Federico Bahamontes (90), de oudste nog levende Tourwinnaar: 'Ik heb niet meer gefietst sinds 1965. Wielrennen was mijn job, ik deed het niet voor mijn plezier'

Volgens de legende kon hij bergop zoveel voorsprong bij elkaar fietsen dat hij op de top tijd had om een ijsje te eten. Wat wel zeker is: Federico Bahamontes werd zes keer bergkoning en is de oudste nog levende Tourwinnaar. De steile wegen van de Alpen en de Pyreneeën kregen geen vat op hem, net zomin als de jaren. Hij is net 90 geworden, maar dartelen doet de eeuwig jonge Bahamontes nog steeds. Humo sprak met ‘De adelaar van Toledo’ over de koers, het leven, FC Barcelona, Carles Puigdemont en Lucien Van Impe. ‘Wat ik in 1969 zag, was ongelooflijk. Een klein ventje reed ze allemaal kapot.’

'Ik heb niet meer gefietst sinds 1965. Wielrennen was mijn job, ik deed het niet voor mijn plezier'

Hij zal wat later zijn, belt Bahamontes een halfuur nadat we elkaar hadden moeten ontmoeten in het drukke centrum van Toledo. Hij moet nog 8 kilometer rijden. ‘Ik kom van mijn boerderij, ik heb er al de hele ochtend gewerkt.’ Nog een halfuur later, weer een telefoontje: ‘Het lukt me niet, de politie heeft me tegengehouden, ze zagen dat ik aan het bellen was. Wat een belachelijk gedoe! Ze weten toch wie ik ben?’ Bahamontes vraagt ons dan maar om naar de société te komen, zijn heiligdom met een opslagplaats voor fietsen en een kantoor vol bekers, wimpels, boeken, foto’s en truitjes van toen. ‘Welkom in Toledo! zegt hij, monter, kwiek, met een brede lach op zijn gezicht.

HUMO Proficiat, Federico! 90 jaar, da’s niet niks.

federico Bahamontes «Dankjewel. Het gaat goed met mij, ik voel me geen 90. Alleen moet ik wat voorzichtiger worden. Voel hier eens, aan mijn knie. Voel je het? Vorige maand heb ik een ongeluk gehad. Toen ik de garagepoort opende, is mijn auto achteruit gebold: ik was vergeten om de handrem op te trekken. Ik zat gekneld tussen de auto en de poort, bijna een uur lang. Niemand kon me helpen, het was laat en er was geen mens op straat. Daar lag ik dan. Ik heb uiteindelijk toch de hulpdiensten kunnen bellen. Het duurde lang voor ik het nummer had gevonden, ik ben niet zo handig met zo’n mobiele telefoon. Stom, vind je niet? Ik zou me moeten laten opereren aan die knie, maar daarvoor pas ik. Een beetje pijn kan geen kwaad. En ik leef nog.»

HUMO Je hebt al de hele ochtend gewerkt, zei je daarnet.

Bahamontes «Je moet blijven bewegen, onthoud dat maar. Elke dag ga ik naar mijn boerderij, buiten de stad. En dan ga ik aan de slag, trabajar. Je gaat daar niet van dood, hoor. Ik houd me bezig met de planten en de olijfbomen, ik schoffel en ik wied. Ik prijs me gelukkig dat ik dat nog kan. Mijn vrouw heeft een zwakke gezondheid, ze heeft problemen met haar hart. Ze zit thuis en kan weinig doen. Dat maakt me triest.»

HUMO Zit je soms nog op de fiets?

Bahamontes «Niet meer sinds ik in 1965 gestopt ben met wielrennen. Waarom zou ik? Met fietsen verdiende ik mijn geld. Ik deed het niet voor mijn plezier.»

HUMO Soms had je helemaal geen zin om te koersen, wordt gezegd. Dan gaf je al snel op. In de Tour van 1960 stapte je al na de eerste rit af. Omdat je naar huis wou?

Bahamontes «Ik gaf op, maar niet omdat ik er geen zin in had, of omdat ik moe was. Ik weet dat die anekdote de ronde doet, dat ik zou hebben gezegd: ‘Moi, il est fatigué. Moi, il veut aller à la maison.’ Ach, die verhalen. Weet je waarom ik écht opgaf? Omdat de Tourdirectie niet met centen over de brug kwam. Zo simpel was het.»

