Frank Focketyn in hoerastemming

Zijn glimlach liegt er niet om; zijn tred is licht, alsof hij me liever tegemoet zou dansen, of misschien zelfs buitelen: 'Het gaat heel, heel goed met mij.'

Zijn humeur, dat aan de hoerastemming grenst, komt niet in mijn natuur voor. Hij zit strak. Ik denk dat de uitdrukking ‘blaken van gezondheid’ heden op hem van toepassing is. Het is op de kop af tien jaar geleden dat ik hem heb geïnterviewd, wat nog niet betekent dat ik hem een heel decennium niet heb gezien, want ik ben een trouwe toeschouwer van alles wat hij in het theater klaarspeelt. En het theater beschikt over een foyer waar ik, spijts goede voornemens en dure eden, van geen wijken weet na de voorstelling. Dat het al tien jaar geleden is dat ik hem heb geïnterviewd, herinnert me eraan dat onze tijd van leven steeds sneller wegkolkt in het afvoerputje van de eeuwigheid, maar zolang we het nakijken hebben, zijn we nog in leven. ‘Aan het werk dan maar!’ zei Sisyfus.

HUMO Je goede humeur viel me meteen op, Frank.

Frank Focketyn «In mijn 55ste levensjaar is het alsof ik mezelf fysiek steeds beter leer kennen. Vandaar dat ik nu makkelijk kan zeggen: ‘Het gaat heel, heel goed met mij.’ Ik heb zelfs de indruk dat ik niet ouder, maar juist jonger word, vreemd genoeg. Krachtiger, energieker. Ik zie veel leeftijdgenoten die vast lijken te zitten in hun lichaam – vijftigers die fysiek al minder mogelijkheden lijken te hebben. Er zit steeds minder beweging in hen. In 2009 kwam het idee in me op om een monoloog te spelen. Dat moest vóór mijn vijftigste gebeuren, had ik me voorgenomen, maar ik stelde het altijd uit: er alleen voor staan op het toneel blijft een akelige onderneming en al bij al een niet zo prettig vooruitzicht. Maar ondertussen raad ik het alle acteurs aan.»

HUMO Waarom?

Focketyn «Precies omdat je op niemand kunt terugvallen.»

HUMO Laat dat nu net het meest angstaanjagende zijn.

Focketyn «Maar ook het goede, want in die eenzaamheid word je geconfronteerd met je kunde, maar evengoed met wat je niet kan, met je beperkingen. In die solitaire positie op het toneel moet je je wel afvragen: ‘Wat sta ik hier te doen?’ En ondertussen trek je zowel jezelf als je personage in twijfel.»

HUMO En daar word je dan beter van?

Focketyn «Ik wel, ja. Mijn tekortkomingen ervaren vind ik stimulerend. We zouden vaker schoon schip moeten maken, en vaker denken: ‘We hebben niets te verliezen.’ Maar goed, die monoloog is ‘Brief aan mijn rechter’ van Georges Simenon geworden. Ik speel ’m nog steeds. Ondertussen heb ik, na 97 voorstellingen, het gevoel dat ik die tekst totaal heb verinnerlijkt. Ik moet steeds minder bewijzen als ik ‘Brief aan mijn rechter’ speel. Maar goed, met het oog op die monoloog dacht ik: ‘Ik wil geen vadsige acteur worden.’ Ik wilde mezelf dan ook van binnenuit in beweging zetten, en aan den lijve ondervinden hoe ik lichamelijk in elkaar stak, want daar heb ik lang geen besef van gehad. Zo’n monoloog duurt gemiddeld een uur en tien minuten, en ik wilde zoveel energie hebben dat ik ’m met gemak nog een tweede keer zou kunnen spelen. Ik ben toen met ‘Start to Run’ van Evy Gruyaert begonnen, en ik loop nog steeds. Het heeft mij als het ware lichamelijk wakker gemaakt. Maar er is nog iets. Ik droom al jaren van een zwemvijver, en vorige zomer heb ik die droom waargemaakt. Ik zwem er elke dag in, ook ’s winters in het ijskoude water. Ook vanochtend, toen het 2 graden Celsius was. Dat komt door de Nederlander Wim Hof, bijgenaamd The Iceman, die ik ooit in ‘Villa Vanthilt’ heb ontmoet. Hij heeft zich getraind om tegen barre kou bestand te zijn. Dat intrigeerde mij, niet om dat kunstje te kunnen, maar om mezelf fysiek op de proef te stellen: als je jezelf aan ijzig zwemwater overlevert, ben je alleen nog je stofwisseling en je vet, en dat vóél je ook. Dat Wim Hof zoveel kou aankan, heeft volgens hem met innerlijke rust te maken. Als dat je vertrekpunt is, kun je veel meer aan dan je denkt. Ik zoek mezelf tegenwoordig langs een fysieke weg.»


