null Beeld

Ex-profwielrenner Kurt Hovelijnck na de schedelbreuk en het hersentrauma

In 2009 ging Kurt Hovelijnck (35), toenmalige knecht van Tom Boonen bij Quick-Step, op training hard tegen de grond. Hij belandde in een coma en werd drie weken later wakker zonder schedel. ‘Ik was gedeeltelijk verlamd. Mijn geur was weg, mijn smaak ook. Ik was voor mijn vrouw een andere man geworden.’ Zeven jaar later blikt Kurt Hovelijnck nog een keer terug op zijn noodlottige tuimeling. ‘Je denkt veel vrienden te hebben, tot je valt langs de Schelde en er amper nog iemand overblijft.’

'Je kunt niet kwaad zijn op een sport, maar ik heb door de koers meer verloren dan gewonnen'

Kurt Hovelijnck herinnert zich haarscherp de fierheid toen hij eind 2008 de overstap maakte van opleidingsploeg Topsport Vlaanderen naar Quick-Step, ’s lands absolute vedettenteam. Hij zette zijn krabbel, schudde ploegbaas Patrick Lefevere de hand, leerde kopman Tom Boonen kennen en reed in zijn gloednieuwe tricot lijnrecht naar zijn oude lagere school in het Meetjesland. Toen de kleine Kurt vroeger hardop droomde van een leven als coureur, werd die ambitie door zijn leerkracht weggelachen. Daarom reed hij nu in Quick-Step-tenue naar de school, gewoon om even gedag te zeggen: ‘Voilà, daar verschiet ge van, hè.’

Acht jaar later herinnert ten huize Hovelijnck alleen een grote foto aan het onbegrensde geluk van toen. Zijn leven is met een bulldozer overhoopgehaald.

Kurt Hovelijnck «Ik tekende bij Quick-Step en mijn vrouw vroeg: ’Wat ga je eigenlijk doen na je wielercarrière?’ Daar stond ik niet bij stil. ‘Dat zien we dan wel,’ zei ik.»

HUMO Amper een paar maanden na de ondertekening van je contract spatte de droom al uiteen.

Hovelijnck «In één seconde was alles voorbij.»

HUMO Wat is er precies gebeurd?

Hovelijnck «Op 17 maart 2009 ging ik trainen met Wouter Weylandt, een ploegmaat bij Quick-Step, op het jaagpad tussen Zwijnaarde en Oudenaarde. Wouter kende ik al jaren. Samen met Iljo Keisse, Dimitri De Fauw en Bert De Backer vormden wij een trainingsgroep. Rijdend op het jaagpad wachtten Wouter en ik op Iljo, die ons die dag zou vervoegen. In Zingem trokken we een spurtje. Heel onschuldig, maar ook ongenadig. Op volle snelheid brak het achterstel van mijn fiets af, waarna het wiel loskwam en ik met mijn hoofd tegen de grond sloeg.

»Er droop bloed uit mijn oren, maar ik was nog bij bewustzijn. Dat leek althans zo, vertelde Wouter me later. Ik kraamde wartaal uit. Een paar weken voordien was Wouter op hetzelfde jaagpad ook al getuige van een dodelijke val geweest. Hij belde meteen een ambulance en drong aan op een MUG. Had hij daar niet op aangedrongen, dan was ik hier waarschijnlijk niet meer.»

HUMO Wat herinner je je nog van die dag?

Hovelijnck «Helemaal niks. In het UZ Gent was ik kennelijk uitzinnig van woede. Ze bonden me met riemen vast aan het bed, heeft mijn vrouw verteld. ‘Blijf van mijn lijf!’ riep ik. Ik had een schedelbreuk en een hersentrauma. De druk op mijn hersenen was bovendien zodanig groot dat de artsen beslisten om mijn schedelpan weg te nemen, waarna ik negentien dagen in een kunstmatige coma lag, zonder schedel.

undefined

null Beeld

»Er stond een televisie in mijn kamer. Om me te stimuleren, werd die afgestemd op de koers. Ik lag daar, weg van de wereld, terwijl op mijn kamer de E3-prijs en de Ronde van Vlaanderen werden uitgezonden. Koersen waarin ik aan de start had moeten staan. In die negentien dagen ben ik alles verloren waar ik zo lang voor had getraind. Ik was ook veertien kilogram spieren kwijt. Wetende dat mijn vetpercentage voor die bewuste val slechts 5,4 procent bedroeg, was ik na negentien dagen letterlijk vel over been. Ik woog nog 61 kilogram.»

