Ex-renner in de Ardennen: Eddy Planckaert'Ik heb niet te veel, maar te wéínig gepakt'

Eddy Planckaert (58) is een kat met negen levens. Als junior en amateur won hij ‘alles wat er te winnen viel’, maar zijn profcarrière, met mooie overwinningen als de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en een aantal ritten in de Tour, de Giro en de Vuelta, duurde amper tien jaar.

'Ik ben een krapuleke, een sympathiek smeerlapke, maar ik zal nooit mensen kwetsen'

Eddy vervelde tot tv-vedette en godfather van de realitysoap over zijn eigen clan. Met het royaal verdiende geld bouwde hij een nieuw imperium op, in het Ardense Lesterny. Allen daarheen, voor een resem onbetaalbare levenslessen!

HUMO Ik heb indertijd nog moeder Gusta geïnterviewd. Zij was enorm trots op haar kroost.

Eddy Planckaert (knikt) «Zij was de moeder der moeders, enorm populair in Vlaanderen. Iedereen was welkom bij ons thuis, het was er de zoete inval, ook voor de journalisten: die kregen altijd taart en koffie, daar stond ze op.»

HUMO Ik veronderstel dat je vader verbleekte naast zo’n charismatische figuur?

Planckaert «Mijn vader, Gaston, heb ik nauwelijks gekend: ik was 6 jaar toen hij overleed aan de gevolgen van een zwaar auto-ongeluk. Vader was wereldberoemd in de streek, een zeer mooie man, een kop groter dan wij allemaal: Willy, Walter en ik schommelen rond de 1,74 meter, maar vader was een kerel van 1,85 meter. Hij had zelf gekoerst, maar zonder veel succes: daarvoor zag hij de meiskes te graag. Als je oude foto’s van hem bekijkt, lijkt hij een beetje op George Clooney

HUMO Tijdens dat ongeluk zat jij, kleine jongen, ook in de auto.

Planckaert «Het was een vreselijk ongeluk: frontale botsing, een geweldige klap. Moeder Gusta zat rechts vooraan, ik en mijn zus Vera op de achterbank. Mijn moeder strompelde uit het wrak en viel plat op de grond: haar heup en haar been waren gebroken. Mijn zus en ik bogen ons over haar heen. Maar ze wees naar de auto: ‘Pa…’ Mijn vader zat met een ingedeukte borstkas aan het stuur, alles was kapot, overal bloed. Het gebeurde in 1964, de auto’s waren nog niet veilig, iedere dag gebeurden er verschrikkelijke ongelukken.

»Ook moeder heeft drie maanden in het ziekenhuis gelegen: rib gebroken, neus ingedrukt. Na de operaties was haar ene been 5 centimeter korter dan het andere. Ze is als een kreupele vrouw naar huis gekomen. Eén grote miserie was het. Ik schat dat vader vóór het ongeluk 100 kilo woog. Toen hij na één jaar van vreselijk afzien stierf, woog hij nog 37 kilo.

»Ik weet nog: vader lag in het ziekenhuis in Deinze te sterven. De kinderen werden uit de kamer gejaagd. Mijn meetje ging met mij en mijn zus in de tuin van het ziekenhuis wandelen: ik mocht zijn dood niet meemaken. Daar ben ik nog altijd niet goed van, dat ik zijn hand niet heb mogen vasthouden terwijl hij heenging.»

HUMO Je bent later zonder vader opgegroeid?

Planckaert «Ja, maar mijn broers, en dan vooral Walter, hebben die rol mooi overgenomen. Willy was al 20, 14 jaar ouder dan ik. Op z’n 21ste trok hij naar de Tour.

»Mijn moeder is op haar 85ste gestorven. Van haar heb ik fantastisch afscheid kunnen nemen. We hebben elkaar omhelsd op haar sterfbed: ‘Moederke, bedankt dat ge mij op de wereld hebt gezet.’ En zij: ‘Gij zijt bedankt om mij zo graag gezien te hebben.’ Ik heb bijna niet gehuild. Walter, ogenschijnlijk de sterkste van de familie, had het bij haar overlijden veel moeilijker: die zakte ter plekke in elkaar. (Stil) Afscheid nemen is zó belangrijk. Als ik morgen zou sterven, hoop ik met niemand van mijn naasten ruzie te hebben. Iedere avond doe ik een klein gewetensonderzoek, en als er iets knaagt, bel ik de betrokkene op om het weer goed te maken.

