'Wat nationalisten voelen voor een land heb ik met mijn generatie. Dit zijn wij, de mannen van het begin van de jaren 90!' Beeld Koen Bauters
'Wat nationalisten voelen voor een land heb ik met mijn generatie. Dit zijn wij, de mannen van het begin van de jaren 90!'Beeld Koen Bauters

Elke dag sport, elke dag:Aster Nzeyimana

‘Er is maar één ding waar ik bang voor ben: dat ik ooit mijn onbevangenheid zal verliezen’

Zelf op een voetbalveld staan, zelf een wedstrijd op een EK van commentaar voorzien: als jongensdromen werkelijkheid worden, durft de magie weleens te slinken. Maar voorlopig blijft het allemaal blinken voor Aster Nzeyimana (27). De golden boy van Sporza gloeit nog na van zijn debuut als voetbalcommentator, maar duikt met evenveel flair in het grote sportbassin van de Olympische Spelen. ‘Baantjes trekken net buiten m’n vakgebied: dat vind ik plezierig.’

ASTER NZEYIMANA «Het heerlijke aan de Olympische Spelen is dat ze er meer dan twee weken lang áltijd zijn, als een zoemend melodietje. Je hebt de grote nummers, je hebt de sporttakken waarin een Belg kans maakt op een medaille, maar je hebt vooral ook dat gigantische bassin vol sport waarin je op elk moment kunt duiken. Op een lijzige zomerdag knip je de televisie aan, en voor je ’t weet ben je helemaal begeesterd door de halve finale van het karabijnschieten. Het klinkt misschien wat klef, maar die Spelen zijn zo oeverloos gezellig. Ook voor mij, als presentator: ik kijk er met een vrolijke onbevangenheid naar. Want veel van die atleten heb ik net als de kijker het voorbije jaar niet aan het werk gezien. Dat presentatiewerk is baantjes trekken net buiten m’n vakgebied, en dat vind ik plezierig.»

HUMO Binnen dat vakgebied wordt er gevoetbald. Iets zegt me dat je voor de zomer nóg meer uitkeek naar het Europees Kampioenschap – je eerste grote toernooi als voetbalcommentator.

NZEYIMANA «Het is heiligschennis, hè, zeggen dat je een EK of WK voetbal met nog nét ietsje meer anticiperend kwijl op de kin begroet dan de Olympische Spelen. Maar ja, het is waar. Ik ben verhangen aan voetbal, ik hou zo van die sport.

»Stel dat ze me gezegd hadden: jij wordt voor de VRT de grote man op de Spelen – stél, want daar was uiteraard helemaal geen sprake van. Of dat ze me gevraagd hadden om de Ronde van Frankrijk achter op de motor te verslaan. Wel, dan zou ik neen gezegd hebben. Niet omdat het me niet interesseert, hoor, want het zou in beide gevallen een geweldige ervaring zijn. Maar ik ben nogal van het principe dat je je passie met je talent moet proberen te combineren, en op dat snijpunt zit bij mij voetbal. Ik heb nooit flauw gedaan over ambitie: toen ik op mijn 21ste de VRT binnenwandelde, zei ik al zelfbewust dat ik een goeie voetbalcommentator wilde worden, en dat ik van een programma als ‘Extra Time’ droomde. Maar tegelijk heb ik ook altijd goed geweten wat anderen beter kunnen. Ik zal me nooit laten miscasten: hoeveel luister er ook aan een programma hangt, ik zal het altijd weigeren als het niet iets is waar ik gruwelijk veel passie voor koester, of als ik aanvoel dat ik er niet de geschikte man voor ben.

»Ik heb nu wat ik altijd al wilde, hè: straks mag ik ‘Extra Time’ presenteren, en net nog mocht ik wedstrijden op het EK becommentariëren – een jongensdroom.»

HUMO Jongensdromen hebben al eens de neiging om, zodra ze werkelijkheid worden, uit elkaar te spatten.

NZEYIMANA «Maar dat was dus helemaal niet het geval. (Met zichtbare napret) Het voelde hemels om op dat EK te zijn. Het was helemaal zoals ik het gedroomd had.

