onderwijshervorming een miskleun? Werken onze leerkrachten wel hard genoeg? Hoe komt het dat de kloof tussen allochtone en autochtone leerlingen nergens zo groot is als hier? Humo vroeg het aan één van onze meest eminente specialisten, Dirk Van Damme, baas van het Centre for Educational Research and Innovation van de OESO. ‘Eén van de redenen is het verdoken racisme in ons onderwijs: leerlingen met een andere huidskleur worden anders behandeld.’

'De Vlaamse middenklasse heeft een panische angst om achteruit te gaan, en zet zich daarom bij de schoolkeuze af tegen de lagere sociale klassen'

Dirk Van Damme was ooit directeur van de Vlaamse Interuniversitaire Raad en werkte veertien jaar op de onderwijskabinetten van ministers Luc Van den Bossche (SP.A), Marleen Vanderpoorten (VLD) en Frank Vandenbroucke (SP.A). In 2008 verkaste hij naar het hoofdkwartier van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Parijs, van waaruit hij onderwijssystemen in de hele wereld bekijkt en onderzoekt.

HUMO Het is onwaarschijnlijk hoe gevoelig iedere onderwijshervorming in ons land ligt.

Dirk Van Damme «Nochtans zijn heel wat landen ermee bezig. Het secundair onderwijs heeft in de jaren 60 en 70 een grote expansie gekend, en die systemen zijn vandaag uitgeleefd. Zeker de bedrijfswereld vraagt andere, nieuwe vaardigheden, meer aangepast aan een diensten- en informatiesamenleving. De druk op het oude humaniora-ideaal – de ontwikkeling van een uomo universale – neemt toe, men wil meer loopbaangerichte opleidingen.

»In de jaren 60 zag je twee grote stromingen ontstaan: de ene groep landen koos ervoor om de leerlingen in de eerste jaren van de middelbare school zoveel mogelijk samen te houden in een brede eerste graad – Engeland en Schotland waren daar voorlopers in. De andere groep koos voor een model waarin de leerlingen al vrij vlug een bepaalde richting moesten kiezen. Nu groeit er toch een consensus dat een brede eerste graad bijna automatisch tot een soort eenheidsworst leidt, waarin niet genoeg aandacht is voor de verschillen tussen de kinderen. Die hebben allemaal andere talenten, want ieder kind is uniek, en dus moet je streven naar een flexibeler onderwijs. Alle leerlingen samenzetten in een brede eerste graad is alleen een antwoord als je niet de middelen of de kennis hebt om onderwijs op maat aan te bieden. Ik ben er dus geen grote voorstander van om iedereen tot 14 jaar bij elkaar te zetten.»

HUMO Waarom niet?

Van Damme «Om een aantal vaardigheden te bereiken of kennis op te doen kun je niet zo lang wachten. Om uitstekende muzikanten te vormen, start je toch ook niet vanaf 14, 15 jaar? Je moet mensen niet vroeg in hokjes stoppen, maar je moet wel vroeg kijken welke interesses ze hebben en waar ze ver in zouden kunnen raken.»

HUMO Maar kunnen ze niet beter kiezen als ze eerst een heel brede waaier aan vakken hebben?

Van Damme «Absoluut, alleen wil het in de praktijk weleens foutlopen. Vandaag is er in theorie een vrij brede eerste graad in alle scholen, maar toch blijkt het schooltype erg bepalend te zijn voor je verdere schoolcarrière. Er zijn technische scholen die Latijn aanbieden en athenea die technische vakken op het programma hebben, maar ouders maken in de eerste plaats de keuze voor ASO, TSO of BSO. Die mentaliteit krijg je er met geen stokken uit. Je kunt bijna spreken van een soort segregatie tussen de schooltypes.»

HUMO Ouders zien het ASO als de belangrijkste motor om hoger op de sociale ladder te kunnen klimmen.

Van Damme «De Vlaamse middenklasse heeft een panische angst om achteruit te gaan, en ze probeert zich daarom in de schoolkeuze af te zetten tegen de lagere sociale klassen. Ouders kiezen voor een school waar ze zich verwant voelen met de andere ouders, en waar kinderen uit de betere milieus samenkomen. Ze kiezen vaak ook negatief: ze willen voor hun kinderen geen school met te veel leerlingen uit arbeidersmilieus, veel migranten, te veel schooluitval, een al dan niet vermeende mindere kwaliteit. Die middenklasse die uitstekende scholen wil voor de eigen kinderen, dat is het publiek van Bart De Wever (die pleit voor een vroege keuze van de studierichting en dus tegen een brede eerste graad, red.). Alleen: door de scholen sociaal homogeen te houden, creëer je problemen. De culturele en etnische apartheid tussen de onderwijstypes wordt steeds groter. En dat in een wereld die, zeker in de grote steden, steeds multicultureler kleurt, of je dat nu graag hebt of niet.»