»Ik loop constant na te denken, wil voor iedereen goed doen, al van in mijn jeugd. Ik heb er al veel mee verloren, maar nog meer mee bereikt, ik zweer het je. Niet dat ik een heilige ben, want eigenlijk ben ik een krapuleke, een sympathiek smeerlapke. Maar ik zal nooit mensen kwetsen. Ik heb respect voor alles en iedereen, voor de slimste én de domste mens van de wereld.»

HUMO Sommigen noemen je naïef, goedgelovig.

Planckaert «Gezond naïef, denk ik. Toen ik coureur was, mediteerde ik veel. Al vanaf mijn 14de ben ik een volleerde yogi. Man, ik krijg energiestoten, niet te geloven! Het is niet uit te leggen. Vlak naast mij hangt er een voor anderen onzichtbare energiebol en die hoef ik maar vast te pakken om kracht bij te tanken.

»Ik ga ’ns een straf verhaal vertellen: ik was een jaar of 8 en lag voortdurend in mijn bedje te ijlen. Zonder koorts, echt dramatisch, het gebeurde iedere avond: beven, bibberen, er kwamen rare gestalten op mij af, altijd had het iets met de dood te maken. Dat was ná het ongeluk… Dat ijlen werd almaar erger: de dokters dachten dat ik bezeten was. Wel, via yoga en meditatie heb ik dat gevoel leren te bemeesteren en aan te wenden. Het werd iets positiefs, een gave: ik leerde die energie te gebruiken waar en wanneer ik het echt wilde. Ook als coureur ging ik het gebruiken. Miljaar! Ik gebruik die gave nog iedere dag: het maakt mij onkwetsbaar. Niets kan mij deren. Ze kunnen mij alleen nog raken via mijn kinderen.»

HUMO Wanneer mag ík ’ns bij je energiebol komen tanken?

Planckaert «Je moet er wel mee om kunnen gaan, natuurlijk (lacht). Tijdens mijn meditaties ging ik vaak op zoek naar mijn overleden vader. In Litouwen, waar ik een hout- en parketfabriek had gekocht, zat ik in zak en as: het failliet dreigde. En toen, tijdens een meditatie, heb ik mijn vader weer ontmoet. Ik zat in een restaurant, ik rookte een sigaret, nipte aan mijn whisky. En plotseling stond mijn vader vóór mij. Mijn gevoel zei me: zolang je sigaret blijft branden, krijg je de tijd om echt en definitief afscheid te nemen. Maar daarna mag je nooit meer roken. Dus legde ik die sigaret in de asbak, om ’m zo traag mogelijk te laten opbranden. Ik héb afscheid genomen. En toen de sigaret uitging, verdween mijn vader weer. Ik heb de as in een papieren servetje geschud – ik bewaar ze nog altijd als een relikwie.»

'In Litouwen hebben ze mij bedreigd, de kop ingeslagen en overvallen. Ik was klaar om er een einde aan te maken'

HUMO Ben je, binnen de familie, een buitenbeentje? Of zijn Willy en Walter ook zo?

Planckaert «Ik ben overal een buitenbeentje, vriend. Ook in de familie. Mijn broers en zussen hebben al menige wenkbrauw gefronst. Ook mijn vrouw: Christa heeft al zoveel met mij meegemaakt. Diep in mijn hart heb ik een enorm standbeeld voor haar opgericht. Wij hebben zoveel gedeeld. Maar daarnaast is er een gebied waarin ik helemaal alleen sta, los van vrienden en familie. Een diepe eenzaamheid, maar wel één die goed aanvoelt, een eenzaamheid die niet te delen valt, met niemand. Alleen Allan Peiper komt in de buurt…

