En op de zevende dag schiep God Ihsane Chioua Lekhli, VRT-journaliste: 'Als ik vind dat ik zedig ben met rok, decolleté en losse haren, dan is dat toch ok?'

Wie maar niet verzoend raakt met het leven, moet eens tegenover Ihsane Chioua Lekhli plaatsnemen: haar lach – een prettig klaterend geluid dat gelukkig niets met gibberen vandoen heeft – bezit genezende krachten. Zondag zit Chioua Lekhli (31) voor het laatst ‘De zevende dag’ voor, daarna gaat ze voor ‘Het journaal’ werken.

'Ik kan niet aanvaarden dat we gewoon zoogdieren met een beperkte levensduur zijn'

Ihsane Chioua Lekhli «In mijn kennismakingsgesprek met de nieuwe hoofdredactie van de nieuwsdienst had ik al aangegeven dat ik aan iets nieuws toe was. Op redactievergaderingen merkte ik iets te vaak dat ik al twee keer een debat had gemodereerd over een onderwerp dat voorgesteld werd, en dat ik meteen de experts kon opsommen die we zouden bellen. Dat is niet goed op je 31ste. Zodra de onvoorspelbaarheid weg is, is het tijd voor iets anders: het mag nooit zover komen dat ik het niet meer graag doe.»

HUMO Vind je het vervelend dat ‘De zevende dag’ een wat oubollig imago blijft meedragen?

Chioua Lekhli «Neen. Als je een zondagochtendprogramma maakt, dan weet je sowieso dat je dat niet doet voor jonge mensen. Die slapen dan uit, gaan aperitieven of zijn voor hun kinderen aan het zorgen. Het heeft dus ook geen zin om expliciet op mensen jonger dan 35 in te zetten. Maar je kan er wél voor zorgen dat stukjes uit het programma via andere kanalen dat jongere publiek uiteindelijk toch bereiken. Een rubriek als ‘De mediawatcher’ bijvoorbeeld wordt online heel veel aangeklikt.

»We hebben een poos geëxperimenteerd met de rubrieken. Een tijdlang was de richtlijn: meer lifestyle. Dat was niet echt mijn ding, maar met de huidige rubrieken ben ik wel heel blij. Een beetje muziek, een cultuurreportage, ‘De mediawatcher’ en een sportitem: die afwisseling heb je echt nódig. Er is niemand die twee uur propvol debat uitzit. Maar discussie blijft natuurlijk wel de kern van ‘De zevende dag’. Er is geen enkel programma waar je zoveel ruimte hebt om debatten met meerdere mensen te organiseren – in ‘Terzake’, ‘De afspraak’ of ‘Van Gils en gasten’ past dat gewoon niet. Het is wat ‘De zevende dag’ uniek maakt, en wie ernaar kijkt, weet dus wat-ie mag verwachten.»

'Het christendom, de islam en het humanisme zeggen in wezen toch hetzélfde?'

HUMO Landerige debatten met sprekende maatpakken, hoor ik een duiveltje in mijn hoofd roepen.

Chioua Lekhli «Niet elk debat is er eentje op het scherp van de snee, dat is waar. En er waren regelmatig uitzendingen waarbij we van plan A naar plan B naar plan C moesten. Dan weten we zelf heus wel dat het niet het debat van de maand is. Maar dan nog proberen we altijd om ons werk te doen, om toch iets bloot te leggen of te verhelderen.»

HUMO Journalisten pochen graag dat ze de aanjagers zijn van ‘het maatschappelijke debat’. Maar als ik naar het voetbal, een barbecue of de parenclub ga, hoor ik daar zelden praten over politiek. En toen ik onlangs voor een reportage een rondgang maakte langs een aantal supermarktparkings, noteerde ik vooral apathie.

Chioua Lekhli «Ik merk het zelf als ik in mijn vriendenkring pols naar de impact van een bepaald thema: mensen weten vaak niet wat de verschillende politieke standpunten zijn, en het interesseert hen ook maar matig. Maar ik zie dat net als een extra argument om onze rol te spelen, om overal – dus ook online – aanwezig te zijn en mensen te informeren.

»Nog een observatie na vier jaar ‘De zevende dag’: mensen voelen de behoefte om zélf gehoord te worden. We krijgen altijd heel positieve respons op debatten waar ervaringsdeskundigen mee aanschuiven. Maar vier politici die aan tafel hun vaste partijstandpunt komen aframmelen, dat zijn de mensen inderdaad een beetje beu. Dus is het aan ons om het minder steriel te maken. Ik herinner me een debat over de jeugdzorg waarbij we een jongen aan tafel hadden die ooit zelf in de problemen had gezeten, en nu begeleider is van kwetsbare jongeren. Dat wérkt: het doorprikt de comfortzone van parlementsleden die gewoon het partijstandpunt willen komen declameren.

