Exclusieve voorpublicatie: 'De economie volgens Yanis Varoufakis' zoals uitgelegd aan zijn dochter

In ‘De economie volgens Yanis Varoufakis’ legt de flamboyante Griekse minister van Financiën aan zijn dochtertje – maar vooral ook aan alle Europeanen – uit waarom ons financieel-economische systeem niet deugt, en hoe het anders en beter kan. Humo, dienstvaardig als steeds, serveert u hier enkele heldere inzichten uit de bestseller van komende zomer.

'Laat je nooit verleiden om de ongelijkheid die je nu als jongere onaanvaardbaar vindt, goed te praten'

Een jeugdherinnering die in mijn geheugen gegrift staat, is het krakende geluid van de Deutsche Welle. Tijdens die sombere jaren van onze dictatuur (1967-1974) waren de uitzendingen van de Deutsche Welle voor de Grieken een onmisbaar tegenwicht tegen de almachtige staatspropaganda. Elke avond weer brachten deze ‘verboden’ uitzendingen een zuchtje frisse lucht in ons huis vanuit een land, Duitsland, dat pal achter de Griekse democraten stond.

Terwijl ik dit boek schrijf voor een ander kind, mijn dochter, heb ik grote behoefte die herinnering op te halen, als een kleine hommage aan het idee van Europa als een gebied van gedeelde democratische idealen. Als een kleine opgeheven vuist tegen de recente tendens bij Europese volkeren zich uit elkaar te laten drijven door een gemeenschappelijke munt, terwijl ze tot de invoering daarvan steeds nader tot elkaar kwamen.

Onze Europese Unie is ooit in het leven geroepen vanuit de veronderstelling dat we eerst onze economische belangen moesten bundelen om tot een politieke en sociale unie te komen; dat de economie de wegbereider zou zijn voor een gezamenlijk Europees bestel. Het was een goed idee, behalve dat er met het verstrijken van de jaren een probleem ontstond: ons collectieve idee van wat ‘economie’ nu eigenlijk betekende, werd steeds beperkter. Ongemerkt maakten simplistische ideeën zich van ons meester en werd het domein van de economie losgekoppeld van politiek, filosofie en cultuur. En zo werd de factor economie zo overheersend dat bij het maatschappelijk debat de noties democratie, politiek en cultuur steeds verder op de achtergrond raakten.

Voor we het wisten, waren markten niet langer een middel in dienst van maatschappelijke doeleinden, maar waren ze ongemerkt veranderd in een doel op zich. We begonnen sterk te lijken op de cynicus van Oscar Wilde: iemand die van alles de prijs en nergens de waarde van kent.


Waarom is er zoveel ongelijkheid?

Waarom vielen de Engelsen Australië binnen en de Aboriginals niet Engeland? Meer in het algemeen, waarom zijn alle imperialistische supermachten ontstaan in Eurazië en, recenter, in de Verenigde Staten na de migratie vanuit Europa? Waarom is er geen enkele supermacht ontstaan in Afrika of Australië? Is het een kwestie van DNA? Nee, zeker niet! We weten: in het begin was er het overschot. Zonder landbouwoverschot was er geen stimulans om legers, autoritaire staten, schrift, technologie, buskruit, zeewaardige schepen, enzovoort in het leven te roepen.

Tegenwoordig weten we dat de poëzie, muziek en mythologie van de Aboriginals van grote culturele waarde waren. Maar zij hadden niet de middelen om andere volken aan te vallen of zichzelf te verdedigen. De Engelsen echter, als deel van de Euraziatische ontwikkeling, waren genoodzaakt om een overschot en alles wat daarbij hoort te ontwikkelen – van zeewaardige schepen tot en met biochemische oorlogswapens. Dus toen ze bij de Australische kust aankwamen, hadden de Aboriginals geen enkele kans op overleving.