»Ik begrijp wat je bedoelt, hoor, want ik was vooraf best zenuwachtig. Weet je, toen ik journaalanker werd, vond ik dat formidabel en vierde ik het met een vrolijk dansje. Maar: het was nooit een droom van me geweest. Voetbalcommentator zijn op grote toernooien, dat was wél zo’n droom. Dat maakte me dus kwetsbaar, net voor ik naar het EK vertrok: ik vond het belangrijk om het goed te doen, ik wilde dat de kijkers het zouden appreciëren. Van kritiek op mijn werk als presentator zal ik even somber worden, zeker, maar die zal me niet tot op het bot raken. Want dat presenteren zie ik als een vak, maar becommentariëren als een passie. Als het verdict na het EK was geweest: ‘Goed geprobeerd, maat, maar hou het toch bij iets anders,’ mja… Dát zou een harde kluif geweest zijn.»

HUMO Maar het verdict luidde anders. Je werd bejubeld. Het is van de beginperiode van Filip Joos geleden dat een voetbalcommentator nog zoveel lof scoorde bij het grote publiek.

NZEYIMANA «Er waren veel mooie reacties, ja. Maar goed, je hoort en leest alleen maar de extremen. Ik geloof dat er ook een brede groep mensen is die vindt: ‘Ça va. Best aardig.’ Het is heus niet zo dat plots iedereen wild is van mij.

»Je geeft het zelf aan: Filip kreeg al die lof in zijn beginperiode óók. Daar ligt meteen een stuk van de verklaring: ik ben een nieuw geluid. Mijn vier collega’s op het EK draaiden al jaren mee, hè. Dan is het logisch dat mensen reageren op een stem die voor het eerst mag klinken.»

HUMO Later komt allicht de kritiek. Ik vind het treurig dat voetbalcommentatoren zoveel losgeslagen boosheid moeten slikken. Mensen als Filip Joos en Frank Raes hebben me al zo vaak kundig door een wedstrijd gegidst, en toch krijgen ze telkens weer het galzuur van een deel van het publiek te verwerken.

NZEYIMANA «Da’s waar, en ik kan er ook niet precies de vinger op leggen: waar komt die nijdigheid toch vandaan? De enige voetbalcommentator die eraan ontsnapt, is Peter Vandenbempt. Ik weet ook niet hoe het komt, maar Peter is gevaccineerd tegen kritiek: nooit zul je een kijker over hem horen zeuren.

»Ooit zal het mijn beurt zijn om te incasseren. Maar goed, ik hoop dat ik dan al genoeg haar op m’n rug heb om me daar niet te erg door te laten raken. (Laat z’n eigen woorden inzinken) Wacht… Wacht, wat zég ik nu? Genoeg haar op mijn rug? Nee, daar gaat de taaladviseur van de VRT niet mee kunnen lachen – dat is helemaal geen uitdrukking!»

HUMO Vanaf nu wel. Heb jij genoeg haar op je rug, Aster?

NZEYIMANA «Neen, néén, don’t go there! Ik eis dat je deze passage uit het interview schrapt (lacht).

»Ernstig: als er oerwoudgeluiden weerklinken in een stadion, wie hoor je dan? De minderheid die staat te brullen. En wie hoor je niet? De meerderheid die níét staat te brullen. Zo is het ook met al die negatieve commentaren en dat gehuilebalk op sociale media: je hoort de roepers, je hoort wie om wat voor reden ook boos is. Maar je hoort niet de stille meerderheid die het allemaal gewoon prima vindt. Ik heb jarenlang een hoop gezeur gelezen over Frank Raes. Nu zijn afscheid aangekondigd is, komen er plots veel mensen zeggen dat ze het toch jammer vinden, en dat ze Frank zullen missen. Wel, dat is die tevreden meerderheid die je doorgaans niet hoort.»

‘Presenteren zie ik als een vak, maar voetbalmatchen becommentariëren als een passie.’ (Foto: als gastheer van ‘Sporza: Tokyo 2020’.) Beeld Vrt
‘Presenteren zie ik als een vak, maar voetbalmatchen becommentariëren als een passie.’ (Foto: als gastheer van ‘Sporza: Tokyo 2020’.)Beeld Vrt

HUMO Wat jou zo populair maakt is, denk ik, je argeloosheid. Je klinkt als een kind op vakantie zodra je een voetbalwedstrijd mag becommentariëren – niet alleen op het EK, ook in de Belgische competitie.