»‘De zevende dag’ is geen programma in crisis: de kijkcijfers houden stand, en dat is zonder meer straf in digitale tijden. Tegelijk ben ik realistisch: het programma zal geen aardverschuivingen veroorzaken op het vlak van politieke kennis bij de burger. Als mensen uit een debat één nieuw argument halen, vind ik dat we al geslaagd zijn in ons opzet.»

'Ik doe mee aan de ramadan. Dat gaat over meer dan soberheid: het doet iets met mijn hoofd. Ik denk dieper door, kom dichter bij mezelf'

HUMO Nog wat lof: in de discipline ‘zoveel mogelijk lelijke venten aan één tafel verzamelen’ zal ‘De zevende dag’ nog wel een tijdje de onbetwiste marktleider blijven.

Chioua Lekhli (lacht) «Het is nu eenmaal zo: de politiek blijft een mannenbastion. De afgelopen jaren zijn er wel verschillende sterke vrouwelijke ministers en parlementsleden opgestaan, maar voor een bepaald soort debatten krijg je toch nog altijd alleen maar mannen aan tafel. De mobiliteitsexperts binnen de partijen zijn bijvoorbeeld bijna allemaal mannen. De fractieleiders: idem. En je kan als programmamaker wel vooropstellen dat je zoveel mogelijk vrouwen aan tafel wilt, maar in ‘De zevende dag’ nodig je de functie uit, niet de persoon.

»Trouwens, ere wie ere toekomt: in de Vlaamse regering zit het wél goed met het evenwicht.»

HUMO Evalueer jezelf eens: hoe heb je het de afgelopen vier jaar als presentatrice en moderator gedaan?

Chioua Lekhli «Ik ben er enorm in gegroeid. Het eerste jaar was zoeken en leren, het tweede en derde uitdiepen, en het vierde ontspannen de vruchten plukken van die ervaring.

»Ik was net 28 toen ik ‘De zevende dag’ begon te presenteren: dat is erg jong, zeker voor zo’n programma. In het begin was ik blij als er gewoon niets fout liep – geen blunders, geen klunzige tussenkomsten, geen technische haperingen. Ik had toen het voordeel dat ik Ivan De Vadder naast me had: een groter baken kan je niet vinden. En hoe langer ik het deed, hoe beter ik me in m’n vel voelde, en hoe meer ik probeerde om iets bijzonders uit een interview te krijgen, of wat dieper te gaan in een debat. Zodra ik dat zelfvertrouwen had, werd het echt interessant.

»Wat ook een goeie graadmeter is: hoe snel word je aanvaard door de politieke wereld? Intussen ken ik alle woordvoerders, en heb ik zowat alle politici met enig gewicht in een debat gehad. Maar in het begin kende ik niemand. Er was heel veel nieuwsgierigheid, merkte ik: ‘Zou ze het kunnen?’ Maar net als ik iets te bewijzen heb, functioneer ik op m’n best: ik heb toen als een bezetene dossiers zitten instuderen, vaak tot ’s avonds laat, en dat wierp z’n vruchten af. Er is niemand die me echt op mijn plaats heeft gezet, of me zelfs maar heeft geprovoceerd. Zodra politici merken dat je weet waarover je praat, en dat je niet zomaar vraagjes zit af te lezen, krijg je respect.»

HUMO Ben je, als liefhebber van de Nederlandse taal, weleens onder de indruk geweest van de verbale brille van een gast?

Chioua Lekhli «Het is fijn om mensen als Karel De Gucht, Bruno Tobback of Jan Terlouw aan tafel te hebben: die spélen met taal. Maar velen hebben die behendigheid niet. Politici willen helder en verstaanbaar zijn, maar vaak ondergraven ze die ambitie omdat ze op elk moment hun woorden moeten wikken en wegen. Informatie overbrengen is de regel, het verbale hoogstandje om bij in katzwijm te vallen de uitzondering.»

'Mijn vader werd eind jaren 50 gerekruteerd door de Boelwerf in Temse. Alles werd voor hem geregeld: de papieren, het werk, een slaapplaats.'

HUMO Hoe schmink je in zo’n debat je persoonlijke appreciatie weg? Ik kan me voorstellen dat je weleens iemand te gast had die je een beetje een eikeltje vindt.

