Felice Mazzù, de tovenaar van Charleroi, wordt de nieuwe trainer van Racing Genk: 'Ik zal er alles aan doen om als coach te blijven groeien'

Als kind uit een Italiaans migrantengezin – zijn vader verruilde het arme Calabrië voor de Waalse mijnen – weet Felice Mazzù (52) wat armoede is. Zijn succes is dan ook een eerbetoon aan zijn ouders. ‘Vroeger leefde mijn vader in barakken, vandaag kent iedereen onze familienaam. Natuurlijk ben ik trots.’

(Verschenen in Humo op 26 februari 2018)

'Ik zal er alles aan doen om als coach te blijven groeien en op een dag naar Italië te kunnen'

Hij won de Trofee Raymond Goethals én de verkiezing tot Trainer van het Jaar. Met zijn club Sporting Charleroi kampeert hij al bijna 30 weken op de 2de plaats in de Jupiler Pro League. En als straks play-off 1 van start gaat, zal datzelfde Charleroi er voor de derde keer in vijf seizoenen onder Mazzù’s leiding bij zijn. Dat is, om het zacht uit te drukken, pas mal.

Felice Mazzù «Het is een bescheiden succesje, maar één dat niet alleen aan mij te danken is. Toen ik hier aankwam, had ik alleen nog maar in de lagere afdelingen gewerkt als trainer. Dit succes moet ook afstralen op de mensen die mij hier toen zo goed hebben opgevangen. En op mijn spelers: zij verdienen meer dan een stuk van de taart.

»Ik probeer bescheiden te blijven, maar uiteraard ben ik trots. Mijn papa vertrok als 18-jarige uit Italië: zonder werk, zonder geld. Hij kwam hier om in de mijnen te werken en leefde in barakken. Vandaag kent iedereen onze familienaam, zeker in Wallonië. Als ik trots ben, is het vooral tegenover mijn ouders.»

HUMO Dat hebt u al vaker gezegd.

Mazzù «Familie is belangrijk in de Italiaanse cultuur. Voor alle duidelijkheid: ik doe dit niet voor mijn ouders. Het is míjn carrière. Maar mijn gedachten zijn wel voortdurend bij hen. Zij hebben me opgevoed, me naar de universiteit gestuurd, me laten voetballen. Zonder hen stond ik hier niet.»

HUMO Misschien hebt u diep vanbinnen altijd wel geweten dat u hiertoe in staat was.

Mazzù «Nee, nooit! Ik moet vaak denken aan dat ene zinnetje van Jean Gabin, uit een mooi liedje van hem: ‘On sait, on sait, on sait, et on sait jamais.’ Er bestaan geen zekerheden in het leven. Ik droomde er altijd van om profvoetballer te worden: het is me niet gelukt. Sindsdien sta ik elke ochtend op met het voornemen de best mogelijke trainer te zijn.

»Mij zal je niet horen roepen dat ik op een dag trainer zal zijn van Juventus. Het is een droom, maar meer niet. Wie zegt dat hij wéét hoe zijn carrière zal verlopen, is een leugenaar. Het voetbal is te onstuimig. De enige zekerheid die een mens heeft, ligt niet in de toekomst, maar in het nu.»

HUMO Is uw verdienste groter omdat u zelf nooit een profvoetballer was?

Mazzù (blaast) «Misschien, want ik kwam in een wereld terecht die ik niet kende. Dat maakte het in het begin misschien wat moeilijker dan voor een oud-speler die trainer wordt.»

HUMO U zei eens: ‘Ik was een slechte speler, maar besefte het niet.’

Mazzù «Inzicht komt met de jaren. Dat zie ik nu ook bij mijn spelers. Als je jong bent, begrijp je nog niet wat het is om een ploegsport te beoefenen, en leg je je er maar moeilijk bij neer dat er maar één beslist: de trainer.

»Ik heb trainers gehad die weinig praatten. Ik begreep hun beslissingen vaak niet, en ze legden ze ook niet uit. Die ervaring helpt me nu: ik probeer altijd in de huid te kruipen van de speler die niet speelt.»

HUMO U sloeg geen trede over in uw weg naar de top. U begon als jeugdtrainer, was hoofdtrainer in provinciale en vervolgens in alle nationale reeksen. Zat het toen al in uw hoofd dat u op een dag een professioneel trainer zou zijn?