HUMO Bart De Wever kon na een familiegeschiedenis van collaboratie weer hoger op de sociale ladder raken dankzij het ASO. Ik ben zelf de eerste universitair uit een arbeidersfamilie dankzij het ASO. Het mag dan elitair zijn, het is vaak ook een springplank.

Van Damme «Dat is het mechanisme dat veel Vlamingen van vorige generaties heeft gedreven en nog altijd drijft. Mijn vader was een bescheiden bediende die zijn zoon Latijn-Griekse wou laten studeren zodat die het later beter zou hebben. Dat mechanisme heeft voor velen gewerkt, ook voor wie het systeem nu zo bekritiseert. Ik zou zelf ook niet graag zien dat de brede humanioravorming van het ASO verdwijnt. »

'Het probleem is niet zozeer dat minister Crevits het ASO ongemoeid laat, wel dat ze te weinig doet voor de opwaardering van de technische en de beroepsopleidingen'

HUMO Raar is wel dat het ASO nog altijd zo’n reputatie geniet, terwijl er ondertussen technische beroepen zijn die veel meer vaardigheden vragen. Ik mag er niet aan denken drukker te worden en onze hoogtechnologische drukpersen te moeten bedienen.

Van Damme «Juist. De hiërarchie tussen hoofd- en handarbeiders verdwijnt in de praktijk, maar in de geesten van ouders en veel schooldirecties blijft ze bestaan. De valse hiërarchie tussen ASO, TSO en BSO wegwerken, dat is de uitdaging. Dat is mijn grote kritiek op de hervorming van minister Crevits (CD&V): niet zozeer dat ze het ASO ongemoeid laat, maar dat ze te weinig doet voor de opwaardering van de technische en de beroepsopleidingen.»

HUMO Denkt u dat er een nivellering naar beneden zou komen als we toch naar een brede eerste graad gaan?

Van Damme «Dat kun je alleen weten en meten als je het doet, en dan is de vraag of je wil experimenteren met een systeem dat mee van de beste resultaten in de wereld oplevert. Er zijn ook geen voorbeelden van andere landen die zo’n radicale omslag hebben gemaakt.

»Een onderschat element in het debat is de vrees van de betere technische scholen met goede opleidingen, dat de kwaliteit van hun eerstejaars zou dalen. Die leerlingen zie ik op termijn aansluiting zoeken bij het ASO. Dan riskeer je geen driedeling zoals nu, maar een tweedeling van je onderwijslandschap, met een mogelijke marginalisering van het beroepsonderwijs als gevolg.

»Vandaag laat het PISA-rapport (internationaal onderzoek dat de kennis en vaardigheden van 15-jarige leerlingen meet, red.) van onze scholen een wolk van zeer goede tot goede resultaten zien, en daaronder een vrij lange staart van mindere tot véél mindere resultaten. Zal die problematische staart langer worden door de dreigende tweedeling, of wordt de wolk groter? Dat weten we niet. Het probleem is dat scholen vandaag al kunnen wegzakken en het gemiddelde naar beneden trekken, zonder dat iemand het snel opmerkt. We hebben geen instrumenten om dat te meten of zelfs maar op te merken. Een centraal examen, zoals dat in veel landen bestaat, blijft bij ons taboe, omdat dat zogezegd te veel de autonomie van de school zou inperken. Maar dat is een veel beter instrument om gelijke kansen te bevorderen dan een brede eerste graad.»


Fins drama

HUMO In Zuid-Korea moet je op je 12de deelnemen aan een centrale test. De uitslag daarvan bepaalt je schoolkeuze, je studierichting, je verdere leven, de partner die met je wil trouwen… Het land scoort wel als één van de allerbeste in het PISA-onderzoek.

Van Damme «Dat is het andere uiterste. Lagereschoolkinderen krijgen daar ’s avonds nog uren bijles om toch maar goed te scoren in die test, en ouders geven daar heel veel geld aan uit. Zuid-Korea kampt ook met een erg hoog zelfmoordcijfer bij de jeugd, net door die test. Bovendien hebben ze daar nu te véél hoogopgeleiden en vragen ze zich af of ze die test nog moeten houden. Maar ze heeft het land in twee generaties tijd wel van het niveau van een Afrikaans ontwikkelingsland als pakweg Ghana naar de wereldtop gebracht.»

HUMO In Finland hebben ze een brede eerste graad en moeten leerlingen pas op hun 15de een keuze maken, en dat land scoort ook heel hoog in het PISA-onderzoek.