Chioua Lekhli «Met de hand op het hart: dat is nooit gebeurd. Eigenlijk zijn onze politici allemaal bijzonder vriendelijke mensen. De aard van het contact verschilt natuurlijk wel: met een jong parlementslid wordt een telefoongesprek al snel wat losser en jovialer dan met pakweg Jan Jambon. Maar ook de anciens bleken stuk voor stuk galant en aangenaam: ik ben geen enkele klier tegengekomen.»


Rampen en ongevallen

HUMO Je gaat nu aan de slag als reporter voor ‘Het journaal’.

Chioua Lekhli «En dat zie ik heel erg zitten. Ik vond het fijn om vier jaar exclusief met politiek bezig te zijn, maar in wezen ben ik een generalist. De cel ‘Algemeen’ bij ‘Het journaal’ – rampen, ongevallen, actualiteit – leek me wel iets, en dat is het uiteindelijk ook geworden.»

HUMO Ook bij ‘Het journaal’ is ‘digitaal’ niet langer alleen een adjectief, maar ook een marsorder.

Chioua Lekhli «We worden echt wel uitgedaagd: het volstaat niet langer om gewoon een goeie nieuwsuitzending te maken. Ik denk dat onze digitale opdracht heel helder is: online de meest geloofwaardige zijn. Dat is makkelijk gezegd, maar we moeten dat wel waarmaken. Net omdat je online zo’n waanzinnige nieuwsstroom hebt, inclusief fake news, moet het de openbare omroep zijn die zegt: ‘Dit is wat er gebeurd is, en je kunt er zeker van zijn dat het klopt.’ Hoe meer mensen hun nieuws online gaan zoeken, hoe meer ze nood zullen hebben aan een vaste waarde die ze blindelings kunnen vertrouwen.»

HUMO Dat klinkt logisch, maar is dat wel zo? Afgaand op mijn Twitter-feed en tijdslijn op Facebook kiezen veel mensen voor berichtgeving die hun mening bevestigt, en dus niet per definitie voor berichtgeving die betrouwbaar is.

Chioua Lekhli «Het is inderdaad niet evident. Je kunt nieuws niet opdringen: als iemand ervoor kiest om bepaalde bronnen als de enige waarheid te zien, is het heel moeilijk om daartussen te fietsen. We kunnen niet veel meer doen dan een zo breed mogelijk aanbod via zoveel mogelijk verschillende kanalen verspreiden. Ervoor zorgen dat we een speler blijven die onvermijdelijk ieders pad kruist.»

HUMO Aan materiaal hebben jullie alvast geen gebrek: de actualiteit houdt er aardig vaart in. Ben jij gevoelig voor het haast apocalyptische sfeertje dat rond veel recent mondiaal nieuws hangt?

Chioua Lekhli «Ik ervaar de paradox die iedereen ervaart, denk ik. Als je op een zonnig terras zit, en je loon is net gestort, en je vertelt je vrienden over je reisplannen voor de zomer, dan lijken de autoritaire wereldleiders, de aanslagen en de ecologische rampspoed ver weg. Ik leef in twee werelden: die van mijn beroep, waarin inderdaad iets apocalyptisch gloeit, en die van mijn leven van alledag, waarin er veel comfort en geluk is. Na weer eens een aanslag loop ik altijd enkele dagen te somberen. ‘In wat voor een wereld leven we toch? Waar gaat dit héén?’ Maar dan is het enkele dagen na elkaar dertig graden en stromen de terrassen vol, en gaat dat onbehagen weer liggen. Misschien moeten we dat maar als ons grote geluk beschouwen: ons vermogen om toch de draad weer op te pikken, en ons niet te laten meeslepen in pessimisme.»

HUMO Steeds meer wetenschappers betogen, overtuigend cijfermateriaal in de hand, dat het nooit eerder zo goed ging met de mensheid. ‘Stop met zo de dramaqueen uit te hangen,’ zeggen ze, maar dan academischer geformuleerd.

Chioua Lekhli «Kijk je met een rationele blik, dan kan je inderdaad stellen dat pakweg de aanslagen van IS nog iets anders zijn dan een wereldoorlog – een kleine verstoring van een maatschappij waarin meer comfort, gezondheid en vrede heerst dan ooit tevoren. Maar het voelt onkies om daar zo prozaïsch over te praten: IS is verantwoordelijk voor veel leed, en dan vind ik het wat decadent om dat te minimaliseren omdat er in het verleden zoveel méér leed was. Later, als ik in een schommelstoel gezapig oud zit te wezen, zal ik misschien zeggen dat het allemaal wel meeviel met die wereld van mijn jonge jaren, maar nu vind ik dat misplaatst.