HUMO Geld is belangrijk voor jou, hè?

Bahamontes «Ik kom uit een arme boerenfamilie. Wij hadden niks, thuis. Spanje was een ander land in de jaren 30 en 40. Eerst was er de burgeroorlog, daarna de dictatuur van generaal Franco. Het was zwaar, en voor gewone mensen was het een strijd om te overleven. Als jonge gast verkocht ik groenten op de markt, en durfde ik weleens iets te stelen.

»Nadat ik zwaar ziek was geweest, kreeg ik een fiets om me wat op te monteren. Uren heb ik ermee rondgereden in de bergen rond Toledo, zwaar beladen met dingen die ik hier en daar ritselde om door te verkopen. Maar zo kweekte ik natuurlijk ook conditie. Na een tijdje wist ik dat die fiets me zou helpen om een beter leven op te bouwen. Ik zou ontsnappen aan een leven zonder toekomst.

»Dus, neen, ik ben niet vies van geld. Mijn geld was mijn geld, ook in de koers. Ik heb daar nog ruzie over gemaakt met jullie landgenoot, Rik, il bastardo.»

HUMO Van Looy?

Bahamontes «Neen, de andere. Van Steenbergen

HUMO Vertel!

Bahamontes (lacht) «Ik denk dat het op de wielerpiste van Madrid was, tijdens een zesdaagse in de winter. Ik had er een mooi contract getekend, en Rik Van Steenbergen was er ook. Tijdens het laatste nummer zouden we sprinten voor een premie, maar het was opgezet spel. Die premie was voor mij, dat hadden we onder elkaar afgesproken. Maar nét voor de streep stak Van Steenbergen me nog voorbij. Rik was met mijn geld weg.»


De man met het ijsje

Federico Bahamontes was een klimmer pur sang. Hij won zes keer de bergprijs in de Ronde van Frankrijk tussen 1954 en 1964. In de Ronde van Italië was hij één keer de beste, in de Ronde van Spanje werd hij twee keer bergkoning. Klimmen was voor Bahamontes een heerlijk spel, van aanvallen en weer ingelopen worden, van opnieuw aanvallen en de beste zijn boven op een col. Méér hoefde niet.

Bahamontes «De mensen die me begeleidden, maakten me wijs dat dat volstond. ‘Wees de beste klimmer, dan ga je veel geld verdienen. Wees de koning van de bergen.’»

Dat loonde in criteriums en – als hij er zin in had – in de winter op de piste. Bahamontes werd de regisseur van zijn eigen legende: het ongeleide projectiel dat bergop stukken beter was dan Jacques Anquetil, Stan Ockers en Louison Bobet. Hij werd de man die klom vanuit het zadel, het hoofd wiegend van links naar rechts, de handen boven op het stuur. Dan nam hij minuten voorsprong in de beklimming van de bergen in de Alpen en de Pyreneeën. Minuten die hij in de afdaling weer verloor.

Bahamontes «Dalen kon ik niet. Ik was een klimmer.»

HUMO En wat voor één. Je was zo impressionant dat Tourdirecteur Jacques Goddet de bijnaam ‘De adelaar van Toledo’ voor je bedacht. Je kon zoveel voorsprong nemen bergop dat je de tijd had om een ijsje te eten op de top van een col.

Bahamontes «Dat verhaal moet ik telkens weer vertellen. Zeggen ze in jouw land ook dat het op de top van de Galibier was? Ja, zeker?»

HUMO Eigenlijk wel. Was het niet op de Galibier?

Bahamontes «Neen, natuurlijk was dat niet op de Galibier. In de Tour van 1954 reden we tijdens de zeventiende etappe van Lyon naar Grenoble. Ik zat in een ontsnapping met enkele Fransen en Belgen, ik ken hun namen niet meer. We moesten een col van tweede categorie beklimmen, de Col de Romeyère. Die was nauwelijks 1.000 meter hoog, moeilijk was ’t niet. De sportbestuurder van de Belgen kwam met zijn wagen naast ons rijden, om hen te vertellen dat ze niet meer mochten meewerken. Bij dat manoeuvre sprongen steentjes tegen mijn spaken, ik zag dat ze kapot waren. Ik moest een ander wiel krijgen, want anders was het veel te gevaarlijk om te dalen. Helaas was de wagen van mijn ploeg nog ver achter, er zat niks anders op dan te wachten.»