»Kom, ik zal je het verhaal van Allan Peiper vertellen: ik was 17, reed 60 koersen per jaar en won er 55. En dat zonder vader! Meestal won ik die koersen in mijn eentje: alleen voorop, soms drie minuten en meer. Bon, ik ging koersen in Zingem, en reed na enige tijd weer alleen aan de leiding. En plotseling kwan er uit de achtergrond een coureur aansluiten, in een trui die ik nog nooit had gezien. Die jongen nam over, en godverdomme, hij deed mij pijn! Met grote moeite klopte ik hem in de spurt. Met de bloemen in mijn armen ging ik hem een hand geven. En die kerel – Peiper, dus – spuwde naar mij! Volgende drie koersen: ongeveer hetzelfde scenario. Op een keer was er weer een koers, het regende verschrikkelijk. Toen ik mij na afloop ging wassen, zag ik net Peiper, met een rugzakje en in zijn natte coureurskleren, wegfietsen: hij had geen verzorger bij zich, geen familie, geen vrienden. Toen hebben wij die jongen opgepikt en naar huis gebracht. Hij woonde in Gent, in een krot, helemaal alleen. Hij sliep er niet in een bed, maar op een stapel karton. De wc was buiten, ramen waren er niet. Je moet het maar doen: 17 jaar oud, Australiër, helemaal alleen, aan het andere eind van de wereld gaan koersen. Zo zie je maar: je moet durven in het leven. Dat is misschien wel dé grote levensles die ik wil meegeven.

»Uiteindelijk heb ik Peiper mee naar huis genomen. Moeder Gusta heeft zich over hem ontfermd. Allan is jarenlang kind aan huis geweest, als een derde broer.»


Dank u Willy

HUMO Je oudste broer Willy won in 1966 als jonge prof twee ritten en de groene trui in de Tour. Volgens de overlevering heeft hij zich daar stukgereden.

Planckaert «Willy was de jongste groenetruiwinnaar ooit. Hij was een klasbak tot en met. Zag er ook schitterend uit, een Italiaanse filmster leek het wel, de schoonste van ons drieën. In zijn eerste jaar als prof brak hij meteen door. Daarvoor werkte hij in de melkerij in Nevele, voor een klein loon. En toen kwam de glorie…

»Het is Lomme Driessens geweest die Willy mismeesterd heeft. Na zijn groene trui liet Lomme hem veertig criteriums rijden: dat betekende, Tour inbegrepen, zeventig koersdagen na elkaar. Want moeder Gusta zat daar met haar vijf kinderen, het geld was zéér welkom. Willy kreeg toen 35.000 frank per criterium: een gigantisch bedrag. Hij kwam ’s nachts van weer een verre koers thuis en smeet trots de biljetten op tafel. En de volgende dag wéér 35.000. Hoe hij overeind bleef, is me een raadsel.»

'Boven alles wilde ik rijk worden, zo zit een coureur in elkaar. Maar dat is niet de essentie'

HUMO Speed? Cortisone?

Planckaert «Dat weet ik niet. Laten we het liever over ‘ongeoorloofde middelen’ hebben. Willy was zo beloftevol, bijna zo goed als Merckx, hij kon makkelijk naast een Walter Godefroot of een Frans Verbeeck staan. Later kreeg hij geelzucht. Uit verder onderzoek bleek dat een hartklep was geforceerd. Hij heeft nog enkele jaren gekoerst, maar nooit meer op het niveau van de Tour 1966. (Stil) Ik heb niet zo’n best contact meer met Willy. Hij zal ook wel een goed mens zijn. Maar hij is gefrustreerd uit dat avontuur gekomen. Willy heeft nooit ‘zijn klassieker gewonnen’. Dat steekt nog altijd. (In de recorder) Ik begrijp je frustratie, Willy, maar je moet het achter je laten en weer positief leren te leven. Ik zeg het voor je eigen bestwil. Je hebt je opgeofferd voor ons, voor mij, je kleine broertje. En daarvoor blijf ik je eeuwig dankbaar.»

HUMO Je andere broer, Walter, was het tegenovergestelde: met een bescheidener talent heeft hij toch een mooi palmares bij elkaar gefietst. En hij is later uitgegroeid tot één van de beste sportbestuurders uit het peloton.