Van Damme «De enige constante is dat samenlevingen die onderwijs erg belangrijk vinden, ook zeer goed scoren in het PISA-onderzoek. Maar het Finse onderwijssysteem is kwetsbaar. Ze boekten zeer goede resultaten toen er weinig ongelijkheid bestond, Nokia de wereldtop was en er zo goed als geen immigratie was. Vandaag is Nokia uitgeteld, de economie zit in het slop, de sociale ongelijkheid neemt toe en voor het eerst in de Finse geschiedenis komen er migranten binnen. En plots zie je het land zakken in de PISA-tabellen. Wat je daaruit leert, is dat niet alleen het schoolsysteem de PISA-scores beïnvloedt, maar ook – en vaker – de maatschappelijke ontwikkelingen.

»Als je rekening houdt met onze eigen complexe samenleving, scoort Vlaanderen over het algemeen zeer goed: wij zitten niet zo ver onder de toplanden. Voor wiskunde scoren we nu zelfs duidelijk beter dan Finland. Het argument dat je niets moet herstellen wat niet kapot is, houdt steek. Alleen moeten we dringend iets doen aan de onderwaardering van het beroepsonderwijs en sommige technische opleidingen. Ons technisch onderwijs wordt niet slecht gefinancierd, maar het zou betere resultaten behalen met minder richtingen en minder concurrentie tussen de netten.»

HUMO Een ander punt van kritiek op de nieuwe hervorming is dat ze niets doet aan de waterval, waardoor kinderen van ASO naar TSO naar BSO gaan.

Van Damme «Een heroriëntering zou een positieve ervaring moeten zijn: je kunt naar een opleiding die beter aansluit bij je eigen interesses. Ik heb zelf een zoon die in het ASO zijn draai niet vond, maar die als computerfreak perfect paste in een technische informatica-opleiding. Daar is hij echt opengebloeid. Veel mensen beschouwen dat als een stapje terug, een bewijs dat je je sociale ambitie naar beneden hebt bijgesteld. Dat klopt niet, maar het zit wel diep ingebakken. Het heeft een enorme impact op de motivatie, de schoolmoeheid en noem maar op.»

HUMO Karin Heremans, de directrice van het Atheneum Antwerpen, vindt de hervorming er één van nostalgici die dromen van een verdwenen wereld, en die weigeren te aanvaarden dat ze ondertussen in een heel nieuwe wereld leven.

Van Damme «Er zijn veel geëngageerde en idealistische mensen in het onderwijs die veel meer verwacht hadden van deze hervorming. Zij zijn teleurgesteld, omdat ze in hun multiculturele grootstadsschool heel andere uitdagingen ervaren dan hun collega’s in een landelijk college. Maar tegelijk biedt de hervorming hun de kans nog vrijer te werken in hun school. Ze krijgen nu zelfs zoveel vrijheid dat ik vrees dat de onderlinge verschillen erg groot kunnen worden.

»Het heeft ook niet geholpen dat veel discussies over de hervorming boven de hoofden van de leerkrachten zijn gevoerd. Daardoor hebben zij het als een soort kritiek op hun werk ervaren. Die fout heb ik zelf trouwens ook gemaakt in mijn kabinetsperiode: hervormingen van bovenaf doorvoeren. Hoe goedbedoeld ook, je ziet het wereldwijd: veranderingen in het onderwijs liggen altijd zeer moeilijk en stoten overal op veel weerstand als ze niet op een soort gedeeld eigenaarschap aan de basis steunen.»


Minder vakantie

HUMO Mocht u nog kinderen van 12 jaar hebben, waar ter wereld zou u ze naar de middelbare school sturen?

Van Damme «Ik weet niet meteen waar het zoveel beter zou zijn dan hier. We hebben trouwens al dertig jaar een vrij grote continuïteit in het onderwijsbeleid, welke partij ook de minister levert. Internationaal zitten we net onder de grote toppers in Oost-Azië. Niet de kwaliteit is het probleem, wel de onderkant van het schoolsysteem. Als we dat zouden kunnen oplossen, kunnen we aansluiten bij de beste systemen ter wereld.»

HUMO Op het gevaar af als een oude man te klinken: ik heb goede herinneringen aan vier of vijf leerkrachten uit het atheneum die mij meer gevormd hebben dan de universiteit. Zijn die er vandaag nog?

Van Damme «Zeker, maar misschien wat minder dan in jouw tijd, omdat het beroep van leerkracht minder aantrekkelijk is geworden. De lerarenopleiding is goed, maar soms beginnen mensen er vanuit een negatieve motivatie aan: het onderwijs is pas hun tweede of derde beroepskeuze.»

'Onze leraars geven minder lesuren dan hun buitenlandse collega's.'

HUMO U vindt ook dat leerkrachten te weinig werken. Dat zullen ze graag horen in een sector waarin veel vakantie zowat het belangrijkste extralegale voordeel is.

