Exclusieve voorpublicatie 'McCartney over McCartney': een indringend portret van Sir Paul

Valt er over een levende legende die al ontelbare interviews, artikelen, boeken, documentaires en een enkele bibliotheek vulde nog iets nieuws te melden? De kans is klein, maar dat was ook niet de bedoeling van de in dezelfde buurt als Macca opgegroeide muziekjournalist Paul Du Noyer. Met ‘McCartney over McCartney’ wilde hij, met dertig jaar interviews en informele gesprekken met de ex-Beatle als leidraad, een indringend portret schetsen van Sir Paul in zijn vele gedaanten: de componist – al dan niet solo – van enkele van de meest iconische songs uit de popgeschiedenis, de eclectische muzikant, de creatieve duizendpoot, de meervoudige miljardair, de activist, de eeuwige scouser, de onvermoeibare liveartiest en de persoonlijke busker van de Queen.

'Ik heb een duidelijke herinnering aan een man met een zwarte baard in het publiek en zijn dochter, met lang zwart haar. Ze waren allebei in tranen tijdens 'Let It Be'. Dat doet je iets'


Bob Dylan

In 1967 verscheen de epische dubbelhit ‘Penny Lane’ (geschreven door Paul McCartney) en ‘Strawberry Fields Forever’ (van John Lennon). Dat de single met twee A-kanten uitkwam, was een nadrukkelijke uiting van McCartneys en Lennons beider talenten én van hun in die tijd scherp contrasterende geestestoestand. Lamgeslagen door vier even waanzinnige als slopende jaren Beatlemania had John zich teruggetrokken in een cocon van privésores, en woonde hij ver van de bewoonde wereld in Home Counties, waar zijn huwelijk met Cynthia geleidelijk uit elkaar begon te vallen. Paul, daarentegen, werd – opgewekter dan ooit, de meest begeerde vrijgezel in Swinging Londen – gegrepen door een creatieve energie die hem voor het eerst in staat stelde in zijn eentje richting te geven aan het werk van The Beatles. ‘Penny Lane’ vormde de ouverture van de psychedelische zomer van dat jaar en gaf de aanzet tot een hoop gelijksoortige britpop. Voor het publiek was het alsof de grenzen tussen een boel verschillende muziekgenres verdwenen.

Paul McCartney «Ik weet nog dat we bij Dylan op bezoek gingen toen hij in het Mayfair Hotel logeerde. Hij zat in een zijkamer, en ik, Brian Jones, Keith Richards en nog wat andere gasten zaten in de kamer ernaast. Ik herinner me dat ik na een uurtje of zo bij hem naar binnenstapte. Het was een soort eerbetoon, zo ging dat toen. In die sfeer gingen we vaak bij mensen op bezoek. We spraken ook Bertrand Russell (een beroemde Britse filosoof, red). We vroegen gewoon of we even langs konden komen om een praatje te slaan. ‘Geen probleem. Jullie zijn welkom.’ En niet veel later zaten we bij hem thuis over Vietnam te keuvelen. Zo ging dat.

»Maar Dylan… Ik stapte bij hem binnen en liet hem iets horen van ‘Sgt. Pepper’. En hij zei: ‘O, ik snap het, jullie willen minder aaibaar overkomen.’ En dat vatte het wel zo’n beetje samen. Aan de aaibare periode was een eind gekomen. Wij hadden ons geprofileerd als artiesten met een zacht kantje, want daar vroeg de tijdgeest toen om. We wilden dat liever niet. Maar het was wel een radicale omslag om tegen ‘Top of the Pops’ te zeggen: ‘Nee, we gaan nu eens flink ruig uit de hoek komen. We gaan de zaak op stelten zetten.’ Dat wilden we ook weer niet doen, nog niet.

»Het begon kunst te worden, dat was wat er aan de hand was. Dylan bracht poëzie in zijn teksten, waarop John reageerde met: ‘You’ve got to hide your love away – hey!’ Een Dylan-achtige impressie. We werden sterk door hem beïnvloed. Hij had ‘I Want to Hold Your Hand’ gehoord, omdat het in Amerika nummer één stond. Halverwege dat nummer zingen we: ‘I can’t hide, I can’t hide, I can’t hide’, en hij dacht dat we zongen: ‘I get high, I get high, I get high’. Hij zei dat hij dat te gek vond. Toen moest ik hem helaas zeggen hoe de tekst echt ging.