Mazzù «Dat heeft even geduurd. Toen het tot me doordrong dat ik het niet zou maken als speler – ik was een verdediger met een goede mentaliteit en techniek, maar te traag – wijdde ik me enkele jaren aan mijn studies Lichamelijke Opvoeding. Ik liet het voetbal voor wat het was, ook al door mijn legerdienst in Duitsland. Tot ik leraar LO werd en voelde dat ik het miste. Dus werd ik jeugdtrainer. Geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht dat ik ooit in eerste klasse zou staan. Dat kwam pas toen ik assistent werd in vierde klasse – ik was 31.»

HUMO U gaf er vrij vroeg de brui aan als speler. Waarom?

Mazzù «Tot mijn 18de speelde ik bij de reserven van Charleroi. Tijdens mijn studies hadden we 18 uur sport per week. Mijn lichaam kon dat niet aan, ik was voortdurend geblesseerd. Daarna ben ik nog opnieuw begonnen, op een lager niveau, maar op mijn 26ste was het helemaal afgelopen.»

HUMO Hoe hard was het om het voetballen op te geven?

Mazzù «Het voetbal was een vlucht. De dag dat ik besliste om ermee te kappen, was hard. Héél hard. Maar, en dat houd ik mijn spelers ook altijd voor: het leven bestaat uit keuzes. De juiste keuze maken op het juiste moment: daar draait het om. De kunst is om uit een moeilijke keuze ook iets positiefs te halen.»

HUMO U begon wel te roken.

Mazzù «Ook dat was een vlucht. Het helpt me de stress van het trainerschap te verwerken. Het begon met één sigaret, tijdens een avondje uit. Tegenwoordig rook ik er een stuk of vijftien per dag, op wedstrijddagen een heel pakje. Ik zou graag stoppen. Ik heb pleisters geprobeerd, de e-sigaret ook, en na vorig seizoen beloofde ik m’n spelers om een hypnotiseur op te zoeken. Maar ik rook nog steeds, jammer genoeg.»

HUMO Waaraan hielp het voetbal u te ontsnappen tijdens uw jeugd?

Mazzù «Onze opvoeding thuis was behoorlijk streng. We mochten weinig. Nu, we hadden er ook het geld niet voor. Niet voor een vakantie of een restaurantbezoek, en ook niet om aan activiteiten deel te nemen. Ik hoorde zelden ergens bij, had weinig contact met anderen en had een groot gebrek aan zelfvertrouwen. Door het voetbal veranderde dat: ik deed wat ik graag deed, tussen mensen die van hetzelfde hielden. Ik voelde me gelukkig en won aan zelfvertrouwen.»

HUMO Het lijkt onwaarschijn-lijk dat het u daar ooit aan ontbeerde.

Mazzù «Toch is het de waarheid. Nu, mocht het nog altijd zo zijn, dan zou ik het u niet zeggen. Uit angst voor vooroordelen. Maar ik zit goed in mijn vel nu, en dus durf ik toe te geven dat mijn adolescentie best lastig was. Ik heb hard aan mezelf gewerkt om te zijn wie ik nu ben: niets uitzonderlijks, maar gewoon mezelf.»

'Ik hou van deze club en deze stad. Hier kreeg mijn vader de kans een huis te kopen, zijn kinderen op te voeden en ze naar school te laten gaan'


Mijnramp

HUMO Hebt u iets gemist in uw jeugd?

Mazzù «Nee! Ik kreeg een opvoeding die binnen mijn ouders’ mogelijkheden lag. Zij hebben alles gedaan zodat mijn broer, mijn zus en ik het goed zouden hebben. Ja, ik doe het nu anders met mijn eigen kinderen, maar dat komt omdat ik meer middelen heb, omdat we vandaag in een andere wereld leven, en omdat ik niet zo hard heb moeten werken als mijn papa.

»Ik heb het recht niet om te zeggen dat ik iets heb gemist. Als je verwarming, kleren en eten hebt, én als je respectvol bent: dan heb je alles om als mens te kunnen groeien. Op vakantie gaan is leuk, maar niet het belangrijkste.»