NZEYIMANA «Ik vind het fijn dat je dat zegt, want zo is het ook. Ik zet me neer, en ik denk: ja, een potje voetbal, laat maar komen! Die argeloosheid is geen principe, niet iets wat ik mezelf opleg – het is gewoon wie ik ben. Ik zal nooit de gulle encyclopedie zijn, de commentator die elk detail uit z’n voorbereiding met je deelt. Ik heb collega’s die het wel zo doen, en ook dat vind ik een feest. Maar het is niet mijn stijl. Als mensen me nu complimenteren, heeft dat misschien wel met mijn aanpak te maken: ik ben je maat die mee naar het voetbal gaat. Niet de schoolmeester die je vraagt om netjes over te nemen wat hij op het schoolbord krijt.

»(Denkt na) Het is een gekke niche, de sportjournalistiek. Je hebt kennis nodig, en kritische zin – want je bent per slot van rekening journalist. Maar tegelijk is voetbal een spelletje. Een simpel, heerlijk spelletje! Er zijn collega’s van me die hun oren willen doorboren met een forse breipriem telkens als ik het zeg, maar: voetbal is entertainment, prachtig entertainment. En precies dát wil ik verklanken als commentator. De aftrap van een wedstrijd is eigenlijk een belofte aan wie ernaar zit te kijken: je zult je negentig minuten lang amuseren.»

HUMO Dat durft ook al eens tegen te vallen. Voetbal kan gruwelijk saai zijn. Jij zegt dat dan ook gewoon: ‘Deze wedstrijd was een kwelling.’

NZEYIMANA «Dat is maar logisch, toch? Voetbal kan negentig wonderlijke minuten opleveren, maar net zo goed anderhalf uur zuurstofloze saaiheid. En als dat het geval is, dan mag ik dat toch zeggen? In ‘Box to Box’, het studioprogramma van Eleven waarin ik de verschillende matchen van de dag aan elkaar praat, heb ik vaak Frank Boeckx naast me. We zitten daar in een veredeld bezemhok – heerlijk vind ik dat – en die nonchalante setting, alsof we op de schoot van de kijker zitten, nodigt uit om gewoon ons gedacht te zeggen. En dan heb ik het niet over cafépraat, hè. Wel over iets als: ‘Straf dat u nog altijd bij ons bent, beste kijker, na zo’n draak van een wedstrijd.’ Omdat het op dat moment gewoon wáár is, en omdat een voetballiefhebber dat gevoel vast herkent: verdorie, het was niet wat we ervan verwacht hadden.»

HUMO Als supporter beleef ik nu het eindpunt van een prachtige periode: bij mijn favoriete club voetbalt nog één speler die ouder is dan ik. Straks blaas ik vanuit de tribune alleen nog maar jongere spelers vooruit. Dat levert me een lichte melancholie op: ik zal nooit meer m’n eigen generatie aanmoedigen. Speelt dat sentiment ook bij een voetbalcommentator?

NZEYIMANA «Ik begrijp perféct wat je bedoelt, want een groot deel van de opwinding zit ’m voor mij in de gedachte dat ik even oud ben als Romelu Lukaku. Dat die gasten op het veld – of het nu bij de Rode Duivels is, in de Belgische competitie of elders – precies zoveel levenservaring hebben als ik. Het sentiment dat nationalisten voelen voor een land – ik ben hier geboren, dit is het stuk grond dat mij bepaalt – heb ik met mijn generatie. Ook buiten het voetbal, trouwens. Als ik Bazart op een podium zie staan, bekruipt me dezelfde opwinding: die gasten zijn even oud als ik, en ze betékenen iets voor de wereld. Dit zijn wij, de mannen van het begin van de jaren 90! Het is iets stoms, iets irrationeels, maar het ontroert me.

»Ik vraag me weleens af hoe het zal zijn zodra ik tien of twintig jaar ouder ben. Ik probeer me soms in de plaats van Frank Raes te stellen: de jongste gasten op het veld zouden zijn kleinkinderen kunnen zijn. Snotneuzen dus, in vergelijking met de commentator met al z’n levenservaring. Hoe zal dat voor mij zijn, later? Zal ik al die verwondering van nu dan ook nog voelen, zal ik het nog allemaal zo opwindend vinden?»