»Maar het was een soort kruisbestuiving. Als hij een lang nummer uitbracht, wisten we dat het oké was om van ‘Hey Jude’ de lange versie te doen. ‘Waarom niet, man? ‘Like a Rolling Stone’ duurt zes en een halve minuut. Waarom kunnen wij niet naar zeven minuten gaan?’ We begonnen grenzen te verleggen, vraagtekens te zetten bij de geldende normen. Het werkte op alle niveaus door, van ‘we gaan naar de pub, een glaasje whisky drinken’ naar ‘we gaan niet naar de pub’. We bleven thuis, nodigden misschien wat mensen uit om te komen eten, dronken een glas wijn. Het werd allemaal minder heftig, beschaafder. Van showbizz werd het kunst, en die kruisbestuiving werkte stimulerend. Opeens sprak je met eigenaren van galerieën. Ik vond het een fantastische tijd.»


Experiment

Algemeen geldt Lennon als de artistieke avonturier en McCartney als de op safe spelende man van het makkelijk verteerbare mainstreamwerk. Het is een opvatting die Macca onvermoeibaar probeert recht te zetten.

McCartney «Het grappige is dat John eindigde als een avant-gardejongen, want dat was wat hij deed met Yoko. Maar een paar jaar eerder, toen hij in de buitenwijken woonde met Cynthia, ging ik al om met allerlei mensen uit de avant-garde. Ik leerde schrijvers als William Burroughs kennen. Ik had op school wel wat literatuur gelezen, maar nooit iets moderns. Steinbeck kende ik, maar Burroughs was toch wel andere koek.

'Wist je dat ik 'Yesterday' gedroomd heb?'

»Ik heb er toentertijd weinig ruchtbaarheid aan gegeven, maar ik heb mee de undergroundkrant de International Times helpen opstarten, een avant-gardeboekwinkel en de galerie waar John later Yoko ontmoette. Ik was goed bevriend met de kunsthandelaar Robert Fraser en totaal in de ban van René Magritte.

»Dus ik beleefde een rijke, inspirerende periode toen ik halverwege de jaren 60 in mijn eentje in Londen woonde. De andere jongens waren toen getrouwd en woonden in de buitenwijken. In mijn beleving waren ze verschrikkelijk ouderwets, maar als ze bij mij over de vloer kwamen, zaten daar de meest uiteenlopende mensen, stonden er rare sculpturen en dergelijke, en zat ik bijvoorbeeld korte filmpjes te monteren.

»Ik weet nog dat John op een keer op bezoek kwam en zei: ‘Te gek, wat is dat voor shit waar je mee bezig bent?’ Hij werd er behoorlijk door aangestoken. Sterker nog, toen hij ‘Two Virgins’ aan het opnemen was – in technisch opzicht was hij hopeloos – moest ik een aantal Brenell-taperecorders voor hem opzetten en hem laten zien hoe het systeem werkte. Daar kwam de loop in ‘Tomorrow Never Knows’ uit voort. Ik zat toen als een waanzinnige professor thuis al die loops te maken, en sjouwde de tapes in een plastic tasje met me mee. Omdat John John was, verwerkte hij die vernieuwingen meteen in een song. Hij was er zó enthousiast over: ‘Fucking hell, dit moet ik gebruiken!’ Terwijl ik, omdat ik ik ben, ermee experimenteerde en ze voorzichtig in onze commerciële songs verwerkte. Ik hield er niet van om in de media uitbundig mijn vondsten te etaleren.»


John Lennon

Omdat ze in elkaars leven zo’n belangrijke rol speelden, is het niet verrassend dat Lennon en McCartney in elkaars liedjes opduiken. Het is jammer dat Johns ‘How Do You Sleep?’ – een rancuneuzere steek onder water zul je in de popmuziek niet snel tegenkomen – het duidelijkste voorbeeld is van hoe hij terugkeek op de samenwerking. Van Paul is bekend dat hij zich minder expliciet afreageerde: het liedje waarmee hij op Johns negatieve nummer antwoordde, was het meer verzoenende ‘Dear Friend’, op de plaat ‘Ram’ uit 1971.