HUMO Uw vader kwam uit Calabrië, de armste regio van Italië. Net als de vader van Rocco Granata.

Mazzù «Zag u de film ‘Marina’? Als u een idee wil hebben van zijn leven en dat van mijn papa: daar ziet u het. Mijn papa komt uit een straatarme familie. Ze woonden met elf in één kamer. Hij ging niet naar school en werkte de hele dag met mijn grootvader op het veld. Wat ze teelden, kwam ’s avonds op tafel: olijven, tomaten, appelsienen. Alleen groenten en fruit.

»Bij mijn mama waren ze iets minder arm: haar vader had een klein landbouwbedrijfje. Ook zij leefden van hun productie, maar zij verkochten die producten, bij mijn papa hadden ze net genoeg om zelf te eten. Dat hij hier in België van helemaal niets toch iets heeft opgebouwd, en zijn drie kinderen in staat heeft gesteld naar de universiteit te gaan, is een onvoorstelbaar succes.»

HUMO U hebt uw vader nooit in de mijnen weten werken?

Mazzù «Nee. Hij is hier aangekomen in 1952, ik ben geboren in 1966. Tot 1960 werkte hij in de mijnen. Pas toen hij wat geld had gespaard, is mijn mama hem achterna gereisd en kochten ze een huisje. Weet u, ze zijn zelfs niet écht getrouwd. Dat is bij volmacht gebeurd. Mijn mama zat nog in Italië en is daar met een oom naar de kerk gegaan, met wie ze in naam van mijn vader is getrouwd. Zo ging dat. Pas toen dat achter de rug was, lieten mijn grootouders haar naar België vertrekken.

»Mijn papa had het geluk dat zijn baas een boon voor hem had. Het eerste jaar werkte hij diep onder de grond in de schachten. Tot die baas hem bij zich riep: ‘Mazzù, jij gaat nachtwerk doen.’ Van dan af moest hij de steenkool in bakken scheppen. Dat heeft hij zeven jaar lang gedaan. Zijn longen hebben niet te erg afgezien. Al die jaren zagen we hem weinig, ook niet toen hij later bij Glaverbel ging werken, een glasbedrijf. We deden nooit iets samen. Het was werken om te overleven, een andere keuze was er niet. Vandaag begrijp ik dat: ook mijn kinderen zien me weinig door mijn werk.»

HUMO In 1956 kwamen 136 Italianen om het leven bij de mijnramp van Marcinelle. Hoe beleefde uw vader dat?

Mazzù «Hij hééft in Marcinelle gewerkt, maar niet meer ten tijde van de ramp. De toekomstige man van zijn zus – zij was nog in Italië – behoorde wel tot de slachtoffers. Veel is daar bij mijn weten nooit over gesproken in de familie.»

HUMO Hoe kijkt u als zoon van immigranten aan tegen de huidige vluchtelingenproblematiek?

Mazzù «De huidige situatie is niet te vergelijken met die uit de jaren 50. De generatie van mijn ouders verliet het land om hier te komen werken. België was trouwens vragende partij, want de Belgen wilden zelf de mijnen niet in. Al die immigranten hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de economie in dit land. Als tegenprestatie konden zij hier een nieuw leven uitbouwen.

»Het stemt me droef om al die vluchtelingen vandaag te zien lijden. Maar een land als België is nu niet in staat om op dezelfde manier te reageren. Er is geen werk. Ten tijde van mijn ouders was dat anders. Mijn papa bleef na drie maanden in de mijn een maand weg: hij wilde zich ook eens amuseren met het beetje geld dat hij had verdiend – wat wil je, hij was jong. Na die maand namen ze hem met open armen weer aan. Er was toch werk genoeg. Vandaag niet: geef je job op, dan ben je een week later vergeten.

»Weet u, veel van die vluchtelingen komen met hun gammele bootjes in Calabrië aan land. Er is daar niet eens genoeg werk voor de lokale bevolking. Maar wat de oplossing is? Ik weet het niet.»

HUMO Voelt u zich Belg of Italiaan?

Mazzù «Ik ben uiteraard Belg: hier groeide ik op, hier werk ik, hier heb ik vrienden. Maar mijn wortels zijn Italiaans. Het eten, de zon, de zee, de glimlach… Dat zit in mij.»