'Ik verkies opwinding boven verdieping. Ik wil de dingen zelf beleven, liever dan te lezen hoe anderen ze beleefd hebben'

»Bovendien kan je toch niet ontkennen dat die apocalyptische gloed er vooral is doordat er op korte tijd zoveel onvoorspelbare factoren bij zijn gekomen, factoren die die bejubelde vooruitgang net op de helling zetten? Als één van die autoritaire wereldleiders een stap te ver zet, gebeurt er misschien wel iets vreselijks. Comfortabel achteroverleunen terwijl Noord-Korea raketproeven uitvoert, het Witte Huis bewoond wordt door een onvoorspelbare president en niemand de precieze plannetjes van Poetin kan inschatten: dat gaat toch niet?»


Clubliefde

HUMO Je zit ook in ‘De club’, het Eén-programma van Siska Schoeters dat...

Chioua Lekhli «...helemaal is wat het moet zijn: een aangename zomerbries.»

HUMO Dat je niet geheel en al uit sérieux bent opgebouwd, scheen veel mensen te verbazen tijdens je vrolijke passage in ‘De slimste mens ter wereld’.

Chioua Lekhli «Terwijl ik van mijn vrienden weleens het omgekeerde te horen krijg na een uitzending van ‘De zevende dag’: ‘Amai, Ihsane, ik wist niet dat jij zo serieus kon zijn?’ Ik hou ook van lichtheid, ja. Met mijn vrienden deel ik het vermogen om fundamenteel onnozel te doen.»

HUMO Ben je iemand die graag tot een club behoort? Tijdens je studie zat je in de studentenvereniging.

Chioua Lekhli «Ons presidium was inderdaad een echt clubje. Ik ben één jaar verantwoordelijk geweest voor de fakbar, en één jaar voor de public relations. Ik kon het comfort van zo’n groep wel appreciëren. Ik zie mezelf als een individu, maar dan wel een individu dat zich het best voelt in gezelschap – ik zou niet zonder mijn omgeving kunnen, zonder de mensen bij wie ik me thuis voel. Een belangrijke beslissing neem ik uiteindelijk zelf, maar ik zal ze altijd eerst aftoetsen bij familie en vrienden.»

HUMO Wat delen die vrienden, naast de kunst van het onnozel doen?

Chioua Lekhli «Een zekere interesse voor taal en cultuur. Logisch: met de meeste van mijn vrienden zat ik samen in de Germaanse. Je studententijd is de periode waarin voor het eerst vriendschappen ontstaan die niet gebaseerd zijn op toeval, maar op gedeelde passie.

»Ik vind het belangrijk om veel te kunnen delen met mijn vrienden. Het zijn stuk voor stuk mensen met wie het gesprek nooit stokt – we kunnen uren praten. Dat je je interessantigheid niet verliest voor elkaar, misschien is dat wel het kenmerk van ware vriendschap?»

HUMO Hoeveel deel je met je ouders? Ze emigreerden indertijd uit Marokko.

Chioua Lekhli «Mijn vader werd eind jaren 50 gerekruteerd door de Boelwerf in Temse. Alles werd voor hem geregeld: de papieren, het werk, een slaapplaats. Al was het soms wel improviseren: ze sliepen met alle arbeiders in één ruimte, en daar was maar één douche. Dus gingen ze vaak zwemmen, want in het zwembad hadden ze douches. Na een paar jaar is mijn vader in een textielbedrijf gaan werken, en daar is hij altijd gebleven. Daardoor was er thuis nooit gebrek aan touw: hij heeft ooit een paar spoelen meegekregen. Laat het me zeker weten als je ooit een eindje nodig hebt (lacht).

»Na een paar jaar is mijn moeder naar hier gekomen. Ik stond er als kind niet bij stil dat mijn ouders zo’n grootse stap hadden gezet. Ik ben de op één na jongste van acht, waardoor alles heel vanzelfsprekend leek: ik groeide hier op, ging hier naar school, had hier mijn leven. Marokko was een vakantieland. Mijn ouders spreken ook beiden Nederlands – weliswaar met wat haar erop. Ze hebben immers vooral de woordenschat geleerd die nuttig was voor hun werk, dus die woordenschat is beperkt. Als mijn ouders naar het nieuws keken, vroegen ze me geregeld om een woord te vertalen.»