HUMO En toen? Waar blijft het ijsje, Federico?

Bahamontes «Tranquilo, rustig. Het komt. Ik stond daar op de top, wachtend op de wagen, meer kon ik niet doen. Toen zag ik een ijskar, tussen al dat volk. Ik heb me dan maar een ijsje gevraagd, twee bolletjes vanille. En ik heb nog wat ijs in mijn bidon gedaan, dat was goed tegen de warmte. Toen ik een nieuw wiel had gekregen, ben ik gewoon met het peloton verder gereden. Ik heb die rit niet gewonnen. Maar ik was wel definitief de man van het ijsje, el hombre del helado.»

HUMO Jammer toch, dat het niet op de mythische Galibier was. Dan was het verhaal nog mooier geweest.

Bahamontes «Voor mijn part mag je best geloven dat het tóch boven op de Galibier was. Waar het echt om gaat, is dat ik een speelvogel was die zich amuseerde in de bergen. Ik was iemand die een ijsje at, omdat ik tijd had, omdat ik alleen maar als eerste wou bovenkomen op een col. En op de volgende col deed ik hetzelfde: wegspringen, voorsprong nemen, en als eerste over de top rijden. Dat volstond voor mij. Ik stond er niet bij stil dat ik de Ronde van Frankrijk misschien wel kon winnen, dat ik meer kon dan alleen maar voor de bergprijs te rijden.»

HUMO Dat besef kwam er wel in 1959. Je zou dat jaar de Tour winnen.

Bahamontes «Met dank aan Fausto Coppi. De grote Italiaanse kampioen was al renner af, maar hij bleef nog in het peloton als directeur van zijn eigen ploeg, Tricofilina Coppi. In de winter had hij me, tijdens een jachtpartij die ik in de bossen rond Toledo had georganiseerd, gezegd dat het nu maar eens tijd werd dat ik voor de Tourwinst zou gaan. Fausto klonk zo overtuigend dat ik op den duur zelf begon te geloven dat ik het kon. Ik heb getekend bij zijn ploeg, ik voelde me sterk met hem in mijn buurt.

»Het enige probleem: de Tour werd toen nog met landenploegen gereden. Ik moest dus meedoen met de Spaanse nationale ploeg, want mijn merkenteam stond niet aan de start. Maar Coppi beloofde dat hij me vanuit de luwte zou begeleiden. Het zag er goed uit, ik had er vertrouwen in.»

'Mijn geweten is zuiver, ik heb niks zwaarders dan straffe koffie genomen. Maar hoeveel renners van mijn generatie leven nog? ''

HUMO Maar in de aanloop naar die Tour gaf je op in de Ronde van Spanje. Het zag er níét goed uit.

Bahamontes «Ja, maar in de laatste voorbereidingskoers, de Ronde van Zwitserland, voelde ik me gelukkig weer beter worden. Ik wist dat ik goed zou zijn in de Tour, en inderdaad: in de Pyreneeën ging ik mee in een lange ontsnapping en pakte ik al meteen voorsprong op mijn concurrenten. En de Fransen, je had ze moeten zien, maakten constant ruzie met elkaar. Anquetil, Anglade, Rivière: die lustten elkaar rauw. Dat sterke Franse blok viel helemaal uit elkaar. Dat hielp mij wel, natuurlijk. Ze konden me niet onder controle houden, of ze wilden het niet. Vervolgens won ik de klimtijdrit op de Puy-de-Dôme. In de Alpen gooide ik het op een akkoordje met Charly Gaul, die het jaar voordien de Tour had gewonnen.»

HUMO Charly Gaul, de Luxemburger. Nog zo’n rasklimmer.

Bahamontes «Charly kon niet tegen de hitte, maar als het slecht weer was, dan was hij niet te houden. Na de koers is hij een vriend geworden. En het klopt: hij was een uitstekend klimmer. Een van de drie beste klimmers die er ooit geweest zijn.»

HUMO Gaul, jij en...

Bahamontes «Lucien Van Impe! Wat een lieve jongen was Lucien toen ik hem voor het eerst zag koersen. Ik wist meteen dat hij een klimmer was. Direct.»

HUMO Wanneer was dat?