HUMO U staat ook bekend als een charmeur.

Mazzù «Bwah, een klein beetje. Comme ça (schaterlacht). Ik hou van mensen. Ik heb respect voor iedereen en heb geen vooroordelen. Als ik jou niet ken, zal ik proberen je te leren kennen. Ik kan genieten van een goed gesprek, zowel met mannen als met vrouwen. Ben ik daarom een charmeur? Misschien. Maar het klopt wel: als ik een mooie vrouw tegenover mij heb… (grijnst).»

HUMO U bent weleens vergeleken met George Clooney.

Mazzù «Misschien omdat er een fysieke gelijkenis is. Maar ik heb niet zijn bankrekening, noch een koffiemachine als de zijne (lacht).»

HUMO U bent thuis in Charleroi, een echte carolo.

Mazzù «Een trótse carolo. Ik ben geboren in het ziekenhuis op 500 meter van het stadion. Mijn ouderlijk huis ligt daar een klein stukje verder. Mijn ouders wonen er nog steeds. Dit stadion is als het ware mijn thuis. Ik ben gehecht aan deze club en aan deze stad. Het is míjn stad. De stad die mijn vader de kans bood een huis te kopen, zijn kinderen op te voeden en naar school te laten gaan. Maar dat wil niet zeggen dat ik hier ook zal sterven. Trouwens, ik woon in een dorp 15 kilometer hiervandaan.»

'Ik ben bijgelovig. Zolang we winnen, doe ik dezelfde ongewassen sokken aan. Pas op, normaal ben ik wel proper, hoor.'


Vuile sokken

HUMO Volgen uw ouders uw carrière?

Mazzù «Uiteraard! Mijn mama heeft zich nooit in voetbal geïnteresseerd. Wilde ik gaan voetballen? ‘Doe maar.’ Wij spraken Italiaans thuis, maar samen met de buurvrouw ging ze op Franse les. Vandaag leest ze elke dag de krant. Als ze een foto ziet van mij, knipt ze hem uit. Ook mijn papa is fier. Het is klein geluk, maar misschien zal het hun toelaten om een paar jaar langer te leven. Wie gelukkig is, leeft beter én langer. Dat geloof ik oprecht.»

HUMO Uw strenge opvoeding doet vermoeden dat ze ook katholiek was.

Mazzù «Katholiek: ja. Praktiserend: nee. Wij gingen niet naar de mis. Ik heb wel mijn twee communies moeten doen. Daardoor ben ik pas op mijn 12de beginnen te voetballen, want ik moest elke week naar de catechismus. Vandaag ben ik nog altijd niet praktiserend, maar wel erg gelovig. En bijgelovig. God is voor mij iemand die mensen helpt, die hun besognes kent. Iemand die mirakels verricht ook. Dat komt me goed van pas: in het voetbal heb je soms een mirakel nodig. Als Hij me daar bij kan helpen: des te beter.»

HUMO Wat doet u zoal uit bijgeloof?

Mazzù «Zolang we winnen, draag ik hetzelfde hemd. Met de col een beetje bruin, ah ja! (Grijnst) Ik doe ook dezelfde ongewassen sokken aan. Pas op, normaal ben ik proper. Ik leg mijn kleren altijd netjes in de kast. Maar als we winnen, word ik iemand anders. Voor elke wedstrijd ga ik ook altijd even langs bij mijn ouders, voor een koffietje. Gewoon, omdat ik geloof dat het helpt.»

HUMO U zou ook altijd iets op zak hebben waaraan u erg bent gehecht.

Mazzù «Ah? Het is waar... (Twijfelt) Twee foto’s. Eén van mijn eerste dochter, die ik kort na de geboorte heb verloren. En één van mijn schoonmoeder. Twee foto’s van mensen die ik graag zag, maar die er niet meer zijn.»

HUMO Als ik u vraag hoeveel kinderen u hebt: wat antwoordt u dan?

