null Beeld BELGA
Beeld BELGA

florian vermeersch, revelatie van parijs-roubaix

Florian Vermeersch: ‘Dat ik vergeleken word met Tom Boonen, is een vergiftigd geschenk’

Parijs-Roubaix is zijn favoriete koers. En niet alleen omdat hij er vorig seizoen als tweede over de streep kwam en prompt met Tom Boonen werd vergeleken. Nee, Florian Vermeersch (23) weet ook dat in Compiègne, de startplaats van de helleklassieker, na WO I de wapenstilstand werd getekend. ‘Een halve culturele uitstap,’ noemt de Lotto-Soudal-renner en geschiedenisfreak het. Zondag gaat hij voor winst. ‘Mijn guilty pleasure? Tijgerbrood met Nutella en pindakaas. Een variant op Snickers, zeg maar.’

Jan Hauspie

FLORIAN VERMEERSCH «Ik heb twee zussen, een tweeling van 18. Mijn moeder is boekhoudster van een scholengemeenschap in de Vlaamse Ardennen, en mijn vader is sinds 1 januari mecanicien bij LottoSoudal. Da’s leuk, ja. Maar op mijn vraag doen we bijna geen koersen samen. Ik wil niet de reputatie krijgen dat hij me voortrekt. Dat zou hij ook nooit doen, maar zo’n opmerking is gauw gemaakt. Vroeger plaatste hij badkamers en sanitair, tot hij die carrièreswitch naar zijn droomjob kon maken. De koers is altijd zijn passie geweest: bij de jeugd heeft hij geen enkele wedstrijd van mij gemist. En ooit heeft hij deelgenomen aan een koers voor bloemisten – mijn grootouders hadden een bloemisterij. Tot zover zijn koersexploten (lacht)

HUMO Vóór zijn komst naar Lotto-Soudal werkte hij voor Alpecin-Fenix, de ploeg van Mathieu van der Poel. Werden er weleens bedrijfsgeheimen uitgewisseld?

VERMEERSCH «Mijn pa hield zich alleen met het materiaal bezig. Over wat er op de trainingen gebeurde, wist hij niets. Ik kende Mathieu ook niet. In januari verbleven we toevallig in hetzelfde hotel op stage in Spanje en zijn we eens samen gaan fietsen. Dat was ons eerste contact.»

HUMO Wegens rugklachten had hij een streep getrokken door zijn crossseizoen. Jij bent ook crosser geweest: nooit last gehad van je rug?

VERMEERSCH «Vroeger wel, ja. Grote mensen zitten iets gekromder op de fiets. En net als Mathieu croste ik toen ook nog. Voor de rug is dat nog belastender dan koersen op de weg, al hebben ook veel wegrenners er last van. Met stabilisatieoefeningen probeer ik dat te verhelpen. Zolang ik die nauwgezet doe, kan ik het onder controle houden.»

HUMO Tijdens Le Samyn viel je zo hard op je rug dat je de Strade Bianche moest laten schieten.

VERMEERSCH «Ik heb een halve minuut niet kunnen ademen van de klap. Oei, niet goed, dacht ik terwijl ik daar lag. Maar ik ben snel hersteld en die val heeft mijn voorjaar niet gehypothekeerd.

»Ik was met veel vertrouwen uit de wintervoorbereiding gekomen. We hadden het anders aangepakt, met een lange hoogtestage. Ik verwacht dus wel wat van mezelf.»

HUMO Mathieu van der Poel pakte na een half jaar zonder competitie de draad weer op in Milaan-Sanremo en werd prompt derde. Twee weken later won hij de Ronde van Vlaanderen. Is hij de beste?

VERMEERSCH «Ik wil niet als fanboy overkomen, maar voor mij steekt Wout van Aert boven iedereen uit. Zoals hij in de slotrit van Parijs-Nice naar boven ging: mensen beseffen niet wat voor een prestatie dat is. Wout is één van de zwaardere renners uit het peloton. Dat hij toch zo kan klimmen, maakt me jaloers. Ik mag er niet te veel bij stilstaan of ik word depressief (lacht)

HUMO En Tadej Pogacar?