John Lennons dood in 1980 veranderde uiteraard alles. Na die tragedie was iedere verwijzing naar zijn vroegere partner begrijpelijkerwijs vol respect. Hij schreef een gedicht dat ‘Jerk of All Jerks’ heet – gericht aan de moordenaar en opgenomen in zijn bundel ‘Blackbird Singing’ – om uiting te geven aan zijn woede en verdriet. Maar hij toonde zijn meer liefdevolle kant in een liedje op ‘Tug of War’ (1982).

McCartney (in 1989) «In ‘Here Today’ schreef ik over John. Het is gewoon een liedje dat het ongeveer zo stelt: ‘Als je er vandaag nog zou zijn, zou je zeggen dat alles wat ik maak rommel is. Maar dat zou je niet menen, want diep in je hart mag je me wel, dat weet ik.’ De boodschap is ‘kom eens achter je bril vandaan’. Het was eigenlijk een liefdesliedje, niet voor John, maar over John, over mijn relatie met hem. Ik probeerde de demonen in mijn eigen hoofd te verdrijven.

»Het komt hard aan als iemand als John je publiekelijk afzeikt, want daar was hij heel goed in. Dus schreef ik die song in een poging daarmee in het reine te komen. Ik was van plan dat op het podium te doen, maar toen zei iemand: ‘Waarom speel je niet één van Johns liedjes? Dat zou mooi zijn.’ En dat is ook zo, ik weet alleen niet of ik het einde zou hebben gehaald – je moet dan omgaan met de emotie die zoiets met zich meebrengt. Maar als knikje of knipoog in de richting van mijn oude maat zou het mooi zijn geweest. Hij had een enorme invloed op mijn leven, en ik denk dat het andersom ook geldt.

»John wilde altijd tot het gaatje gaan. Hij vroeg het zelfs een keer aan mij: ‘Heb jij je nooit afgevraagd hoe het is om echt het diepe in te gaan?’ Ik zei: ‘Fuck off. ‘Doe jij dat maar en vertel mij dan hoe het was.’ Dat is in essentie het verschil tussen onze persoonlijkheden. John is de man die zei: ‘Heb jij wel eens een schedelboring overwogen?’ Neen, dus!»

Een jaar later speelde McCartney tijdens een concert wel werk van John Lennon.


Songschrijven

McCartney «Aanvankelijk was zelf songs schrijven voor The Beatles een manier om geen covers te moeten spelen, want alle andere bandjes speelden alle bekende songs en wij wilden werk dat echt van ons was. Later werd het een bron van inkomsten. Er lagen geen grote artistieke ambities aan ten grondslag. Het was allemaal erg basaal, we wilden gewoon songs hebben die niet door andere bands werden gespeeld voor wij het podium opkwamen. En daarna deden we het om een zwembad te kunnen betalen, om een auto te kunnen kopen…

'Ik liet Dylan iets uit de plaat horen en hij zei: 'O, ik snap het, jullie willen minder aaibaar overkomen.''

»Vervolgens begonnen we te ontdekken dat er veel meer bij kwam kijken. Zo besefte ik dat het in zekere zin ook therapeutisch werkte. Als je je beroerd voelde, was dat een reden om ergens een stil plekje op te zoeken, liefst het stilste plekje in het hele huis, wat bij ons thuis het toilet was. Je begint jezelf verhaaltjes te vertellen, haalt er dingen bij die je dwarszitten of bezighouden en geeft die een plek in plaats van ermee rond te blijven lopen. En dat heb ik in de loop der tijd steeds als geweldig ervaren. Het staat eigenlijk gelijk aan een sessie bij de psychiater.

»De beste liedjes worden meestal in één keer geschreven. Je schrijft ze gewoon op, de inspiratie komt snel, alles valt op zijn plek. Zoals bij ‘Yesterday’: dat heb ik gedroomd, wist je dat? Ik werd wakker met in mijn hoofd de melodie die ik aan het eind van de droom hoorde en ik dacht: ‘Wat is dit?’ Het klonk goed, en ik ging meteen achter de piano zitten. ‘Put It There’ (van ‘Flowers in the Dirt’ uit 1989) schreef ik ook heel snel, tijdens een vakantie. Ik hou er niet zo van om het eruit te moeten wringen. Dat is vrijwel altijd een teken dat het niet goed is.»


Favorieten

In 2001 vroeg ik McCartney een paar songs te noemen die voor hem het meest hadden betekend. En of daar ook eigentijds werk tussenzat?