‘En de Afrikanen?’ zul je me terecht vragen. ‘Waarom was er nog niet één sterke Afrikaanse macht die Europa kon bedreigen? Waarom was de slavenhandel zo’n eenrichtingsverkeer? Waren de zwarte mensen dan minder begaafd dan de Europeanen?’

Kijk eens naar de kaart en vergelijk de vorm van Afrika met die van Eurazië. Het eerste wat je ziet, is dat Afrika langwerpig is. Het continent begint bij de Middellandse Zee, strekt zich uit naar het zuiden richting evenaar en komt dan bij de milde klimaten van het zuidelijk halfrond. Met andere woorden: Afrika bestrijkt veel verschillende klimaatzones, van de Saharawoestijn via het subtropische gebied daaronder en de zuiver tropische klimaten daar weer onder, tot het milde Zuid-Afrika. Kijk nu eens naar Eurazië: dat begint bij de Atlantische kust en loopt dan naar het oosten tot de kusten van China en Vietnam bij de Stille Oceaan. Wat betekent dat? Als je Eurazië doorkruist, kom je maar kleine veranderingen in klimaat tegen – terwijl je in Afrika, als je van Johannesburg naar Egypte reist, talloze klimaatzones passeert. Waarom is dat zo belangrijk? Om de eenvoudige reden dat de Afrikaanse samenlevingen die wél een landbouweconomie ontwikkelden – zoals het geval was in wat tegenwoordig Zimbabwe is – zich niet konden uitbreiden richting Europa, omdat hun producten verder naar het noorden, bij de evenaar of, nog erger, in de Sahara, niet konden groeien. De volkeren van Eurazië konden hun landbouwproductie juist gemakkelijk naar het oosten of het westen uitbreiden. Ze konden andere gebieden binnenvallen en zich niet alleen de overschotten maar ook de culturen van de samenlevingen die ze verjoegen toe-eigenen, hun technologieën imiteren en zo hele wereldrijken vormen. In Afrika was dat vanwege de geografie onmogelijk.

'De democratie is onze enige kans om niet te eindigen als de dwaze virussen van planeet aarde'

Waarom dus zo veel ongelijkheid? Als we naar de mondiale verdeling van goederen kijken, verklaart mijn verhaal hierboven dat Afrika, Australië en Amerika onderworpen werden door de Europeanen. Ook objectieve geografische omstandigheden leidden als vanzelf tot de huidige situatie van de Aboriginals, van de inheemse volkeren van Amerika en de grote meerderheid van de Afrikanen. Dat heeft niets te maken met het DNA van blanke, zwarte, gele of blauwe mensen. De sleutel is het steeds maar groter worden van landbouwoverschotten en het gemak, of juist de moeite, waarmee volken hun landbouwteelt konden uitbreiden.

Maar de ongelijkheid ontstond nog op een ander niveau: binnen de ontwikkelde samenlevingen. Om die overschotten voortdurend te laten groeien, moesten macht en dus ook rijkdom sterk geconcentreerd worden in de handen van weinigen. En dat gebeurde. Omdat die ongelijkheid zorgt voor ongelijke politieke macht, heeft ze de neiging zichzelf te voeden, om al groeiend zichzelf te reproduceren.

Inderdaad, toegang tot het groeiende overschot geeft economische, politieke en zelfs ook culturele macht, die je weer kunt gebruiken om een nog groter deel van het toekomstige overschot te verwerven. Om het eenvoudiger te zeggen: het is veel makkelijker een miljoen euro te verdienen als je al vele miljoenen euro’s bezit. Als je daarentegen niets hebt, kan zelfs 1.000 euro een onbereikbare droom zijn.

Ongelofelijke ongelijkheid is er dus op twee niveaus. Ten eerste is nu op mondiaal niveau duidelijk waarom sommige landen straatarm de 20ste en 21ste eeuw ingingen, terwijl andere alle voordelen hadden van macht en rijkdom, vaak verworven door de arme landen te plunderen. Ten tweede is er de ongelijkheid binnen elke samenleving. Vaak zelfs zie je dat de weinige rijken in de armste landen veel rijker zijn dan de vele rijken in rijkere staten.