VERMEERSCH «Pogacar staat maar een klein trapje onder Van Aert. De hoge wattages die hij op een vlakke weg produceert, zijn uitzonderlijk voor zo’n lichtgewicht. Ik wist 100 procent zeker dat hij mee zou strijden voor de overwinning in de Ronde van Vlaanderen. Andere klimmers, zoals Richie Porte of Simon Yates, zul je niet gauw voorin zien eindigen in de Vlaamse klassiekers. Pogacar wel: hij is een supertalent. Zijn niveau en dat van Van Aert inspireren mij: ik wil ook zo goed worden.»

HUMO Je tweede plaats vorig jaar in Parijs-Roubaix laat het beste verhopen. In een sprint met drie klopte je Mathieu van der Poel, maar je schoot tekort tegen Sonny Colbrelli. Hoe vaak ben je in je dromen al als winnaar over de streep gekomen?

VERMEERSCH (lacht) «Aan die sprint heb ik nog niet zo vaak teruggedacht. Maar ik kan de beelden in alle rust bekijken, hoor: ik heb nergens spijt van. Ik ben het niet eens met de kritiek dat ik dom heb gekoerst. Ik heb gedaan wat ik moest doen. De ploeg ook, trouwens.»

HUMO Met een lijf als het jouwe is het verleidelijk om de beuk erin te gooien. Niet toevallig luidt je bijnaam ‘de buffel’.

VERMEERSCH (lacht) «Zo noemen ze me als ik weer eens stevig doortrek op training: ‘Ge zijt weer aan het buffelen!’ Ik ben groot, zwaar en gespierd, een beetje zoals een buffel.

»Misschien had ik niet op 120 kilometer van de meet alleen met Nils Eekhoff vooruit moeten rijden. Daar valt iets voor te zeggen. Maar daardoor heb ik me wel de hele dag uit de nervositeit van de koers kunnen houden. Alles wat ik deed, voelde intuïtief goed aan. Alsof ik geen foute beslissingen kon nemen.

»Ik ben een enthousiaste renner. Parijs-Roubaix is mijn favoriete koers, het was mijn eerste deelname als prof én het regende: alles stimuleerde me. Dus, ja: misschien ben ik er te fel in gevlogen. Maar tweede eindigen is ook mooi, toch?»

‘Ik huil niet gauw, maar na die sprint zat ik zo kapot dat ik door de emoties werd overmand. Als je zo dicht bij de overwinning bent, móét je ontgoocheld zijn.’ (Foto: na Parijs-Roubaix 2021.) Beeld BELGA
‘Ik huil niet gauw, maar na die sprint zat ik zo kapot dat ik door de emoties werd overmand. Als je zo dicht bij de overwinning bent, móét je ontgoocheld zijn.’ (Foto: na Parijs-Roubaix 2021.)Beeld BELGA

Vergiftigd geschenk

HUMO De ontgoocheling droop wel van je gezicht. Welk gevoel overheerst vandaag?

VERMEERSCH «Trots. Ik krijg nog altijd kippenvel als ik eraan terugdenk. Hier droomt elke jonge renner van, en mij is het als 22-jarige al gelukt. Dat moet ik koesteren. Het bewijst dat ik iets in mijn mars heb, wellicht is het de start van een mooie carrière. (Twijfelt) Maar het is raar om dat van mezelf te zeggen, ik wil niet te hoog van de toren blazen.

»De eerste maanden waren turbulent. Interviews, tv-optredens: voor alles en nog wat werd ik gevraagd. Eind oktober ben ik ook verhuisd. Ik woon nu op vijf kilometer van mijn ouderlijke huis. Ik ben niet verhuisd omdat ik dacht dat ik door die tweede plaats maar eens op eigen benen moest staan, want ik had een jaar eerder al alleen willen gaan wonen. Maar het maakte het wel hectisch. Pas tijdens de winterstage werd het rustiger: in Spanje werd ik amper herkend en kon ik op mijn gemak trainen.»

HUMO Heeft die tweede plaats je leven veranderd?

VERMEERSCH (knikt) «Er wordt nu meer van mij verwacht, maar ik voel geen stress. Ik probeer het als een compliment te zien, ik ben een redelijk nuchtere positivo. Het geeft me vooral een boost.»

HUMO Het kan ook anders: Remco Evenepoel kreunt onder de druk en de verwachtingen.

VERMEERSCH «Ik heb veel respect voor Remco. Wat er allemaal van hem wordt verwacht! Ze draaien zelfs een documentaire over hem. Nee, dan is de belangstelling voor mij een pak minder. Ik heb mijn omgeving op het hart gedrukt dat ze het me direct moeten zeggen als ik raar begin te doen.»