HUMO Herinner je je nog iets van het ontwaken?

Hovelijnck «Ontwaken doe je niet in één keer. Je wordt af en toe wakker en valt opnieuw in slaap. Ik heb slechts vage herinneringen aan het definitieve ontwaken. Ik deed mijn ogen open en iemand duwde mij een spiegel in de hand. Mijn hoofd was ingedeukt. Artsen vertelden me dat mijn schedel elders in de kliniek was opgeborgen. Ik schoot in de lach, en die lach legde al mijn miserie bloot: aan de ene kant van mijn gezicht was er beweging te zien en ging mijn mondhoek omhoog, de andere kant reageerde niet. Ik was partieel verlamd, wist niet wat me was overkomen en lag in een kamer van het UZ Gent zonder schedel, maar met een harde helm naast mijn bed. Begin er maar aan.»

HUMO Herkende je je vrouw en zoon nog?

Hovelijnck «Ja. Terwijl ik in coma lag, heeft mijn zoon Orlando een audioboodschap ingesproken. Mijn vrouw heeft die boodschap vaak afgespeeld in mijn oor, om me te prikkelen. Ik herkende hen nog, maar voelde mij bij het ontwaken een vreemde in mijn eigen wereld. Alles was nieuw voor me. Ik wist niet meer waarvoor een mes en vork dienen, ik herkende geen aardappelen meer, geen bloemkool, niks. Iemand stak eten in mijn mond en ik wist niet wat te doen. Mijn geur was weg, mijn smaak ook. Aan ploegleider Rik Van Slycke vertelde ik dat ik duivenmelker wilde worden. Bleek er iedere dag een duif op de vensterbank van mijn kamer te zitten.

'Elke keer als ik mijn bed verliet moest ik die helm opzetten, om mijn ingedeukte hoofd te beschermen'

»Iemand zei me dat deodorant lekker ruikt. Ik kende dat woord niet, deodorant, nam het busje, spoot rechtstreeks in mijn neus en rook niks. Alle woordenschat was ook verdwenen. Een trampoline? Nooit van gehoord. Ik was een klein kind dat alles nog moest leren. Rekenen, schrijven, lezen – zelfs autorijden, via een computerprogramma. En altijd opnieuw moest ik die helm opzetten als ik mijn bed verliet, om mijn ingedeukte hoofd te beschermen.»

HUMO Dacht je toen nog aan de koers?

Hovelijnck «Ja, vaak. Ik besefte de ernst van de situatie niet en dacht snel in het peloton te kunnen terugkeren.»

HUMO Wanneer drong die ernst tot je door?

Hovelijnck «Na mijn ontslag uit het ziekenhuis, wéken na de val, toen mijn hersenen langzaam recupereerden van de klap. Stap voor stap kwam de herkenning terug, net als de woordenschat en de coördinatie. Ik lag in een ziekbed in de woonkamer bij ons thuis, en keek de hele tijd naar het plafond. Ik voelde aan mijn benen, merkte hoe dun die waren geworden, hoe slap, hoe onbeduidend, en verloor alle moed. Ik vreesde nooit nog te kunnen koersen en erger, nooit nog een normaal leven te kunnen leiden. ‘Het is hier gedaan met mij,’ dacht ik. Gedaan met de renner, gedaan met de mens. Ik zag niet in hoe ik ooit nog normaal kon functioneren en ik gleed steeds dieper weg. Niemand die wist wat er in mij omging. Kwamen er mensen op bezoek, dan zei ik: ‘Jaja, komt wel goed.’ Maar in werkelijkheid had ik alle hoop opgegeven.»

HUMO Belandde je in een depressie?

Hovelijnck (knikt) «Ik zag geen uitweg meer. Mijn gemoed werd steeds zwarter, tot ik uiteindelijk zelfmoordgedachten kreeg. Ik overliep alle opties, kroop in de auto, reed keihard, maar zag dan in gedachten mijn zoon voorbijflitsen. En ik remde. Een psycholoog heeft me achteraf geholpen om alles te plaatsen.»

HUMO Hoe heeft jouw vrouw dit allemaal beleefd?

Hovelijnck «Marie-Lou heeft me ongelofelijk hard gesteund. Zij wist hoe ik me voelde. Zij heeft ook alles gezien en meegemaakt, ik niet. En bovendien: na die val was ik voor mijn vrouw een andere man.»

HUMO Wat bedoel je daarmee?

Hovelijnck «Mijn karakter is veranderd na die val, daar hadden de mensen van de dienst neurologie ook voor gewaarschuwd.»