‘Als iets me passioneert, dan werk ik er hard en gulzig voor. Maar de afwas kan ook morgen gedaan worden – en overmorgen is misschien óók geen verkeerde optie.’ Beeld Koen Bauters
‘Als iets me passioneert, dan werk ik er hard en gulzig voor. Maar de afwas kan ook morgen gedaan worden – en overmorgen is misschien óók geen verkeerde optie.’Beeld Koen Bauters

HUMO De wereld rond het spelletje is wel erg lelijk geworden. Tast dat je voetbalgeluk niet aan?

NZEYIMANA «Het omverlopen van de mensenrechten in landen waar onze nationale ploeg gaat spelen, de financiële doping in het voetbal, de gluiperige corruptie die die hele wereld aantast: fraai is het allemaal niet, hè. Maar de fond, de eeuwige fond, blijft een aanvaller die een verdediger een panna zet, een spits die een onnozele goal maakt, een linksback die met een briljante beweging komt. Dát doet me altijd weer terugkeren naar het spelletje.»

HUMO Dat begrijp ik helemaal. Maar tegelijk is het een sneu mechanisme: net omdat het spel intrinsiek zo mooi is, negeren we de lelijke, etterende korst die errond zit.

NZEYIMANA «Ja, daar volg ik je helemaal in. En ik vind dus dat we dat moeten aanklagen. In ‘Extra Time’ gaan we het heus niet alleen over wonderlijke dribbels hebben. Alleen: er is voor alles een plaats en een tijd. Zodra op het WK in Qatar een wedstrijd op gang gefloten wordt, zal ik het over die wedstrijd hebben. Als Eden Hazard daar een prachtige doorsteekpass geeft, zal ik die bejubelen – en er niet aan toevoegen dat die prachtige doorsteekpass gegeven werd op een stuk gras waarvoor mensen gestorven zijn.»

RADIO 1-ELOQUENT

HUMO Je bent zelf een verdienstelijke voetballer geweest – je schopte het tot bij Eendracht Aalst. Minder geweten: je was ooit ook een wielrenner.

NZEYIMANA «Juist! Ik was zestien, en mijn beste maat was een coureur. Dat leek me ook wel wat, en na het voetbalseizoen begon ik vollenbak te trainen. Die zomer startte ik in vijf wedstrijden – en de laatste heb ik uitgereden. Ik vond het geweldig, die prachtige wereld van de kermiskoersen.»

HUMO Maar het meest was je een voetballer.

NZEYIMANA «Ja, en nog altijd – zij het nu op amateurniveau, bij een ploegje waar het tot aanbeveling strekt dat je op zaterdagochtend verschijnt met een drankkegel van de nacht ervoor (lacht). Ik was een centrale verdediger – van het technische soort, geen schoffelaar – en dat werkt nog altijd na als ik nu een voetbalmatch becommentarieer. Zo’n verdediger die een cruciale fout maakt waar uiteindelijk een goal uit volgt, dat doet me haast fysiek pijn. Ik kén dat verdriet, ik kén die pijn, veel meer dan de frustratie van een spits die een opgelegde kans mist.»

HUMO De voetballer die je bent, heeft die je iets belangrijks over jezelf geleerd?

NZEYIMANA «Eigenlijk niet. Omdat die voetballer een afsplitsing van mezelf is die ik in het gewone leven nooit zie. Op het veld ben ik een fanatieke winnaar, zie je, iemand die de competitie wil. Daar ben ik ook zo’n slechte verliezer: als ik voel dat het niet lukt, dat de winst er niet in zit, dan word ik zó’n balorig kereltje. Maar naast het veld heb ik dat helemaal niet. Daar vind ik zachtaardigheid een grotere kwaliteit dan competitiedrift, en hou ik niet van mensen die hun omgeving indelen in winnaars en verliezers. Als je echt denkt dat het leven gaat om winnen, om meer en beter en groter, dan heb je het allemaal niet goed begrepen, vind ik. Dan mis je iets.»

HUMO Waar ben jij het meest trots op?

