'Fear Inoculum' en wat voorafging: 29 jaar Tool in acht platen

De zomer van 2019 is, behalve onvoorspelbaar, vooral van Tool. De band uit Los Angeles trapte het festivalseizoen af in Werchter. Op 30 augustus – tatoeëer het op uw voorhuid – brengen ze een nieuwe plaat uit, hun eerste in dertien jaar. En tussendoor is het ondenkbare gebeurd: sinds 2 augustus staat hun volledige back catalogue eindelijk op Spotify en co. Wat mogen we van ‘Fear Inoculum’, de vijfde symfonie van Tool, verwachten en wat doet het ertoe?

'We zijn geen metalband, geen grungeband, geen rockband en geen countryband. We zijn Tool'

Scottville, Michigan, eind jaren 70. De jonge puber Maynard James Keenan, die dan nog gewoon James Herbert Keenan heet, kijkt op zaterdagmiddag, high on sugar, naar een vampierenfilm bij zijn oma. Zijn tante komt op bezoek en vraagt hem: ‘Vind je monsterfilms leuk? Luister dan hier eens naar.’ En ze stopt hem het debuut van Black Sabbath in handen. Daarna kijkt hij verder naar de film, maar met het geluid van de televisie af en ‘Black Sabbath’ op de platenspeler. Het bracht hem op ideeën, maar nog niet meteen.

Hieronder: de korte samenvatting van 29 jaar Tool. De troeven, de impact, de nalatenschap, de bruine plekken en een unique selling proposition of drie, voor het gemak gerangschikt aan de hand van hun back catalogue.


‘72826’ (1991)

Vroege demo, die op slechts een paar honderd cassettes werd verspreid. Het getal 72826 spelt ‘SATAN’ op een telefoon. Een jaar eerder had Keenan al een beetje meegeschreven aan ‘Brick by Brick’, Iggy Pops comebackplaat met leden van Guns N’ Roses.

In ‘A Perfect Union of Contrary Things’, Keenans geautoriseerde biografie uit 2016, beschrijft de zanger hoe hij langs de achterdeur in de muziekbusiness is gesukkeld.

Maynard James Keenan «Als tiener wilde ik vooral dingen kapotmaken. Ik sloeg aan de lopende band oerkreten uit. Ik kon toen twee richtingen uit: seriemoordenaar of rockster worden. Ik ging naar concerten om van achteraan ‘You suck!’ naar de groep te roepen. Tot plots genoeg mensen me hadden gezegd: ‘Waarom doe je het niet zelf, als je denkt dat je het beter kunt?’ Dat deed ik dan maar. Niet met de bedoeling om het lang vol te houden. Ik wilde anderen even tonen hoe het moest, zodat ik daarna gewoon opnieuw achteraan in de zaal kon staan.»


‘Opiate’ (1992)

Een ep met zesenhalve song. De titel is steno voor ‘Religie is de opium van het volk’.

‘Opiate’ zet de Tool-bakens uit en toont een groep in het bezit van een andere stafkaart dan de meeste metalternativo’s van die tijd (Alice In Chains, Prong, Helmet). Een goed, rauw en hard begin, maar één met nog meer vragen dan antwoorden. In de laatste minuut van ‘Part of Me’ klinkt Keenan zelfs als James Hetfield met de sik in de keel.


‘Undertow’ (1993)

De eerste volwaardige studioplaat van Tool komt uit in volle grungetijd en krijgt van Tool-gitarist Adam Jones in een interview met Guitar World deze uitleg mee: ‘Thuis luisteren we naar Joni Mitchell, King Crimson, Depeche Mode en country. Maar we zijn geen metalband, geen grungeband, geen rockband en geen countryband. We zijn Tool.’

Keenan «En wat is Tool? Precies zoals de bandnaam klinkt. Tool is een grote lul. Een moersleutel. Gereedschap. Wij zijn jouw gereedschap. Zet ons in als middel, gebruik ons om iets van je leven te maken.»

De helft van de songs op ‘Undertow’ (de zachtst klinkende helft) was al geschreven toen ‘Opiate’ uitkwam.