HUMO Het frontaal syndroom?

Hovelijnck «Ja.»

HUMO Net als Johan Museeuw na de crash met zijn Harley Davidson in het jaar 2000. Plots sprak hij over zichzelf in de derde persoon enkelvoud.

Hovelijnck «Vroeger liet ik makkelijk over me heen lopen, nu niet meer. Zeker het eerste jaar na de val was die karakterwijziging duidelijk zichtbaar. Kort na mijn ontslag uit het ziekenhuis reed ik voor het eerst met de auto. Mijn vrouw en zoon waren ook mee. Vlak bij ons huis vond die dag een wielerwedstrijd plaats, en een seingever weigerde ons de doorgang naar onze straat. Er restte nog een kwartier tot de wedstrijd begon, de man had dus geen reden om ons de weg te versperren. We raakten in discussie. De man kende mij niet, wist niet dat ik de koers goed ken. Ik zei hem: ‘Meneer, er is nog tijd genoeg. Laat mij maar door.’ De discussie werd steeds heviger, de man hield voet bij stuk, tot ik uitstapte en schreeuwde: ‘Kameraad, ik ga nú gas geven, hè. Als je blijft staan, rijd ik u omver.’ De stoom kwam uit mijn oren. Ik wilde uitstappen, maar mijn vrouw trok me terug de auto in. En ik bén naar huis gereden. Dat zou ik vroeger nooit hebben gedaan. Ik voelde me ongeremd.

null Beeld

»Iets later begon ik bij een discussie plots tegen mijn zoon te schreeuwen, en ik dacht: ‘Wat is er in godsnaam met mij gebeurd?’ Het verhaal dat iedereen behalve de patiënt zelf doorheeft dat zijn karakter is gewijzigd, klopt niet: ik schrok van mijn eigen gedrag.»

HUMO Ben je vaak kwaad geweest op jezelf?

Hovelijnck «Op mezelf? Waarom?»

HUMO Omdat je op het moment van de val geen helm droeg.

Hovelijnck «Dat was dom, dat klopt. Anderzijds was mijn nek misschien gebroken als ik een helm had gedragen en dan was er van mij helemaal geen sprake meer. Wouter Weylandt is in 2011 gestorven in de Giro. Hij droeg ook een helm. Stig Broeckx droeg er ook één.»

HUMO Wat is er eigenlijk met de fiets gebeurd?

Hovelijnck «Nog voor die degelijk onderzocht kon worden, heeft de constructeur hem naar de Verenigde Staten teruggehaald.»

HUMO Was er sprake van een constructiefout?

Hovelijnck «Geen idee. Misschien wel, misschien niet. Ik zal het nooit weten. Wellicht wilde de ploeg het niet riskeren om in conflict te gaan met zo’n machtig bedrijf, nota bene sponsor van de ploeg. Ik was kennelijk maar een onbelangrijke renner.»


Voor vrouw en kind

HUMO Dat je de val hebt overleefd, is ongelofelijk. Dat je nadien opnieuw renner werd, is onwaarschijnlijk. Waarom ben je niet gewoon gestopt?

Hovelijnck «Mijn verhaal was nog niet geschreven. Vergeet niet: ik kende in mijn leven tot dan toe niks anders dan de koers. Als kind droomde ik van het profpeloton. Ik had net bij Quick-Step getekend en wilde mijn droom na die val niet zomaar opgeven. Het ging ook beter met mij. De donkere gedachten dreven weg, ik kreeg weer moed en vertrouwen en wilde mijn oude leven terugwinnen. Ik heb mij echt kapot getraind om weer mijn niveau te halen. Met dank aan mijn schoonvader, die me meenam op training.

undefined

'Altijd opnieuw vroegen journalisten naar mijn val, tot 'De laatste show' toe, en altijd werd de naam van mijn ploeg vermeld. Ik was een rijdend reclamepaneel'

»Ik herinner mij het eerste moment nog dat ik op de fiets kroop. Thuis was dat, op de rollen in de woonkamer. Ik hield het geen twintig minuten vol, op de lichtst mogelijke versnelling, en zakte ineen toen ik van de fiets stapte. Maar ik bleef vechten, dag na dag, week na week. Om uiteindelijk snel terug mijn plaats op te eisen. En vreemd genoeg keerde die ijver zich tegen me. Mensen minimaliseerden de val. ‘Nu al terug op niveau? Die crash zal zo erg niet geweest zijn.’»

HUMO Terwijl je carrière toch gebroken was: ondanks het beulenwerk zat de absolute top er niet meer in.

