null Beeld

Ex-hoogspringer Sjöberg: misbruikt door trainer

Voormalig wereldrecordhouder hoogspringen Patrick Sjöberg heeft een boek uitgebracht waarin hij zegt misbruikt te zijn door zijn toenmalige coach en stiefvader Viljo Nousiainen. Andere atleten bevestigen zijn verhaal.
Humo sprak in 1987 met Sjöberg toen hij op het hoogtepunt van zijn sportieve carrière was. Daarin spreekt de Zweed over zijn moeilijke jeugd en de haat-liefdeverhouding met het moederland. U kunt het interview gedeeltelijk hier opnieuw lezen.

wv


Humo sprak met Patrick Sjöberg

Hoogspringfenomeen Patrick Sjöberg is tweeëntwintig jaar oud en heeft drie van de zes 2,40 m sprongen op zijn naam staan. We ontmoeten hem in Atalaya Park, één van de dure Spaanse vakantieclubs die als getto's aan de verminkte Costa del Sol liggen. Het is sinds jaren Sjöbergs vaste trainingsplaats. Oorspronkelijk kwam de Zweed naar Estepona omwille van het zachte klimaat - «In Zweden kan ik hooguit twee maanden per jaar in openlucht trainen.» - maar nu vindt hij het er aangenamer toeven dan thuis.

«In Zweden ben ik zowat een held. Ik word er geen seconde met rust gelaten en daarom wordt het steeds moeilijker om er te leven. Hier kan ik ongestoord trainen. Ik hou van het levensritme in Atalaya Park. Alles verloopt er traag. Natuurlijk weet iedereen wie ik ben, maar niemand dringt zich op. Een groot deel van de hotelgasten is er trouwens habitueé, er wordt nauwelijks opgekeken als ik in de zon ga liggen. Ik ben deel gaan uitmaken van Atalaya Park, al logeer ik niet meer in het hotel zelf. Dat heb ik lange tijd gedaan, maar nu heb ik een flat op tien minuten hiervandaan, heerlijk anoniem, zonder telefoon.»

Sinds vorig jaar, traint Sjöberg met Carlo Tränhardt, de Westduitser die deze winter als eerste in een zaal over 2,40 m sprong: twee toppers die samen oefenen en elkaar in elke wedstrijd coachen, ook al strijden ze om een Olympische medaille of een wereldrecord.

HUMO Hou je van trainen?

Sjöberg «Néé. Ik ben lang niet zo'n trainingsfreak als Carlo. Dat kom door ons verschil in leeftijd, denk ik. Hij is dertig en kan zich geen enkele verzwakking meer permitteren. Voor mij is hoogspringen mijn job, en om die job goed te doen moet ik trainen. Als ik tegen mijn zin zou trainen, was ik nooit een goeie hoogspringer geworden, maar ik ben er niet zo mee bezig. Ik kan na dit interview naar mijn flat gaan en twee dagen in bed liggen zonder mij zorgen te maken omdat ik niet train. Als ik train, geef ik me voor honderd procent, maar nadien vergeet ik het hoogspringen. Doorslaggevend is, wat je op de training uitvoert. Het helpt geen ene moer dat je er ook nog eens vijf uur over praat of analyses maakt. Zo kun je 't alleen maar kotsbeu worden. Ik probeer te relativeren. Als ik een blessure heb, zal ik mij nooit beginnen opvreten. Ik zoek dan gewoon oefeningen uit die ik kan doen zonder het geblesseerde lichaamsdeel te belasten. »

HUMO Waarom zijn er zoveel blessures in het hoogspringen?

undefined

Sjöberg «Omdat wij altijd op de grens moeten trainen. Voor een hoogspringer volstaat het niet dat hij zijn lichaam in vorm houdt, hij moet vérder gaan, tot op het punt dat hij net niet geblesseerd raakt. Het bepalen van dat trainingsniveau is bijzonder moeilijk. Doe je iets te veel, dan raak je geblesseerd maar als je iets te weinig doet, schiet je in de wedstrijden te kort. De juiste dosering vinden is een voortdurende wisselwerking tussen de coach, die van buitenaf observeert, en de atleet.»

HUMO Hoogspringen is niet echt gezond?

undefined

Sjöberg «Zeker niet, maar ik denk dat geen enkele sport op hoog niveau gezond is. Topsport is per definitie ongezond. Kijk naar ijshockeyspelers, handballers, voetballers, ze zijn altijd geblesseerd. Het is allemaal te extreem. Als je gezond wilt zijn, kun je beter drie maal per week tien kilometer lopen, en tussendoor rekkings- en gymoefeningen doen. Sport aan de top is te professioneel geworden. Je moet veel competitie doen, veel trainen, veel verplichtingen nakomen. Er blijft te weinig tijd over om te rusten.»