Planckaert «Walter heeft veel meer gewonnen dan Willy: de Amstel Gold Race, de Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem, ritten in de Tour. Later heeft Walter zich vaak opgeofferd: voor Eric Vanderaerden, voor Frans Verbeeck, voor mij. Hij was de ideale locomotief. Amai! Walter was een sterke kerel, geblokt, had zeer veel kracht. En, belangrijk: hij koerste puur voor zijn plezier.»

HUMO Samen met Walter trokken jullie in 1984 naar het legendarische Panasonic, de ploeg van de al even legendarische Peter Post.

Planckaert «Walter was toen al een jaar of 33 en over zijn hoogtepunt heen. En ik was net aan het opkomen. Samen waren wij onklopbaar. Walter was de beste spurtaantrekker die je je kon dromen. En koersdoorzicht! En linkeballen! In iedere massaspurt opende hij z’n trukendoos. Hij bracht mij tot op 150 meter van de meet en zette de rest in de wind. Je moet er vandaag niet meer mee komen aanzetten. Het mooiste: hij wilde zelf niet meer winnen, het was allemaal voor mij, de kleine. Hij was blijer met mijn overwinning dan ikzelf.»


Zwart beest

HUMO Je hebt je carrière vrij vroeg beëindigd, op je 32ste. En je mag terugkijken op een mooi palmares. Maar had er voor jou niet méér in gezeten?

Planckaert «Absoluut. Kijk, broer Willy is gefrustreerd. Maar ik eigenlijk ook, dat durf ik eerlijk toe te geven. Bij de jeugd was ik simpelweg de beste. Maar ondanks het feit dat ik 50 koersen per jaar won, werd ik bij de jeugd nooit voor een WK geselecteerd. Zelfs als Belgisch kampioen zag men mij over het hoofd. Daar is het begonnen. Toen kwam er een nieuw reglement: je diende tot je 22ste te wachten om prof te worden. Man, ik verveelde mij zot: al van mijn 18de was ik klaar voor het profwerk. Nog later kwam die verduivelde rugblessure: ik had een vergroeiing aan de onderrug en kon de veters van mijn eigen schoenen niet meer strikken. Zo ben ik beroepsrenner geworden.

»In mijn eerste profjaar win ik acht koersen en klop ik Freddy Maertens in de spurt. Het jaar daarna word ik tweede in de Ronde van Vlaanderen en win ik de eerste vijf ritten in de Ronde van Spanje! Vijfde in Parijs-Roubaix, vierde in Gent-Wevelgem, zevende in Milaan-San Remo. Toptalent! Het jaar daarna ga ik over naar de ploeg Post en win ik 28 wedstrijden: ik krijg de ploeg ter beschikking en word niet geklopt. ‘Man, wat is dat hier? Dit is makkelijker dan bij de amateurs!’ De ploeg Post, dat was wat nu Sky is: een wereldploeg die álles aan stukken reed.»

HUMO Maar toen kwam Eric Vanderaerden, jouw zwarte beest…

Planckaert «Post vond dat ik ‘Eric Vanderaerden wat moest opvangen’. Toen heb ik de stommiteit van mijn leven begaan: ik ben mij voor Vanderaerden beginnen op te offeren. Hij won, vanuit mijn wiel, koers na koers.»

HUMO Was Vanderaerden niet net íéts sneller dan jij?

Planckaert «Nee! Nee! Vanderaerden was een veel betere tijdrijder, kon een kleine ronde winnen, won in zijn eerste jaar de proloog in de Tour. Maar als ik hem in de spurt klopte, liep Post achteraf met zó’n kop. Vanderaerden was zijn maatje, snap je? Henk Lubberding zal het bevestigen. Ach, voorbij is voorbij. Ik ben één keer bij Post thuis geweest, Vanderaerden zat er iedere dag, hij slíép bij Post.

»Let wel: Post heeft me geleerd hoe ik me moest gedragen. Manieren, etiquette. Als je ergens lunchte, diende je mooi rechtop te zitten, handen netjes naast je bord, en niet, zoals zoveel Vlaamse boertjes, zitten eten met je kin in je handpalm, elleboog op tafel. Post dresseerde ons. Ik kwam eens ongeschoren naar de stage. Wel, Post weigerde mij een hand te geven!»

HUMO Uiteindelijk ben je, na vier jaar, bij Post weggegaan.