De wortels van de ongelijkheid zijn terug te voeren op de eerste technologische revolutie van de mens: de ontwikkeling van de landbouw, want die produceerde een economisch overschot. De ongelijkheid werd door de industriële revoluties (bijvoorbeeld de uitvinding van stoommachines of van computers) nog groter, wat gevolgen had voor de samenlevingen van nu.

Voordat we verder gaan, eerst een aansporing: laat je nooit verleiden om de ongelijkheid die je nu als jongere onaanvaardbaar vindt, goed te praten.

Als je er goed over nadenkt, kun je je niets gemakkelijkers voorstellen dan de overtuiging van de haves dat zij hun bezit ‘waard zijn’. Van kinds af aan overtuig je jezelf er systematisch van dat je speelgoed, je kleren, je huis terecht van jou zijn. Onze hersenen vinden automatisch: ‘ik heb X’ = ‘ik ben X waard’. Dat is de psychologische basis van de ideologie die stelt dat het ‘juist’ en ‘gepast’ en ‘noodzakelijk’ is dat de machthebbers en de haves (gewoonlijk zijn dat dezelfde mensen) veel hebben en ‘de anderen’ veel minder.

Je moet het ze maar niet kwalijk nemen. Als je het gevoel hebt dat je zelf ook toegeeft aan dergelijke gedachten, bedenk dan dat, hoewel alle baby’s naakt worden geboren, van sommige vaststaat dat ze in dure kleren worden gehuld, terwijl andere veroordeeld zijn tot honger, uitbuiting en misère. Blijf ervan overtuigd dat deze realiteit niet ‘logisch’, niet ‘natuurlijk’ en niet ‘rechtvaardig’ is.


Wat maakt ons tot mens?

In de film ‘Blade Runner’ heeft het hoofdpersonage Rick Deckard, vertolkt door Harrison Ford, de moeilijke taak om robots in menselijke vorm, die ontsnapt zijn uit de mijnen waarin ze tewerkgesteld waren, te lokaliseren en vernietigen door ze met een speciaal geweer dood te schieten. Omdat de robottechnologie in de film erg geëvolueerd is, valt zo’n androïde nog nauwelijks van een echte mens te onderscheiden. En als de meest recente androïden gevoelens en vrijheidszin krijgen, begint het werk van Deckard onmenselijk te worden.

'De droom van iedere werkgever slaat om in een nachtmerrie zodra die droom werkelijkheid wordt: hoe robotachtiger de arbeider wordt, hoe geringer de waarde van de producten die hij maakt'

‘Blade Runner’ gaat in feite over de definitie van de mens. Welk onderdeel van jou zou vervangen moeten worden, wil je niet langer als mens beschouwd worden? Als een invalide een bionisch been krijgt, als iemand die doof geboren is een bionisch oor krijgt, blijven zij vanzelfsprekend mens – al hebben ze inmiddels bepaalde mechanische onderdelen. En nu we het ene orgaan na het andere kunnen vervangen – mechanisch hart, mechanische longen, mechanische benen, een technische lever of nieren – blijft de mens dan een mens? Zeer zeker. En als we doorgaan met de hersenen? Als we bijvoorbeeld bij een patiënt die lijdt aan de ziekte van Parkinson, op een strategisch gekozen plek in zijn hersenen een microchip plaatsen? Dan zal hij nog steeds een mens zijn.

Maar er zal een moment komen dat er ‘iets’ wordt vervangen wat van de mens een mensvormige androïde maakt, zoals in ‘Blade Runner’. Een samenleving met dergelijke androïden zou eerder doen denken aan ‘The Matrix’ dan aan een samenleving van mensen. Die samenleving zal functioneren als een computernetwerk, in staat om bewonderenswaardige gemeenschappen te bouwen, máár: niet in staat om ruilwaarden te produceren.