Adam Jones «Die hadden we toen laten liggen, omdat iemand bij het label had gezegd: ‘Breng éérst de zwaarste songs uit. Dat is de enige manier om opgemerkt te worden.’ Dat was dus de laatste keer dat we naar iemand van een platenlabel hebben geluisterd.»

★★★

Het valt op in een tijd waarin platenfirma’s jonge bands allesomvattende 360 gradendeals laten tekenen: Tool staat nogal op zijn onafhankelijkheid en raadt iedereen aan hetzelfde te doen. In 2001 laat Keenan, aan het einde van een optreden in de Rod Laver Arena in Melbourne, het publiek een ‘non-conformistische eed’ zweren: ‘Zeg me na: ‘Think for yourself, question authority, strive to be different and unique.’’

Zelfbedruipend is Keenan al sinds hij van Los Angeles naar Jerome, Arizona verhuisde.

Keenan «Er is een bron, het ligt hoog boven de waterspiegel en in de grond kan bijna alles geteeld worden. Wie zijn geschiedenis kent, weet dat onze maatschappij vroeg of laat in elkaar stort. Leer voor jezelf te zorgen. Reken niet op anderen om je huis te bouwen of om je water te brengen. And grow your own fucking food.»

Om vermoedelijk soortgelijke redenen heeft Tool zich lang verzet tegen iTunes, Spotify en andere digitale verdienmodellen.

Keenan «Het is een oude truc. Weer een manier van de industrie om de artiest uit te kleden. Op iTunes verkopen ze songs voor 99 cent, maar de artiest krijgt slechts 8 cent. Onze platenfirma smeekt ons: ‘Please, please, please, doe mee!’ Wij antwoorden: ‘Please, please, please, maak het de moeite waard!’»

Het is onduidelijk wat hen heeft overtuigd, maar ze zijn dus overstag gegaan. Tijdens een recent interview van 90 minuten met comedian en podcastpresentator Joe Rogan (waarvan 70 minuten over wijndruiven, valken, yoga en gefermenteerde appels) legde hij dat zo uit: ‘Met betamax en laserdisk is het niks geworden. Maar nu heb je dingen als digitale media en streamen, en dat gaan we eens uitproberen. Spotify, al van gehoord? ’t Is gloednieuw!’

Dat Tool altijd een ‘zwart of wit, en niets ertussen’-band is geweest, zou ook aan de opvoeding van Keenan kunnen liggen, in een fundamentalistische familie van wederdopers in Ohio.

Keenan «Je werd er verwacht een bijbel in je ene hand te houden en een machinegeweer in de andere. Altijd klaar om de vijand uit te roeien. De uitdrukking ‘our way or the highway’ was bij ons nogal in zwang.»


‘Ænima’ (1996)

1996 is het jaar van Dutroux en de ontvoering van Pierrot-van-‘Familie’ door Zatte Rita, maar ook van ‘Ænima’. De titel is, in goede Tool-traditie, een puree van twee woorden: anima (letterlijk ‘ziel’, maar hier vooral iets Carl Jungiaans) en enema (darmspoeling). Het is dus een plaat over de noodzaak om af en toe de ziel te reinigen. Wat niet meer gewassen kan worden, mag helemaal weggespoeld: de song ‘Ænema’ (één letter verschil) roept een zondvloed uit over het ijdele, decadente en platte Los Angeles. Olé!

Humo-collega (gvn) vatte ‘Ænima’ in 1996 uitstekend samen: ‘‘Stinkfist’, ‘H’, ‘Forty Six & 2’ en ‘Ænema’ zijn zenmetaltracks die wij met schaar, pincet en meetlat aan vivisectie hebben onderworpen, met volgend resultaat: ‘Ænima’ hangt aaneen van 5% King Crimson, 2% The Mission, 7% Rage Against The Machine, 12% Nine Inch Nails, 26% Pearl Jam en 49% ellebooggewriemel van Rollins Band. Er zit punch in hun grunge. There’s even sex in their violence.’