Moeilijk maar lekker

HUMO In ‘Brief aan mijn rechter’ is dokter Alavoine aan het woord, een man die een crime passionnel heeft gepleegd en daar opvallend klinisch over spreekt.

Focketyn «Ja, hij fileert in koelen bloede – hij gaat tot op het bot, en vooral tot op zíjn bot. Ook daarom wilde ik er pezig uitzien. Geen kilo te veel.»

HUMO Wat zegt de keuze van die monoloog over jou?

Focketyn «Niets persoonlijks, eigenlijk. In een vliegtuigje dat ons terugvloog uit Warschau, waar we ‘Tien geboden’ van Kieslowski en Piesiewicz hadden gespeeld, zei ik tegen Johan Simons dat ik aan een monoloog zat te denken, een speeltekst die hij zou moeten regisseren. Hij stond toen op het punt om artistiek leider van de Münchner Kammerspiele te worden, zodat ik dacht: ‘Van die regie van mijn monoloog komt toch niets in huis, en van mijn monoloog ook niet.’ Ik droomde er wel van, maar de verwerkelijking van die droom stelde ik toch liever uit. En toen ik een tijdje later zag dat hij ‘Monoloog Frank Focketyn’ in de programmering van het volgende seizoen van NTGent had opgenomen, sloeg de schrik mij om het hart: ‘Heb jij daar wel tijd voor, Johan?’ heb ik nog geprobeerd (lacht).

»De dramaturgen van NTGent schoven mij ‘Nachtboek van een slapeloze’ van Patricia De Martelaere toe, een sterke tekst. Alles wat ze me te lezen gaven, was nogal zwartgallig. Simenon heeft het gehaald omdat hij zo plastisch schrijft: heeft hij het over wijn, dan ruik en proef je die. Iets gelijkaardigs gebeurt er als Simenon Martine beschrijft, het slachtoffer van Alavoine. Ik vind het heerlijk om beeldende taal cadeau te krijgen. Enfin, ik heb dertien keer met Johan gerepeteerd, en dat was voldoende – alles viel meteen in de plooi.»

HUMO Johan Simons wordt opnieuw artistiek leider van het NTGent, en Wim Opbrouck treedt terug om weer volop te kunnen acteren. Zal die wissel op één of andere manier voelbaar zijn?

Focketyn «Ik denk van niet, want de invloed van Johan bleef voelbaar toen Wim artistiek leider was. En bovendien zijn wij een huis van spelers, wat betekent: het huis is van de acteurs. Wij, acteurs, bepalen ons huis, in dit geval het NTGent.»

HUMO Dat is een soevereine gedachte.

Focketyn «‘De acteur is soeverein,’ zei Herman Teirlinck al. Dora Van der Groen heeft dat er op de toneelschool zo bij ons ingestampt. Ze liep over van liefde voor haar leermeester Herman Teirlinck. Haar eerbied voor die man was oneindig, en dat heeft ze op al haar studenten overgezet. Ik geef sinds 1991 één trimester per jaar les aan de eerstejaars van de toneelschool. Oefeningen: scènes, monologen en dialogen, ontleend aan Lanseloet van Denemerken, één van de abele spelen: een Middelnederlands toneelstuk.»

