Erotische cultclassics: 'Sebastiane' (Derek Jarman, 1976)

Welkom terug bij de erotische cultclassicsfranchise, uw knetterende rode neonlichtbaken in de steeds beklemmender wordende duisternis van de nieuwe preutsheid! Met een onvervaardheid die ook Stanley & Livingstone moeten hebben gevoeld toen ze indertijd gebieden betraden waar het christelijk geloof nog niet was doorgedrongen, vervolgt filmjournalist Erik Stockman zijn ontdekkingstocht doorheen de heidense onderwereld van de erotische cinema. Vandaag: ‘Sebastiane’ van Derek Jarman. Licht, camera, minnevuur!


Meer erotische cultclassics »

Onze ontdekkingsreis door het minnedronken universum van de erotische cinema eindigt – voorlopig! - in het jaar onzes Heren 303. We bevinden ons in het gezelschap van de jonge Romeinse soldaat Sebastiaan, die door de keizer net is verbannen naar een verre buitenpost op een lap snikhete woestijngrond.

Diegenen onder u die iets afweten van de westerse cultuurgeschiedenis (en nu richten wij ons in het bijzonder tot onze huisgenoten, Iejoor en Teigetje), weten wellicht dat Sebastiaan een smartelijke figuur is die wel vaker opduikt in de cinema, de literatuur, de poëzie en de muziek (zelf zagen we hem vorige week nog aan de toog zitten van café De Lustige Pekkers. Hij bestelde een pintje en een dweil).

Volgens de overlevering maakte Sebastiaan goede sier als de kapitein van de paleiswacht van Keizer Diocletianus, tot aan het licht kwam dat hij het christelijke geloof aanhing en in ongenade viel. Men bond hem vast aan een boom en doorboorde hem met pijlen (vandaar de dweil), waarna hij als in een soort macaber extraatje werd doodgeknuppeld. In de eeuwen daarna groeide Sebastiaan niet alleen uit tot één van de bekendste christelijke martelaarsfiguren, maar werd hij ook een mythisch toonbeeld van mannelijke schoonheid én van homo-erotiek. In de legendarische videoclip die Tarsem Singh maakte bij ‘Losing My Religion’ van R.E.M., maakt de doorboorde Sebastiaan drie keer z’n opwachting, wat indertijd de speculaties over de seksuele geaardheid van frontman Michael Stipe alleen maar aanwakkerde.

En in zijn debuutfilm ‘Sebastiane’ voerde regisseur Derek Jarman die arme Sebastiaan heel nadrukkelijk op als een soort homo-erotische fetisj. Verwacht in ieder geval geen historische biopic waarin we te zien krijgen hoe Sebastiaan het door de eeuwen heen van gedegradeerde kapitein schopt tot patroonheilige van de schuttersverenigingen. Met ‘Sebastiane’ verlaten we het domein van de conventionele cinema en zijn we aanbeland in de zone tussen erotiek en kunst, tussen film en poëzie, tussen danstheater en avant-garde-experiment. Het tafereel waarin de camera ruim de tijd neemt om het naakte goddelijke lijf af te tasten van een knappe soldaat die zichzelf met water staat te besprenkelen, is het begin van een door hypnotiserende muziek van Brian Eno opgeluisterde beeldenstroom van Romeinse soldaten die in het zand met elkaar liggen te worstelen of met elkaar staan te dansen terwijl ze niets anders dragen dan een helm, een schouderpantser en een mini-g-string.

Dat de heren elkaar toespreken in ‘t Latijn, in ‘Sebastiane’ niet alleen een springlevend maar ook een verdomd sexy taaltje, verleent aan de beelden een extra fascinerende dimensie. Uit de armzalige decors blijkt dat Jarman met zeer beperkte middelen diende te werken, maar dat neemt niet weg dat we twee keer de adem inhielden. De eerste keer wanneer twee soldaten zich in een prachtige choreografie aan een dans wagen op het ritme van twee keien die tegen elkaar worden geslagen, en een tweede keer wanneer twee legionairs op een rots in zee zitten en hun oor tegen een zopas uit het water geviste schelp drukken.

Op die momenten proeft men iets van de visuele poëzie die Jarman voor ogen moet hebben gestaan, en het smaakt wonderlijk mooi. ‘Sebastiane’ lokte indertijd méér volk naar de Londense bioscopen dan de films van de toentertijd in arthousekringen immens populaire Rainer Werner Fassbinder.

‘Geen wonder,’ zei Jarman ooit al lachend. ‘Mijn film stak propvol homo-erotiek!’ Geen wonder ook dat de holebigemeenschap Jarman op handen droeg. Nog nooit had men een langspeelfilm gezien die zó vrijelijk omsprong met mannelijke erotiek, met homoseksualiteit, en met de curven en de rondingen van het mannelijke achterwerk. Vergeet niet: ‘Sebastiane’ kwam uit in een tijd dat de meeste holebi’s nog gewend waren om hun geaardheid voor de buitenwereld verborgen te houden.

Jarmans carrière was in ieder geval gelanceerd: in de jaren die volgden draaide hij muziekvideo’s voor Wang Chung (‘Dance Hall Days’), The Smiths, Pet Shop Boys (‘It’s a Sin’), Bryan Ferry en Marianne Faithfull, en met ‘The Tempest’ en het meesterwerk ‘Caravaggio’ wierp hij zich definitief op als één van de belangrijkste Britse filmmakers van zijn tijd. ‘Hoe zou u herinnerd willen worden?’ vroeg iemand hem ooit. ‘Ik zou het liefst in het niets willen verdwijnen,’ luidde het antwoord van de in 1994 aan aids overleden Jarman. ‘En mijn werk met me meenemen.’ Sorry, Meneer Jarman, maar dat laatste is dus niet gelukt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234