Bahamontes «In de Ronde van Navarra, 1969. Een lastige koers, hoor, van een dag of zes. Ik was toen al gestopt en was er als ploegleider. Ik had gehoord dat de Belgen er ook zouden zijn met een amateurploeg. Meestal stelden die jonge Belgen niet veel voor, ze konden nooit op tegen het Spaanse geweld. Maar wat ik in 1969 zag, dat was ongelooflijk. Een klein ventje reed al de Spanjaarden kapot. Er stond geen maat op Lucien Van Impe, hij won die ronde uiteindelijk ook. Ik liet aan de journalisten van de Spaanse sportkrant AS weten dat ze zo snel mogelijk moesten langskomen om een fenomeen te interviewen.

»De laatste avond van die Ronde van Navarra heb ik de receptioniste van het hotel een opdracht gegeven. Ze moest die jonge Belg voor mij halen, op zijn kamer.»

HUMO Je moest Lucien iets vertellen?

Bahamontes (op dreef) «Maar natuurlijk! Ik was zo opgewonden, ik had net mijn opvolger ontdekt. Dat moest ik hem onmiddellijk kunnen vertellen. Ik had een winnaar van de Ronde van Frankrijk aan het werk gezien. ‘Jij gaat de Tour winnen,’ zei ik hem. Hij zweeg gewoon, die jongen was helemaal onder de indruk van mijn verschijning en van mijn woorden. Maar mijn voorspelling is uitgekomen.»

Het ging snel voor Lucien Van Impe, na die Ronde van Navarra. Ploegleiders van profploegen pikten de artikels uit AS op, Bahamontes belde wat rond, sprak zijn contacten aan, en een week voor de start van de Tour van 1969 tekende Van Impe bij Sonolor-Lejeune, van sportdirecteur Jean Stablinski. Een maand later werd hij twaalfde in zijn eerste Ronde van Frankrijk.

HUMO Het valt op hoe gelijklopend jouw carrière en die van Lucien zijn. Jullie wonnen allebei de Tour, de bergprijs in de Giro, ritten in alle grote Rondes ...

Bahamontes (onderbreekt) «En we wonnen zes keer de bergprijs in de Tour. Niemand deed ooit beter dan wij twee.»

HUMO Wacht. Richard Virenque won toch zeven...

Bahamontes (onderbreekt weer) «Virenque? Wie is dat? Die jongen kon niet klimmen. Lucien en ik hadden hem in de prak gereden, hij had ons nooit kunnen volgen. Virenque? Ach, zwijg.»

HUMO Sorry.

Bahamontes (ernstig) «Een échte klimmer heerst op de toppen van de hoogste bergen, de Galibier en de Tourmalet. Dáár gebeurt het. Een echte klimmer speelt met zijn tegenstander en geniet ervan dat de andere coureurs afzien. Maar wat deed die Virenque? Hij ging al vroeg aanvallen omdat hij wist dat hij op het moment van de waarheid toch werd gelost. Een echte klimmer is een Federico, of een Lucien. Geen Richard.»

HUMO Zie je nu iemand die wél een klimmer is?

Bahamontes «Quintana, die kan het wel. Hij heeft ook dat speelse, kan ineens demarreren. En dat doet hij dan ook nog eens op de echte bergen, niet op die niemendalletjes van derde categorie.»

'Als jonge gast durfde ik weleens iets te stelen. Toen ik een fiets kreeg, wist ik dat die me zou helpen een beter leven op te bouwen.'

HUMO Iets anders: je hebt nooit uitgeblonken in de klassiekers.

Bahamontes «Ik heb er dan ook zelden aan meegedaan. Dat had geen zin. Wat had ik moeten doen in de Ronde van Vlaanderen? Of in Milaan-San Remo? Ik kon me daar alleen maar moe maken, en het bracht me niks op. Dan kon ik beter wat trainen in de bergen, dan werd ik wél beter en zou ik in de zomermaanden weer de beste klimmer zijn. Dat telde voor mij.»

HUMO Vind je het raar dat wij Belgen altijd maar over de klassiekers praten?

Bahamontes «Nee hoor, maar ik had er gewoon niet veel meer te zoeken dan een 67ste plaats. Wie onthoudt dat van Federico Bahamontes? Niemand. Wie onthoudt dat ik de grote man was in de bergen? Iedereen!»


