null Beeld

Ford Genk in de klauwen van de wanhoop

François (45) had al zijn hoop op een job bij Ford Keulen gesteld. Waar kon hij anders heen na de sluiting van Genk? Ergens onderweg sloeg de hoop om in wanhoop. Vorig jaar verhing François zich in het bos. Hij is niet de enige werknemer van Ford Genk bij wie de sluiting als een stomp in de maag is aangekomen. ‘Ik hou mijn hart vast nu de poorten écht dicht gaan. Er moet een plek zijn waar die mensen terechtkunnen.’

Iets na twee uur begeeft François* zich samen met de stroom arbeiders van fabriekshall C naar buiten. De windmolen van Ford Genk steekt fel af tegen de blauwe lucht. Het is erg warm voor de tijd van het jaar: met temperaturen die oplopen tot 25 graden is het bijna een zwoele zomerdag in september.

De meeste werknemers zetten er na het draaihek stevig de pas in. Iedereen weet: enkel wie snel is, ontsnapt aan de flessenhals bij de uitgang van de parking. François is al op van vier uur: sinds kort draait hij mee in de ochtendshift. Hij houdt er niet van – hij is geen ochtendmens – maar hij heeft zich geschikt. Hij werkt graag bij Ford Genk.

Toen François zich er 25 jaar eerder met zijn neef en een paar streekgenoten op goed geluk had aangediend – ‘We hebben gehoord dat jullie nog volk zoeken’ – was hij als enige aangeworven. Trots dat hij was. Hij zou met plezier zijn loopbaan volmaken bij Ford: hij verdiende goed en was zelfs wat hogerop geklommen. Hij had veel jobs op verschillende afdelingen zó goed onder de knie, dat hij sinds enige tijd zowat overal mocht inspringen. Sinds de aangekondigde sluiting maakt François zich echter grote zorgen. Waar zal hij terechtkunnen ná de sluiting? Hij heeft geen diploma, assemblage is alles wat hij kent. Hij heeft naar oplossingen gezocht. ‘Misschien kan ik naar Ford Keulen?’ Het is ver, een rit van twee uur van deur tot deur, maar dat heeft hij ervoor over. Hij moet zijn gezin onderhouden en zijn huis afbetalen. Een halfjaar geleden, de dag nadat zijn moeder was overleden, hadden ze hun huurwoning gekocht – het was dat of eruit.

François stapt naar zijn wagen, een Ford. Natúúrlijk een Ford. Hij brengt nog even een collega naar huis en knikt ten afscheid, maar met zijn gedachten zit hij elders. Er is die dag iets geknakt. Zijn vrouw verwacht hem thuis, maar hij rijdt de andere richting uit. Naar Duivelsberg in Opgrimbie, Maasmechelen. Zijn geboortestreek, zeker 50 kilometer van waar hij woont.

Het natuurgebied met de typische heide, berken en naaldbomen ligt er, op enkele wandelaars en fietsers na, verlaten bij. Ook de racemotoren van het nabijgelegen motorcircuit brullen op deze doordeweekse dag niet. François parkeert zijn wagen en wandelt naar het bos. Nog geen paar honderd meter verderop houdt hij halt. Langzaam gespt hij zijn broeksriem los.

Als drie ruiters even later komen aanrijden, treffen ze het levenloze lichaam van de veertiger aan. Ze arriveren net te laat.

De lijst

Op de steenweg voor hun huis raast het verkeer voorbij, de rolluiken zijn neergelaten. Agnes*, François’ weduwe, heeft het verdriet nog lang niet verteerd. Hier herinnert alles aan hem. De foto op de kast, de blik in de ogen van haar jongste dochter, de zwijgzaamheid van haar middelste zoon en de herkenbare trekken in het gezicht van haar oudste dochter. De hond die nog maandenlang jankend aan de voordeur op haar baasje bleef wachten. Het huis zelf. ‘‘Eindelijk een plek van onszelf,’ zei hij. François woonde hier erg graag. Ik iets minder, het is me wat te druk.’

Agnes (aait de hond, half gegeneerd) «Soms knuffel ik dat beestje. Het is maar een hond, maar ge kunt dat toch eens vastpakken. Och, François. Ik mis hem nog elke dag. Wij waren twee handen op één buik. We liepen nog altijd hand in hand, zelfs na al die jaren. (Met overslaande stem) Ik heb het niet zien aankomen. Niemand.»