HUMO Zijn ze trots op je?

Chioua Lekhli «Ja! Op al hun kinderen. Ze vonden het heel belangrijk dat we het goed deden op school, en dat we gingen studeren. En nu het resultaat er is, is er opluchting en trots: ‘Het heeft gewérkt!’ Zij hebben het mogelijk gemaakt voor ons, en wij hebben er vervolgens voor geknokt.»

HUMO Dus: mensen moeten kansen krijgen, maar ze moeten die ook grijpen?

Chioua Lekhli «Zoiets. Het blijft een boeiende vraag waarom zo weinig mensen met een allochtone achtergrond doorstromen naar het hoger onderwijs, eentje waar ik ook niet meteen het grote antwoord op weet. Ik kan alleen mijn eigen situatie beschrijven: wij werden heel erg aangemoedigd door onze ouders, en we hadden allemaal de drive om ervoor te gaan. We werden op school ook in de juiste richting gestuurd. En er was ook de taal: thuis werd er Arabisch én Nederlands gesproken. Allicht is het toch een samenspel van factoren, hè.»


Bed van wolkjes

HUMO Je bent gelovig opgevoed.

Chioua Lekhli «Ja: ik kom uit een moslimgezin. Mijn ouders maakten vijf keer per dag tijd voor het gebed, mijn moeder droeg de hoofddoek – zij het losjes – en we deden mee aan de ramadan. Dat voelde allemaal heel natuurlijk: het gebeurde gewoon, er zat niets problematisch aan. Ik voelde dus ook niet de behoefte om ertegen te rebelleren. Toen ik op kot ging, had ik ervoor kunnen kiezen om keihard in de pinten te vliegen. Maar dat sprak mij gewoon niet aan. En dat ik dagelijks de plakkerige, naar bier stinkende vloer van de fakbar moest dweilen, was ook al geen grote stimulans (lacht).

»Ik doe ook mee aan de ramadan. Dat gaat over meer dan soberheid: het doet iets met mijn hoofd. Ik voel me anders, denk dieper door, kom dichter bij mezelf en denk ook meer na over geloof. En het brengt iedereen samen – misschien behoor ik nog wel het meest tot een groep tijdens de ramadan.»

'Het christendom, de islam en het humanisme zeggen in wezen toch hetzélfde?'

HUMO Toch is jouw invulling van het geloof niet dezelfde als die van je ouders.

Chioua Lekhli «Logisch: een religie kan evolueren, en is vatbaar voor interpretatie. Ik hou me aan de aspecten waar ik mee ben opgegroeid en die ik belangrijk vind. Maar ik draag bijvoorbeeld geen hoofddoek. In de Koran staat dat een vrouw zedigheid moet nastreven. Maar als ik vind dat ik zedig ben met een rok, een decolleté en m’n haren los, dan is er toch geen probleem?»

HUMO Ik wantrouw een systeem dat vrouwen zedigheid oplegt, ook al mogen ze die term dan naar eigen believen invullen.

Chioua Lekhli «Maar mij gaat het niet om de aanvaarding van een systeem. Wel om zelfrespect. Ik kleed me niet keurig om geen mannelijke driften uit te lokken. Nee, ik doe dat omdat ik me er zelf het best bij voel. Ik zou ook in mijn bikini op straat kunnen lopen, maar voor mijn eigenwaarde is het belangrijk dat ik me op een bepaalde manier kleed en gedraag. Maar als mensen zich fantastisch voelen in het strakst mogelijke topje en de kortst mogelijke rok: prima.»

HUMO Dat is het obligate antwoord, maar meen je dat ook? Denk je niet stiekem: ‘Hoe vulgair!’

Chioua Lekhli «Ik meen dat. Zelf zou ik me nooit zo kleden, maar waarom zou iemand anders dat niet mogen? Kuisheid is voor mij: jezelf respecteren. En dus niet: andermans definitie van kuisheid volgen. De interpretatie van anderen kan me gestolen worden.»

HUMO Je vult je geloof op een vrij liberale manier in, begrijp ik. Maar de basis is natuurlijk wel de basis: je gelooft in een opperwezen.

Chioua Lekhli «Ja. Ik beleef mijn geloof als iets heel persoonlijks – ik bid bijvoorbeeld wel, maar dan op mijn manier. Maar ik doe niet aan cherry picking: ik geloof wel degelijk in die ene god. Of we die nu Allah of God of Boeddha noemen, maakt me op zich niet zoveel uit. Maar dat geloof in een opperwezen is wel de basis.»

