'Eindeloos ouderschap': het nieuwe taboe

Bijna een derde van de jongvolwassenen tot 35 jaar krijgt nog financiële steun van zijn ouders. ‘Eindeloos ouderschap’, noemen Herman Vuijsje en Anneke Groen dat – ze zijn precies even oud, allebei geboren in 1946, en ze schreven samen een boek over het fenomeen.

'Je mag als ouder niet zeggen dat blijven zorgen voor je kinderen en kleinkinderen niet altijd even leuk is'

In het appartement van socioloog en schrijver Herman Vuijsje in de Amsterdamse binnenstad verraadt een verzameling dinostickers aan de muur de aanwezigheid van een kleinkind. Met dat nageslacht is het idee voor ‘Eindeloos ouderschap’ ontstaan.

Anneke Groen (journalist) «Herman en ik passen allebei op onze kleinkinderen. Ik heb er zelf drie, en twee kinderen.»

Herman Vuijsje «Ik heb een dochter (de Nederlandse auteur Hagar Peeters, winnares van de Fintro Literatuurprijs 2016, red.). Zij is een alleenstaande moeder met een zoon van 8. Met hen hou ik me best veel bezig. Ik spring op allerlei manieren in. Dat vind ik vanzelfsprekend – ik ben het niet anders gewend.»

Groen «In onze omgeving hebben veel mensen die ervaring. Voor ons boek heb ik er een aantal geïnterviewd.»

Vuijsje «Net als wij vinden ze het ook leuk, al dat oppassen. Onze generatie heeft er de tijd, het geld en de vitaliteit voor. Maar – en daar gaat ‘Eindeloos ouderschap’ over – er is een grensgebied, waar de leukheid overslaat in verplichting. Pas tijdens het schrijven merkten we dat het eigenlijk een taboe is: je mag als ouder niet zeggen dat blijven zorgen voor je kinderen en kleinkinderen niet altijd even leuk is.»

Groen «Dat zagen we vooral op de discussieavond die we over het onderwerp hadden georganiseerd.»

Vuijsje «De discussie wilde maar niet op gang komen. Niemand durfde zijn mond open te doen, maar achteraf vormde zich een kringetje van ouders rond ons, met verhalen en vragen over spanningen en smeulende conflicten met de kinderen. Spanningen met je kinderen zijn gênant, omdat die kinderen tegenwoordig zo ongelofelijk belangrijk zijn. Moeilijkheden gelden als een soort mislukking: ‘Is er iets mis met onze kinderen? Met onszelf?’»

HUMO Was het ouderschap van jullie eigen ouders dan niet eindeloos? Zijn zij niet voor jullie blijven zorgen?

Groen «In de jaren 60 had je nog echt een breuk tussen de generaties. Je ging ook pas de deur uit als je trouwde. Zo heb ik het gedaan, op mijn 22ste. Ik kreeg de uitzet en een naaimachine mee. Dat was gebruikelijk in die tijd. Daarna stopte de financiële bemoeienis van ouders meestal.»

Vuijsje «Hoe onze ouders het ervoeren, weten we natuurlijk niet. Toen sprak je niet zoveel met elkaar, terwijl ik nu soms schrik van de openhartigheid tussen ouders en kinderen – van alles wat onze kinderen ons vertellen, had ik nog geen tiende aan mijn ouders verteld. Ik had ook geen zin om met hen te praten over mijn gerotzooi met vriendinnetjes.

»Maar onze ouders zullen zich vast ook wel zorgen hebben gemaakt: ik was niet meteen getrouwd, ging op verre reizen en deed veel dingen die zij nooit hadden gedaan. Maar in mijn beleving stopten het geld en de zorgen wel grotendeels toen ik het huis uitging. Ik was 18 toen ik ging studeren in Amsterdam. Het waren de jaren 60, dus het was feest. Je víérde toen je onafhankelijkheid – die moest je nog bevechten. Nu willen onze kinderen ook onafhankelijk zijn in hun levenskeuzes, maar ze hebben geen moeite om onze hulp te vragen. Wij hadden die hulp niet nodig en hadden ze ook niet op prijs gesteld. Wij vonden dat gênant.»

