null Beeld

Extreme sporters: Tom Waes, tv-maker

Niet iedereen kan 256 kilometer door de Egyptische woestijn lopen of in acht dagen meer dan 1.500 kilometer door Zuid-Afrika mountainbiken. Maar wat we wél allemaal kunnen: onze grenzen verleggen. Drie sportieve mannen – Hendrik Vos, Tom Waes en Geert Noels – en één vrouw – Mieke Dupont – vertellen hoe: ‘Ook zonder voorbereiding raak je de Mont Ventoux op.’

Brecht Decaestecker

'Ik zag soldaten en monsters. Ik was weg van de wereld'


Lees ook de andere getuigenissen »

De laatste keer dat ik Tom Waes (47) uitgebreid interviewde, was in de lente van 2009. Hij was zich toen aan het voorbereiden op het tweede seizoen van ‘Tomtesterom’, waarin hij de Marathon des Sables zou lopen: zo’n 250 kilometer verdeeld over vijf etappes van verschillende lengte, dwars door de woestijn in Marokko. Hij rookte de ene sigaret na de andere. ‘Daar moet ik toch écht mee stoppen,’ zei hij toen. ‘Binnenkort.’

null Beeld

Waes liep de wedstrijd uit, wat historische televisie opleverde. Maar stoppen met roken deed hij niet. Hetzelfde witte pakje ligt voor hem op het terras waar we hebben afgesproken. Toch staat hij haast even scherp als destijds. Hij sport nog altijd veel, zegt hij, en samen met zijn vrouw Mieke liep hij de voorbije jaren een paar stadsmarathons, waaronder die van Londen en Berlijn.

HUMO Hoe kijkt u terug op uw deelname aan de Marathon des Sables?

Tom Waes «Op het moment zelf was het vaak afschuwelijk. Vergeet niet: in datzelfde seizoen van ‘Tomtesterom’ moest ik ook sumoworstelaar worden en aan een extreem lastige sleehondenrace meedoen, en later zou ik ook nog bodybuilden en El Capitan beklimmen. Voor de ene opdracht moest ik zo weinig mogelijk wegen, voor de andere zo veel mogelijk. Als ik te veel liep, werd de ene coach kwaad omdat ik te veel gewicht verloor. At ik te veel, dan was de andere kwaad omdat ik bijkwam. Er liepen Belgen mee die me uitlachten: ‘Jij hebt hele stukken gewandeld.’ Maar ik zei: ‘Jullie hebben een jaar lang alleen maar gelopen, enkel en alleen hiervoor.’ Maar het blijft wringen dat ik me niet volledig op die wedstrijd heb kunnen focussen.»

HUMO Hoe leefde u ernaartoe?

Waes «Ik was vooral onwetend. Als ik toen geweten had hoe erg ik zou afzien, dan was ik er wellicht nooit aan begonnen. Ik had nog nooit een marathon gelopen, wist ik veel. Achteraf bleek ook dat het eigenlijk te zwaar was. Het was maar één ding: afzien.»

HUMO U hebt er niet van genoten?

Waes «Onderweg nauwelijks. Achteraf wel, bij de ontlading na de finish. Als je voldoende getraind hebt, moet het zalig zijn. Er deed een Belg mee die in de top 20 is geëindigd. Hij was elke dag vier uur vóór mij binnen en had geen pijn aan zijn voeten. Tja, dan moet het wél heel plezant zijn (lacht).»

HUMO Kan iedereen de Marathon des Sables lopen?

Waes «Als je je niets van het klassement aantrekt: ja. Op de laatste dag vertrekken de laatste tweehonderd deelnemers onder applaus van alle anderen. Daar zitten oude mensen tussen, gasten met een rollator of krukken. Ze hebben er uiteindelijk misschien dertig uur langer over gedaan dan ik, maar ze zijn er ook geraakt: ik heb voor hen evenveel respect als voor de winnaar.»

HUMO Als het echt niet meer gaat, helpt de gedachte: ‘Je kunt altijd nog een beetje trager.’