Van Damme «Leerkrachten verdienen vandaag te weinig, ook al besteden we zeker niet minder geld aan het onderwijs dan andere landen, integendeel. Maar onze leerlingen hebben meer lesuren dan in andere landen, terwijl onze leraars minder lesuren geven dan hun buitenlandse collega’s: dat drijft de kostprijs omhoog. Dat heeft te maken met de vele vakantiedagen en met de versnippering van richtingen, waardoor je te kleine klasjes krijgt. Die vakantiedagen trekken ook mensen aan voor wie de lerarenjob een tweede inkomen is en perfect te combineren valt met de zorg voor het gezin. Ik heb niets tegen een goede combinatie van werk en privéleven, maar zouden we niet beter ook mensen aantrekken die méér les willen geven? Die geen behoefte aan meer vakantie hebben, maar wel een hoger loon willen? In Duitsland hebben ze dat gedaan: hogere lonen in ruil voor meer lesuren en iets minder vakantie. En hoe begeleid je jonge leerkrachten beter, zodat een groot deel er niet na vijf jaar de brui aan geeft? Maar dat zijn misschien te veel heilige huisjes tegelijk (lacht).»

HUMO Eén van de grootste pijnpunten uit het PISA-onderzoek: nergens ter wereld is de kloof tussen allochtone en autochtone leerlingen groter dan in Vlaanderen.

Van Damme «Ik vind het vrij naïef te denken dat je dat probleem zou kunnen verhelpen met een brede eerste graad. Hoe komt het dat de kloof hier groter is? Eén van de redenen is het verdoken racisme in het onderwijs: leerlingen met een andere huidskleur worden anders behandeld. Dat heet het Pygmalion-effect: leerkrachten hebben hogere verwachtingen van blanke kinderen dan van kinderen met een migratieachtergrond, en dus stimuleren ze de blanke kinderen meer. De niet-blanke kindjes krijgen minder aandacht en haken sneller af, en ze worden sneller doorgestuurd naar het beroeps- of zelfs buitengewoon onderwijs.

»Er is in de lerarenopleiding weinig of geen aandacht voor hoe je moet lesgeven in een multiculturele stedelijke omgeving. Veel leerkrachten doen enorm hun best, maar uit de testen blijkt dat we gemiddeld achteruitboeren: de derde generatie scoort slechter dan de tweede. De gezinssituatie speelt ook een rol: veel moslimmeisjes worden van huis uit naar de richting secretariaat-boekhouden gestuurd. Van meisjes die toch hoger mikken, hoor je dat het vaak tegen de zin van de familie was: ze hebben zich uit hun milieu moeten worstelen. Een aantal onderzoeken wijzen ook op verschillen tussen migranten uit stedelijke milieus en mensen die van het platteland komen, waar onderwijs traditioneel als minder belangrijk werd ervaren. Maar dat het van generatie op generatie achteruitgaat, moet ook te maken hebben met een manco in ons onderwijs.»

'Ik word lichtjes ongemakkelijk als ik mensen hoor pleiten voor meer Arabisch of Turks in het onderwijs.'

HUMO Of misschien met fatalisme. Zelfs migranten met een hoog diploma hebben het erg lastig op de arbeidsmarkt. Waarom zouden ze dan nog de moeite doen?

Van Damme «Dat is mogelijk. De taal speelt ook een grote rol. Ik word lichtjes ongemakkelijk als ik mensen hoor pleiten voor meer Arabisch of Turks in het onderwijs, omdat dat betere resultaten zou opleveren. De meeste pedagogen zijn het er toch over eens dat hoe vlugger een kind meertalig wordt, hoe beter het presteert. Overal ter wereld doen meertalige kinderen het beter dan ééntalige. Dat zou dan gelden voor iedere taal, behalve het Nederlands? Zonder een grondige kennis van het Nederlands hypothekeer je de kansen van kinderen die thuis een andere taal spreken.

»Ik vind het ook een grote stommiteit dat we nooit werk hebben gemaakt van een Vlaamse imamopleiding. We hebben dat uitbesteed aan Saoedi-Arabië en Turkije, waardoor er te veel Nederlandsonkundige islamleerkrachten lesgeven aan onze scholen, met hun eigen wereldbeeld. In dat wereldbeeld is integratie en succes in het onderwijs minder nastrevenswaardig, en dus plooien de migranten zich terug op hun eigen gemeenschap en de familie.

»We hebben ook te weinig aandacht voor de eigenheid van die jongeren: we verwarren integratie te vaak met assimilatie. En het jammere is dat ik niet meteen een oplossing zie. Er is in het verleden zoveel fout gelopen in het migratiebeleid: dat kun je niet rechttrekken met onderwijs alleen. Je moet zoveel mogelijk mensen een goed basisniveau meegeven en daarnaast excellentie nastreven. Maar het onderwijs als oplossing voor alle sociale ongelijkheid? Ik zeg het niet graag, maar ik ben daar niet erg optimistisch over.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234