Waarom? Dat is de Grote Vraag die blijft knagen. Er spookt van alles door haar hoofd. Ogenschijnlijk kleine dingen die nu zo veel meer belang lijken te hebben. Had ze die ene keer, toen hij nóg stiller was dan anders, niet moeten aandringen om te weten te komen wat er scheelde? Had ze moeten dóórvragen toen hij – normaal de rust zelve – die laatste weken wat vaker uitvloog als de kinderen over de computer aan het kibbelen waren? En hun gesprek van die laatste avond, hoe vaak heeft ze dat al niet opnieuw gevoerd in haar hoofd?

Agnes «We gingen met zijn tweetjes nog iets drinken. François genoot daarvan. Toen hij even buiten op het terras een sigaretje ging roken, maar pas twintig minuten later terugkwam, mopperde ik half grappend dat hij me toch wel heel lang alleen had laten zitten. Hij zuchtte dat hij M. buiten had gesproken. Die was al voor de tweede keer zijn werk kwijt. ‘Zwijg nu toch eens over je werk,’ heb ik gereageerd, ‘er zijn zo veel andere dingen.’ Nu heb ik daar spijt van. Maar hij wás die laatste maanden over niets anders bezig.

»Vroeger vertelde hij weinig over Ford thuis. Je werk moest je achterlaten aan de fabriekspoort, vond François. Maar de laatste tijd zondigde hij steeds vaker tegen dat principe. Hij maakte zich grote zorgen: waar zouden ze iemand van zijn leeftijd nog aannemen? François was te oud voor veel werkgevers, maar niet oud genoeg om al in aanmerking te komen voor brugpensioen. En waar zou hij nog zo’n goed loon krijgen? Als ik tegenwierp dat ik toch ook fulltime werkte, leek hij dat niet te horen. (Slikt) Nu moet ik het helemaal alleen zien te redden, met één loon en drie studerende kinderen.»

François’ angst om zijn job te verliezen, was er jaren geleden al in geslopen: bij de eerste forse herstructurering in 2003 moesten 3.000 mensen afvloeien, 1.400 van hen werden gedwongen ontslagen op basis van een strafpuntensysteem. Wie meer dan acht keer ziek was geweest in de laatste vijf jaar, belandde op de lijst.

Agnes «Ook François stond erop. Hij kreeg een ontslagbrief in de bus, maar vocht die aan. Hij was die periode langere tijd afwezig geweest omdat hij zware ooroperaties had ondergaan. Ze hebben toen beloofd dat hij mocht blijven, en hij was weer gerust.»

Een valse geruststelling. Want in 2012 bleek dat er van de in 2010 beloofde werkzekerheid tot 2020 niks in huis kwam.

Agnes «Toen ze de definitieve sluiting aankondigden, was François echt kwaad. Ze zeggen altijd dat een groot bedrijf nooit dichtgaat, en hij voelde zich bedrogen.

»Die laatste weken had hij het voortdurend over Keulen. Ik zag dat niet zitten. Wat als hij achter het stuur in slaap viel? Vóór en ná een vroege of late werkdag telkens nog twee uur rijden, dat is toch veel te gevaarlijk? Ik probeerde Keulen uit zijn hoofd te praten, maar hij bleef eraan vasthouden.

»Wat is er hem precies te veel geworden? Ik vermoed dat het een combinatie van factoren was. Zijn moeder was een halfjaar voordien overleden, kort daarna was mijn vader gevolgd. Hij zag zijn moeder graag, maar een warme of liefdevolle band kon je dat niet noemen. De relatie met mijn familie was veel hechter. Çois zei altijd: gij hebt mij geleerd wat liefde en vriendschap is. Hij kwam uit een emotioneel arm gezin.

»Toch vond hij het belangrijk om voor zijn moeder te zorgen. Hij heeft bij haar sterfbed gewaakt, ging nadien geregeld naar haar graf. Die laatste weken ging hij af en toe kijken of de grafzerk er al lag. In zijn auto hebben ze het trouwboekje van zijn ouders gevonden. Heeft haar overlijden een rol gespeeld? Ik weet het niet. Hij was een man van weinig woorden.»

‘Papa was zoals mij,’ komt de zoon des huizes plots tussen. Tot nu heeft hij het gesprek zwijgend gevolgd. ‘Ik krop alles op. Als ge aan mij vraagt of er iets scheelt, zeg ik: ‘Jaja, alles goed.’ Terwijl het slecht met me gaat. Ik denk dan: ‘Laat me met rust.’