Hovelijnck «Dat deed pijn. Op de ploegvoorstelling van Quick-Step in 2010, negen maanden na mijn val, werd ik bedolven onder de lof. Maar op het einde van het seizoen kreeg ik een brief in de bus: Quick-Step verlengde mijn contract niet. Gedaan. Patrick Lefevere heeft dat nooit in mijn gezicht gezegd, en dat vind ik jammer. De jaren nadien reed ik bij kleinere ploegen, maar ik kon nooit nog aan de top meespelen.»

HUMO Jouw situatie toont perfect aan hoe hard de koers is.

Hovelijnck «Op het moment zelf besef je dat niet, maar toch is het zo: een renner is vervangbaar. Hij is niets meer dan een nummer. ‘Is renner A op zijn hoofd gevallen? Geen probleem, dan nemen we gewoon renner B.’»

HUMO Ondanks je tanende carrière bleef je hard trainen en vechten. Was de aantrekkingskracht van het profwielrennen zo groot?

null Beeld

Hovelijnck «Als prof zit je in een cocon, zeker bij Quick-Step. Alles is fantastisch: reizen naar verre landen, een eigen kok, masseur, mecanicien, en dat viel plots weg. Dus is het toch logisch dat ik dat leven alsnog probeerde terug te winnen? Ik had er alles voor over. Tegelijk was er ook de angst voor het zwarte gat: ik wilde zo lang mogelijk doen wat ik al mijn hele leven deed. Al leverde het op de duur maar 24.000 euro per jaar op – bruto, welteverstaan. Niks dus. Ik kon het niet laten. Dankzij de koers wérd ik iemand. Mensen waren trots op me.»

HUMO Had je geen schrik voor nieuwe valpartijen?

Hovelijnck «Neen, omdat ik geen herinneringen heb aan mijn val langs de Schelde. Ik mengde mij in iedere spurt, kroop telkens door het kleinste gaatje.»

HUMO Ook in het tweede deel van je carrière ben je vaak gevallen. Hárd gevallen.

Hovelijnck «Dat klopt. In de Tour du Poitou-Charentes ging ik in vijf dagen drie keer stevig tegen de grond. Telkens omdat iemand die voor me reed gevallen was, maar ik had de perceptie tegen: Kurt kan het niet meer, Kurt heeft neurologische problemen, Kurt zou beter stoppen. Ik reed bij kleine teams en die zagen hun publicitaire waarde stijgen telkens als ik in de media werd opgevoerd. Altijd opnieuw vroegen journalisten naar de val, tot ‘De laatste show’ toe, en altijd werd de naam van de ploeg vermeld. Ik was een rijdend reclamepaneel.»

HUMO Wie heeft je uiteindelijk aangezet om er definitief mee te stoppen?

Hovelijnck «Ik had me die bedenking zelf ook al gemaakt, maar op een dag vroeg mijn zoon: ‘Pa, wil jij zoals Wouter (Weylandt, red.) eindigen?’ En kort daarop zei mijn vrouw: ‘Zou je er niet beter gewoon mee stoppen?’ Toen wist ik dat er geen andere weg meer was. Ik was moegestreden en ben in 2013 definitief gestopt.»


Op het kruispunt

HUMO De koers heeft je quasi alles afgepakt. Jouw ex-ploegmaat Frederiek Nolf werd niet meer wakker op zijn hotelkamer in Qatar, begin 2009. Datzelfde jaar viel jij en stapte Dimitri De Fauw uit het leven. Iljo Keisse was intussen in een dopingzaak verwikkeld en in 2011 stierf Wouter Weylandt in de Giro. Jullie vriendengroep werd ongenadig uitgedund.

Hovelijnck «Het is ongelofelijk wat er is gebeurd. Ik leek wel de volgende op de lijst. Nu staan er doodsprentjes op de schouw. Ik herinner mij de laatste trainingsrit met De Fauw, hoe hij drie uur aan een stuk over zijn leven vertelde, hoe hij me een laatste keer vastpakte en ik nadien tegen mijn vrouw zei: ‘Er scheelt iets met Dimi.’ Dat snijdt nog altijd. Idem bij Wouter. Hij heeft mijn leven gered langs de Schelde door aan te dringen op een MUG. Helaas kon ik hém niet helpen in Italië, toen hij zelf viel. Ik kamp met een schuldgevoel, hoewel dat wellicht onterecht is.»

undefined

'Ik ben met de fiets al een paar honderd keer de plek gepasseerd waar ik op 17 maart 2009 op de grond lag, in die plas bloed. Het doet me niks'

HUMO Ben je kwaad op de koers?

