Ex-ministers over het zwarte gat (1): Hoe word je uitverkoren, wat doet een kabinetshofhouding met je ego en de macht met je ziel?

Wat maakt het ministerschap tot de heilige graal van de Wetstraat? Hoe word je uitverkoren, wat doet een kabinetshofhouding met je ego en de macht met je ziel? Kan een minister echt een steentje verleggen in de rivier, of is het vooral zaak gelaten frustratie te ondergaan?

'Misschien waren we vroeger te streng en hebben er teveel ministers ontslag genomen, maar vandaag lijkt geen enkele reden nog voldoende voor ontslag'

Het is een cliché dat bij iedere regeringsvorming veel gegadigden thuis nagelbijtend op het telefoontje van hun partijvoorzitter wachten, in de hoop dat ze op het paleis de eed als minister mogen afleggen.

Frank Vandenbroucke (10 jaar SP.A-minister, onder meer voor Sociale Zaken, Werk, Pensioenen en Onderwijs) «Echt nagelbijten deed ik niet, want ik had mee het regeerprogramma en de verdeling van de ministerposten onderhandeld. Mijn grootste probleem was dat ik het paleis niet kon vinden. Het was een zondagavond, dus gebeurde de eedaflegging niet op de gebruikelijke plaats, maar op het kasteel Belvédère in Laken. Dat ligt in een buurt van Brussel die ik niet zo goed kende en ik ben hopeloos verkeerd gereden. Ik kwam met zoveel vertraging aan dat Jean-Luc Dehaene al dacht dat er iets fundamenteel was misgelopen bij de Vlaamse socialisten in zijn regering (lacht).»

Patrick Dewael (16 jaar Open VLD-minister, onder meer Vlaams minister van Cultuur, minister-president, federaal vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken) «De eerste keer ben je een verrassing voor de oude krokodillen in de partij, die denken en hopen eeuwig minister te blijven. Vervolgens ben ik de hele tijd van de ene ministerpost in de andere gerold.

»De allereerste keer had Guy Verhofstadt me niet eens gebeld, en alle andere ministers wel. Ik vroeg me af wat er aan de hand kon zijn. Later die avond bleek dat hij gewoon vergeten was om me even te bellen (lacht).»

Kathleen Van Brempt (6 jaar SP.A-minister, onder meer staatssecretaris voor Werk en Vlaams minister van Mobiliteit) «Ik werd heel onverwacht staatssecretaris. Anissa Temsamani had ontslag moeten nemen omdat ze niet de hele waarheid over haar diploma had verteld. Ze hebben mij tot een stuk in de nacht moeten overtuigen om haar op te volgen. Ik twijfelde of ik wel staatssecretaris wilde worden onder voogdijminister Frank Vandenbroucke. Hij is immers niet altijd geneigd om zijn intellectuele dominantie te verbergen (lacht). Maar het aanbod weigeren, zelfs al waren er maar negen maanden tot de volgende verkiezingen, was geen optie bij Steve Stevaert

Inge Vervotte (6 jaar CD&V-minister, onder meer Vlaams minister voor Welzijn en federaal minister voor Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven) «Yves Leterme wilde nieuwe mensen lanceren in de regering, daarom zat ik mee aan de onderhandelingstafel. Dan kon men er intern alvast aan wennen (lacht). Het was niet gemakkelijk om in de fractie steun te krijgen voor Kris Peeters en voor mij. We hadden geen van beiden veel anciënniteit in de partij. Anderen zaten al veel langer in het parlement. Sommigen vonden dat ze veel meer recht hadden op het ministerschap, maar dat is nu eenmaal politiek. Het is niet altijd even voorspelbaar of logisch. Als je dat niet aankan, blijf je beter weg uit de Wetstraat.»

HUMO Waarom is het ministerschap het summum van een politieke carrière?

Dewael «Ik heb de eerste honderd dagen geweigerd om een interview te geven of zelfs maar iets te zeggen. Ik heb tijd gevraagd om mijn dossiers te bestuderen en te praten met veel mensen op het terrein. Daar werd eerst om gelachen in de pers, maar het werd nadien toch gewaardeerd. Ik denk niet dat vandaag nog iemand hetzelfde zou doen.

»In de politiek je wil dingen doen bewegen, en als minister zit je in het centrum van de politiek. Daarom geldt minister worden nog steeds als de bekroning van een politieke loopbaan.»