Agnes (knikt met tranen in de ogen) «François zei misschien niet veel, maar het was er eentje van goud. Zulke mannen kom je vandaag niet meer tegen. (Slaat haar ogen neer) Ik durf het bijna niet te zeggen, maar in het begin was ik soms zó kwaad op hem. Mocht hij hier nu opduiken, dan zou één deel van mij hem willen slaan en een ander hem willen knuffelen. Waarom heeft hij ons in de steek gelaten? Hoe moet ik het in mijn eentje redden met drie kinderen? Allemaal door dat stomme werk.

»Je moet verder. Je kunt niet anders. Mijn kinderen moeten eten, verder studeren.»

De vragen blijven. Het politiedossier is Agnes nooit gaan inkijken – ze is bang op een foto te stoten die ze nooit meer van haar netvlies krijgt. Naar Duivelsberg wil ze ook niet. Te pijnlijk.

Agnes «Is hij nog naar het graf van zijn moeder gereden zoals sommigen zeggen? Was het Ford Genk? We zullen zijn beweegredenen nooit kennen.

»We hadden nog zo veel plannen. Binnenkort word ik 50 en zouden we 25 jaar samen zijn geweest. Dan wilden we met z’n tweetjes op reis gaan. Als je zulke plannen maakt, doe je zoiets toch niet?

»Ik denk zo vaak: Çois, wat ging er toch in je hoofd om?»

Kippenvel

De dood van François vorig jaar veroorzaakte een schokgolf in Ford Genk. Gaby Colebunders, toenmalig ACV-vakbondsman (voordien ABVV en nu PvdA, red.) stond vanaf het begin op de barricaden tegen de sluiting en besloot het stilzwijgen rond suïcide bij werknemers van Ford Genk te doorbreken. In diezelfde periode had hij ook een Waalse kameraad, Alain Vigneron van staalfabriek Arcelor Mittal, verloren. De vakbondsman stapte twee jaar na de aankondiging van de sluiting uit het leven, en beschuldigde Mittal er in een afscheidsbrief van hem alles te hebben ontnomen.

‘Ik had de voorbije jaren te veel levens zien sneuvelen. Het moest stoppen, dus heb ik mijn verhaal gedaan in de pers.’ Colebunders had naar eigen zeggen bijgehouden hoeveel mensen die bij Ford of zijn toeleveranciers werkten, gewerkt hadden of met brugpensioen gestuurd waren, tot wanhoopsdaden waren overgegaan sinds de forse herstructurering in 2003. François was volgens Colebunders al de 38ste. ‘Uiteraard is het verlies van een job nooit de enige reden, maar zo’n cijfer kan geen toeval zijn.’

De Forddirectie reageerde gepikeerd op het cijfer. Ook nu nog noemt woordvoerder Jo Declercq het erg onbetrouwbaar.

Jo Declercq «Zulke cijfers zijn niet openbaar: ze behoren tot het medische geheim. Wél weten we dat bij Ford geen abnormale cijfers gelden in vergelijking met het Vlaamse gemiddelde. Het is ongepast dat meneer Colebunders dit weer oprakelt. Die zelfdodingen zijn uiteraard tragisch, we hebben dan ook inspanningen geleverd: folders over hulpverlening uitgedeeld en trainingen georganiseerd. Maar ik heb niemand meer over dat thema horen spreken bij Ford Genk.»

Toch blijft Colebunders bij zijn standpunt.

Gaby Colebunders «Ik kan u zo uit het hoofd twintig mensen opnoemen, ik ben de voorbije twaalf jaar naar veel begrafenissen geweest. Andere gegevens heb ik gekregen van collega’s die mensen kenden. Maar een lijstje met namen ga ik u niet bezorgen. Uit respect voor de families. De schaamte is groot. Maar ook: vaak worstelt die familie met schuldgevoelens. Hoe onterecht dat ook is...

»De arbeidsgeneesheer weet ook niet alles. Je deelt je miserie niet met je bazen, hè. Zeker niet in tijden van herstructurering, en al helemaal niet op Ford Genk, waar een machocultuur heerst. Aan mij hebben de voorbije jaren heel wat mensen toegegeven dat ze diep zaten. En het is te vaak gebeurd dat ze er daarna ook een einde aan maakten.»

