null Beeld

'En nu opgedonderd' Dwarskijker over 'De wensboom' en 'Achter de rug'

In dit barre en boze tijdsgewricht lijkt 'De wensboom' me het gedogen waard.


De wensboom

VTM – 9 mei

Van het overgrote deel van mijn medemensen verwacht ik niets liefs, zodat ik nogal snel van streek of op mijn hoede ben als iemand die ik niet of nauwelijks ken, belangeloos aardig voor me is. Mijn psychotherapeute weet precies waaraan ik dat te danken heb – het is een heel verhaal, dat zij wegens haar beroepsgeheim niet mag rondvertellen. Het staat overigens in extenso in mijn bibliofiel uitgegeven memoires die – schande! – alleen de happy few zich kunnen permitteren. Hoe het ook zij, blijkens ‘De wensboom’, een programma dat een uitloper van ‘De droomfabriek’ (TV1, 1992-1997) lijkt, is aardig zijn voor elkaar nu ook weer niet zó zeldzaam in onze verkavelingen. Aardigheid kun je bovendien organiseren; je kunt er bijvoorbeeld een programmaserie mee vullen waarin Niels Destadsbader zijn olijke oude ambt weer opneemt. Eens was deze immer opgeruimde figuur een beëdigd wrapper bij Ketnet: zeg maar een buitenschoolse, van top tot teen op de edele kunst van het knipogen ingestelde kindervriend, op wiens toch al bonte kleding het jonge volkje naar believen vingerverf mocht uitproberen. In ‘De wensboom’ duikt Niels Destadsbader, in een soberder uitvoering van zichzelf, thans in scholen op, waar hij als vanouds hele drommen kinderen tot oorverdovend gejuich aanspoort, uiteraard tijdens de lesuren. Zodat omwonende bejaarden weer iets om over te zeuren hebben.

Die schoolkinderen mogen een droomwens van iemand die hen na aan het hart ligt opschrijven, en uit al die wensen, die ze in de gestileerde wensboom ophangen, kiezen de programmakers dan de meest telegenieke. Het lijkt me niet geheel onmogelijk dat die programmamakers, na plaatselijke research, enkele kinderen even apart nemen om ze een mooie droomwens in te prenten, want televisie is nu eenmaal reuze geschikt voor volledig bedachte en nauwlettend geregisseerde spontaneïteit.

Uit de ‘De wensboom’ kun je opmaken dat er overal in de Vlaamse verkavelingen wel kommer heerst, die niet zelden met het zieke lichaam te maken heeft. De vader van Laïs, die aan de duivensport is verknocht, lijdt dermate aan artrose dat hij binnen afzienbare tijd geen duif meer zal kunnen vasthouden. Laïs had er in samenwerking met ‘De wensboom’ voor gezorgd dat haar vader bij Leo Heremans, volgens gezaghebbende duiven één van de beroemdste duivenmelkers ter wereld, even de zoon van Bolt – ‘dezelfde genen’ – mocht vasthouden, nu hij dat nog kon. Bolt is één van de meest Olympische en dan ook duurste prijsduiven ooit, een vogel die zich nu ten dienste van een gefortuneerde Chinees het schompes vliegt, omdat zulk pluimvee daar nu eenmaal dom genoeg voor is. De vader van Laïs wist niet waar hij het had toen hij de zoon van Bolt even mocht vasthouden, en alsof die emotie nog niet genoeg was, kreeg hij van Leo Heremans, dé atleet van de duivensport, ook nog eens een kleinzoon van Bolt ten geschenke. Goed nieuws was ook nog dat Laïs, als de nood aan de man kwam, haar vaders duivenhok zou overnemen. Nu ja, haar puberteit moest nog aanbreken.