HUMO Ervaar je nu meer ontzag in het peloton?

VERMEERSCH «De week na Parijs-Roubaix moest ik Parijs-Tours rijden. De meeste renners herkenden me en wensten me proficiat. Intussen zijn we een half jaar verder, en ik heb nog niet de indruk gehad dat ze me laten voorgaan. Maar ik heb ook geen moeite om me goed te positioneren. Misschien heb ik het dus gewoon niet door (lacht)

HUMO Na je tweede plaats werd je vergeleken met Tom Boonen: hij werd derde in zijn allereerste Parijs-Roubaix, in 2002.

VERMEERSCH «Zo’n vergelijking is een vergiftigd geschenk. Niet iedereen is gemaakt om zoveel klassiekers te winnen als Tom. Mij zul je ze nooit horen maken: wie zich met anderen vergelijkt, is bezig met zaken waarop hij toch geen vat heeft. Dat geeft alleen maar stress.»

HUMO Tom Boonen schatte jouw tweede plaats hoger in dan zijn derde: hij finishte op dik drie minuten van winnaar Johan Museeuw, terwijl jij tot op de streep mee voor de winst streed.

VERMEERSCH «Een mooi compliment vond ik dat, van een groot kampioen.»

HUMO ‘Ik heb een winnaar gezien,’ zei hij toen hij je ontgoocheling zag.

VERMEERSCH «Dat is de aard van het beestje: ik koers om te winnen, niet om tweede te worden. Ik huil niet gauw, maar na die sprint zat ik zo kapot dat ik door de emoties werd overmand. Als je zo dicht bij de overwinning bent, móét je ontgoocheld zijn. Dan mag je niet staan springen van blijdschap, ook al had ik mezelf verrast met die tweede plaats. Oké, stiekem had ik gehoopt op een plaats in de top twintig, misschien de top vijftien. Maar het podium? Om direct potten te kunnen breken moet je al Remco Evenepoel of Tadej Pogacar heten. Maar ik was me nog in alle stilte aan het ontwikkelen.»

HUMO Wat denk je bij de naam Silvan Dillier?

VERMEERSCH «Da’s de Zwitserse kampioen, van Alpecin-Fenix.»

HUMO Hij werd in 2018 tweede in Parijs-Roubaix, maar heeft daarna amper nog prijzen bij elkaar gefietst. Bestaat de kans dat jij een eendagsvlieg blijft?

VERMEERSCH «Natuurlijk. Maar ik vertrouw erop dat het niet zo zal zijn. Als wielrenner moet je zelfvertrouwen hebben. Ik ga ervan uit dat ik nog mooie koersen zal winnen, of toch minstens op het podium zal staan.»

HUMO Silvan Dillier overleefde een vroege vlucht, net als jij. Dat zal niet meer gebeuren: ze zullen je niet meer laten wegrijden.

VERMEERSCH (knikt) «Vandaar ook mijn ontgoocheling: het was een unieke kans om op zo’n manier te winnen. Dat wordt nu moeilijker. Ik moet mee met de favorieten naar voren schuiven, en dat is een heel andere manier van koersen. Nu, bij de beloften heb ik het ook meegemaakt: ik was Belgisch kampioen en iedereen keek naar mij. Maar bij de profs is het andere koek.»

‘De voorzitter van de partijafdeling en de burgemeester zullen het niet graag horen, maar ik word liever verkozen voor mijn politieke engagement dan voor mijn tweede plaats in een wielerklassieker. Beeld Geert Van de Velde
‘De voorzitter van de partijafdeling en de burgemeester zullen het niet graag horen, maar ik word liever verkozen voor mijn politieke engagement dan voor mijn tweede plaats in een wielerklassieker.Beeld Geert Van de Velde

Lang en hard

HUMO Ben jij een slechtweercoureur?

VERMEERSCH «Eigenlijk wel, ja. Ik ben niet bang van regen en modder. Ik ga er niet beter door rijden, maar ik kan de knop wel makkelijk omdraaien. Dat geeft me een mentaal voordeel op veel andere renners. De weersomstandigheden in Parijs-Roubaix vorig jaar waren ideaal.»

HUMO Dat je uit de cyclocross komt, helpt waarschijnlijk ook.