HUMO Uw vader stopte u af en toe wel wat geld toe, maar daar vroeg hij rente op.

Vuijsje «Hij was wat aan de zuinige kant. Het was mijn moeder die bij hem ging zeuren, net zolang tot hij ons wat gaf. Ik zou het heel gek hebben gevonden als hij toen had gezegd: ‘Alsjeblieft en laat maar zitten.’ Dat kwam toen helemaal niet bij me op. Hij vroeg heel weinig rente, 2 procent of zo. Het ging meer om het idee: ‘Je krijgt niks voor niks in het leven.’»

HUMO Maar zelf vraagt u geen rente aan uw dochter.

Vuijsje «Nee. Ik heb haar geld geleend om een huis te kunnen kopen. Bij kleine bedragen zeg ik: ‘Laat maar zitten.’ Ik heb het gevoel dat mijn portefeuille en de hare zo’n beetje één zijn. Dat hadden mijn ouders niet.»

Groen «Die hadden daar het geld ook niet voor. Ik ben de oudste van elf kinderen. Hoe hadden ze dat moeten doen?»

'De voorbije twintig jaar is het vermogen van een 35-jarige gedaald van 25.000 tot 11.000 euro. Dat van een 65-jarige is gestegen van 82.000 tot 239.000 euro'


Babyboomers

Groen «Dat babyboomers zo gul aan hun kinderen schenken, heeft natuurlijk ook te maken met ons schuldgevoel: wij hebben het goed, maar onze kinderen hebben het minder. Je gaat niet een luxevakantie voor jezelf plannen, als je weet dat je kinderen het geld meer nodig hebben. Tenminste: dat zou ik niet doen.»

Vuijsje «We hebben het door een socioloog laten berekenen en stonden versteld van de verschillen. Tussen 1993 en 2013 daalde het gemiddelde vermogen van een 35-jarige van 25.000 tot een schamele 11.000 euro. Het vermogen van een 65-jarige schoot in die periode omhoog van 82.000 tot 239.000 euro. Nu is het vermogen van een oudere dus bijna 22 keer zo groot als dat van een jongere – destijds was het maar drie keer zo groot.»

Groen «Een kind van nu zou al heel sterk moeten staan om te zeggen: ‘Ik wil geen geld van mijn ouders, ik doe het zelf wel.’»

HUMO In 2010 constateerden onderzoekers voor het eerst een toename van sociale daling: kinderen blijven vaker dan voorheen steken op een lager opleidings- en beroepsniveau dan hun ouders.

Vuijsje «In Nederland hebben we de ouderenpartij 50PLUS. Die klagen en klagen maar: dat de oudjes zo gepakt worden door de overheid, en dat ze zo arm zijn. Dat is allemaal gelul. Natuurlijk heb je arme oude mensen, maar gemiddeld hebben we niet te klagen: in 2001 verdiende een 65-plusser 7 procent minder dan iemand tussen 25 en 45. Nu verdienen ze méér. De meesten hebben een goed pensioen en een mooi huis.»

HUMO Dus geven die rijke ouders dat geld door aan hun kinderen.

Vuijsje «Onze generatie heeft financieel enorm veel geluk gehad: wij hebben kunnen studeren, omdat de overheid onze studie betaalde. Toen ik ging studeren, kostte het bijna niks. Dankzij die studie – en allerlei andere overheidsvoorzieningen, betaald met belastinggeld – zijn veel babyboomers rijk geworden. Eigenlijk kwam het erop neer dat publiek geld veranderde in privaat geld. Nu geven die welgestelde babyboomers dat geld door aan hun eigen kinderen, maar zo geven ze ook de klassenverschillen door. Dat maakt het des te schrijnender.