Hij moet aan de man denken die hem na de aankondiging van de sluiting opzocht aan de stakingspost.

Colebunders «Hij werkte al lang niet meer bij Ford Genk, want hij was in 2003 afgedankt, maar hij wilde naar het piket komen. Die dag herbeleefde hij het allemaal opnieuw. Op een bepaald moment begon hij zelfs te schreeuwen: ‘Het zijn allemaal smeerlappen!’ Ik heb lang met hem gepraat. Een week later hoorde ik dat hij zich van het leven beroofd had. (Wijst naar zijn arm) Kijk, ik krijg nog kippenvel als ik eraan denk.»

Ik spreek Gaby Colebunders op de kerstmarkt Winterland in Hasselt. Hij is vandaag zelfstandig verkoper van natuurproducten. ‘Geen baas neemt mij nog aan, hè. Ik heb te hard actie gevoerd.’ Maar zijn engagement voor Ford Genk blijft, de band ook. Een jong koppeltje spreekt hem spontaan aan over de nakende sluiting zonder dat hij er zelf over begint.

‘Onze pa is weer ziek, Gaby. Hij eet bijna niet meer. Maar hij maakt zich vooral zorgen over Ford, hij wil erheen. Hij werkte er bijna dertig jaar. Hebt gij ook gehoord dat twee mannen zelfmoord gepleegd hebben, kort na mekaar?’

Gaby knikt: ‘Ze hebben allebei nog bij jouw pa gewerkt. De ene was al lang weg; de andere had mij nog een bericht gestuurd om te zeggen hoe zwaar hij het had. Enkele weken later heb ik gehoord dat hij dood was.’

‘Zorg maar goed voor je pa,’ zegt Gaby. Als het meisje weg is, zoekt hij even de gegevens van haar vader op. ‘Ik moet nog eens iets met hem gaan drinken.’

Druppel

‘Wat is de druppel?’ zegt Gaby Colebunders. ‘Ik zeg niet dat de herstructurering en de sluiting van Ford Genk dé oorzaak voor die wanhoopsdaden van de voorbije jaren zijn, doorgaans is het een combinatie van verschillende factoren.’

Colebunders «Soms zit iemand tegelijkertijd in een echtscheiding, zijn er financiële problemen, is er ruzie thuis of is een familielid overleden, soms gaat het om een alleenstaande wiens trouwe hond plots ook is overleden. Als daarbovenop ook nog eens je perspectief op werk verdwijnt, ben je je houvast, je structuur kwijt.

»Sommigen kunnen daar niet over praten. Aan de stakingspost kwamen veel vrouwen van arbeiders met mij praten. ‘Mijn man spreekt niet meer met mij, wat is er aan de hand?’ Voor die mannen is die sluiting een slag in hun gezicht, hè. Ze hebben het gevoel dat ze falen tegenover hun gezin. Dat kan spanningen veroorzaken, echtscheidingen zelfs. Is het dan die breuk of de sluiting die mensen tot wanhoopsdaden drijft? Oorzaak en gevolg zijn voor iedereen anders, ik stel alleen vast dat de laatste jaren wel heel veel mensen bij Ford Genk en zijn toeleveringsbedrijven blijkbaar geen uitweg meer zagen. Dan moet je durven te vragen: waarom? En proberen er iets aan te doen. Na 2003 hadden ze wel een stresscel opgericht bij Ford, maar dat was niet genoeg. We hadden de mensen professionele hulp moeten kunnen bieden.»

Colebunders vond een bondgenoot in ABVV-vakbondsafgevaardigde Ronny Mouton, die op dezelfde afdeling werkte als François.

Ronny Mouton «Na zijn plotse overlijden was iedereen van de kaart. De ene dag stonden ze nog zij aan zij en de volgende dag was hij dood. Ze konden niet gewoon terug aan het werk, ze waren in shock. Ik ben één voor één met hen gaan praten.»

Op aandringen van Colebunders en Mouton werd er een psychologe aangesteld bij Ford Genk.

Mouton «Alleen was het veel te omslachtig om haar hulp in te roepen. Wie zich slecht voelde, moest eerst zijn directe baas aanspreken. Die moest dan oordelen of een afspraak bij de dokter nodig was. En daarna kwam je pas bij de psychologe terecht. Dat werkt niet als er geen vertrouwen is. Later mochten de werknemers voor of na het werk anoniem bij de bedrijfspsychologe langsgaan, maar slechts één dag per week. Dan riskeerden ze al snel een week te moeten wachten voor ze hun verhaal kwijt konden. Maar soms heb je slechts één kans om in te grijpen, en dan wil je vooral niet te laat zijn.»