VERMEERSCH (schudt het hoofd) «Op kasseien rijden is toch niet hetzelfde. Een slippertje corrigeren lukt wel makkelijker. Maar in de cross moet je de hele tijd draaien, keren en weer optrekken. Je moet erg explosief fietsen, zoals in de Ronde van Vlaanderen, met die opeenvolgende hellingen. (Denkt na) Eigenlijk moeten alle Vlaamse koersen mij liggen. Ik woon in de streek en train zowat elke dag op al die wegen. Ik geloof echt dat ik ooit kan meedoen voor het podium in de Ronde. En wie weet, win ik hem zelfs ooit. Toch ligt hij me minder dan Parijs-Roubaix. Dat is één lange, monotone inspanning, waarin je vooral heel lang heel hard moet kunnen rijden.»

HUMO En dat kun jij goed: op het WK tijdrijden voor beloften vorig jaar heb je brons gepakt.

VERMEERSCH «Hardrijden is me op het lijf geschreven. Eigenlijk zou ik me er graag nog meer op toeleggen. Alleen vraagt dat veel tijd en energie, en in het voorjaar zijn er geen tijdritten op mijn maat. Daarom lonk ik naar de kleinere rondes. De Benelux Tour en de Ronde van België zouden een kolfje naar mijn hand kunnen zijn. In de Benelux Tour, bijvoorbeeld, zit een tijdrit die vaak beslissend is voor het klassement. En wie weet, kan ik ooit mee naar het WK tijdrijden: dat alleen al maakt het de moeite waard.»

HUMO Als voormalig crosser trek je je ook op grind goed uit de slag. Wat vind je van de trend om gravelstroken in klassiekers te steken? Parijs-Tours en Gent-Wevelgem zijn al gezwicht voor de hype.

VERMEERSCH «Ik ben er niet zo’n fan van. Parijs-Roubaix is de enige koers met 50 kilometer kasseien, laat de Strade Bianche maar de enige koers met grindwegen zijn. Het heeft geen zin om dat ook in andere wedstrijden te doen. Het zorgt voor stress in het peloton én het maakt de koers gevaarlijker. Trouwens, één strook is te weinig om het verschil te maken. Meestal gebeurt er gewoon niks.»

Leren mediteren

HUMO Lotto-Soudal heeft de seizoensstart niet gemist, er wordt niet meer met jullie gelachen. Wat is er veranderd?

VERMEERSCH «De ploeg heeft een grondige mentaliteitswijziging ondergaan. We koersen nu met het mes tussen de tanden. Dat we meteen ook wedstrijden wonnen, heeft de perceptie bij de media en het publiek snel doen omslaan. Victor Campenaerts werd vierde in Dwars door Vlaanderen, en Arnaud De Lie behaalde enkele mooie overwinningen en ereplaatsen. Zonder pech had er nog meer in gezeten, maar we waren vaak betrokken bij valpartijen.

»Vorig jaar was niet goed, op alle vlakken. Dat moeten we durven toe te geven. Maar we hebben geleerd uit onze fouten en dat vertaalt zich nu in resultaten. Dat proces is vorig jaar in alle stilte op gang getrokken en het is ook één van de redenen waarom ik heb bijgetekend. Ik heb er lang over gepraat met CEO John Lelangue en performance coaches Maxime Monfort en Nikolas Maes. Zij hebben me in het project doen geloven.»

HUMO Waar gehakt wordt, vallen spaanders: ploegleiders Marc Sergeant en Herman Frison zijn opzijgeschoven.

VERMEERSCH «Heel spijtig, want ik kwam goed overeen met hen. Herman en Marc zijn twee iconen van Lotto: hun verdiensten mag je niet onderschatten. Het wordt nu voorgesteld alsof ze afgeserveerd zijn wegens hun leeftijd. Maar in mijn ogen zijn ze tot op het laatst erg belangrijk geweest. Hun vertrek is spijtig voor hen, maar ook voor ons. Maar goed, misschien was het tijd voor een meer wetenschappelijke benadering.»

HUMO Hoe belangrijk is de terugkeer van Victor Campenaerts geweest in die omslag?