Van Brempt «Een paar dagen na de eedaflegging moest ik naar mijn eerste Europese ministerraad in Parijs. Daar begroette onze diplomaat me met ‘mevrouw de minister’. Toen dacht ik wel even: wat zégt die nu? (lacht)

»Mijn tijd als staatssecretaris was heel leerrijk, maar ik moest voortdurend opboksen tegen het vooroordeel dat ik daar alleen maar zat omdat ik een jonge vrouw was die paste bij de Teletubbies-machine. Sommige mensen hebben pas na een tijdje ontdekt dat ik ook hersenen heb (lacht).»

Vandenbroucke «Als minister zet je dingen in beweging. Je hebt het gevoel dat je echt iets kan dóén. Dat gevoel drijft ook veel goede politici naar het burgemeesterschap, omdat ze dan meteen de impact van hun beslissingen zien.»

'Politieke loopbanen ein digen altijd in tranen. Wie daar niet tegen kan, moet er niet aan beginnen'

HUMO Het edele ambt van volksvertegenwoordiger is dus tweede keus?

Vandenbroucke «Een loopbaan als parlementslid kan heel waardevol zijn, maar het lijkt een beetje uit de mode. Parlementsleden met echte macht of invloed vind je bijna niet meer. Parlementair werk is nochtans heel boeiend.»

Dewael «Ik heb als fractieleider en als kamervoorzitter hele mooie dagen gekend, tot de dag van vandaag zelfs. Oppositie voeren tegen Dehaene, daar heb je een hele kluif aan. Als voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen in Brussel ben ik ook met wezenlijke dingen bezig.»

Van Brempt «Ik heb me altijd beter gevoeld als Europees parlementslid. Het werk is internationaler, de dossiers overstijgen België. De sfeer is heel anders, je ligt ook niet permanent onder het vergrootglas van de media. Dat ligt me beter.»

HUMO Wat is het moeilijkste aan minister zijn?

Van Brempt «Omgaan met de media, vind ik. Ik was jong en de materie was vrij technisch, en er speelden veel belangen. Het ging goed, maar de kunst om complexe dossiers in één oneliner te vatten, beheers ik niet. Toch moest ik telkens opnieuw de schijnwerpers in. Dat was lastig.»

Vervotte «Ik vond het vooral spannend omdat ik nauwelijks politieke ervaring had. Je moet je dossiers niet alleen door en door kennen, je moet er ook een passie voor hebben. Anders lukt het niet. Als je alleen met strategie bezig bent, zit je fout.

»Je moet loyaal zijn aan je regeringsploeg en het regeerakkoord, en tegelijk moet je een partijboegbeeld blijven. Dat is soms moeilijk te combineren. Daarom zie je vandaag waarschijnlijk mensen die in de eerste plaats boegbeeld willen zijn, en pas daarna minister (lacht). Ik kon dat niet. Het is één van de redenen waarom ik uit de politiek stapte.»

'Je moet als minister vooral verliefd zijn op onderhandelen. Ik deed niets liever, het gaf me adrenaline' Frank Vandenbroucke


Dieet van pizza’s

HUMO Heb je als minister echt macht, of probeer je gewoon de boel zo goed mogelijk te beredderen?

Vandenbroucke «Daar zit ’m net het verschil tussen slagen en mislukken als minister. Als je met je ambtenaren en je kabinet projecten in beweging krijgt, verleg je echt een steen in de rivier. Je ondergaat de dingen niet zomaar.»

Dewael «Je kunt je als minister van Cultuur beperken tot subsidies verdelen en handtekeningen zetten. Maar bij ‘Vlaanderen Leeft’ zeiden we toch voor het eerst dat mode, design en popmuziek ook cultuur zijn. Vóór mij was er nog nooit een cultuurminister op de wei van Werchter geweest, hè.»

Van Brempt «Op sommige dagen voel je echt dat je iets positiefs hebt kunnen doen met je macht. Maar soms raak je gefrustreerd omdat je coalitiegenoten of je administratie je tegenwerken. Bij mij was de administratie loyaler aan Kris Peeters op Openbare Werken dan aan mij op Mobiliteit. Met zulke conflicten verlies je veel tijd.»

HUMO Waar hebt u een steen verlegd?