Een leger van androïdewerknemers is de droom van iedere werkgever. Ze zouden dag en nacht werken, niet alleen de handarbeiders maar ook architecten en uitvinders, de ontwerpers van weer andere machines. Zonder eisen (behalve technische eisen zoals regelmatige onderhoudsbeurten, bemesting, energie), zonder psychische problemen, zonder vakantiedagen, zonder een mening over de onderneming en, vooral, zonder enige vakbond.

Maar de verwezenlijking van die werkgeversdroom zou tegelijkertijd de vernietiging van de marktsamenleving betekenen. Als de hele productie inderdaad zou plaatsvinden door legers van werkende androïden, zou geen enkele van de geproduceerde artikelen ruilwaarde hebben. Ze zouden in onbegrensde hoeveelheden geproduceerd worden, totdat hun prijs, hun ruilwaarde, daalt tot nul. Minder negatief gezien zou zo’n technologische revolutie waarschijnlijk uitmonden in de opheffing van ruilwaarden zonder de menselijke samenleving af te schaffen – zoals in ‘Star Trek’, waarin machines produceren en mensen het Heelal onderzoeken en praten over de zin van het leven…

Als ik gelijk heb en de productie van waarde inderdaad niet mogelijk is zonder menselijke tussenkomst, dan zijn we een interessante tegenspraak op het spoor die diep begraven ligt in de fundamenten van onze huidige marktsamenlevingen. Die is de volgende: aan de ene kant doen grote ondernemingen, die enorme hoeveelheden goederen produceren die wij allemaal willen hebben, er alles aan om het productieproces te mechaniseren en zo hun kosten te verminderen. Maar aan de andere kant daalt de waarde van die producten verder richting nul naarmate ondernemers er beter in slagen om werknemers te vervangen door robots en om de overgebleven mensen mechanische gedragswijzen op te leggen.

Kortom: hoe succesvoller grote ondernemingen erin zijn de menselijke arbeid te vervangen door machines, en hoe meer ze erin slagen menselijke arbeid zo te disciplineren dat die vrijwel machinaal functioneert, hoe geringer de waarde van de producten, en dus: hoe geringer de bedrijfswinsten. De droom van iedere werkgever slaat om in een nachtmerrie zodra die droom werkelijkheid wordt. Het is zoals de Engelsen zeggen: ‘Vrees de god die je grootste verlangens verwezenlijkt!’

Grote ondernemingen voelen zich door de hevige concurrentie gedwongen hun werknemers zo veel mogelijk op efficiënte machines te laten lijken. Maar hoe hard ondernemers dat ook proberen, het is niet mogelijk. De menselijke factor zal nooit zijn capaciteit verliezen om zichzelf te verrassen (bijvoorbeeld met vindingrijkheid, of met het tegendeel: de neiging tot zelfdestructie, rebellie, onvoorspelbaar gedrag dat een generator nooit op die manier zal vertonen) en om zijn ‘planning’ te overtreffen (op een manier die een androïde nooit zal begrijpen).

De tegenspraak zit ’m erin dat waar ondernemers falen om de weerstand van werknemers te breken en hen om te vormen tot volgzame androïden, dat tegelijkertijd de redding is voor de marktsamenleving. Waarom? Als ze er wel in zouden slagen, worden ruilwaarden, prijzen en winsten tenietgedaan, wat het fundament onder de marktsamenleving vandaan zou trekken: de winst!


De enige oplossing: democratie

We kunnen niet om de staat heen als de planeet gered moet worden van de marktsamenlevingen. Ofwel om namens de burgers het beheer op zich te nemen over de natuurlijke rijkdommen die markten, burgers en ieder van ons afzonderlijk op een dwaze en misdadige manier verkwisten. Ofwel om de natuurlijke rijkdommen te privatiseren.