Na de vele bedrijfssluitingen en herstructureringen in Limburg werd het centrum Coneo opgericht voor gratis hulpverlening aan werknemers bij economisch ontslag. Maar ook die hulpverlening verliep te moeizaam, zegt Mouton.

Mouton «Arbeiders vonden de weg naar het centrum niet, de kloof met die jonge hulpverleners was te groot. Sinds ik als tussenpersoon fungeer, gaat het beter. Jammer dat daar zo veel tragedies aan moesten voorafgaan.»

Daarnaast namen Colebunders en Mouton ook zelf een psychologe onder de arm, Aysun Yildiz, die ook voor Geneeskunde voor het Volk werkt. De afspraak is dat ze haar altijd kunnen bereiken.

Yildiz werkt intussen ook aan een studie over de psychische en lichamelijke gevolgen van de sluiting op de werknemers.

Aysun Yildiz «We weten uit eerdere studies dat het risico op psychische stress en suïcide verhoogt als mensen hun werk verliezen of dreigen te verliezen.

»Vandaag begeleid ik een tiental mensen van Ford Genk. Velen zijn rusteloos, gefrustreerd, onzeker, boos en hebben last van stress. Ze piekeren over de sluiting en kampen met slapeloosheid. Hun stabiliteit is weggevallen. Als je werkt, kun je voor je gezin zorgen. Dat toekomstperspectief zijn velen nu kwijt. Ze vragen zich af hoe het met hun lening zit. Of ze hun huis zullen moeten verkopen. Ze voelen zich opgejaagd en sommigen weten geen raad.»

Hoeveel mensen met zelfmoordgedachten rondlopen kan en wil Yildiz niet zeggen.

Yildiz «Beroepsgeheim. Uiteindelijk zijn er maar zeer weinig mensen die de daad bij het woord voegen. Gelukkig. Maar elke zelfdoding is er één te veel. Wie in nood is, kan altijd bij ons terecht.»

Zesde zintuig

Dat die extra hulp hoognodig was, bewijst het telefoontje dat Colebunders onlangs kreeg.

Colebunders «Om zes uur ’s ochtends had iemand die ik heel goed kende een berichtje ingesproken op mijn antwoordapparaat. Hij moest zijn ochtendshift gaan doen, maar kon niet meer. Het was op. Huilend vertelde hij dat hij aan de rand van het kanaal stond, klaar om te springen.

»Toen ik terugbelde, nam hij niet meer op. Ik werd gek. Ik ben blijven proberen tot hij wél opnam, ben in mijn auto gesprongen en heb meteen naar Aysun gebeld: ‘Je moet nú tijd maken of het is te laat.’ Dat heeft ze meteen gedaan. Gelukkig.

»Ik heb die kerel vastgepakt en naar haar gebracht. Ik aarzelde wel. Zo’n jong Turks meisje is niet meteen het type waar die stoere kerels van Ford Genk spontaan hun hart bij uitstorten. Die mannen willen niet naar een psycholoog, hè. Ze vrezen dat iedereen dan denkt dat ze gek zijn. Maar ik moet zeggen: chapeau voor de manier waarop Aysun hem gekalmeerd heeft. Hij brak volledig. Zoiets snijdt door merg en been. Zeker als je die persoon kent. (Laat een stilte vallen) Als ik door mijn verhaal in de pers te brengen ook maar één leven heb gered, dan was het de juiste beslissing. Nu is die man al enkele maanden in behandeling en gaat het stukken beter met ’m.»

Colebunders heeft ondertussen bijna een zesde zintuig voor de problematiek ontwikkeld.

Colebunders «Een hele tijd geleden vroeg een collega via sms raad voor een job waar hij op hoopte. Toen ik doorvroeg, antwoordde hij dat hij financieel aan de grond zat. Zijn vrouw had hem verlaten. Hij schreef dat hij het niet meer zag zitten. Kort daarna is hij gestorven. ‘Een ongeval,’ wordt gezegd. Ik weet het niet.