HUMO Je gelooft dus nog in de klassieke opleiding.

Focketyn «O ja. Die eerstejaars krijgen ook ‘Lucifer’ van Vondel: stevig materiaal, monumentale taal, sterk verbeeldingswerk, mijlenver weg van de soaps, van het alledaagse – het alledaagse dat naar mijn smaak overdreven prioritair is tegenwoordig. De taal van Vondel is ingewikkeld, maar: lekker. Dora zei altijd: ‘Hier leiden we geen soapacteurs op. Die hoeven geen opleiding te hebben, want iedereen kan de tram nemen.’ Ze bedoelde: dat soort acteren heeft in de verste verte niets met het wezen van theater te maken. Theater durft juist het bewust onalledaagse, het vervreemdende in de verf te zetten. Theater is per definitie theatraal. Herman Teirlinck zei dat een acteur bijna niets nodig had: een ruimte, een licht om gezien te worden, en een publiek. En al de rest is bullshit. Ik ben blij dat ik een student van Dora ben geweest. Als je eens bedenkt wat er zoal uit haar opleiding is voortgekomen: Cie De Koe, tg STAN, De Roovers, FC Bergman… Wat een ongelofelijke verscheidenheid!»

HUMO De acteur mag dan wel soeverein zijn op het toneel, maar heb je je ooit al afhankelijk van het publiek gevoeld? Te afhankelijk misschien?

Focketyn «Dat ik afhang van de goedkeuring van het publiek, vind ik niet zo hinderlijk. Dat komt ook wel omdat ik zo nu en dan het gevoel heb dat ik niet móét spelen om gelukkig te zijn. Ik heb ondertussen een soort innerlijke rust bereikt waarin niet veel meer hoeft.»

'Het gaat heel, heel goed met mij. Ik heb zelfs de indruk dat ik niet ouder, maar juist jonger word'

HUMO Wat is die innerlijke rust eigenlijk?

Focketyn «Ik noem het ‘in rust zijn’, en het heeft niets te maken met je verstand op nul zetten. Ik hoorde op de radio iemand van een ijsberenclub zeggen: ‘Je zet je verstand op nul en je gaat het water in.’ Een totaal onverantwoorde uitspraak, tenzij we levenloos op de bodem van onze zwemvijver aangetroffen willen worden. ‘In rust komen’ betekent: je gedachten toelaten, je openstellen voor al wat er is, en dan je gedachten weer loslaten. Alle gedachten zijn welkom: tot de schunnigste toe, hoe perverser hoe beter, maar je houdt ze niet vast. ’t Is een zelfreinigend proces, iets heel gezonds ook.»

HUMO Lijkt het op meditatie?

Focketyn «Ja, en meditatie is heel fysiek voor mij. Ooit heb ik een cursus stilzitten gevolgd, en ik kan je verzekeren dat roerloosheid vooral een lichamelijke ervaring is. En net omdat het zo fysiek is, kan niet iedereen stilzitten. Maar goed, ‘in rust’ loop ik beheerst het zwemwater in, en dan wordt de koude mijn warme vriend, zoals Wim Hof het uitdrukt. Je merkt dan ook hoe belangrijk je ademhaling is: in en uit. Dora zei het al: ‘Alles is in en uit, alles is seks, eigenlijk.’ Mensen die zich niet ‘in rust’ aan ijskoud water overleveren, wordt meteen de adem afgesneden. Het water bijt ze de strot over. Als ik uit dat koude water stap, krijg ik altijd een enorme boost. De tinteling die je dan voelt! Ach, wat weten we eigenlijk van ons lichaam, en wat stelde de zogenaamde lichamelijke opvoeding ooit voor? Over een bok springen? Of eraf vallen en je voet verzwikken? Hoe armzalig allemaal. Laat kinderen nu toch eindelijk eens hun lichaam vertroetelen. Geef ze een massage! Geef ze, op een volwassen manier, les in sensualiteit! Leer ze lichamelijk voelen, en de wereld zal er veel beter op worden.»