Vandenbroucke «Ik loop het risico pretentieus te klinken, maar ik heb wel een paar stenen verlegd. De maximumfactuur in de gezondheidszorg heeft met relatief weinig geld voor veel extra rechtvaardigheid gezorgd. Met de nieuwe financiering van het onderwijs hebben we de ongelijke behandeling van de netten beëindigd. Dat probleem sleepte al 50 jaar aan. En het kunstenaarsstatuut is mooi, maar nog niet perfect.»

Dewael «Mijn eeuwige socialistische tegenstrever Jos Van Elewyck had gezworen dat er nooit commerciële televisie in Vlaanderen zou komen, maar samen met de geschreven pers heb ik die toch mee gerealiseerd.»

Van Brempt «Als staatssecretaris heb ik een behoorlijke verlenging van het ouderschapsverlof kunnen afdwingen. En de basis voor de Vlaamse antidiscriminatiewetgeving hebben we gelegd toen ik Vlaams minister van Gelijke Kansen was. Ik ben ook trots dat ik de begroting voor De Lijn goedgekeurd gekregen heb, waardoor er nooit meer reizigers zijn geweest dan onder mijn ministerschap.»

Vervotte «Ik denk in alle bescheidenheid dat ik het preventiebeleid over zelfdoding mee op de kaart heb gezet. Intussen is het gebruikelijk om bij nieuwsberichten het nummer van de zelfmoordlijn te zien. Ik heb ook de bijzondere jeugdzorg meer middelen kunnen geven dan voorzien.

»Ik was de eerste minister die alle partijen in de gezondheidszorg heeft samengezet om cao’s te onderhandelen, voordien gebeurde dat met elk apart. Ik heb iedereen een week opgesloten in een verschrikkelijke administratieve toren: links een tafel vol werkgevers, rechts een tafel vol vakbondsmensen, en een tafel met alle betrokken kabinetten en ik in het midden. Sommigen dachten dat ik er mijn tanden op ging stukbijten, maar na een week praten op een dieet van pizza’s hebben we een mooie cao afgesloten. Dat was bovendien de eerste die vrij probleemloos is uitgevoerd. Daar praten ze nog over.»

HUMO Moet een minister zijn dossiers goed kennen, of vooral de volgende verkiezingen kunnen winnen?

Vandenbroucke «Je moet vooral verliefd zijn op onderhandelen. Achtereenvolgens met artsen, ziekenfondsen, vakbonden, partijvoorzitters en het kernkabinet je dossiers onderhandelen: ik deed niets liever, het gaf me adrenaline. Als je uiteindelijk een akkoord bereikt, is dat een echt moment van geluk.

»Je moet gevechten willen winnen, maar je moet ook kunnen geven en nemen. Zeker in België, met zoveel partijen en gevoeligheden.»

Dewael «Je moet je dossiers kennen én verkiezingen kunnen winnen. Ook de debatten met de oppositie in het parlement moet je aankunnen, daar zaten we uren op te blokken. Als ik iets deed wat de pers niet zinde, kreeg ik een lawine aan opiniestukken te verwerken. Maar de verkiezingen daarop haalde ik mijn hoogste score, dus je kunt een beleid voeren en tegelijk verkiezingen winnen.

»Nu communiceren regeringsleden soms niet meer over hun beleid, ze beperken zich tot wat sterke uitspraken om te scoren bij een bepaald publiek. Iedereen weet dat die uitspraken alleen maar retoriek zijn.»

Van Brempt «Je materie kennen blijft het belangrijkste. Ik ben niet één keer afgegaan in het parlement omdat ik een dossier niet kende. Maar ik denk niet dat dossierkennis vandaag nog als de grootste kwaliteit van een politicus gezien wordt.»

Vervotte «Ik heb het altijd belangrijker gevonden om gewaardeerd te worden als bestuurder dan als stemmentrekker. Alleen zo kun je vertrouwen opbouwen om dingen gedaan krijgen. De politiek als ruilhandel – ik heb voor jou gestemd, dus nu moet jij iets voor mij doen – heeft me nooit gelegen. In een regering moet iedere coalitiepartner zich goed blijven voelen bij de besluitvorming. Het verbaast me dan ook hoe ministers elkaar nu bestempelen als concurrenten. Besturen is toch meer dan de waan van de dag bespelen om stemmen te halen?