McCartney «‘Fields of Gold’ van Sting, dat vind ik heel goed. Er werd me wel eens gevraagd welk liedje ik zelf graag geschreven zou hebben. En dan noemde ik Billy Joels ‘Just the Way You Are’, omdat ik dat een lekker nummer vond. Maar ‘Fields of Gold’ is een geweldige song, dat is nu Het Liedje Waarvan Ik Wilde Dat Ik Het Zelf Had Geschreven. Eva Cassidy maakte er een heel coole coverversie van.

»En ‘Somewhere over the Rainbow’. Een fantastisch nummer. Het is een liedje vol hoop en vertrouwen in de toekomst. Na de cynische jaren 70, de pijnlijke jaren 80 en de jaren 90 staat ‘Somewhere over the Rainbow’ nog steeds als een huis. ‘I’ll make it one day!’ ’t Is zo’n geweldige song. Er is ergens altijd wel iets waar je hoop uit kunt putten. Het is een beetje klef en misschien niet bijster realistisch, maar dat stoort me niet.

»En Marvin Gaye! Vind ik ook fantastisch. En hij heeft ook nog eens ‘Yesterday’ gedaan! ‘Yesterday’ won één van die MTV-dingen en mijn toenmalige pr-kerel zei: ‘Je beseft toch wel wie dit nummer allemaal heeft gecoverd, hè? Iedereen. Sinatra. Elvis Presley. Marvin Gaye. Ray Charles.’ Dus vroegen we ons kantoor in New York om al die versies te verzamelen. Marvins versie staat bij mij bovenaan, ik vind het zelfs beter dan mijn eigen versie.

»Ik ben ook een grote fan van Nat King Cole. Sinds kort draai ik hem regelmatig. Ik was als kind al weg van hem. Ik herinner me nog dat ik in de keuken op de radio naar hem luisterde: ‘When I fall in love…’, en dat het me opviel dat hij goed zong en dat het een mooi liedje was. Nu vind ik hem één van de allergrootsten. Ik hou van zijn werk en ik hou van de songs uit die tijd.»


Punk

In de punkperiode werden voor het eerst in de popgeschiedenis verworvenheden als geld en roem – tot op dat moment beschouwd als de ijkpunten van succes – weggezet als onethisch en in tegenspraak met waar muziek voor zou moeten staan. McCartney nam die uitdaging serieus.

'In de punkperiode ging mijn oudste dochter Heather uit met Billy Idol. Net waar je als vader op zit te wachten'

McCartney «Het hele opzet van de punk was om die oude lullen – ons dus – te irriteren. Uiteraard speelde het leeftijdsverschil een rol. Zij deden wat wij tien of twaalf jaar daarvoor hadden gedaan. Dat gaf ze het voordeel dat wij toen hadden, het voordeel van de jeugd. Dat was ook de eerste indruk: ‘O God, zij zijn in het voordeel.’ Maar toen zag je drummers als Rat Scabies van The Damned bezig en dacht je: ‘Dat is net Keith Moon. Wij deden dat jaren geleden al. Ze spelen alleen een stuk sneller.’

»Er ontstond toen een kloof. Ik kad net ‘Mull of Kintyre’ uit. Van concurreren op hun terrein was geen sprake. Ik heb me wel even in de haren gekrabd. In een tijd van woedend spugen en pogoën en veiligheidsspelden door je neusschot priemen een Schotse wals uitbrengen? Mijn oudste dochter Heather was toen helemaal into punk. Voor mijn gevoel kende ze toen wat al te veel van die jongens. Ze ging uit met Billy Idol. Net waar je als vader op zit te wachten (lacht). Maar ze wist veel van de punkscene. Via haar bleef ik op de hoogte. Ze zei dat ze een punkvriendje had dat ‘Mull of Kintyre’ op de jukebox draaide.

»‘Mull of Kintyre’ werd veel groter dan welk punkliedje ook. We hadden bovendien ook ‘Helter Skelter’ gedaan en ‘I’m Down’, al die schreeuwerige en manische nummers in de Little Richard-sfeer. En ‘She’s So Heavy’, veel van Johns dingen waren toch wel aan de heftige kant. Ik heb dus nooit het idee gehad dat zij het zoveel anders deden dan wij. Ik weet dat iemand als Keith Moon zich niet zozeer bedreigd voelde, maar eerder boos was omdat de lui die zijn drumstijl imiteerden hem een saaie ouwe lul vonden.