VERMEERSCH «Héél belangrijk. Hij heeft zijn wetenschappelijke kennis en zijn professionalisme meegebracht. Dat heeft voor een sneeuwbaleffect gezorgd en de andere renners getriggerd: ‘Hé, misschien moeten wij dat ook doen!’ Het unieke aan Victor is dat hij erg benaderbaar is. Hij deelt graag zijn kennis. Koerstactiek, aerodynamica, voeding, materiaal, kledij, welke helm je best draagt, of je beter met je vestje open of dicht fietst: over álles discussiëren we. Ik steek veel van hem op, ook al volg ik hem niet blindelings: hij is nogal overtuigd van zijn gelijk (lachje). Maar zijn enthousiasme werkt aanstekelijk en de discussies zijn erg verrijkend. En vooral: ze maken ons bewuster van waar we mee bezig zijn.»

HUMO Victor Campenaerts gelooft in de theorie van de marginal gains: het kleinste detail kan beslissen over winst of verlies.

VERMEERSCH «Je kunt met tien kleine dingen bezig zijn, maar samen maken die één groot verschil. We heten niet allemaal Mathieu van der Poel of Wout van Aert, en we kunnen niet allemaal een ongelofelijk vermogen trappen. We moeten oog hebben voor élk detail als we willen meedoen voor de overwinning.»

HUMO Hij heeft ook meditatie bij jullie geïntroduceerd.

VERMEERSCH «Ik durf niet te beweren dat ik er ook maar één procent beter door ga rijden. Maar het brengt wel rust in het hoofd. Voor we gaan slapen, liggen we in een zaaltje op een matje, en we doen ademhalingsoefeningen en een beetje stretching. Je zou er dieper van slapen. Dénken dat het helpt, maakt je al beter (lacht).»

HUMO Ik las ook iets over afdaaltraining.

VERMEERSCH «Victor kent een gewezen downhiller, een Spanjaard bij wie hij een cursus heeft gevolgd. Die is naar onze trainingsstage in Spanje gekomen en heeft ons allerlei kneepjes geleerd: wanneer je moet remmen en hoe hard, hoe je het best een bocht aansnijdt, in welke positie je het meest downforce hebt… Ik stond er aanvankelijk sceptisch tegenover. Ik bén al een goede afdaler, dacht ik. Maar ik wilde het wel een kans geven. Terecht: ik daal nu veel stabieler af en ik slaag er ook in meer energie te sparen. Het verschil is enorm.»

HUMO Zelf ben je fanatiek met voeding bezig.

VERMEERSCH «Niet omdat ik zo mager mogelijk wil zijn, wel omdat ik de juiste dingen wil eten. Er wordt naar mijn zin te veel nadruk gelegd op mijn gewicht. Ik ben er wel degelijk mee bezig, maar mijn lichaam is wat het is. 83 à 84 kilo is veel, maar ik ben niet dik, wel groot en gespierd. Soms is dat een nadeel, soms een voordeel. De Vlaamse voorjaarsklassiekers zijn ideaal voor mij, en kasseien en steile hellingen lukken ook nog. Maar hoe langer het bergop gaat, hoe slechter mijn resultaten: in de Ardennen zal ik nooit uitblinken.»

HUMO Je eet havermout met water en je voegt er honing en pindakaas aan toe.

VERMEERSCH (lacht) «Het water heb ik vervangen door sojamelk of amandelmelk. Een echte aanrader! Ik ben er verslaafd aan. Ik heb het elke morgen nodig of mijn dag is niet goed begonnen. Het is mijn geluksmomentje. Maar mijn grootste guilty pleasure is tijgerbrood met Nutella of hagelslag en pindakaas. Eigenlijk is dat een Snickers, hè. Maar het blijft een guilty pleasure: ik eet het niet vaak.»

'Mijn ploegmaat Frederik Frison is net als ik erg geïnteresseerd in geschiedenis. Vorig jaar hebben we Auschwitz bezocht, één van de emotioneel zwaarste reizen die ik al heb gemaakt.' Beeld Geert Van de Velde
'Mijn ploegmaat Frederik Frison is net als ik erg geïnteresseerd in geschiedenis. Vorig jaar hebben we Auschwitz bezocht, één van de emotioneel zwaarste reizen die ik al heb gemaakt.'Beeld Geert Van de Velde

Partijkaart

HUMO Ook buiten de koers ben je een vreemde vogel: je zit in de politiek en studeert geschiedenis aan de universiteit.