‘Stinkfist’ gaat over een vuist in de anus, maar – bij Tool reikt de einder altijd iets verder – toch vooral over een vuist in de anus van het universum. In ‘Hooker with a Penis’ duwt Maynard de lul-de-behangers onder zijn eigen fans ruw van zich af. Het debiele akkefietje dat hij onlangs met Justin Bieber en diens echtgenote had – Bieber outte zich op Twitter als Tool-fan, Keenan reageerde met ‘#bummer’ – valt in dezelfde categorie.

23 jaar later klinkt ‘Ænima’ nog steeds als een meesterwerk. Een tijdloos document vol angst, aambeien en headbangen. De toon is donker en hard, maar ze zijn erin geslaagd een paar grinnikmomenten binnen te smokkelen. Het naar Nine Inch Nails walmende ‘Die Eier von Satan’ is een in het Duits voorgelezen recept voor Mexicaanse trouwfeestkoekjes. ‘Intermission’ is een onnozel circusdeuntje, maar ook de perfecte intro voor ‘Jimmy’. En ‘Message to Harry Manback’ is een boodschap die ooit echt op het antwoordapparaat van Hotsy Menshot (van Green Jellÿ en destijds een flatgenoot van Maynard) werd achtergelaten door een in zijn wiek geschoten Italiaan die hem kanker toewenste. Macaber en hilarisch tegelijk: mooi.

★★★

Humor en rock: het is geen voor de hand liggende combinatie. Een paar bands kunnen of konden het. Primus, Tenacious D en Ween. Nirvana bij vlagen. Flaming Lips live. Flight of the Conchords en De La Soul zijn grappig, maar geen rock. Spinal Tap is niet echt en telt dus niet mee. Verder wordt het meestal snel oudbakken (The Darkness) of gaat het naar zelfparodie ruiken. Of erger: naar Bloodhound Gang. Behalve Tool ken ik sowieso geen enkele succesvolle mainstreamband die tegelijk echt grappig én angstaanjagend intens kan zijn.

Wie Keenans gevoel voor humor wil bijbenen, moet soms wreed hard lopen.

HUMO (in 2006) Stel dat je de tijd kon terugdraaien: zou je de zaken dan anders aanpakken?

Keenan «Ik zou Courtney Love in het hoofd schieten om het leven van Kurt Cobain te redden.»

HUMO Euh...

Keenan «Grapje! Ik zou Courtney nooit rechtstreeks in het hoofd schieten. Een kogel in de ingewanden: dan ziet ze langer af.»

Eén van Maynards twee wijngaarden heet Merkin Vineyard – merkin is Amerikaans voor ‘schaamhaarpruik’. De naam van Keenans andere band Puscifer verwijst naar zowel Lucifer als pussy fur. (In Keenans andere andere band, A Perfect Circle, is minder plaats voor humor, maar daar speelt hij dan ook bewust tweede viool.) In het boekje van ‘Ænima’ stonden platenhoezen van zestien fictieve Tool-platen, met verzonnen (en uitstekende) titels als ‘3 Fat Brown Fingers’, ‘Iced Pee’ en ‘Tetanus for Breakfast’.


‘Salival’ (2000)

Tussendoortje. Compilatieplaat met outtakes, liveversies, een Led Zeppelin-cover en een hidden track die ‘Maynard’s Dick’ heet. Naar verluidt uitgebracht omdat de band dacht dat het einde nabij was.

Keenan heeft zijn stembanden tussendoor ook een paar keer uitgeleend aan bevriende bands. Die kettingzaagschreeuw halverwege ‘Know Your Enemy’ van Rage Against The Machine? Van hem. In ‘Passenger’ van Deftones gaat hij in duet met Chino Moreno. Hij is het bange biggetje dat ‘Not by the hair of my chinny, chin, chin!’ piept in ‘Three Little Pigs’ van de sportsokken van Green Jellÿ. En tijdens de eerste seconden van ‘Silly Love Songs’, een Wings-cover van The Replicants, hoor je Keenan (letterlijk) in de pot pissen.

Tool is niet voor iedereen. Sommige muziekliefhebbers vinden hen te pretentieus, te afstandelijk, te ernstig. Vorige week las ik op Facebook ergens: ‘Eigenlijk is Tool gewoon Rush voor Juggalo’s.’ Goed gelachen. Maar wat is er mis met Rush voor Juggalo’s?