HUMO Jij gelooft dat er een god over ons waakt, ik niet. Dat maakt dat wij fundamenteel anders aan de start komen. Dat er misschien wel een kloof tussen ons gaapt.

Chioua Lekhli (schudt het hoofd) «Is dat zo’n cruciaal verschil? Ik denk niet dat het iets zegt over hoe je fundamenteel in het leven staat. Ik heb gelovige vrienden, ongelovige vrienden en vrienden die het niet weten. De mensen met wie ik mij omring, hebben min of meer dezelfde normen en waarden – dat vind ik belangrijk. Maar die normen en waarden lopen door de verschillende godsdiensten heen. Het christendom, de islam en het humanisme zeggen in wezen toch hetzélfde?

»Het hele punt is natuurlijk dat je niet kunt discussiëren over geloven. Een vriend van me heeft me eens met wetenschappelijke argumenten proberen te overtuigen van de onzinnigheid ervan. Maar dat is nu net de essentie van religie: je gelóóft – je bent overtuigd van iets dat je niet kunt staven.»

HUMO IS beroept zich op de islam om zijn terreur te motiveren. Dat moet toch een heel onbehaaglijk gevoel geven?

Chioua Lekhli «Ja, omdat mijn geloof altijd iets heel vanzelfsprekends is geweest, en het pas de afgelopen jaren iets geworden is waar ik me voor moet verantwoorden. Maar ik blijf mijn religie als iets positiefs zien. Er worden ontzettend hufterige dingen gedaan in naam van de islam, maar dat is misbruik: terreur is niet waar mijn geloof voor staat. De zwakkeren helpen en geven aan goeie doelen is één van de basisprincipes van de islam: dan is dat toch een góéie religie? Terrorisme staat daar toch haaks op?»

HUMO Toch zit er in de islam zelf een kiem voor terrorisme, stelt onder meer Montasser AlDe’emeh: als je oprecht gelooft in het bestaan van een hemel en een hel, ben je kwetsbaar, want je wilt na je dood niet in die vreselijke hel belanden. En als je dan beïnvloedbaar bent, en mensen komen je vertellen dat je een shortcut naar de hemel krijgt als je ongelovigen doodt...

Chioua Lekhli «Ik heb het ook gelezen, ja, het artikel in Knack over Belgische moslimkinderen die verschrikkelijk bang gemaakt worden met verhalen over de hel. Als kind kreeg ik ook veel verhalen verteld – thuis de islamitische, op school de katholieke. En inderdaad, ik kreeg te horen dat als je sterft alle delen van je lichaam getuigen over het kwaad dat je hebt gedaan, en dat het dan mogelijk is dat je eerst moet boeten in het graf. Dat is wat kinderen te horen krijgen, ook als ze geen moslim zijn – het sinterklaasverhaal is per slot van rekening ook gebaseerd op ‘doe goed, want anders zwaait er wat’. Op zich is dat geen probleem: als je wordt aangespoord om een goed leven te leiden, lijkt me dat iets waardevols. Maar als kinderen verteld wordt dat hun graf zal krimpen en zo hun botten zal verbrijzelen als ze tijdens hun leven een misstap begaan hebben, val ik toch van mijn stoel. Ik stel me toch vragen bij een islamleerkracht die kinderen zó bang maakt.»

HUMO Laten we tot slot terugkeren naar dit leven: ben je het meest op zoek naar troost, naar opwinding, of naar verdieping?

Chioua Lekhli «Troost is natuurlijk belangrijk, maar als je hele leven draait om de zoektocht ernaar, dan wil dat toch zeggen dat er een te groot verdriet in je zit. En als ik moet kiezen tussen opwinding en verdieping, geef dan maar het eerste: ik beklim liever een berg dan dat ik me een maand opsluit in de bibliotheek. Ik wil de dingen zelf beleven, liever dan te lezen hoe anderen ze beleefd hebben.

»Ik sta gulzig in het leven, ik wil het tot in alle details ontdekken. Maar ik geloof niet dat het ons enige leven is. Niet dat ik een concrete voorstelling heb van het hiernamaals – ik beeld me alleszins geen zacht bed van wolkjes in. Maar de biologie alleen geeft voor mij onvoldoende zin aan het leven. We worden geboren, we planten ons voort, we sterven, en dat is het dan: voor mij klopt dat niet. Ik kan niet aanvaarden dat we gewoon zoogdieren met een beperkte levensduur zijn.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234