NZEYIMANA (denkt na) «Mijn onvermogen tot cynisme, misschien? Er zit niets afgestompts in mij. Toen ik indertijd bij MNM begon, was Tom De Cock – zonde dat hij niet meer op de radio zit, trouwens – mijn mentor. Hij leerde me dat het behoorlijk makkelijk is om de wereld gewoon vanuit je eigen perspectief te beschouwen. Om Radio 1-eloquent te zijn: je bent intelligent, je bent taalvaardig, je beheerst je kunstjes – en je weet dat hetzelfde geldt voor je luisteraars. Maar, zei Tom me, je moet eens proberen om een publiek aan te spreken waartoe je zelf níét behoort. Mensen die niet jouw taal spreken, mensen die niet alle ministers uit het Vivaldi-kabinet losjes uit het hoofd kunnen opsommen. Wees verwonderd, zei hij me, blijf niet in je eigen kleine wereld vastzitten. En zo sta ik nu in het leven: ik ben oprecht geïnteresseerd in mensen, ik slaag erin om in alles schoonheid te vinden. Dat vloekt weleens met de klassieke sportjournalistiek, ja – ik bots soms op cynisme, op collega’s die de wereld in stappen met een opgetrokken neus.

»Ik leef nogal complexloos, er zit weinig angst in mijn dagen. Het enige waarvoor ik bang ben, is om ooit mijn onbevangenheid te verliezen. (Droomt weg) Als kind kon ik zo versteld staan van de wereld! Ik klein, de rest zo groot… Ik vond het heerlijk dat de dingen zo imposant waren, zo overweldigend. Alles was een belofte. En met het ouder worden slinkt de magie, natuurlijk. Ik héb al eens zelf op een voetbalveld gestaan. Ik héb al eens een wedstrijd op een EK van commentaar voorzien. Maar toch: voorlopig blijft het allemaal blinken. Ik voel me niet bekocht, bedoel ik: wat in mijn jeugd zo beloftevol lag te schitteren, blijkt nu niet plots ontgoochelend dof te zijn – integendeel.»

‘Ik ben een fanatieke winnaar: als ik voel dat de winst er niet in zit, dan word ik zó’n balorig kereltje. Maar naast het veld vind ik zachtaardigheid een grotere kwaliteit dan competitiedrift.’ Beeld Koen Bauters
‘Ik ben een fanatieke winnaar: als ik voel dat de winst er niet in zit, dan word ik zó’n balorig kereltje. Maar naast het veld vind ik zachtaardigheid een grotere kwaliteit dan competitiedrift.’Beeld Koen Bauters

BETRAPT IN KEUKEN

HUMO In interviews benadruk je altijd de rol van je moeder: zij duwde je vooruit.

NZEYIMANA «Klopt: zo was het. Ze voerde me altijd naar de trainingen in Aalst – en dat was natuurlijk een flinke hap uit haar tijd. Toen ik op een dag zei dat ik niet zo’n zin had in de training, reageerde ze ferm: ‘Prima, maar dan stopt het hier. Dan hou je maar op met voetballen.’ Oei, dacht ik toen, zoveel drama voor één training waar m’n hoofd even niet naar stond? Maar nu begrijp ik het perfect: m’n moeder wilde me laten voelen dat je de dingen góéd moet doen. Dat je het niet kunt laten afweten als je er even geen zin in hebt. En zo leef ik nog altijd: als iets me passioneert, dan werk ik er hard en gulzig voor. Maar als iets me niet boeit, ja… De afwas kan ook morgen gedaan worden, vind ik – en overmorgen is misschien ook geen verkeerde optie (lacht).

»Ik kon vroeger nogal koppig en vasthoudend zijn. Me vastbijten in een gesprek, en dóórdiscussiëren, terwijl de andere partij er allang geen zin meer in had. Dat had mijn moeder al snel gezien, omdat ze zelf óók zo is, en daar waarschuwde ze me dan voor: ‘Het leven is meer dan gelijk hebben in een discussie, Aster, zorg er toch voor dat je geen mensen verliest.’ (Glimlacht) Als puber vond ik dat bemoeizucht, als volwassene weet ik: ze had gelijk.

»Het avontuurlijke van mijn moeder, dat heb ik niet. Zij was heel beslist toen ze achttien was: ze zou vroedvrouw worden, en naar Afrika gaan. En dat deed ze ook. In die tijd – eind jaren 70, begin jaren 80 – was dat een gigantische stap. Je wist niet waar je terecht zou komen, het internet bestond nog niet, je kon niet even whatsappen met thuis. Maar voor mijn moeder was het allemaal logisch. Het was háár weg. Zelf ben ik eerder behoudend: ik ben nieuwsgierig, heel nieuwsgierig, maar ik zal niet snel een paadje inslaan dat ik niet ken. Misschien is dat wel angst, ja, ik sluit niet uit dat er een kleine bangerik in me zit: ik heb nood aan veiligheid. Daarin lijk ik op mijn vader.»