Puigdemont in belgië

Nadat we hebben gegeten, wil Bahamontes op stap. ‘Ik moet je nog veel tonen,’ zegt hij. ‘We gaan wandelen.’ Betalen hoeft niet in het restaurant. ‘Een overeenkomst,’ zegt hij met een monkellachje. We trekken door de smalle straten van Toledo terwijl Bahamontes naar vrouwen wijst – die daar is veel te dik, die eet te veel, una gorda – en willekeurig met mensen praat. ‘Me reconoces, herken je mij?’ vraagt hij in het wilde weg. Hij geeft schouderklopjes aan kennissen, we worden voorgesteld als ‘vrienden uit België.’ En dan gaat het plots over politiek. ‘Puigdemont? Is die nog altijd in jullie land?’ vragen ze. ‘Hoe komt het dat jullie hem zo gastvrij hebben ontvangen?’ Bahamontes en zijn maten zijn eensgezind: ‘Als het over politiek gaat, dan volgen we Madrid. Daar gebeurt het. Als het over voetbal gaat, dan volgen we Barcelona. Want dan gebeurt het dáár.’

Bahamontes «Kijk, daar was mijn winkel. Ik verkocht er fietsen en motoren. Ik had de beste zaak van Toledo en omstreken. Duizenden exemplaren heb ik er aan de man gebracht. Nu is het een Chinese superette geworden. Zie je dat, daar aan de muur? Ze hebben er mijn naam opgezet: ‘Plaza de la Magdalena – Dedicada a Federico Martin Bahamontes – 1959’.»

HUMO Jouw Tourzege heeft heel wat losgemaakt in Spanje, zo was het toch?

Bahamontes (knikt uitbundig) «Ik was de eerste Spaanse winnaar van de Ronde van Frankrijk. Toen ik thuiskwam, zag het zwart van het volk. We hebben het al gehad over de toestand van het land in die tijd. Het ging toen echt niet goed. Maar door mijn overwinning maakte ik de Spanjaarden weer trots. Ik was meteen een legende, ik zat voor altijd in het hart van mijn landgenoten. Dat is nooit meer veranderd.»

HUMO In 1965 gaf je halverwege de Tour op. Je carrière was van de ene dag op de andere afgelopen.

Bahamontes «Ik was 37 jaar, ik voelde al een tijd dat ik niet meer de beste klimmer was. Ik kon het niet meer opbrengen, het was genoeg geweest. Dus stapte ik af. Het was over. Ik vond het niet erg, ik kon me niets verwijten, en mijn geweten was zuiver.»

HUMO Wat bedoel je?

Bahamontes (lacht) «Hoeveel renners van mijn generatie leven nog, denk je?»

HUMO Weinig. Maar wat wil je daarmee zeggen?

Bahamontes (kijkt ernstig) «Toen ik koerste, heb ik nooit iets zwaarders genomen dan een straffe koffie. Begrijp je?»

HUMO Jouw tegenstanders zaten aan het spul. Is dat wat je wil zeggen?

Bahamontes (monkellachje)

Hij had ons vóór de start van het interview al gewaarschuwd: ‘Ik heb tijd tot 9 uur vanavond. Dan moet je mij verlaten en móét ik naar huis, want Barcelona speelt de finale van de Copa del Rey, tegen Sevilla.’ Nu de avond valt, wordt Bahamontes onrustig. We stappen in zijn oude Mercedes en rijden naar huis. Hij zet er vaart achter. Nog een uur tot de aftrap.

HUMO Ben je niet moe? We zijn toch uren op pad geweest?

Bahamontes «Neen. Maar heb je het gezien? Als we in de straatjes omhoog liepen, ging me dat gemakkelijk af. Naar beneden was moeilijker, met die kapotte knie van mij. Net als vroeger (schatert). Klimmen is makkelijker dan dalen.»

HUMO Wat ga je morgen doen? Toch maar wat rusten?

Bahamontes «Werken, natuurlijk. Trabajar, op de boerderij. En melk drinken. Je moet dat ook doen als je weer in België bent, dat is gezond. Melk drinken en werken. Trabajar y leche.»

HUMO Werken en melk drinken, afgesproken!

Zeven minuten na middernacht stuurt hij een berichtje. ‘Wat een grandioze match, Barcelona heeft met 5-0 gewonnen! Goede reis. En de groetjes aan Lucien!’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234