»Het enige wat ze mee hadden was hun jeugdige onschuld. Het was goed dat het gebeurde, het werd hoog tijd dat er eens met een bezem door de stal werd gegaan. Het was toen allemaal wat decadent aan het worden, Rod Stewarts gedrag in L.A., dat soort dingen. Maar zoals het altijd gaat: het sloeg door.

»‘Pretty Vacant’ was mijn favoriet. En The Damned vonden we ook best goed. Maar het was allemaal van relatief korte duur, het pogoën, het springen en de herrie eromheen, het gespuug. Het was leuk als je op speed een nachtje wilde doorzakken en compleet uit de bol wilde gaan. Maar ik was getrouwd, dus van nachtjes doorzakken was sowieso geen sprake meer (lacht).»


Luxe en geld

McCartney «Luxe zegt me eerlijk gezegd weinig. Ik denk dat luxe een overgangsfase is, tussen weinig geld hebben en een beetje geld hebben. Het eerste wat je doet als er voor het eerst geld binnenkomt, is jezelf luxedingen aanschaffen – een grote auto kopen, want dat doet iedereen, dus je koopt een slagschip. Na een poosje kom je tot de ontdekking dat je in de bochten zeeziek wordt, en dan denk je: ‘Deze auto past niet bij mij, ik vond mijn Ford Classic leuker.’ En dan gaan we een stuk terug in de tijd, want dat was mijn eerste auto…

»De grootste luxe was een chauffeur. Ik kan je vertellen, dat is dus echt niks, zeker als je zelf graag autorijdt. ’t Is ook te gek voor woorden: je laat iemand in jouw auto rijden en in jouw plaats rijdt híj hem aan stukken. En al die tijd wil je eigenlijk liever zelf achter het stuur zitten.

'John eindigde als een avant-gardejongen, maar toen hij nog in de buitenwijken woonde met Cynthia, ging ik al met allerlei mensen uit de avant-garde om'

»Luxe hoeft voor mij dus niet. Maar ik hou wel van comfort, ik ga altijd duur op vakantie, want dat vind ik leuk. Maar verder ben ik niet zo gesteld op luxe. Dat zal met mijn afkomst te maken hebben. Ze stonden altijd wantrouwig tegenover alles waar ‘te’ voor stond: ‘Te ver, te snel, jongen… Blijf maar met beide voetjes op de grond, wees bescheiden, matigheid is een deugd.’ Mijn vader is altijd zo geweest.

»Gezond verstand is daarbij belangrijk, je moet je niet door het geld laten regeren, maar je moet er wel voor 100 procent van genieten. Het komt van pas als er iemand ziek wordt, om maar een voorbeeld te noemen. Je wilt toch liever niet lang wachten als je heup vervangen moet worden. Het gebeurt dat ik vrienden, kennissen of medewerkers van mijn bedrijf kan helpen. Dat ik kan zeggen: ‘Maak je niet druk, ik trakteer.’ Dat aspect van geld hebben, bevalt me wel.

»Ik moet daarbij altijd aan John denken. Toen er voor het eerst een massa geld binnenkwam, verhuisde hij naar St. George’s Hill in Weybridge, naast een golfclub. Hij gedroeg zich als een aristocratische landjonker. In die eerste golf van succes kon je krijgen wat je wilde. Hij ging zich te buiten aan Jaffa Cakes, was er helemaal verslingerd aan (spreekt met volle mond): ‘Hebben, hebben!’ Een week later kon hij ze niet meer zien, en hij moest er de rest van zijn leven niet meer van weten. ‘Begin alsjeblieft niet over Jaffa Cakes!’ klonk het dan. John op z’n best.»


Touren

McCartney «Het ergste is in een hotel zitten dat te wensen overlaat. Je verveelt je en denkt: ‘Thuis heb ik paarden om mee bezig te zijn. Ik ga graag in de bossen rijden. Wat doe ik hier in godsnaam’? Maar dat overkomt iedereen tijdens een tournee. We proberen genoeg vrije dagen in te lassen om er ook van te kunnen genieten. Ik werk niet meer zo hard als vroeger. Bij The Beatles ging het ’t hele jaar door. Maar nu neem ik wat gas terug en zodoende vind ik touren nog altijd leuk.