‘Lateralus’ (2001)

In de aanloop naar de release verspreidde de band een valse plaattitel (‘Systema Encéphale’) en dito tracklist, met songtitels als ‘Mummery’, ‘Lactation’, ‘Pain Canal’, ‘Smyrma’ en ‘Riverchrist’.

Keenan «Soms bedenken we die fake titels om eens goed te kunnen lachen. Soms is het uit noodzaak. Net voor ‘Salival’ zou uitkomen, hadden we hier en daar een paar titels vermeld, en meteen had een of andere lul alle webdomeinen met ‘.com’ en ‘.org’ voor die titels gereserveerd.»

'Alleen Tool kan een song langer dan acht minuten rekken en je achterlaten met honger naar meer. En dat een hele plaat lang ''

‘Lateralus’ begint met ‘The Grudge’. We zijn nog geen twee minuten ver en Tool heeft je al waar het je hebben wil – op die vreemde gevoelsgrens tussen droom en realiteit. Alleen Tool kan een song langer dan acht minuten rekken en je achterlaten met honger naar meer, én die truc vervolgens een hele plaat herhalen.

Ik heb van een paar verschillende mensen gehoord dat het nummer ‘Lateralus’ live horen aanvoelt als ‘een religieuze ervaring’. In die track volgen de lettergrepen de befaamde fibonaccireeks. Een indrukwekkende onderneming, maar Keenan bekent achteraf daar spijt van te hebben.

Keenan «Eigenlijk is het een veel te lang aanslepende dick joke voor intellectuelen. Te veel ‘Kijk mama, zonder handen!’»

Voor onder meer ‘Disposition’ gaat drummer Danny Carey in de leer bij tablalegende Aloke Dutta. ‘Eon Blue Apocalypse’ gaat over de aan beenkanker gestorven hond van de gitarist. Over de ambient-skit ‘Mantra’ zei Keenan eens dat het een vertraagde opname is van hij die zijn kreunende kat knijpt.

Jonas Govaerts destijds in Humo: ‘‘Lateralus’ is een intelligente, originele en compromisloze plaat, die bovendien rockt als de beesten.’


‘10.000 Days’ (2006)

De band noemt het zelf ‘hun bluesplaat’, omdat er het meest op gemiezerd wordt. De songs gaan afwisselend over engelen die de mensheid observeren, over kakken in bed, en over je huissleutels verliezen tijdens een lsd-trip. De titeltrack gaat (mogelijk) over de 27 jaar die Keenans moeder na een beroerte in een rolstoel heeft doorgebracht.

De covertekening is er één van kunstenaar Alex Grey (zie ook: Nirvana’s ‘In Utero’). Eagles-gitarist Joe Walsh doet mee in ‘Jambi’. Tijdens de opnames wordt ter ontspanning vooral ‘Guitar Hero’ gespeeld (klinkt als een topchirurg die tijdens zijn koffiepauze ‘Dokter Bibber’ speelt) en gekeken naar de r&b-opera ‘Trapped in the Closet’ van R. Kelly.

★★★

Het klinkt saai, maar wat de band – ook voor de sample-, autotune- en gezichtstatoeage-generaties – écht doet opvallen, is good old-fashioned vakmanschap. Alle groepsleden duiken, elk in hun eigen categorie, regelmatig op in ‘best of’-lijstjes. Drummer Danny Carey is in oorsprong een jazzman uit Kansas, maar in pakweg ‘Triad’ en ‘Reflection’ hoor je hem een polyritmisch wormgat induiken. Hij beweert drummen te zien als een occult ritueel, als het oproepen van een demon die ergens opgesloten zit. Moet kunnen.

Adam Jones is zowel in zijn videoclips als in zijn gitaarwerk redelijk onnavolgbaar. Justin Chancellor is alleen al voor de baslijn in ‘Forty Six & 2’ (op ‘Ænima’) zijn gewicht in goud waard.