HUMO Hoezo? Je vader komt uit Burundi, en de liefde voor je moeder blies hem naar Europa.

NZEYIMANA «Absoluut, maar dat was ook zijn enige beweegreden: die overrompelende liefde voor een vrouw – mijn moeder. Dáárom is hij gekomen. Het gebeurt weleens dat mensen hem als een arme stakker zien die het beloofde land heeft bereikt. Maar dat is helemaal niet zo: Burundi is het land waar mijn vader thuis is, België het land waar al zijn liefde zit.»

HUMO Even voor de notulen van deze vergadering: je moeder leerde je vader kennen in Rwanda, en jij werd het prachtige resultaat. Maar toen brak de genocide uit…

NZEYIMANA «...en moest m’n moeder weer naar België vluchten. Ze had geen idee waar mijn vader was, ze wist niet eens of hij nog leefde.

»Mijn moeder heeft haar leven in Zele verdergezet – met mij, met mijn oudere zus uit een vorige relatie. ‘Papa is in Afrika’: dat was het verhaal voor mij. Pas veel later heb ik beseft hoe zwáár dat voor mijn moeder moet geweest zijn. Er was dat leven hier, waarin ze een zoon en een dochter had die vrolijk en springerig opgroeiden, en tegelijk was er die grote vraag: of haar geliefde nog leefde. En toen kwam dus de brief. Via het Rode Kruis – opnieuw: het was een tijd zonder internet – had mijn vader al enkele keren geprobeerd om tot bij mijn moeder te geraken. En toen lukte het.»

HUMO En plots had je een vader?

NZEYIMANA «Ja. Dat heeft nog veel voeten in de aarde gehad: ik herinner me dat de wijkagent moest komen controleren of het niet om een schijnhuwelijk ging. Dat was een beetje vernederend, ja, maar goed: ik zat daar als het levende bewijs van die oprechte liefde (lacht).

»Het was geen schok, die vader die er plots was. Ik was al heel gelukkig met mijn moeder – en plots kwam daar nog wat extra geluk bij. En wat ik zo bijzonder vond: het gezicht van mijn moeder veranderde. Ze was altijd al vrolijk geweest, optimistisch, sterk. Maar plots zag ik in haar gezicht het grote geluk glanzen.

»Mijn ouders zijn altijd behoorlijk gereserveerd geweest over hun eigen geschiedenis. Het hele verhaal van hun ontmoeting in Rwanda, het plotse vertrek, de periode waarin mijn vader op zoek was naar mijn moeder: ik krijg het mondjesmaat. En ik respecteer dat. Die liefde is hún koninkrijkje.

»Onlangs kwam ik op den bots thuis – onaangekondigd, ik heb nog altijd een sleutel. Mijn ouders zaten in de keuken, ze hadden de muziek heel luid, en heel bevlogen zaten ze met elkaar te praten. Ik vond dat een prachtig moment: eigenlijk had ik mijn ouders betrapt – betrapt op liefde die maar blijft duren.»

HUMO Slorpt je dat op? Ga je zelf, met zo’n voorbeeld, meer in de liefde geloven?

NZEYIMANA «Niet bewust, natuurlijk. Maar wat ik wel geleerd heb, gewoon dankzij m’n ouders, is dat een liefde kan blijven duren, dat ze zich elegant kan uitstrekken in de tijd. Ik ben nu samen met Lize (Feryn, actrice en model, red.), en we hebben het ontzettend goed. Ik zou kunnen denken dat het vanaf dit punt alleen maar moeilijker wordt – dat een zekere verveling begint te zeuren, dat de gedachte aan die honderd andere mogelijke levens die ik zou kunnen leiden me zou innemen – maar de werkelijkheid toont zich omgekeerd: ik word alleen maar gelukkiger. We hebben het nu goed, we zijn nu samen zo mooi – en misschien hebben we het over vijftien jaar nog beter, nog mooier.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234