»Ik zat liever aan een onderhandelingstafel dan voor een persconferentie. Sommige ministers werden gek van dat eindeloze overleg, maar ik deed niets liever. Ik werd dan weer ongemakkelijk van alle spelletjes die in de Wetstraat gespeeld worden.»

Vandenbroucke «Ik verbaas me over regeringsleden die voortdurend tweets sturen. Over van alles en nog wat, desnoods over de kleur van het gras in hun tuin. Dat is nooit vertoond door een regering. Waar halen ze de tijd vandaan? Je moet resultaten neerzetten, geen tweets. Maar meningen ventileren blijkt ook voor de pers even relevant als beleid voeren.»

'Een minister wordt overal vorstelijk onthaald. Dat zoiets je raakt, is menselijk' Patrick Dewael


Gevoel van euforie

HUMO Streelt het ministerschap je ego? De titel, de auto met chauffeur, een kabinet dat altijd klaar staat?

Vervotte «Ik heb liever invloed dan aandacht, en die twee gaan vaak niet samen. Ik heb me nooit geïdentificeerd met de functie. Ik stelde me op buitenlandse studiedagen, waar ik privé was, voor als ambtenaar, niet als minister. Dat praatte veel makkelijker. Toen ik geen minister meer was, hadden andere mensen het daar lastiger mee dan ik. Ze wisten niet goed hoe ze me moesten aanspreken, wat ze moesten verwachten. ‘Zet u maar op de eerste rij, hoor.’ Terwijl ik zo graag in het midden van de zaal zit (lacht).»

Dewael «Een minister wordt overal vorstelijk onthaald. Dat zoiets je raakt, is menselijk. Maar je agenda neemt soms je leven over, door verplichtingen waarvan je het nut niet helemaal ziet. Dat is vervelend. Sommige ministers identificeren zich zo met hun ministerschap dat ze zonder die functie een stukje identiteit kwijt zijn. Dat is mij nooit overkomen.

»Je kabinet kies je zelf, dus heb je het volledig zelf in de hand of het een groep hovelingen wordt, of een groep kritische medewerkers die projecten helpt uitbouwen.»

Vandenbroucke «Je went snel aan de omstandigheden, omdat het vaak niet anders kan. Een parlementslid kan met de trein reizen, maar ministers zeulen elke dag met koffers vol dossiers, moeten van hot naar her, en willen hun verplaatsingen gebruiken om te bellen of te lezen. Een auto met chauffeur is dus geen luxe, maar een noodzaak. Het heeft me echt geen moeite gekost om nadien zonder chauffeur of kabinet te leven.»

Van Brempt «Je beseft wel dat het heel artificieel is. Onlangs zag ik Bart Tommelein op een colloquium zijn zoveelste speech van de dag geven, om meteen daarna naar de volgende verplichting te vertrekken. Toen voelde ik medelijden, en was ik blij dat ik het niet meer hoefde te doen. Je kunt ook geen vrijblijvend gesprek meer voeren. Op iedere receptie word je aangeklampt door mensen die iets van je willen.»

HUMO Is het verslavend, samen tot na middernacht doorwerken: wij tegen de wereld?

Vandenbroucke «Verslavend is sterk uitgedrukt, maar ik heb altijd genoten van gesprekken en debatten met kabinetsleden en ambtenaren. Je moet een sfeer creëren waarin dat open kan gebeuren, en niet verwachten dat je alleen maar gelijk gaat krijgen.»

'Ik moest opboksen tegen vooroordelen. Sommigen hebben pas na een tijdje ontdekt dat ik hersenen heb' Kathleen Van Brempt

Van Brempt «Ik hou nog ieder jaar een reünie met iedereen die ooit op mijn kabinetten gewerkt heeft. Het wordt een tweede familie, een clan waarmee je meer tijd doorbrengt dan met je partner. Je moet wel oppassen dat je niet in een bubbel terechtkomt waarin iedereen je altijd gelijk geeft. Je bent gezegend als je mensen vindt die tegelijk loyaal en kritisch kunnen zijn.

»Je medewerkers moeten helemaal op dezelfde lijn zitten, anders lukt het niet. Ik heb zelfs het risico genomen om een hele goede vriendin als kabinetschef te nemen. Dat had rampzalig kunnen aflopen voor onze vriendschap.»