Planckaert «En met resultaat: ik won meteen de Ronde van Vlaanderen en de groene trui in de Tour. Maar mijn beste jaren waren snel voorbij: ik ben maar tien jaar prof geweest. In 1990 won ik nog Parijs-Roubaix. Ik was niet meer zo snel, dus begon ik aan een lange vlucht: op 100 kilometer van de meet ging ik ervandoor. En toch nog winnen! Parijs-Roubaix paste mij als een oude jas: met een beetje chance had ik die koers drie keer gewonnen, en minstens twee keer de Ronde van Vlaanderen.»

HUMO Je bent gestopt wegens rugproblemen: een hernia die niet meer kon genezen.

Planckaert «Mijn héle leven heb ik met een zere rug gekoerst. Als amateur werd ik geopereerd aan de blinde-darm. Daar hebben ze mij mismeesterd, vrees ik. Ik reed met pijnstillers, man. Trainen met een zere rug, koersen, spurten met pijn. Niet plezant, hè. Mijn heupen kantelden, en daar ging mijn rug krom van staan. Mijn spieren waren te sterk voor mijn gewrichten. Ik trok alles kapot! Een goeie chiropractor uit Waregem heeft mij zeven jaar op de fiets gehouden. Tot zelfs hij mij niet meer kon helpen. Het einde kwam snel: tijdrit in Mallorca, Ronde van Spanje, veel wind op kop. Ik kon geen kracht meer zetten. De dag daarna, in een bergrit, moest ik meteen lossen. Ik zag dat peloton van mij wegrijden, een slang die zich rond de berg kronkelde. En weg waren ze. Walter kwam nog naast mij rijden: ‘Wat is dat met jou? Niet opgeven, dedju.’ Maar ik zei: ‘Ik kan niet meer, Walter… ’t Is gedaan.’ (Tranen in de ogen) En dat was mijn laatste koers.

»Die week ben ik naar het ziekenhuis gewankeld, om alles te laten onderzoeken. Een operatie bleek zeer risicovol: 30 procent kans op enig herstel, 30 procent kans dat er nauwelijks wat zou verbeteren, en 30 procent kans dat ik in een karretje naar huis zou moeten. Het was alsof ik een doodvonnis kreeg. Ik had nog zoveel plannen, ging nog zoveel klassiekers winnen!

»Ik had altijd zeer naturel gereden, weinig rare dingen gedaan, nauwelijks wat gepakt. Doping? Ik zal je wat vertellen. Met wat ik nú weet: ik heb niet te veel, maar te wéínig gepakt. Godverdoeme, ik had nog vijf jaar moeten kunnen koersen. Spijt dat ik heb! Ik stapte uit de koers met een jaarinkomen tussen de 15 en de 17 miljoen Belgische frank. Véél geld. Als je dat enkele jaren volhoudt, eindig je boven de 100 miljoen. Dan ben je binnen.»


De familie Planckaert: bovenaan broers Willy en Walter, en onderaan vrouw Christa, Eddy, moeder Gusta en zoon Francesco.

Een lastig parket

HUMO Je liet je haar groeien en begon een zaak in Litouwen, waar je iets tussen een CEO en een goeroe werd. In Litouwen bezat je bossen, houtzagerijen en een parketfabriek.

Planckaert «Jongen toch! Mijn plan was: na mijn carrière maak ik mij geen zorgen, ik doe aan yoga, ga wat boeren, wat spelen. Jawadde… Na anderhalf jaar werd ik zot van de zenuwen en het nietsdoen. In 1991 kreeg ik een zakelijk voorstel. Wij in een mobilhome naar ginder. Polen doorkruist. Veertig uur staan wachten aan de grens. En dan: het financiële paradijs. Voor een volle winkelkar betaalde je 50 frank. Arbeiders verdienden er 250 frank per maand. Ik dacht: hier valt geld te verdienen, we maken híér parket, in hún fabriek, met hún hout en hún arbeid. En dan verkopen we dat in België.