»Ik begrijp wat er in zo’n hoofd kan omgaan, want ik heb zelf ook een zware depressie gehad. Zes weken in het ziekenhuis. Het licht ging uit. En aan mijn vrouw lag dat niet, hoor. Meer wil ik daar ook niet over kwijt. Het past niet bij mijn imago van een sterke kerel, hè.»

Mouton «Iedereen reageert anders. De ene sluit zich af of reageert heel gelaten, de andere vliegt tegen iedereen uit of wordt zelfs agressief. Ik heb dat leren doorzien. Onlangs is iemand een tijd naar huis gestuurd na een zwaar incident op de vloer. Voor de directie was daarmee het probleem opgelost, maar toen ik met die man ging praten, zei hij dat hij tegen een boom ging rijden. Ik heb meteen contact opgenomen met een psychologe.»

Kantine

‘Ik hou mijn hart vast voor 2015,’ zegt Colebunders. ‘Tot nu kon iedereen de realiteit nog wat voor zich uitschuiven. Maar binnenkort gaan de deuren van Ford Genk écht dicht en moeten die werknemers niet meer naar de plek waar ze de voorbije tien, twintig, dertig jaar dagelijks heen gingen.’

Colebunders «Ford Genk is voor veel mensen deel van hun identiteit. Ze hebben daar heel hun leven acht uur per dag gewerkt. In de fabriek leefde je ook in een afgeschermde cocon. Kon je niet volgen aan de lijn, dan stak je je vinger op. Je overall lag netjes klaar, je papieren werden in orde gebracht, je loon werd gestort. Als je met vragen zat of problemen had, voerde de vakbond het woord voor jou. Comfortabel, maar er werd ook in jouw plaats gedacht. Nu zal die structuur wegvallen, en dat is beangstigend. Al die mensen zullen hun plan moeten trekken, in volle crisis.

»Eind oktober waren er meer dan 33.000 werklozen in Limburg. Dat betekent dat er per vacature acht kandidaten zijn. Na de sluiting van Ford Genk zullen daar, de toeleveranciers meegerekend, nog eens 8.000 mensen bijkomen. Dat maakt tien werkzoekenden per vacature. Ga er maar aan staan.»

‘Ik maak me zorgen om de mensen die weinig of geen basisopleiding genoten hebben,’ vult Mouton aan. ‘Dat gaat om één derde van de arbeiders die op straat zullen staan, en sommigen van hen kunnen niet eens lezen of schrijven. Hoe moeten die deelnemen aan loopbaanbegeleidingstrajecten?’

Om díé mensen weerbaar te maken, te begeleiden en een netwerk te bieden, richtte Ronny de vzw Limburg Samen op. ‘Want nu kan ik er nog zijn voor hen, maar waar kunnen ze volgend jaar terecht?’

Colebunders «Ik overweeg om met een vzw een kantine te huren waar mensen af en toe nog eens een koffie kunnen drinken met ex-collega’s, als deel van het verwerkingsproces.

»De overheid móét bedrijven bij zware herstructureringen of sluitingen verplichten om een psychologe ter beschikking te stellen. Ik zal daarvoor blijven vechten. Het is nog lang niet voorbij.»

Hij toont een recent smsje: ‘Hee Gaby, ze zoeken u op Ford, jong. Ik heb gezegd dat ge op de markt staat. Het is verschrikkelijk hier. Heel veel mensen zijn gewoon leeg.’

Colebunders «Een schreeuw om aandacht. Ik heb tussen de lijntjes leren lezen.»

Geen reactie

Dat is nog altijd nodig, merk ik als ik samen met ACV-bijblijfconsulent Mustafa Harraq naar Ford Genk zelf trek. Iets voor twee uur stromen honderden mensen door de draaideur naar buiten. Ik tel hoofdzakelijk mannen, meestal met grijzende haren. De jongsten zijn veertigers. Ze gaan kameraadschappelijk, zelfs hartelijk, met elkaar om – allemaal in hetzelfde schuitje – maar zodra het gesprek verder gaat dan ‘Hoe is ’t?’ en ‘Aftellen, hè...’ vóél ik hen verlammen. Iedereen weet hoe zwaar velen het hebben, maar niemand wil spreken. Uit schaamte, maar ook uit angst om die premie te mislopen.

‘Eén fout, één dag te veel ziek, één keer te veel zeggen dat ge ’t niet meer ziet zitten, en ge riskeert keiveel geld te verliezen. Hier hangt ge uw miserie niet aan de grote klok,’ zegt een kloeke veertiger, en hij beent weg.