Mazzù «Twee. Ik heb er drie gehad, maar vandaag heb ik er twee. Eén is er niet meer: dan kan ik toch niet zeggen dat ik er drie heb? Stel dat ik dat antwoord, kan dat mijn twee kinderen in de war brengen. Uiteraard weten ze wat er is gebeurd, maar makkelijk is het niet. Kinderen zijn slim, je weet nooit wat er in hun hoofden omgaat. Stel dat ze zouden denken dat hun ouders er maar twee wilden, dan zouden ze kunnen concluderen dat één van hen er normaal niet was geweest. Dat is ook wat we hebben meegemaakt. Mijn jongste heeft het even moeilijk gehad. Omdat ze zich afvroeg: ‘Stel dat zij niet was overleden, zou ik er dan wel zijn geweest?’

»Het verlies van mijn dochter heeft me getekend. Niets wees erop dat er iets mis was. Tot de dag na de geboorte: toen wisten we het.

»Ik heb pas laat beslist om kinderen te krijgen – ik was 36. Met de vrouw van wie ik toen hoopte en vandaag weet dat zij de juiste was. Als dan je eerste kind er na tien dagen niet meer is… Ineens valt alles waar je zo lang mee hebt gewacht, in het water. Nu, wij zijn een kalm, bedachtzaam koppel. We zijn er onmiddellijk opnieuw aan begonnen en een jaar later is onze zoon geboren. Na een moeilijke periode zorgde dat voor nieuwe zuurstof.»

HUMO Uw vrouw Julie Troupeau is ruim tien jaar jonger dan u.

Mazzù (lacht) «Zij wordt 40, ik 52. Ik heb andere vrouwen gekend, maar dit was mijn eerste huwelijk. Julie was in haar jeugd zwemster: toen ze 16 was, won ze op de Olympische jeugdspelen in de VS. Toch is ze er niet mee doorgegaan. Het zwemmen is in België één van die sporten die het zonder veel middelen moet stellen. Dan komt er een moment – na tien jaar elke ochtend opstaan om zes uur, het zwembad in tot half acht, naar school gaan, en daarna opnieuw trainen tot ’s avonds – dat je zegt: het is genoeg geweest. Ze wilde léven. Ze heeft nog lesgegeven, maar vandaag houdt ze zich uitsluitend met de kinderen bezig.»

HUMO Als voormalig topsporter begrijpt zij wat voor een leven u leidt.

Mazzù «Voilà. Vandaar dat het zo goed klikt tussen ons. Net als ik is zij een leerkracht LO. Zo hebben we elkaar leren kennen: ik gaf les op een school, zij deed een interim. Zij begrijpt mijn onrust en mijn stress, mijn vermoeidheid en mijn vreugde. Julie is de perfecte vrouw voor mij. Dankzij haar hebben we een evenwicht gevonden in ons leven, want voor mezelf slaag ik daar niet in. Het is erg moeilijk om thuis de knop om te draaien. Gelukkig is zij een erg onafhankelijke vrouw en doet ze veel alleen of met de kinderen. Nu, misschien spreekt ze wel af met een minnaar – grapje hè (schaterlacht).»

HUMO U houdt wel van een grap, hè?

Mazzù «Regels zijn nodig, maar als mijn spelers geen plezier scheppen in wat ze doen, zullen ze nooit uitblinken. Ik neem vaak het kind als voorbeeld: laat het uit de klas, of stuur het thuis de tuin in, en het eerste wat het wil doen, is spelen. Spelen is plezier maken. Plezier maakt de kwaliteit van je spel beter, en zo boek je resultaten.»

HUMO U bent naar verluidt ook lichtgeraakt.

Mazzù «Ja. Als er leugens worden verteld, en als men raakt aan mijn spelers.»

HUMO Wie bepaalt of iets een leugen is?

Mazzù «Ik. Als het gaat over materie die ik beheers, dan weet ik ’t het best.

»Ik luister, en ik zal jouw mening altijd respecteren, maar als ik denk dat ze niet klopt, word ik korzelig. Ik sterf liever met mijn ideeën, dan dat ik leef met die van een ander. Misschien ben ik koppig, ja. Maar ik ben ook open en verzoenend. Als ik koppig ben, is het omdat ik iets belangrijk vind. Niet omdat ik vervelend wil doen.»

HUMO U steigert als men u een defensieve coach noemt.