'De rijken der aarde willen de natuurlijke rijkdommen privatiseren om alleen te kunnen beslissen over de toekomst van de planeet'

Het probleem met de privatisering van publieke zaken is tweeledig: ten eerste is het technisch heel moeilijk uit te voeren. Hoe kan de staat van tevoren op een wijze manier beslissen wat de beste hoeveelheid vervuiling is die ieder van ons mag uitstoten? En hoe kan die technische markt een prijs voor concrete vervuiling vaststellen die ondernemers en burgers maximaal zal motiveren om hun best te doen voor de mensheid en de planeet? Zoiets is eenvoudigweg niet realistisch. Het is veel verstandiger dat de staat regels instelt, grenzen en beperkingen oplegt voor het gebruik van de kwetsbare rijkdommen van onze planeet. Zo eenvoudig is het.

Maar er is nog een probleem met het idee van de privatisering van natuurlijke rijkdommen, en dat heeft direct te maken met democratische vraagstukken. Laat me het je uitleggen: zowel in markten als in democratieën stemmen we. Als je een ijsje koopt, is het alsof je voor dat bepaalde merk, voor dat bepaalde ijsje kiest. Als niemand het ijsje koopt, zal het bedrijf ophouden het te produceren. Als veel jonge mensen zoals jij er wel voor ‘kiezen’ hun euro’s eraan uit te geven, dan zal de productie natuurlijk toenemen. Hetzelfde gebeurt bij verkiezingen, of bij een referendum: hoe meer stemmen een partij bij verkiezingen krijgt, of hoe meer stemmen de ene of de andere mogelijkheid bij een referendum krijgt, des te groter zal de macht ervan zijn op het politieke toneel.

Wat is het verschil? Het verschil is dat, terwijl iedereen in de democratie één unieke stem heeft die gelijkgerechtigheid verzekert, het aantal stemmen waarover ieder van ons in de markten beschikt van zijn rijkdom afhangt. Hoe meer euro’s, dollars, ponden en yens iemand heeft, des te zwaarder weegt zijn mening op de markt waaraan hij deelneemt. Als je bijvoorbeeld in een naamloze vennootschap over 51 procent van de aandelen beschikt, heb je in je eentje de absolute meerderheid. Ik vertel je dit om je te laten zien waarom de machtigen – de haves, de rijken der aarde – de oplossing propageren van de privatisering van natuurlijke rijkdommen: omdat zij de mogelijkheid hebben om het leeuwendeel van de aandelen te kopen en vervolgens alleen te beslissen over de toekomst van de planeet.

Je zult tegen me zeggen: ‘Wat doet dat ertoe, als we toch allemaal op dezelfde planeet leven? Waarom zouden de rijken niet het beste voorhebben met het ruimtevaartschip aarde, waarop wij allemaal passagiers zijn?’ Laat ik je als antwoord een voorbeeld geven: stel dat we als mensheid moeten kiezen tussen drastische vermindering van broeikasgassen of het laten smelten van ijs, waardoor de zeespiegel van de oceanen stijgt, met als gevolg dat miljoenen kustbewoners in landen zonder heuvels en bergen, zoals Bangladesh en de Malediven, hun huizen verliezen. Stel ook nog dat we de atmosfeer hebben geprivatiseerd en dat de kosten voor eigenaren van broeikasgasaandelen om die gassen te verminderen veel hoger zijn dan de kosten van de aanschaf van een nieuwe villa op een hoogte, waar ze geen last hebben van de stijging van de zeespiegel. Dan hebben ze als grootaandeelhouders, en niet als gewone burgers die over één stem beschikken, alle reden om te beslissen dat de productie van broeikasgassen niet verminderd wordt – ook al verdwijnen daarmee de huizen en akkers van miljoenen medemensen onder water.

Zie je waarom ik volhoud dat de stem van aandeelhouders nooit de planeet zal beschermen zoals gelijkgerechtigheid van burgers dat wel zal doen? Het feit dat onze democratieën niet perfect en vaak in een afstotelijke mate corrupt zijn, en dat ze toestaan dat er misdaden plaatsvinden ten koste van zwakke mensen en ons weerloze milieu, neemt niet weg dat de democratie onze enige kans is om niet te eindigen als de dwaze virussen van planeet aarde.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234