»Ontspanning halen we niet uit liters wodka backstage, want daar doe ik niet aan. Het kan niet. Als ik dronken ben, herinner ik me de songteksten niet. Het meeste geld wordt in het backstagebuffet gestoken. We besparen onderweg niet op comfort. Bij voorkeur reizen we vanaf één plek naar de verschillende stadions. We zitten eerlijk gezegd niet meer in zoveel verschillende hotels. Het is allemaal heel goed te doen. Als we bijvoorbeeld in Miami spelen, huur ik op mijn vrije dag een zeilboot, zulke dingen.

»Het enige wat ik leuk vond aan mijn schooltijd, was het sociale aspect, het rondhangen met mijn maten. ‘Hé, heb je dat gisteravond gezien? Hé, kijk eens wat ik heb? Een echte Zippo!’ Nieuwtjes uitwisselen, zoals mensen dat onderling doen, ik vind dat leuk. Als groep voel je op tournee verbondenheid – aan het eind van de avond zijn wíj het die naar het publiek buigen. En dan zijn er nog de crewleden. Het zijn ongeveer honderdveertig mensen, die net als circuslieden elke avond weer de grote tent opzetten. Er heerst een grote kameraadschap binnen het team.»


Het publiek

Zoals het publiek naar het podium kijkt, zo kijkt een performer ook naar het publiek. Maar Paul McCartney ziet niet alleen maar een grijze massa. Er is weinig dat hem binnen zijn gezichtsveld ontgaat, en bijzondere reacties koestert hij als souvenirs.

'Halverwege de jaren 60 woonde ik in mijn eentje in Londen, de andere Beatles waren getrouwd. In mijn beleving waren ze verschrikkelijk ouderwets'

McCartney «In Helsinki zong ik ‘You Won’t See Me’ en zag ik een oudere vrouw en haar man, een lange kerel. Zij leunde naar achteren tegen zijn borst, hij had zijn armen om haar heen geslagen. Ze had haar ogen dicht, ging helemaal op in het moment. Ik zag hoe hij naar haar keek. Wow… Ik haalde diep adem, toen. Het probleem is dat ik een song moet brengen, het is niet de bedoeling dat ik me als een voyeur gedraag. Maar ik voelde de tranen komen: ‘O, God, ik zie dat ze de jaren 60 heeft meegemaakt, dit is één van haar favoriete nummers, hij houdt van haar…’ En dat raakt mij.

»Ik heb veel van dat soort ogenblikken meegemaakt. Naarmate de tijd verstrijkt, komt het steeds vaker voor. Je ziet het nu bij alle generaties gebeuren, bij kinderen met hun moeder, bij twintigers en hun ouders, de vijftigers. Al die generaties zijn in het publiek vertegenwoordigd. Ik vind dat fantastisch, dat familiegebeuren, want zo ben ik ook.

»Ik heb een duidelijke herinnering aan een man in het publiek met een zwarte baard en zijn dochter, met lang zwart haar. Hij had zijn arm om haar heen geslagen en ze waren allebei in tranen tijdens ‘Let It Be’. Dat doet je iets. Mensen zien dansen, dat zie ik ook graag.

»Ik zag een keer een leuk stel in Scandinavië. Zij een beeldschone blondine, hij een donkere kerel, en dan kijk je naar ze zoals je naar mensen in een rij bij de bushalte kijkt. Gewoon, mensen kijken. Je brengt je song, maar de automatische piloot staat aan, en dan zie je al die dingen. Ze hield haar aansteker omhoog en om een aansteker een heel liedje hoog te houden, dat valt niet mee, dat ding wordt heet. Ze brandde haar vinger. Toen ik daarna ‘Fool on the Hill’ speelde, likte haar vriendje haar vinger, gaf er kusjes op, en tussendoor zoenden ze.

»En ook in Europa, een wat oudere man, hij zag er geweldig uit, een soort Neptunus, met zo’n grote krullerige baard. En man, hij huilde. Het raakte duidelijk een snaar bij hem. Dan sta je daar toch even met dichtgeknepen keel. Doe ik ‘Hey Jude’, hm, dan kan ik beter even niet naar hem kijken, liever naar iemand die lacht. Naar mijn gitarist bijvoorbeeld (lacht). Kwestie van niet te emotioneel te worden.

»Soms gaat iets dwars door je heen. Die man met zijn prachtige dochter, je beseft meteen dat hij haar meenam om te kunnen zeggen: ‘Kijk, zo maakte ik het in de sixties mee.’ Alleen al voor dat soort momenten wil ik blijven touren zolang ik kan.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234