HUMO Het viel me op dat elk interview met jou op een bepaald moment een spirituele dimensie krijgt.

Focketyn «Dat zal uiteindelijk wel iets met religiositeit te maken hebben. Dat religie ‘verbinden’ betekent, bevalt mij wel, maar evengoed heb ik behoefte aan een plek op aarde waar ik me juist van religie bevrijd kan voelen, toch van de akelige kanten ervan, waarmee we in deze tijd dagelijks en tot walgens toe geconfronteerd worden. De hoogste tijd dat mensen weer centraal staan, hè? Mensen die zich niet verschuilen achter een god en elkaar respecteren.»

HUMO Enkele maanden geleden zei Michel Houellebecq in een interview in het journaal van France 2 dat atheïsme moeilijk vol te houden is.

Focketyn «Ik begrijp hem wel, al kan ik niet zeggen dat ik zelf een atheïst ben. Ik voel een bepaalde innerlijke energie, die met de jaren sterker lijkt te worden. ’t Is het soort energie dat volgens mij aan geloof voorafgaat. Maar de beleving van religiositeit is voor mij toch vooral verbeelding, invoelen… Spugen op religie is eigenlijk op de verbeeldingskracht van de mens spugen. ’t Komt allemaal uit ons kopje, hè? ’t Wordt gevaarlijk als mensen ontkennen dat het allemaal uit hun kopje komt, en zeggen dat we het aan hierboven te danken hebben.»

HUMO Put je ook troost uit de lichamelijke bevrijding waarover je het daarnet had?

Focketyn «Neen, ’t gaat niet om troost. Laat ik zeggen dat die lichamelijke bevrijding er zijdelings voor gezorgd heeft dat ik minder hindernissen in de menselijke omgang voel. De communicatie lijkt er makkelijker door te worden. Het kost me veel minder moeite dan vroeger om te zeggen wat mij op het hart ligt, ook in relaties. Zeggen waar je echt mee zit, is zo belangrijk en toch zijn we er meestal onwaarschijnlijk slecht in. In mijn 55ste levensjaar denk ik weleens: ‘Wat zijn wij toch knoeiers!’ We durven zo zelden te spreken over ingrijpende dingen die ons overkomen zijn, gebeurtenissen die misschien wel ons leven hebben bepaald.»

'Ik wil niemand anders zijn dan wie ik ben. Ik heb al genoeg aan mijn hoofd'


Begeleid ons in bekoring

HUMO Enkele jaren geleden heb je samen met je tweelingbroer Kris in een interview gesproken over seksuele intimiteiten met jullie vader, toen jullie 11 waren.

Focketyn «Een aantal mensen was daar al eerder van op de hoogte – Dora Van der Groen onder anderen. Ik wist eigenlijk niet meer aan wie ik het allemaal al had verteld. Ik ben er ondertussen wel achter gekomen hoe de media werken. Als ’t naar sperma ruikt, verkoopt het, hè?»

HUMO Zo is het en niet anders.

Focketyn «Wat gebeurd is toen ik 11 was, veroordeel ik niet. Mijn broer en ik hebben nooit over misbruik gesproken en ik vermijd dat woord nog steeds. Kris had gezegd: ‘Mijn eerste seksuele ervaring was met mijn vader.’ Dat klinkt toch totaal anders dan ‘Kris en Frank Focketyn jarenlang misbruikt door vader’?»

HUMO Seksuele handelingen met je vader zijn volgens jou dus nog iets anders dan misbruik.