Waes «Dat klopt. Je kunt duizend keer door de spreekwoordelijke muur gaan. Tijdens de langste etappe van 84 kilometer ben ik rond kilometer 50 Natalie Camerlynck tegengekomen, de eigenares van Surfers Paradise in Knokke. Ze zat op de grond te huilen, ze kon geen meter meer vooruit. Eén hoopje miserie. Ik ben naast haar gaan zitten en heb haar opgepept. Ik heb haar overeind getrokken en bijna letterlijk opnieuw in gang geduwd. Op 16 kilometer voor het einde ben ik zelf helemaal ingestort. Ik kon echt niet meer. Af en toe passeerde een loper met een lampje op zijn hoofd – het was al donker – die zei: ‘Komaan.’ Ik wilde opgeven, maar ineens liep Natalie daar. Ze zag me zitten, zei: ‘Allee, Tom!’ en trok me weer overeind. Ik ben toen beginnen te strompelen, tot aan de finish.»

HUMO Wat was het mooiste?

Waes «De sfeer onder de Belgen. Er zijn daar echte vriendschappen ontstaan. De landschappen zijn natuurlijk ook overweldigend, maar als je afziet, zie je in die duinen toch vooral hellingen die je nog over moet. Af en toe hangen er ook touwen omdat je anders niet boven raakt. Dat heeft nog weinig met lopen te maken. En de afdalingen zijn vaak nog zwaarder, omdat je helemaal door je benen zakt. Je schuift naar voren in je schoenen, waardoor je teennagels afbreken.»

HUMO Welk moment van de Marathon des Sables zou u willen inkaderen?

Waes «De voorlaatste etappe, na de dubbele marathon. Op de rustdag heb ik eerst tot een gat in de dag geslapen, daarna hebben ze me naar de verzorging gebracht. Mijn voeten waren helemaal kapot. Overal blaren, teennagels weg. Ik ben opnieuw naar mijn tent gesukkeld en heb eten gemaakt. Vervolgens heb ik weer twaalf uur geslapen. De volgende ochtend ben ik naar de wc gestrompeld, maar toen het startsein gegeven werd, heb ik een klik gemaakt: na 5 kilometer voelde ik de pijn bijna niet meer. Ik heb toen mijn snelste marathon gelopen. Dat was het moment waarop ik mezelf oversteeg. Vóór de start van die etappe had mijn regisseur gezegd: ‘Tom, als je wilt opgeven: geen probleem. We hebben nu al voldoende materiaal voor een goede aflevering.’ Maar ik dacht: ‘Ja, hallo, nu ga ik niet meer stoppen.’ Op dat moment was ik geen tv meer aan het maken. Dat kon me gestolen worden.»

HUMO Was de Marathon des Sables het zwaarste wat u ooit hebt gedaan?

Waes «Neen, dat was de hondensleerace – 400 kilometer bij min 35 graden. Ik dacht dat ik gewoon op die slee moest staan en dat die honden het werk zouden doen, maar zodra het een beetje bergop gaat, stoppen ze en kijken ze naar jou met een blik van: ‘En nu jij.’ Zeker 200 kilometer heb ik die slee geduwd. Dan ga je zweten, terwijl het ijskoud is. Ondertussen moet je de weg vinden, eten maken voor die honden en jezelf, materiaal herstellen... Mijn coach zei: ‘Tijdens de langste etappe zal je de little people zien.’ En ik heb inderdaad gehallucineerd. Ik passeerde halfbesneeuwde struiken en bomen, maar ik zag soldaten en monsters. Dan ben je echt weg van de wereld.»

HUMO Hoeveel sport u tegenwoordig nog?

Waes «Ik ben minstens vijf keer per week één à twee uur buiten om te lopen of te fietsen. Er bestaat voor mij geen excuus om het niet te doen. Ik was onlangs op een reünie waar sommige vroegere klasgenoten een behoorlijk uitgezakt lijf hadden. Ze liepen te zeuren dat ze geen tijd hadden om te sporten. Maar ik heb óók een druk leven, hoor. De lastigste meters zijn die naar de voordeur. Mieke en ik staan rond halfzeven op en we zorgen ervoor dat er altijd een set sportkleren klaarligt. Dat helpt: je hebt maar je short, T-shirt en loopschoenen aan te doen en hopla, je bent vertrokken. Soms heb ik ook geen goesting, maar dan pusht Mieke me om toch te vertrekken en na 5 meter ben ik al aan het genieten. Twee uur later heb je gedoucht en ben je zielsgelukkig.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234