Verhalen genoeg nochtans. Als je jarenlang acht uur per dag naast dezelfde persoon aan de lijn staat, deel je lief en leed. ‘Mijn collega is zijn huis aan het afbetalen met twee zonen aan de universiteit. Hij kon dat inschrijvingsgeld nu al met moeite betalen. Hij gaat al tien jaar niet op vakantie. Ja, die maakt zich zorgen, maar hij zal daar met geen woord over reppen. Zou u daarover praten? Niemand wil toch dat anderen weten dat je het niet breed hebt.’

Instemmend geknik in de groep rond mij. ‘Eén maat loopt al een jaar te vertellen dat hij er een eind aan wil maken. Dat we ooit zijn naam in de krant zullen zien staan. Hij is alleen, heeft een stevige lening en komt nu al moeilijk rond. We lachten ermee. Dat hij zijn premie dan maar aan ons moest geven. Van die zever. Maar nu is hij al een paar maanden niet meer komen opdagen. Hij is met ziekteverlof gestuurd. We hebben hem allemaal nog gebeld en ge-sms’t. Maar hij reageert niet. Nu vraag ik me af of hij de waarheid vertelde.’

Moeten ze niet eens bij hem langsgaan, om te kijken of alles in orde is, opper ik. ‘Nee, zo werkt dat hier niet. De meesten zijn kwaad. Als ge jaren samen aan de band hebt gestaan, antwoordt ge toch als uw kameraden u berichtjes sturen? Het is dan toch een beetje egoïstisch om niet te antwoorden?’

Ik schrik. En ik denk aan wat Mouton zei: ‘Als je pijn hebt, ga je naar de dokter. Als je mentaal geknakt bent, moet je óók hulp zoeken. Dat lijkt zo simpel, maar bij Ford is het dat niet.’ Iedereen kent nochtans de verhalen over de wanhoopsdaden. ‘Het doodsprentje van François hangt bij ons op het prikbord in de hall. Zodat we hem nooit vergeten.’

Duits

Die laatste ochtend lijkt er één als alle andere. Iets voor zes trekt François zijn overall aan en begint. Doorgaans zegt hij niet veel, maar die ochtend praat hij honderduit tegen zijn collega.

‘Hij vertelde hoe graag hij zijn vrouw zag, hoe hij alles aan haar kwijt kon. En dat hij zo trots was op zijn kinderen. Dat hij hun alles zou willen geven waaraan het hem ontbrak in zijn jeugd.’

Een tel later wordt hij overvallen door onzekerheid.

‘Wat als de boel hier sluit? Wat moet ik dan doen?’

‘Ik heb het er ook moeilijk mee, François. Wij allemaal.’

‘Misschien. Maar bij jullie komt het wel goed. Maar bij mij? Ik weet het écht niet.’

Enkele weken voordien had François zijn stoute schoenen aangetrokken. Hij was naar de personeelsdienst gestapt om te vragen of hij niet bij Ford Keulen aan de slag kon. ‘Niet nu. Daar hebben we geen tijd voor,’ was het antwoord. Onbeschoft, vond François. Hij had zich onheus behandeld gevoeld en had de vakbond ingeschakeld.

Die ochtend raapt François al zijn moed weer bij elkaar en klopt opnieuw aan bij de personeelsdienst. Het is een kort gesprek. Een kwartiertje later kijkt zijn collega hem bezorgd aan. Ze hebben hem toch niet weer afgescheept?

‘Nee, nee,’ schudt François het hoofd.

‘Ze hebben gezegd dat ik een sollicitatiebrief in het Duits moet opstellen.’

Zijn collega schrikt. Een arbeider die 25 jaar dienst heeft in een bedrijf van dezelfde groep?

‘Binnenkort ga ik nog eens terug,’ maakt François zich sterk. En hij werkt verder.

Hij vertelt nog trots over de nieuwe elektrische garagepoort die hij binnenkort wil installeren. Hij vult zijn materiaal aan voor de volgende dag, stouwt zijn rek zo vol dat het het dreigt te begeven.

Twee uur. Tijd voor de avondshift. Vlak voor hij zich omkleedt, krijgt François nog telefoon. Kom, we zijn weg, gebaart hij naar de collega die met hem meerijdt. Aangekomen bij diens huis volgt de gebruikelijke groet.

‘Tot morgen, François.’

‘Ja, tot morgen.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234