Mazzù «Omdat ik het er niet mee eens ben! Als je tweede staat, met de op twee na beste aanval, dan ben je toch geen defensieve coach? Als coach kies je voor het voetbal dat past bij de kwaliteiten van je spelers. Met deze groep is het belangrijk om in de eerste plaats achterin de nul te houden. Daarom ga ik uit van een goede organisatie.

»Kijk, daarom ben ik soms lichtgeraakt. Ooit heeft iemand mij een defensieve coach genoemd, en iedereen is het gaan napraten. Maar om daarover te kunnen oordelen, zal je me eerst met een andere spelersgroep of bij een andere club aan het werk moeten zien. Misschien zal ik daar wel een offensieve coach zijn, omdat de kwaliteiten van de spelers het toelaten.»

'Het verlies van mijn dochter heeft me getekend. Niets wees erop dat er iets mis was, tot de dag na de geboorte'


Dromen van italië

HUMO Is Charleroi een titelkandidaat?

Mazzù «Het is bijzonder moeilijk om je dat voor te stellen. Nu, ik denk er niet aan, en mijn spelers ook niet. Het belangrijkste is dat we de reguliere competitie goed afsluiten, en die tweede plaats vasthouden. Misschien dat we daarna, na de halvering van de punten, kunnen zeggen: ‘Waarom niet?’»

HUMO U lijkt met Charleroi moeilijk nog beter te kunnen doen. Is het tijd om na dit seizoen andere lucht op te snuiven?

Mazzù «We zullen zien. Als men van mij verwacht dat het beter moet, of even goed, dan moet er kwaliteit bij. Je kunt niet blijven teren op mentaliteit en hard werk alleen.

»Ik ben niet op zoek. Is er een club in mij geïnteresseerd? Dan zien we wel. Komt die club niet, dan blijf ik en zal ik even hard mijn best doen. Zelfs al zal het moeilijker zijn. Maar, weet u: niets is makkelijk in het leven. Wie voor de makkelijkste weg kiest, zet geen stappen meer. Alleen wie de confrontatie met een moeilijkere uitdaging aangaat, boekt vooruitgang.»

HUMO Denkt u nog weleens aan de kans die u kreeg in 2012 om de ontslagen Ron Jans bij Standard op te volgen? U verkoos bij White Star Woluwe te blijven. Een halfjaar later werd die club opgedoekt en stond u op straat.

Mazzù «Ik heb nergens spijt van. Mocht ik die stap hebben gezet, was ik drie maanden later misschien ook ontslagen en was ik nu geen trainer meer.»

HUMO U wijst zelf voortdurend op het grote belang dat u hecht aan een goede communicatie. ‘Elk woord telt bij Felice,’ vertelde een vriend van u me. Volgens hem mag u Charleroi daarom alleen verlaten voor een club in Italië of Frankrijk.

Mazzù «Het klopt dat ik spelers met woorden probeer te raken. Maar het werk van een coach bestaat uit zoveel meer. Er bestaan genoeg voorbeelden van trainers die geslaagd zijn bij clubs waar ze de taal niet beheersten. Trouwens, u hebt zelf kunnen vaststellen bij de bekendmaking van de Trainer van het Jaar dat mijn respect voor de Nederlandse taal groot is.

»Volgens mij is het een vals excuus. Ik coachte in derde klasse en men zei dat het mijn plafond was. Toen ging ik naar tweede. Nu zit ik in eerste en zegt men dat ik nergens anders dan bij Charleroi kan functioneren. Het zij zo.»

HUMO Volgens diezelfde vriend zou een trainersjob in Italië de absolute kroon op uw werk zijn.

Mazzù «Daarin heeft hij wél gelijk. Mocht ik ooit een Italiaanse club kunnen trainen terwijl mijn ouders nog leven, zou ik met hen terugkeren. Het zou de verwezenlijking van een groot levensdoel zijn. Trouwens, stilaan begint men er wat over mij te praten, in La Gazzetta dello Sport en in de lokale kranten. Mijn neven sturen me die artikels op. Dus, wie weet... Ik zal er alles aan doen om te blijven groeien en op een dag naar Italië te kunnen. Maar gebeurt het niet: niet erg. Ik heb mijn ouders nog, mijn vrouw en mijn kinderen: wat kan ik meer verlangen? Ik móét gelukkig zijn.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234