Hovelijnck «Ik heb er alleszins meer door verloren dan gewonnen. Maar kwaad? Je kunt niet kwaad zijn op een sport. Pas achteraf zie je de gevaren in, vooraf niet. Je begint aan een wielerleven en geniet er gewoon van. Handtekeningen uitdelen, op de foto met fans, geld verdienen, interviews geven. Je bent blind voor de gevaren en beseft niet dat je in een parallelle wereld leeft. Ik heb de keerzijde van de koers gezien. Als je wint, of bij een grote ploeg rijdt, zegt iedereen goeiedag. Rijd je bij een klein team, dan kent niemand je nog. Je denkt veel vrienden te hebben, tot je valt langs de Schelde en er amper nog iemand overblijft.»

HUMO Was je vrees voor het zwarte gat gegrond?

Hovelijnck «Ja, eigenlijk wel. Je stopt ermee, gaat slapen, staat de volgende dag op en stelt jezelf de vraag: ‘En nu?’ Bij iedere sollicitatie vroeg men naar relevante werkervaring. ‘Koersen mevrouw, dat heb ik gedaan.’ Werkgevers zien dat als een hobby, niet als werken. Ik werd beschouwd als een 33-jarige werkverlater. Op een sollicitatie vroeg iemand: ‘Wat zijn uw sterke kanten, meneer?’ Ik wist niet wat gezegd en was ontgoocheld in mezelf.

undefined

null Beeld

»Ik heb intussen bij Makro en bij fietshandel Van Eyck gewerkt, en nu ben ik bij Colruyt aan de slag. Daar werk ik graag, ik heb er ook fijne collega’s, maar het is logisch dat ik een nieuw doel zoek. Iets waar ik op lange termijn naar kan streven, iets waar mijn vrouw ook trots kan op zijn. Het klinkt wat vreemd en klef, maar ik wil er ook staan voormijn vrouw. Fierheid uitstralen.

»Ik voel mij als een chauffeur die op een kruispunt staat, niet weet welke richting hij uitmoet, en in de achteruitkijkspiegel ziet hoe mensen hem aankijken. Ik ben er van overtuigd dat véél ex-renners zich zo voelen, maar dat weinigen er openlijk over praten. Ik denk vaak terug aan de woorden van mijn vrouw: ‘Wat ga je eigenlijk doen na je carrière?’»

HUMO Fiets je nog vaak?

Hovelijnck «Soms, altijd met een helm op. Ik heb intussen al een paar honderd keer de plek gepasseerd waar ik op 17 maart 2009 op de grond lag, in die plas bloed. Doet me niks. Een tijd geleden heb ik Strava op mijn telefoon geïnstalleerd, dat is een applicatie die je tijd en snelheid meet op een helling of een kasseistrook. Dan rijd ik naar de Molenberg en knal die vijf keer volle gas omhoog. Zomaar. Er schuilt nog altijd een competitiebeest in me.»

HUMO Hoe reageert een rennerslichaam op het afscheid als prof?

Hovelijnck «Niet het afscheid, maar het wielrennen zelf heeft zijn sporen nagelaten. Telkens als ik in de spiegel kijk, erger ik me: mijn slapen die naar binnen buigen, die lijn op mijn voorhoofd, pfff. Mijn knieën zien er niet uit na al die operaties, mijn ellebogen zijn niks dan rauw vlees en er loopt een litteken over mijn hoofd, van het ene oor tot het andere.»

HUMO Ben je in het dagelijks leven nog gehinderd door de gevolgen van je val?

Hovelijnck «Mijn geur en smaak zijn nooit meer teruggekeerd. Ik proef het verschil tussen zoet en zuur, maar verder niks, alsof ik altijd verkouden ben. Het kortetermijngeheugen is ook niet volledig hersteld. Ik heb moeite om codes of namen te onthouden. Dat zal nooit meer veranderen, denk ik. Ik ben geen gewone mens meer, helaas. Veel mensen zien in mij terug de oude, maar dat is niet zo.»

HUMO Ben jij een gelukkige mens?

Hovelijnck «Dat is een erg moeilijke vraag. Op sportief vlak niet, mijn cirkel is niet rond, maar ik heb een schat van een vrouw en een schat van een zoon. Dus laat ik maar ‘ja’ antwoorden, ik ben gelukkig. Ik ben er tenminste nog. Dat geldt niet voor al mijn kameraden.»

Matthias M.R. Declercq, ‘De val’, Uitgeverij Manteau

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234