»Daarom pleit ik voor een speciale belasting voor de babyboomers. Ik noem het een generatie-rendementsheffing. Dan betalen wij babyboomers eindelijk iets terug voor alles wat we hebben gekregen.»

'Vroeger hadden ouders het idee: 'Ze zijn de deur uit, dus ze bekijken het maar.' Ouders van nu hebben meer een gevoel van medeverantwoordelijkheid' Anneke Groen

HUMO Denkt u dat veel leeftijdsgenoten gewonnen zullen zijn voor uw idee?

Vuijsje «Dat denk ik niet, nee (lacht).»

Groen «Boeiend is dat onze kinderen in luxe zijn opgegroeid en ze die vanzelfsprekend vinden. Onze kinderen hebben alles en ze willen het allemaal ook behouden. We hebben ze verwend. Wij vonden luxe niet vanzelfsprekend.»

Vuijsje «Wij zijn óók verwend, maar dan door de geschiedenis, door de situatie, door Vadertje Staat, die nu veel krenteriger is geworden. Veel meer dan wij moeten jongeren nu al op jonge leeftijd bedenken hoe ze later hun brood gaan verdienen. Je moet nu echt vechten voor je levensonderhoud. Wij maakten ons daar niet druk over: ‘Het lukt allemaal wel.’»

HUMO Babyboomers zouden hun kinderen ook eindeloos kunnen helpen door met hen samen te wonen in één huis, maar dat gebeurt weinig.

Vuijsje «De populariteit van het driegeneratiehuishouden is onder politici en beleidsmakers een stuk groter dan onder de generaties zelf. Ouders willen hun kinderen niet tot last zijn, en de kinderen willen die last liever niet dragen.»

HUMO Dat blijkt uit de cijfers: slechts 1,5 procent van de volwassen kinderen woont met de ouders in één huis en de schattingen van het aantal 65-plussers dat een huishouden met een volwassen kind deelt, lopen uiteen van 1,5 tot 5 procent.

Groen «Ik zou het zelf ook niet willen. Niet voor mezelf én niet voor de kinderen.

»Wat je wel ziet, is dat steeds meer kinderen terugkeren naar het ouderlijke huis, na een scheiding of omdat ze hun werk kwijt zijn en even geen geld hebben. Boemerangkinderen, heet dat. Eén op de vier kinderen die het huis uitgaan, staat binnen vijf jaar weer op de stoep. Tien jaar geleden was dat slechts één op de vijf.»



HUMO Babyboomers tasten niet alleen diep in hun geldbuidel om hun kinderen iets te geven, sommigen gaan zelfs zo ver dat ze ook op zichzelf beknibbelen.

Vuijsje «Voor Nederland hebben we daar geen cijfers over gevonden, maar in de VS is het duidelijk een trend. We vonden een Amerikaans onderzoek uit 2011: van de ouders die hun jongvolwassen niet-studerende kinderen financieel hielpen, was ruim een kwart daar een extra schuld voor aangegaan, had 13 procent afgezien van een nieuw huis, een vakantie of een andere grote uitgave, en had 7 procent zijn pensioen uitgesteld.»

Groen «Hier beknibbelen ouders nog niet zozeer op hun geld, maar wel op hun tijd. Vaak staan ze om 6 uur ’s ochtends op om de trein te nemen van Amsterdam naar Rotterdam, om daar tegen halfacht bij de kleinkinderen te zijn, zodat de kinderen naar hun werk kunnen vertrekken.

»Zelf had ik daar niet zo’n last van: ik vond dat oppassen hartstikke leuk. Ik had om de veertien dagen een vaste oppasdag, mijn man paste later een periode twee dagen per week op. Maar als ik zo’n hele ochtend bij de speeltuin zat, maakte ik me weleens de bedenking: ‘Ik zie mijn dochter hier niet een hele ochtend zitten.’ Zij heeft in haar drukke baan spannender dingen te doen.»