VERMEERSCH «Dat deed ik al vóór ik profrenner werd. Mijn grootvader was schepen voor CD&V in Lochristi. En de burgemeester ken ik van toen ik als kind weleens een medaille won en hij die uitreikte. Toevallig zijn we elkaar weer tegengekomen aan de Universiteit Gent: net als ik studeerde hij er geschiedenis. Niet meer dan twee vakken in zijn geval, maar daarvan hadden we er één gemeenschappelijk. Tijdens die les – die werd gegeven door Bruno De Wever, trouwens – zijn we aan de praat geraakt. ’s Avonds gaf hij me een lift naar huis en in de wagen boomden we door over de politieke actualiteit.

»Enkele weken nadat ik hem had gezegd dat ik me een partijkaart van Open VLD had aangeschaft, belde hij me – ik was met mijn ouders op weg naar een koers. In oktober waren er gemeenteraadsverkiezingen en er was iemand weggevallen op de lijst van Open VLD. Hij vroeg me of ik het zag zitten om in te vallen: ‘Je bent 18 en krijgt de achttiende plaats: een mooie symboliek, toch?’ Ik voelde me nog te jong, maar na een gesprek met mijn ouders ben ik er toch voor gegaan. Ik dacht dat ik nuttige ervaring kon opdoen met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van 2024. Tegen alle verwachtingen in werd ik verkozen. Dat was een schok! Maar nu bevalt het me enorm in de gemeenteraad.»

HUMO Is het iets wat je wilt blijven doen?

VERMEERSCH «Als ik herverkozen raak (lacht). De voorzitter van de partijafdeling en de burgemeester zullen het niet graag horen, maar ik word liever verkozen voor mijn politieke engagement dan voor mijn tweede plaats in een wielerklassieker.»

HUMO Waarom koopt een tiener eigenlijk een partijkaart?

VERMEERSCH «Om me ideologisch te profileren, zeker? Ik weet niet wat me over de streep heeft getrokken. Er zat geen plan achter. Wat ik wel nog weet, is hoe zenuwachtig ik was toen ik het mijn grootvader vertelde. Tenslotte kwam ik op voor Open VLD, en hij voor CD&V. Maar hij glom van trots. Ik ben blij dat hij mijn eerste stappen in de politiek nog heeft kunnen volgen. In 2019 is hij overleden.»

HUMO Kun je het verschil maken als politicus?

VERMEERSCH «We besturen met een absolute meerderheid, dat helpt. Voor de technische dossiers moet ik mijn licht nog vaak opsteken bij de schepenen, want ik ben een nieuwkomer. Maar ik heb wel al een specialisme: mobiliteit. Aangezien ik dagelijks in het verkeer zit, ken ik de gevoeligheden tussen fietser en automobilist. Als renner zou ik het liefst overal fietssuggestiestroken zien. Dat gaat sneller vooruit. Maar een vader die met zijn kind naar school fietst, bekijkt het straatbeeld anders dan een wielrenner. Als politicus moet ik redeneren vanuit het standpunt van die ouder, en dan zijn aparte fiets- en voetpaden het veiligst.»

HUMO Zijn wielerwedstrijden en trainingen op de openbare weg niet stilaan een anachronisme? De weginfrastructuur leent zich er niet meer toe.

VERMEERSCH «Er komen steeds meer snelheidsremmers bij, dat maakt het gevaarlijk voor renners. De organisatoren leveren veel inspanningen, maar dan vooral in Vlaanderen. Elders krijgen ze weinig navolging. Onlangs deed ik mee aan een rittenkoers aan de Côte d’Azur. De valpartijen waren niet te tellen. Toen een ploegmaat vijf minuten na het peloton binnenreed met een groepje, waren er al auto’s op het parcours. Nergens was nog een seingever te bespeuren. Levensgevaarlijk!

»Sommigen vinden dat de koers naar afgesloten circuits verplaatst moet worden, maar dat zou het saai maken. Een aankomst in een stadscentrum moet je natuurlijk vermijden. Ik heb de Brussels Cycling Classic gereden, met aankomst op de Heizel. Dat levert mooie plaatjes op, maar die laatste vijf kilometer zijn zó riskant: je moet tramsporen kruisen en geregeld van rijvak veranderen. In de Vlaamse klassiekers zie je hoe het moet: daar rijden we in lussen. We komen twee, drie keer voorbij dezelfde plek. Dat is makkelijker te organiseren dan lange ritten van A naar B. De rennersvakbond zou er meer op moeten hameren dat de veiligheid van de renners absolute prioriteit krijgt.»