Ene Seppe had er dan weer voor gezorgd dat zijn peetoom, die een onomkeerbare spierziekte uitzat in een rolstoel, voor één keertje niet helemaal vooraan moest plaatsnemen in de bioscoop, tegen het scherm aangeplakt waarop ‘F.C. De Kampioenen 2: Jubilee General’ van Ingmar Bergman zich zou ontrollen. ‘De wensboom’ had een weg voor hem vrijgemaakt, zodat hij comfortabel in het midden van de lege filmzaal kon plaatsnemen, waar – kon het ook anders in dit programma? – ineens familieleden en vrienden neerstreken. Kylian wilde dat zijn slechtziende oma nog één keer zou kunnen fietsen, maar dan met een tandem waarop Niels Destadsbader aan de leiding peddelde. Aldus geschiedde. Jenne had een grondige verfraaiing van het klasje van meester Robbie gewenst, een onderwijzer uit roeping die kleuters met een ontwikkelingsachterstand spelenderwijs vooruithielp. Dat klasje wasemde eerst een Oost-Duits sfeertje van voor de val van de Muur uit – stelt u zich daarbij de geur van koolsoep voor – maar het productieteam van ‘De wensboom’ en bereidwillige collega’s van meester Robbie maakten er uitgerekend tijdens de vakantie een vrolijke, lichte, op veel levenslust berekende ruimte van.

In een aflevering van ‘De wensboom’ krijgt menigeen een brok in de keel, wat wellicht geen kwaad kan, ook al blijf ik onverminderd op mijn hoede voor emotioneel effectbejag en gewoeker met weeë sentimentaliteit for the millions. Ik durf er voorts geen eed op te doen dat een tv-programma dat ik minder slecht vind dan ik had voorzien, vanzelf een goed programma is, maar in dit barre en boze tijdsgewricht lijkt ‘De wensboom’ me het gedogen waard. ‘(What’s So Funny ’Bout) Peace, Love, and Understanding’ is een prachtige song van Nick Lowe uit 1974. En nu opgedonderd!

undefined

null Beeld

undefined

'Ach, televisiekritiek: wat een oud en misschien zelfs oubollig ambacht! Zóóóóóóóóó twintigste-eeuws!'


Achter de rug

VIER- 10 mei

Ach, televisiekritiek: wat een oud en misschien zelfs oubollig ambacht! Zóóóóóóóóó twintigste-eeuws! Een betekenisvolle bijdrage aan de wereld kun je het ook al niet noemen, als je het bijvoorbeeld vergelijkt met ‘Die Welt als Wille und Vorstellung’ of ‘Mijn pure keuken 2’ van Pascale Naessens. Ik lees alleen nog tv-kritieken die ik zelf heb geschreven, want als ik mijn levensverwachting in aanmerking neem, heb ik geen tijd meer te verliezen. Erewoord: zodra Willy Courteaux terugkeert uit z’n pensioen, of er als een feniks uit herrijst, hou ik de tv-kritiek, of hoe dat genre in mijn specifieke geval ook mag heten, terstond voor bekeken. Het schijnt me toe dat de televisie zelf – en dat lijkt me wel handig – steeds meer aan tv-kritiek met satirische inslag doet. Ik denk hierbij vooral aan ‘Achter de rug’, waarin laatst zowel Martin Heylen als Tanja Dexters, grootheden van uiteenlopende aard, ritueel voor paal stonden, maar wel in ruil voor een koude schotel, twee consumptiebonnen en een bijdrage in de reiskosten.