Vuijsje «Ik heb nooit bij de speeltuin gezeten, maar ik ging wel elke maand een paar keer naar de dierentuin met mijn kleinzoon. Hij is een dierenfreak, dus moesten we altijd langs alle hokken – ook die van de insecten en de vissen – en rustte hij niet voor hij alle namen van die beesten had opgesomd. Ik kon me best interessantere dingen voorstellen, maar ik zag het als een manier om de taken tussen de generaties te verdelen. Mijn dochter heeft ook leukere dingen te doen.»

HUMO Uw dochter kwam pas in uw leven toen ze 11 jaar was. Een heel verschil met hoe u nu uw kleinzoon ziet opgroeien.

Vuijsje «Da’s heel bijzonder, ja. Ik maak met het jochie allerlei dingen mee die ik met haar heb gemist.»

HUMO Voelt u dan spijt?

Vuijsje «Nee. Daarvoor zitten er te veel andere aspecten aan de relatie met mijn dochter. Ik voel eerder dankbaarheid: het is ontzettend leuk om met mijn kleinzoon om te gaan. Veel leuker dan ik had gedacht.»

HUMO De babyboomers waren de eerste generatie die hun kinderen opzadelden met hun relationele rommeltje. Ook daarover voelen ze zich schuldig.

Vuijsje «Het is mijn vermoeden dat veel babyboomers hun schuld afkopen met geld en tijd, maar dat doen ze onbewust. Niemand staat erbij stil dat hij zijn schuldgevoel compenseert door voor zijn kind een huis te kopen.»

HUMO Speelt dat schuldgevoel bij u?

Vuijsje «Misschien wel. Die hele geschiedenis van mijn dochter en mij heeft gevolgen voor haar. Ik zie wel hoe moeilijk dat voor haar is. Maar ze heeft er ook wel een fantastisch mooi boek over geschreven, waarmee ze nu wereldberoemd wordt (lacht).»

'Onze kinderen zijn in luxe opgegroeid en vinden dat vanzelfsprekend. Wij vonden luxe vroeger niet vanzelfsprekend' Anneke Groen en Herman Vuijsje


Valkuilen

HUMO Klopt het cliché dat grootouders alleen de lusten van de kleinkinderen hebben, en niet de lasten?

Groen «Nee. Als je gaat zorgen, dan krijg je ook weer zorgen. Maar je kijkt natuurlijk wel anders naar een kleinkind dan naar je eigen kind. Je geniet onbezorgder, je hoeft ze niet op te voeden.»

Vuijsje «Als mijn kleinzoon hier is, dan eten we op een manier waarvan zijn moeder zich zou doodschrikken als ze het zou zien. Bij haar moet hij netjes aan tafel zitten.

»Aan de andere kant hou ik wel goed in de gaten hoe het met hen gaat. Ik ben alert, voor het geval er wat dreigt mis te gaan. Een alleenstaande moeder zoals zij heeft het niet altijd makkelijk: soms is het financieel moeilijk, soms zit ze in tijdnood, soms gaat het met de vader niet zo tof – noem maar op. Als ouder wil je niet dat je kind er alleen voor staat en dat je kleinkind daaronder gebukt gaat.»

HUMO Dus word je als grootouder een soort medeouder?

Vuijsje «Een beetje wel, ja. Dat geldt voor een toenemend aantal grootouders, omdat het aantal alleenstaande moeders en vaders ook stijgt.

»Vroeger hadden ouders het idee: ‘Ze zijn de deur uit, dus ze bekijken het maar.’ Ouders van nu hebben meer een gevoel van medeverantwoordelijkheid. Officieel hoeft dat niet – het staat nergens in de wet geschreven – maar je voelt je wel betrokken.»

HUMO Verwacht uw dochter dat u bijspringt?