HUMO Ziedaar een uitdaging voor de politicus in het peloton!

VERMEERSCH (lacht) «Ik ben een nieuwkomer bij de profs. Laat dat maar over aan de ervaren renners, ik kan die rol later nog op mij nemen. In de koers praat ik ook zelden over mijn studie en mijn politieke engagement. Weinig renners weten ervan, en ik vermoed dat het hen ook niet interesseert.»

Poetin en Hitler

HUMO En je studie, hoe breng je die tot een goed einde?

VERMEERSCH «Ik zit nu in het tweede jaar van de bacheloropleiding. Ik wil afstuderen op het moment dat ik stop als profrenner. Dat is nog lang, maar de combinatie is zwaar. In januari zijn er geen wedstrijden en kan ik mijn examens perfect inplannen. Het laatste was statistiek: 12 op 20. Maar de examens van juni vallen midden in het seizoen. Daar kan ik amper voor studeren. Voorlopig lukt het, maar soms ben ik te relaxed. In de koers komt dat me goed van pas, maar op studiegebied is het niet altijd ideaal (lacht)

HUMO Ik zit al de hele tijd gefascineerd naar die drie grote kaders achter jou te staren.

VERMEERSCH (draait zich om) «O, dat is een replica van een wereldkaart uit de 17de eeuw, een mooi drieluik. Een cadeau van mijn zussen toen ik in mijn nieuwe huis introk. Een echte eyecatcher, ik ben er heel blij mee.

»Ik was al vroeg geïnteresseerd in geschiedenis. Weinig leerlingen waren er zo door geboeid als ik, vooral in de laatste twee jaar van het middelbaar, toen het over de wereldoorlogen en de Koude Oorlog ging. Mijn opvoeding had daar zeker mee te maken: we gingen nooit op strandvakantie, maar bezochten altijd steden. Het waren meer culturele uitstappen (lacht)

HUMO Volg je de oorlog in Oekraïne?

VERMEERSCH (knikt) «Ongelofelijk dat zoiets nog kan. Dat er met kernraketten wordt gedreigd, maakt me bang. Ik zie ook cartoons waarin Poetin met Hitler wordt vergeleken. Dat een grootmacht een Europees land aanvalt, is geleden van de Tweede Wereldoorlog. Dat maakt het moeilijk om die vergelijking niet te maken.»

HUMO Vorig najaar heb je het naziconcentratiekamp in Auschwitz bezocht. Geen voor de hand liggende vakantiebestemming.

VERMEERSCH «Dat heb ik samen met mijn ploegmaat Frederik Frison gedaan. Net als ik is hij erg geïnteresseerd in geschiedenis. Zo is hij één van mijn beste vrienden geworden. We hadden het vaak over de wereldoorlogen, en zo is het idee ontstaan om na het seizoen samen naar Krakau te gaan en Auschwitz te bezoeken. Het was één van de tofste en tegelijk emotioneel zwaarste reizen die ik al heb gemaakt. Ik was diep onder de indruk van de grootschaligheid: hoe uitgekiend het was, en hoe machinaal alles verliep.»

HUMO Het Vlaamse wielervoorjaar leest als een geschiedenisles. Overal zie je restanten van de wereldoorlogen.

VERMEERSCH (knikt) «Neem nu Parijs-Roubaix. Die start in de buurt van Compiègne, waar de wapenstilstand na de Eerste Wereldoorlog is getekend. Ik ben er nog niet naartoe kunnen gaan. Maar dat het zo dichtbij is, maakt het voor mij al een halve culturele uitstap. Gent-Wevelgem is ook één van mijn favoriete koersen. Die start in Ieper onder de Menenpoort, waar elke avond de Last Post wordt geblazen. Beter wordt het niet! Ik hoef er nog maar aan te denken of ik krijg al kippenvel.»

HUMO Is er een plek op de wereldkaart waar je zeker nog naartoe wilt?

VERMEERSCH «Machu Picchu, in Peru. (Denkt na) Soms zou ik graag een maand voor mezelf hebben om naar een ver land te reizen. Maar goed, na mijn carrière zal ik tijd genoeg hebben.»

Parijs-Roubaix, Eén, zondag 17 april, 13.30

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234