null Beeld

Mieke, de tweelingzus van Tanja Dexters, zette meteen de toon: ‘Tanja en ik zijn wc-poepers,’ klonk het duidelijk verstaanbaar vanuit een vrijmoedig decolleté. Jan Jaap van der Wal, de Nederlandse cabaretier voor wie ‘poepen’, zelfs nu hij in Antwerpen woont, nog het meest ‘zich ontlasten’ betekent, zou later op de avond zeggen: ‘Mijn vrouw en ik schijten graag op het dekbed.’ In Vlaanderen betekent ‘wc-poepen’, zoals de jolige zusjes Dexters het herhaaldelijk aan den lijve mochten ondervinden, boudweg neuken op de wc. Te oordelen naar het enthousiasme waarmee ze erover praatten, hoef je ze er wellicht nog steeds niet voor te porren. Aangezien familiegeest nu ook weer niet zóveel garanties biedt, zeek Mieke Dexters haar zusje, met wie ze nog een zompige moederschoot had gedeeld, met zichtbaar plezier af: over Tanja, die ooit functioneel ontkleed in Playboy prijkte, zei ze: ‘Dat nummer van Playboy verkocht goed, behalve in onze woonplaats Mol: daar hadden alle jongens Tanja al gezien.’ Ann Van Elsen, één van de beste vriendinnen van Tanja, drukte zich als volgt uit: ‘Tanja is als het Zilvermeer: een mooie creatie van Moeder Natuur, en heel Mol heeft er al in gezeten.’ –‘Heel Mol heeft niet in mij gezeten,’ riposteerde Tanja, ‘want ik ging altijd uit in Geel.’ Zo nu en dan zagen we hoe haar partner het uitschaterde in close-up. Geef die man in godsnaam een paar consumptiebonnen! De schertsende toespraken aan het adres van Tanja Dexters draaiden meestal om gewillige seks in één of andere wc tussen Mol en Geel, terwijl de spotredes aangaande Martin Heylen meer over restaurantbezoek en als reisprogramma vermomde vakanties op kosten van de firma Woestijnvis gingen. Of anders over de haast pathologische verwondering die Martin graag tentoonspreidt. Volgens Thomas Smith kon Martin zich al wezenloos verwonderen over de koffie bij Starbucks: ‘Hé, mijn naam staat op de beker!’ Jelle De Beule schetste het bewonderenswaardige parcours dat Martin heeft afgelegd: hij groeide op als broer van Ivan Heylen in het onherbergzame en doorlopend door de aardappelziekte, hongersnoden, plunderingen en veediefstallen geteisterde Meetjesland. Eerst was hij fabrieksarbeider, maar door talent en volharding werd hij een noemenswaardige journalist, reportagemaker en professionele wereldreiziger, drie beroepen waaraan aanzienlijk minder behoefte is dan aan fabrieksarbeiders. De Beule liet niet na de ellende die Martin had moeten verbijten, met de negentiende-eeuwse misère uit de film ‘Daens’ te vergelijken. Martin zou zelfs toen hij al bij Woestijnvis in dienst was, nog tekenen van armzaligheid hebben vertoond. Jelle De Beule: ‘Ik heb lang gedacht dat hij bij Woestijnvis de eerste was met een tablet, maar eigenlijk was hij de laatste met lei en griffel.’

Om mijn slecht karakter op peil te houden, maak ik er een erezaak van om vooral niet te lachen tijdens komisch bedoelde programma’s, maar gedurende ‘Achter de rug’, dat juist een beroep doet op mijn slecht karakter, faal ik daar geregeld in. Vooral als het niveau van dit programma een weinig stijgt en ik dus niet langer de indruk heb dat ik op een bruiloft een licht beschonken feestredenaar aanhoor – ik ben daar toevallig als hulpkelner aan het werk – die aan de hand van lichtbeelden en videofilmpjes zoveel mogelijk gênante momenten uit het leven van de bruidegom aaneenrijgt. Over filmpjes gesproken: ik heb me kostelijk vermaakt met beelden van Martin Heylen die gedurende twee minuten een internationaal publiek moest toespreken in het Engels: een soort TED-lezing in weinig woorden, schat ik. ‘Ik ben Martin Heylen,’ zei Martin Heylen naar waarheid, ‘en ik ben een reportagemaker. Ik doe nooit aan research.’ Waarna hij, eigenlijk al ganselijk uitgepraat, hardop en in het Engels vaststelde dat hij nog een volle minuut voor de boeg had.

Het kan niet anders of er zijn geestige tekstschrijvers en ideeënlieden met dit programma gemoeid, die net als de orkestleden in programma’s als ‘The Voice’ en ‘Liefde voor muziek’ onnodig anoniem blijven. Voor hen wier naam nooit de aftiteling haalt, breek ik graag een lans, maar dan weer niet voor de auteur van ‘Iedereen heeft haar spleetje al gezien’, een zinnetje waarmee Elodie Ouedraogo zogezegd op het vroegere glopje – een diasteem – tussen de voortanden van Frieda Van Wijck doelde, maar ongeneeslijke carnavalisten en ijveraars voor de herwaardering van de Tiroler seksfilm wisten wel beter.

Aan het decor van ‘Achter de rug’ dringt de jungle zich op: exotische plantengroei, met een papegaai ertussen, groent hevig op de achtergrond, zodat groen lachen minder opvalt. Na de spotredes vallen de spotters en hun voorwerp van spot elkaar geroerd in de armen; ze putten zich uit in wederzijdse liefdesverklaringen en adhesiebetuigingen, want ondanks een kern van waarheid was het allemaal maar om te lachen. Uiteindelijk ziet dit programma er weer uit als het soort mediafeestje waar een kijker als ik beter wegblijft.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234