Vuijsje «Ze is blij met mijn hulp. De problemen die we beschrijven in het boek – dat ouders zich overbevraagd voelen door hun volwassen kinderen – heb ik gelukkig niet. Mijn dochter vraagt wel veel, maar als ik zeg: ‘Nee, ik kan niet’, dan zeurt ze er nooit over. Dat is fantastisch. We hebben vooral veel moeders gesproken die daar erg mee zitten: ‘Hoe vertel ik mijn kinderen dat ik dit niet leuk meer vind?’»

HUMO Eén oma durfde haar dochter niet te vertellen dat ze het babybedje had verkocht: ze werd al een dagje ouder en zag het niet meer zitten om, met de komst van een vierde kleinkind, alweer met een baby op de kamer te slapen.

Groen «Neen zeggen tegen hun kinderen is voor veel ouders heel moeilijk. Vooral voor moeders – vaders zijn er makkelijker in.»

Vuijsje «Als ik een tijd niks hoor van mijn dochter, denk ik (juicht): ‘Het gaat goed!’ Terwijl een moeder sneller zal zeuren: ‘Ze komt nooit meer langs voor een kopje koffie.’ Ik sta er pragmatischer in, zeg maar.»

Groen «Dat lees je ook in het boek: de moeder springt in voor de kinderen en de kleinkinderen, terwijl de vader, zodra hij een beetje op de kleinkinderen heeft gepast, naar zijn klusboot trekt. Moeders hebben altijd al meer gezorgd dan vaders. Dat blijft zo.»

Vuijsje «Maar het toenemende belang van grootouders is een ontwikkeling die zich volgens mij verder zal doorzetten.»

HUMO ‘The grandparents’ army’, zoals een Engelse historica die horden grootouders noemt.

Vuijsje «Een mooi beeld: je ziet ze bijna komen aanmarcheren, die rijen oma’s en opa’s, net op het moment suprême en onder luid trompetgeschal. Zo voel ik me soms ook, als ik zo’n telefoontje van mijn dochter krijg (lacht).»

Groen «Dat wij zo inspringen voor onze kinderen en kleinkinderen heeft er ook mee te maken dat we de eerste moeders waren die zelf een baan hadden. Ik voelde me altijd heel schuldig als ik ging werken. Het zou nooit bij me zijn opgekomen om daarvoor een beroep te doen op mijn moeder – die had zelf al elf kinderen grootgebracht. Ik begrijp heel goed hoe het voelt om je kind aan een ander te moeten overlaten, dus neem ik graag wat van die opvang op mij. Voor een dochter voelt het lekker om te weten dat haar kind bij haar moeder is. Oma is the next best thing.

»Dat we nu zo’n eindeloos ouderschap hebben, heeft ook te maken met het gebrek aan betaalbare kinderopvang. Als je allebei werkt, zoals veel koppels, kost dat een pak geld. Grootouders springen graag in dat gat en kunnen dat ook, maar dat gat kan ook een valkuil worden: je gaat al die tijd aan je kleinkinderen besteden, maar als de kleinkinderen groot zijn, moet je weer een nieuwe richting geven aan je leven. Aan een wereldreis begin je niet meer als je 80 bent.»

Vuijsje «Nu niet, nee. Maar misschien doen we dat over 10 of 20 jaar wel. Alles schuift op. Dat onze kinderen tot hun 70ste moeten doorwerken, gebeurt alleen als ze daarna nog gemiddeld 20 jaar leven en vitaal blijven. Mijn eigen grootvader was in mijn ogen altijd al een oude man, met een grijs pak en een horloge in de borstzak. Hij spaarde postzegels en ging af en toe een wandelingetje maken. Dat is onvergelijkbaar met hoe ik me nu voel.»

HUMO De oma’s en opa’s van nu zijn hip en trendy. Ze staan in polo en met sportschoenen op de speelplaats.

Groen «Zo voelen we ons toch. Maar onze kleinkinderen vinden ons ook oud, hoor (lacht).»


Billen wassen

HUMO Veel ouders in jullie boek klagen dat ze te weinig dankbaarheid krijgen. Mijn generatie, de kinderen van de babyboomers, komt soms over als ondankbaar grut: we vinden het maar normaal dat onze ouders bijdragen voor alles.