»Zo gezegd, zo gedaan. Kassa! Hele vrachtwagens stuurden we naar hier, gigantisch. Het vertrouwen groeide. En de zin voor risico ook: ik had daar driehonderd mensen onder mijn hoede, een half dozijn directeurs… En ik bleef maar investeren. Ik kocht in België machines van failliete bedrijven op voor een prikje, machines die in Litouwen een fortuin waard waren. Grote boomzagen, zo hoog als een plafond. Was dat het werk van een dommekloot? Nee. Was dat naïef? Misschien wel. Mettertijd werd mijn vertrouwen zó groot dat ik blanco formulieren begon te ondertekenen.

»Het was mijn vrouw die als eerste doorhad dat we belazerd werden. Maar ik wilde niet luisteren. Kijk, dit is mijn volgende levensles (grijpt het flesje vast dat hij mij net heeft uitgeschonken): ‘Je mag zelfs dit flesje Duvel niet vertrouwen.’ In de koers was ik the king, een icoon, alles werd voor mij gedaan, ik werd opgehemeld, verwend. Het enige wat ik moest doen, was winnen. Maar zo werkt het niet in de zakenwereld.»

HUMO Hoe is het avontuur in Polen en Litouwen geëindigd?

Planckaert «Alles kwijt, in één keer. Echt álles. Het laatste jaar was ellendig: ik voelde het aankomen. Ik werd bedreigd, heb een pistool op mij gericht gekregen, ze hebben me de kop ingeslagen, ik ben overvallen. En ik heb daar veel mensen rijk gemaakt, ja. Weet je: mijn fabriek staat er nog altijd, in volle werking. Maar met een andere eigenaar… Om zot te worden.»

''De Planckaerts' was bittere realiteit: een familie op de rand van de afgrond'

HUMO Ben je nooit ingestort?

Planckaert (kijkt mij diep in de ogen) «Zonder mijn familie was ik er nu niet meer. Ik wilde er een eind aan maken, echt waar. Ik had al een plan klaar. Geen show, nee, ernstig. Ik liep met slechte dingen in mijn kop, wilde ook wraak nemen. Bang voor mijn eigen leven, bang voor het leven van mijn kinderen, en bang dat ik een ander iets zou kunnen aandoen. Ik zat met één van mijn goede medewerkers, ene Virgis, een pint te drinken, en die man greep mij bij de arm: ‘Eddy, je staat op de lijst. Ze willen je vermoorden. Pas op!’ Zo kan ik je duizend verhalen vertellen.»

HUMO Wat was het absolute dieptepunt?

Planckaert «Tussen Kerstmis en Nieuwjaar (2002-2003, red.) is het gebeurd. Alvorens de boel te sluiten en met vakantie te gaan, had ik een belangrijke directeur per fax ontslagen en hem verboden nog één voet in de fabriek te zetten. Toen ik één week later terugkwam, bleek alles verdwenen: de hele fabriek! Alles. Zeventig machines, al het hout, alle documenten: weg. De hele week moeten ze met zware vrachtwagens af en aan hebben gereden. (Krijgt het moeilijk) Ik had geen verhaal, kreeg nergens gehoor, ook niet op de ambassade. Daar zit je dan, 44 jaar oud, je hele leven niets anders gedaan dan afzien en hard werken… De curator kwam: 500 euro mocht ik houden. Natuurlijk heb je broers en zussen, maar ja… En toen kwam VTM.»

HUMO Zo werd je ‘Eddy Planckaert, de tv-figuur’, godfather van de reeks ‘De Planckaerts’.

Planckaert «Het opmerkelijke is: we hadden met VTM een contract getekend een maand vóór het faillissement. VTM heeft erover gedacht om het verhaal niet uit te zenden. We zaten in zak en as, vrolijkheid was ver te zoeken. Maar we hebben doorgebeten. Zonder VTM was ik er misschien nooit bovenop gekomen. En, belangrijk: ik had geen tijd om te treuren. Ze hebben ons gefilmd in het diepste van onze ellende. Ik was kapot, kon niet stoppen met huilen. En toch filmen!

»We gaven VTM het leven zoals het écht is. Achteraf kreeg ik telefoon van mensen die ook failliet waren gegaan en zich aan ‘De Planckaerts’ hadden opgetrokken. Het was geen feelgoodshow zoals ‘De Pfaffs’, het was bittere realiteit: een familie op de rand van de afgrond.