Tool torent boven de massa uit, bijna altijd op basis van de muziek, en zo weinig mogelijk ego. Dat Keenan live oog heeft voor accessoires, ligt in het verlengde daarvan. Zijn concertgarderobe bestond in het verleden uit blonde pruiken, blauw-witte lichaamsverf, neptieten, spannende Speedo’s en een rolstoel, en dat is minder aandachtstrekkerij dan een manier om zichzelf weg te cijferen. Hij is daardoor – en door de keuze van de bandleden om bijna nooit te figureren in hun clips – één van de weinige megarocksterren die vaak niet eens door hun eigen fans herkend worden.

Keenan «Op een keer verlieten Adam en ik het Hollywood Palladium na een concert. We wensten elkaar een fijne avond en wandelden elk naar onze eigen auto. Meteen daarna sprintte een jongen op me af: ‘Oh my god! Zag ik je net praten met dé Adam Jones van Tool?! Wat voor iemand is hij?’ Ik zei: ‘Loop op hem af en spreek hem aan. Misschien neemt hij je mee uit eten.’ Een andere keer werd ik in de supermarkt aangesproken door een vrouw die dacht dat ik Moby was.»


‘Fear Inoculum’ (2019)

De nieuwe Tool komt precies 4.869 dagen na ‘10.000 Days’ uit. ‘Fear Inoculum’ staat grofweg voor ‘angst voor injecties’, en bevat dus vermoedelijk een statement over de antivaxers. Goed! Op de fora staan veel theorieën met bredere, metaforische interpretaties, maar om die hier samen te vatten zijn we niet slim genoeg.

Over de nieuwe songs wordt door de bevoegde instanties alleen het hoogstnodige gecommuniceerd. We weten al dat het er zeven zullen zijn, en dat élk nummer langer dan tien minuten zal duren. En in mei speelden ze de songs ‘Descending’ en ‘Invincible’ voor het eerst live.

Aan Joe Rogan legde Keenan ook uit waarom ‘Fear Inoculum’ zo lang op zich heeft laten wachten. Het kwam er, naast een paar vage rechtszaken en meerdere brommeraccidenten, op neer dat goede muzikanten niet noodzakelijk goede verkopers zijn. En ook al niet de beste praters.

Keenan «Over elke stap en beslissing moet bij Tool per se een meeting belegd worden. En meestal is dat ook nog eens een meeting waarop niets wordt beslist. Succes is ook een horde. Er is een dynamiek ontstaan van: ‘We hebben het tot nog toe goed gedaan, en dat komt omdat we altijd gewoon onze zin hebben gedaan. Ook deze keer willen we geen compromissen, geen toegevingen!’ Dan kan het lang duren.»

De single ‘Fear Inoculum’ moeten we nog honderd keer horen om er volledig in te kunnen verdwijnen, maar hij voelt nu al aan als thuiskomen en roept in de laatste minuten zelfs aangename herinneringen op aan ‘Forty Six & 2’. Het is in Amerika de langste song (10 minuten, 23 seconden) die ooit een plaats veroverde in de Billboard Hot 100. Wereldwijd is het nummer in de eerste week 4 miljoen keer beluisterd op Spotify. In het zog ervan komt zelfs ‘Ænima’ opnieuw in de charts terecht.

Tool is in 2019 een andere band dan in 1996. Maar ik zie weinig groepen die in het gat zijn gedoken dat Keenan en co. de voorbije dertien jaar lieten vallen. Ze zijn vreemde luizen in de hitlijsten en atypische headliners op festivals, maar dat waren ze vroeger ook.

Hier in België hebben we de plaat nog niet kunnen of mogen beluisteren, maar in Engeland is al een eerste vijfsterrenrecensie boven water gekomen. De plaat wordt daarin omschreven als ‘compleet anders dan wat voorafging’ (maar dat zegt elke journalist die wil opvallen), en zou elektronica, post-postrock en ‘veel hart, ziel en spirit’ bevatten. En ze zou na al dat lange wachten zelfs de verwachtingen inlossen, wat bijna te goed klinkt om waar te zijn.

De recensent vermeldt ook dat Tool weliswaar lang the thinking man’s metal band werd genoemd, maar zich op de nieuwe plaat ontpopt tot the feeling person’s metal band.

Klinkt onnozel genoeg om te kunnen kloppen.


‘Fear Inoculum’ verschijnt op 30 augustus bij RCA Records.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234