Dewael «Je krijgt een collectief gevoel. Soms van euforie, als je je begroting erdoor gehaald hebt, of een wet goedgekeurd gekregen hebt. Dat is meer dan leuk. Maar in moeilijke momenten moet je diep in elkaars ogen durven te kijken en genadeloos elkaars fouten analyseren.»

Vervotte «Als er veel talent op je kabinet zit, leer je enorm veel. Je moet durven en kunnen vertrouwen op je kabinet, zonder hun wijsheid lukt het je nooit. Het is heel intensief, maar als de sfeer goed zit, als er respect, vertrouwen en waardering is bij iedereen, dan is het mooi om te mogen meemaken hoe mensen tot het uiterste willen gaan.»

'Ik verbaas me over regeringsleden die voortdurend tweets sturen. Waar halen ze die tijd vandaan?'

HUMO Wat was het moeilijkste aan minister zijn?

Vervotte «Daar heb ik veel van verdrongen (lacht). Als ik het zou overdoen, zou ik meer aangedrongen hebben om sommige compromissen te forceren. Soms onderhandel je te voorzichtig, en stel je nadien vast dat het probleem alleen maar groter geworden is, en nog moeilijker op te lossen.

»Ik was in 2004 al bezig met pensioenen en arbeidsmarkt, met inzetten van ieders talenten in de samenleving. Daar zijn nog altijd geen beslissingen over genomen. Dat duurt al veel te lang.»

Dewael «Migratie en asiel is een lastig domein. Je weet dat je niet de hele wereld kunt binnenlaten en dat je mensen moet tegenhouden of terugsturen. Maar eens je dat doet, krijgen die vluchtelingen een gezicht. En een buurtcomité achter zich, want die ene vluchteling is altijd de beste en de meest geïntegreerde, en jij bent een onmens als je hem terugstuurt. Dat vond ik heel moeilijk om mee om te gaan. Vluchtelingen die in hongerstaking gaan, gebruiken zeker een chantagemiddel, maar tegelijk is het een wanhoopsdaad.»

Van Brempt «Ik vind het spijtig dat ik niet kon ingaan tegen de toen al duidelijke trend van vervuilende dieselwagens, groeiende files en gebrekkig openbaar vervoer. Er kwam te weinig politieke steun en de lobby’s hadden te veel macht. We zullen hoe dan ook een kilometerheffing moeten invoeren, maar in plaats van daar werk van te maken, zijn politici er bang voor.»

'Kris ­Peeters (rechts) en ik hadden geen van beiden veel anciënniteit in de partij. Anderen vonden dat ze veel meer recht hadden op het ministerschap' Inge Vervotte


Herwonnen vrijheid

HUMO Welke minister van een andere partij dan de uwe vond u een absolute topper?

Dewael «Johan Vande Lanotte kon enorm werken, hij was een keiharde onderhandelaar. Je kon hem niet in een hoekje duwen, maar hij was wel altijd correct en trouw aan zijn gegeven woord.»

Van Brempt «Ik had eerst vooroordelen over Inge Vervotte. Ze was nog jonger dan ik, maar ik ben zelden een meer authentieke politica tegengekomen. Ze was nooit bang te zeggen waar ze voor stond. Ik weet zeker dat ze vandaag een meerwaarde zou zijn in het migratiedebat.»

Vervotte «Ik kijk toch even in mijn partij. Koen Geens is heel erudiet en weet goed waar hij wil uitkomen.

»Het zal veel mensen verbazen, maar ik heb heel graag samengewerkt met Laurette Onkelinx. Zij beheerste niet alleen perfect haar dossiers, maar verdedigde die ook met passie. Dat mag, politiek moet niet té zakelijk worden. Je kon haar bellen en rechtstreeks met haar een akkoord maken, terwijl andere ministers zich vaak verscholen achter hun kabinet of partijvoorzitter. Onkelinx kon, mocht en wilde zelf beslissingen nemen. Dat maakt van iemand een goede minister.»

Vandenbroucke «Louis Michel was een technocraat en een dossiervreter, maar hij kon en durfde vooral zijn mening geven. Mede dankzij hem heeft België geweigerd om deel te nemen aan de invasie in Irak. Daar ben ik nog altijd fier op, en de geschiedenis heeft ons volkomen gelijk gegeven.»

HUMO Waren beroepsethiek en je verantwoordelijkheid nemen voor een minister vroeger belangrijker dan nu?