Vuijsje «Het is niet zo dat wij op tafel slaan: ‘Wij eisen dankbaarheid!’ Nee, we vinden het normaal om te zorgen. Maar we vinden het ook normaal dat jullie laten blijken dat jullie het op prijs stellen dat opa en oma om 7 uur opstaan, een hele dag in de weer zijn en pas aan het eind van de dag uitgeput met de trein naar huis terugkeren. Dat is nu inderdaad niet altijd zo. Daar gaan veel van de verzuchtingen in ons boek over.»

'Eén op de vier kinderen die het huis uitgaan, staat binnen vijf jaar weer op de stoep. Boemerangkinderen heet dat'

HUMO Julie verwachten wel iets terug voor jullie gulheid?

Vuijsje «Ik ben heel onafhankelijk. Maar als ik straks oud en ziek ben, dan wil ik wel dat mijn kind enige aandacht aan mij besteedt. Mijn dochter hoeft mijn billen niet te gaan wassen, maar als ze zou zeggen: ‘Ik ga op reis, dus bekijk het verder maar,’ dan zou ik dat niet leuk vinden. Maar tussen dat billen wassen en op reis vertrekken zit nog een heel spectrum aan mogelijke hulp.

»Eén getuige uit het boek, een oude man, moest naar het ziekenhuis voor onderzoek. Hij had veel voor zijn dochter gedaan, maar toch vroeg hij aan mij: ‘Zou ik mijn dochter durven vragen of ze met me meegaat naar het ziekenhuis?’ Dat illustreert mooi de overdreven angst van sommige ouders om überhaupt iets te vragen aan hun kinderen.»

HUMO De babyboomers in jullie boek zijn soms ronduit bang voor hun kinderen.

Groen «Misschien is dat ook projectie: we denken dat onze kinderen het zo druk hebben dat ze nee zullen zeggen. We zijn het ook niet gewend, dat vragen. Onze ouders hebben destijds niet veel aan ons gevraagd.»

Vuijsje «Nu zijn we nog jong en vitaal, met jongvolwassen kinderen. Wat er straks gebeurt, als de babyboomers echt krakkemikkig worden, dat valt nog af te wachten. Misschien durven we het dan wel te vragen.»

HUMO Ook een verzuchting die vaak terugkomt in jullie boek: ‘De kinderen komen nooit eens spontaan langs.’ Er klinkt veel eenzaamheid door. Dat deed me eraan denken dat ik dringend eens langs mijn ouders moet.

Groen (lacht) «Als dat het effect is bij de jonge mensen, dan zou ik ontzettend blij zijn. Want dat is wel het gevoel dat bij veel ouders leeft. Vroeger was het een verplichting om elke week langs te gaan bij je ouders. Die verplichting is weg, maar er is nog weinig voor in de plaats gekomen.»

Vuijsje «De Amerikaanse socioloog Vern Bengtson merkte op dat de bevolkingspiramide van vroeger tegenwoordig is veranderd in een rechthoek, omdat we minder kinderen krijgen en langer leven. Het wordt steeds meer een lange sliert van achterkleinkind tot overgrootvader. Gevolg is dat iedereen een beetje instaat voor elkaar. Omdat we nu in een overgangsperiode zitten, weten we even niet hoe het allemaal precies moet. Daar komen dan spanningen en conflicten van, maar de bottomline is wél nog altijd dat de solidariteit tussen de generaties heel groot is. Ondanks het gezeur en het gemopper is de band tussen de babyboomers en hun kinderen heel harmonisch.

»(Kijkt op de klok) Maar als u mij nu wilt excuseren: het is bijna drie uur en ik heb afgesproken mijn kleinzoon van school te halen.»



Herman Vuijsje en Anneke Groen, ‘Eindeloos ouderschap’, Amsterdam University Press

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234