HUMO Sta je daar soms bij stil, of denk je: dat hoort erbij?

undefined

Sjöberg «Natuurlijk hoort dat erbij. Ik train tenslotte om te springen. Ik wil niet het hele jaar door trainen om hooguit tien meetings te doen. De Russen springen op vijf of zes grote meetings en dan presteren ze doorgaans erg goed, maar ik zou het niet kunnen. Ik doe dit al sinds mijn zestiende en ik kan niet zonder. Reizen, hotels, competitie, het is mijn leven. Als ik vier maanden per jaar in Zweden moet blijven, word ik gek. Nee, het is geen drug, het is Patrick Sjöberg. Ik hou ervan naar Zweden terug te keren, maar na een week wil er weer weg.»

undefined

undefined

Pedofilie in de sport: de eerste getuigenissen

Humo sprak met Patrick Sjöberg

HUMO Betekende het iets speciaals voor jou dat je het wereldrecord in Zweden brak?

undefined

Sjöberg «Ja, vooral omdat ik daarmee de mythe doorprikte dat ik in Zweden niet goed kon springen. Drie dagen voor Stockholm had ik in Göteborg 2,39 m gesprongen, maar daarvoor was ik nooit hoger dan 2,32 m geraakt. Daarom was het voor mij fantastisch dat ik dat record in Zweden brak, zonder dat je daar nationalistische gevoelens aan vast moet knopen.»

HUMO Zeker niet, want net zoals een aantal andere Scandinavische topsporters lijkt je me wat ontheemd.

undefined

Sjöberg «Ik heb tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds ben ik hooguit twee tot drie maanden per jaar in Zweden, ik zie veel andere landen en culturen, en daardoor wordt het moeilijk om mij nog Zweed te voelen. Maar anderzijds ben ik er geboren en getogen, en ik heb er al mijn echte vrienden. Hoe meer ik rondreis, hoe meer ik besef dat veel dingen heel goed zijn in Zweden, en veel andere heel slecht.»

«In Zweden wordt zorg gedragen voor alle mensen, iedereen voelt zich veilig, je hoeft er helemaal niet te werken. Als je een vervelende job aangeboden krijgt, kun je die rustig weigeren, de social welfare betaalt toch. Dat vind ik goed en slecht tegelijk. Ik ben een profatleet, en door de atletiek ben ik ook professioneel gaan denken: ik heb geleerd dat je om iets te bereiken, er eerst iets voor moet doen. Als je alles in je schoot geworpen krijgt zoals in Zweden, heb je tenslotte geen zin meer om een inspanning te leveren. Ik heb veel vrienden die niet werken en ik begrijp hen. Waarom zouden ze een oervervelende inspiratieloze job doen om iets meer te verdienen, terwijl ze zonder werken ook goed kunnen leven?.»

«Ik weet het, ons systeem streeft naar sociale rechtvaardigheid en herverdeling, maar in de praktijk werkt het vooral klassenbestendigend. Als kind had ik snel door dat ik in het verkeerde deel van de stad was geboren, uit de verkeerde ouders. Het leven in de suburbs is heel verschillende dan in de rijke buurten, waar kinderen de juiste opvoeding krijgen en hun papa de goede connecties heeft. Negentig procent van de jonge mensen in de suburbs aanvaardt vrij snel: 'Met mij wordt het niks in deze wereld. Ik word hoogstens een doorsnee Zweed, die werkt van negen tot vijf, in ruil voor vijf weken vakantie per jaar.' Het probleem is, dat er uit ons milieu vrijwel geen uitweg is. En door de social welfare wordt daar ook niet naar gezocht, de sociale voorzieningen zorgen ervoor dat de meeste mensen zich bij de bestaande situatie neerleggen. En wie dat niet doet, belandt meestal in de criminaliteit.»

HUMO Heb je een ongelukkige jeugd gehad?

undefined

Sjöberg «Het was niet bepaald een harmonieuze jeugd. Mijn ouders scheidden toen ik twee jaar was. Ik heb nooit een vader gehad, en mijn moeder studeerde nog. In de suburbs is de gezinsstructuur niet dezelfde als het rijke gedeelte van de stad: zij proberen samen te blijven, wij proberen te overleven.»

«Ik heb mijn vader in geen tien jaar gezien, ik heb er ook geen behoefte aan hem te ontmoeten. Ik beschouw hem niet als mijn vader. Een kind heeft zijn vader vooral nodig tussen vijf en vijftien jaar, en toen was hij er niet. Ja, hij verwekte mij maar dat vind ik geen verdienste.»

«Veel van mijn oude vrienden zijn criminelen geworden. Als ik het hoogspringen niet had gehad, was ik nu waarschijnlijk één van hen. In zekere zin heb ik dus geluk gehad.»

HUMO Je hebt rijkdom vergaard met het hoogspringen

undefined

Sjöberg «In het begin was het mij helemaal niet om geld te doen, ik wou gewoon de beste zijn. Maar op mijn zeventiende, achttiende jaar begon ik er een beetje aan te verdienen. Van dan af veranderen je ambities en motivering, omdat je beseft dat je kunt leven van iets waarvan je houdt. Je krijgt ook snel het systeem door: iemand betaalt je behoorlijk om te springen, dus moet die man daar zelf grof geld aan verdienen.»

«Als je hoogspringen en geldgewin op een weegschaal plaatst, helt die in het begin volledig naar het hoogspringen over, maar hoe langer je springt, des te meer die weegschaal in evenwicht komt. Nu redeneer ik: ik heb alles opgegeven voor het springen, ik kan misschien vijf of zes jaar aan de top blijven, als ik stop wil kunnen doen waar ik zin in heb. Want je mag toch niet vergeten dat ik veel gééf: aan bedrijven, federaties, clubs en toeschouwers. Daar mag wel wat tegenover staan, vind ik.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234