Dewael «Als er iets fout loopt, kan je de verantwoordelijkheid nemen en opstappen, of je kan de verantwoordelijkheid nemen en het proberen recht te trekken. Beide standpunten zijn verdedigbaar, zeker als je zelf geen fout heb gemaakt. Soms kan je ontslag de regering redden, soms veroorzaakt het alleen maar meer schade. Ik denk niet dat het dertig jaar geleden anders was. Vaak hangt het af van de premier: zonder de druk van Dehaene zou Stefaan De Clerck waarschijnlijk niet afgetreden zijn na de ontsnapping van Dutroux

Vandenbroucke «Misschien waren we vroeger te streng en hebben er te veel mensen ontslag genomen, maar vandaag lijkt geen enkele reden nog voldoende om ontslag te nemen. Ik ben van de school van Lord Carrington, die ontslag nam als Brits minister van Buitenlandse Zaken toen Argentinië de Falklands binnenviel. Die man kon dat niet weten, laat staan het voorkomen, maar toch nam hij de verantwoordelijkheid. Dat is hoe het zou moeten.

»Er is ook maar weinig beroepsethiek meer: toen ik minister was, vormde de regering één blok. Vandaag komt de oppositie vanuit de regering zelf. Het is een verzameling individuen met botsende opinies. Ministers zeggen compleet het tegenovergestelde van de premier, maar in plaats van dan hun ontslag aan te bieden, blijven ze rustig zitten. Ik kan daar niet bij.»

HUMO Dan komt de dag dat de auto met chauffeur niet meer klaarstaat. Gaapt dan het zwarte gat?

Van Brempt «Bij mij kwam het behoorlijk hard aan, omdat ik het niet had zien aankomen. Eigenlijk was ik collateral damage, omdat Caroline Gennez Frank Vandenbroucke niet meer in de volgende Vlaamse regering wou. Dat kreeg ze alleen uitgelegd door te zeggen dat er een hele nieuwe ploeg moest komen. Nu goed, dat is inmiddels verwerkt zonder rancune.

»In mijn eerste week terug in Straatsburg zat ik buiten op een bank in stralend nazomerweer en overviel me plots een enorme rust. Ik besefte dat ik liefst van al in het Europees Parlement ben. En toen was het weer goed.»

Dewael «Ach, je spreekt je kabinet toe, verwelkomt je opvolger en iedereen gaat naar huis. En dan besef je dat je niet thuis geraakt, omdat je geen auto met chauffeur meer hebt en moet je een vriend bellen om je te komen halen. De dagen erna zijn hectisch, want je hebt geen secretariaat meer en je moet ieder praktisch probleem zelf oplossen. Maar dat went al na een paar dagen. Je wentelen in de herinnering aan het ministerschap helpt je niet vooruit.»

Vandenbroucke «Politieke loopbanen eindigen altijd in tranen, ik ken er weinig die niet slecht of bitter zijn afgelopen. Wie daar niet tegen kan, moet er niet aan beginnen. Op het ogenblik zelf ervaar je je ontslag als dramatisch en onrechtvaardig. Dat is het ook, maar het is nu eenmaal onvermijdelijk.

»Nadien moet je vooral zien te vermijden dat je een has-been wordt, die alleen nog zijn herinneringen koestert. Daarom hoor je mij nog zo weinig over de beleidsdomeinen die me ooit passioneerden.»

Vervotte «Ik heb zelf besloten om uit de politiek te stappen. Dat was atypisch, heb ik gemerkt. Communicatie en profilering werden steeds belangrijker, en de debatten steeds polariserender en persoonlijker, maar ik heb nooit de ambitie gehad om iedere week de pers te halen met straffe uitspraken. Dan kon de partij beter mensen vooruitschuiven die daar beter in zijn dan ik.

»Ik heb vooral moeten wennen aan mijn herwonnen vrijheid, de luxe om anderhalf uur ergens te kunnen blijven plakken, een wandeling in de stad te kunnen maken. Als je je persoon niet laat samenvallen met je functie, valt het allemaal best mee. Ik heb als jonge vakbondsvrouw van twintig de drama’s bij Sabena meegemaakt, toen mensen in zware depressies belandden en zelfs zelfmoord pleegden omdat de Sabena-familie ophield te bestaan. Toen heb ik geleerd dat je je nooit met je job mag vereenzelvigen, dat je je nooit mag vastklampen aan een stoel.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234