»Gelukkig werden we goed betaald door VTM. Dat werd onze redding: we hebben dat geld hier, op deze plek, geïnvesteerd. En het groeide en bloeide… Onze B&B werkt helemaal in eigen beheer, wordt gerund door de familie. Ik wil niks meer met vreemden te maken hebben. Aan alle buitenstaanders met wilde plannen: gelieve u te onthouden. Ook dát is een levensles. VTM, dat is mijn suikernonkel. ‘De Planckaerts’ heeft twaalf seizoenen gelopen, wij hebben weer iets kunnen opbouwen. Al is het keihard werken, natuurlijk. We runnen nu chambres d’hôtes, straks zit hier 35 man, voor wie we zelf koken. Verder verhuren we een chaletpark. Ik ben nu bezig met het verbouwen van een kasteelboerderij. We doen ook aan bosontginning: bomen kappen en tot parket, trappen en meubelen verwerken. Allemaal handwerk. Huizen verbouwen, faillissementen opkopen, noem maar op. Iedere dag zijn we in de weer met een man of vijftien, allemaal familie.»


Slechte vibraties

HUMO Tijd voor de conclusie. Wat heeft je woeste holderdebolderleven je geleerd?

Planckaert «Woest was het inderdaad (lacht). En dan heb ik je nog maar 10 procent verteld (glimlacht). Ik heb zo’n rijk leven achter de rug dat ik de gelukkigste mens ter wereld zou moeten zijn. Boven alles wilde ik rijk worden, zo zit een coureur nu eenmaal in elkaar. Maar dat is niet de essentie. Ik bezit hier 15 hectaren grond, de lucht is gezond, je kunt niet mooier wonen dan wij. Ik kijk naar mijn koeien, naar mijn paarden in de wei, en ik ben gelukkig. Ik heb mijn kinderen, mijn schoon- en kleinkinderen om me heen. Ze wonen hier allemaal bij mij in de buurt: de Planckaert-clan leeft als nooit tevoren. De kleinkinderen komen hier slapen. Wat wil een mens nog meer?»

HUMO En jij bent de godfather?

Planckaert «Zo’n beetje, zeker? Kijk, als je iets wilt bereiken, moet je tot op het bot gaan: als coureur én als zakenman. Mijn kinderen beginnen te beseffen: eigenlijk heeft die ouwe toch een beetje gelijk. We zijn hier nu met zeven volwassenen en zes kleinkinderen. Soms zitten we met z’n allen aan tafel: héérlijk. Wij leven in een soort commune: we werken samen, we beslissen samen, maar ieder heeft z’n eigen verantwoordelijkheid. Ik ben de koning te rijk, man! Maar als ik dan achteromkijk: van mijn leven kun je zeventien films draaien. Dát is belangrijk, die bagage, die levenswijsheid die je onderweg opdoet. Ik heb de mooiste en de lelijkste, de leukste en de vervelendste dingen gezien.»

HUMO En aan de basis ligt nog altijd die bol energie, waaruit je te allen tijde kunt putten?

Planckaert «Daar ben ik 100 procent zeker van. Niets anders. Voor hetzelfde geld was ik gek geworden, of was ik nu een clochard, onder een brug over de Seine.»

HUMO Die energie, is dat God?

Planckaert «Nee. Het is niets religieus, het is… kosmisch. Ik ben er trouwens van overtuigd dat iedereen die energie kan grijpen, als hij maar diep genoeg in zichzelf graaft. Ze ligt er gewoon: open je armen, open je mind, en ze stroomt binnen. Als ik mediteer, richt ik mijn handpalmen naar de zon. En dan voel ik: het is er weer.»

HUMO Zie je geestverwanten?

Planckaert «Alle drie de kinderen hebben hetzelfde gevoel. En als ze slechte energie voelen, komen ze dat aan mij vertellen. Ik neem die slechte vibraties van hen over, draag ze op mijn rug. En ’s nachts, als ik mediteer, buiten, raak ik die slechte energie weer kwijt. Dat hoeft niemand te zien. Jongen, ik ben… onoverwinnelijk! Onderschat mij vooral niet.»

HUMO Houden zo, Eddy! En bedankt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234