Focketyn «Zeker weten. Maar geen haar op mijn hoofd heeft er ooit aan gedacht om mijn eigen zonen seksueel te benaderen – ze zijn nu alle drie volwassen. Ik was 11 toen het gebeurde, en uitgerekend in die tijd kreeg mijn moeder ook een hersentumor. Dat was overrompelend. En daardoor moesten mijn tweelingbroer en ik al heel vroeg de verantwoordelijkheid voor de huishouding dragen. Ondertussen kon er bij ons thuis niet over intimiteit en seksualiteit gesproken worden, want mijn vader was een bange wezel. ‘Dit mag je aan niemand vertellen,’ zei hij na die seksuele handelingen. Ik ging het meteen aan mijn moeder vertellen en op slag kreeg ze een epilepsieaanval, een absence. ’t Was alsof ze, wellicht ook door die tumor, niet kon verwerken wat ik haar had gezegd. Ze viel uit, letterlijk. En daardoor sprak ik er ook niet meer over. We moeten er niet flauw over doen: kinderen zijn wel degelijk seksuele wezens. Vandaar dat er snel werk moet worden gemaakt van hun lichamelijke opvoeding. Weet je wat het is? Intimiteit is nog altijd taboe, iets dat weggemoffeld wordt en nog het liefst doodgezwegen. Onder tafel ermee! Ik zou een brief naar het bisdom willen schrijven met het verzoek om het Onzevader te veranderen: in plaats van ‘leid ons niet in bekoring’ zou ik voortaan ‘begeleid ons in bekoring’ willen horen. Er zijn nog andere teksten die moeten veranderen: ‘Heer, ik ben zeer waardig dat Gij tot mij komt’ en ‘Spreek en ik zal niet ziek worden.’»

HUMO Aan wie kon je als kind van 11, toen je moeder uitviel, nog vertellen wat er tussen je vader en jou was gebeurd?

Focketyn «Aan niemand. Ook niet aan mijn broer, want op dat moment wist ik niet dat hij gelijkaardige ervaringen had. Maar goed, later – ik weet niet meer wanneer – zijn we er toch over begonnen. Mijn zus, die anderhalf jaar ouder is dan wij, kon er ook van meespreken. Mijn vader was een heel lieve, creatieve man, en een prima onderwijzer – ik heb hem door zijn oud-leerlingen vaak ‘een bijzonder inspirerend mens’ horen noemen. Maar hij was niet zuiver op de graat. Hij had één zwaar probleem: zijn pedofilie. Hij zag kinderen té graag, zal ik maar zeggen, en daardoor heeft hij grenzen overschreden. Als ik hem al iets kwalijk neem, dan is het dat hij zo’n bange wezel was, zo’n hypocriete slaaf van de kleinburgerlijke moraal.»

HUMO Heb je hem vergeven wat hij gedaan heeft?

Focketyn «Al heel lang. Maar erover spreken kon hij niet. In gedachten is mijn vader nooit ouder dan 12 geworden, ook al was hij 69 toen hij stierf. Hij schreef weleens een toneelstuk. Eén van zijn laatste was: ‘Knaap in de knoop’. Dat zegt toch alles? Hij was 63 toen hij dat schreef. Ik heb hem toen gezegd: ‘Had je niet beter ‘Man van 63 in de knoop’ geschreven? Dat knaapje kennen we nu al wel.’ Maar hij begreep niet wat ik bedoelde. Hij kon ook erg infantiel reageren, verongelijkt, dreinerig, op zo’n toon waarop een kind ‘Ik heb geen lolly gekregen’ zegt. Van de seksuele aanrakingen van mijn vader moest ik niet genezen, maar wel van zijn hypocrisie. Wat hij deed, mocht blijkbaar niet, want hij zei: ‘Dit mag je niet aan je moeder vertellen.’ Wat ik zeer verdacht vond, en daarom de moeite van het doorvertellen waard. Mijn vader drong altijd aan op creativiteit, op openheid en spontaneïteit. En ineens: ‘Vertel dit niet aan je moeder.’ Het klopte simpelweg niet.»

HUMO Vorig jaar speelde je bij NTGent Humbert Humbert in ‘Een lolita’, naar de beroemde roman van Nabokov over de verboden liefde van een volwassen man voor een nimfijntje van 12.

Focketyn «Ongeveer tezelfdertijd hadden mijn broer en ik dat interview gegeven. Puur toevallig: toeval bestaat. Nog nooit ben ik na een voorstelling zo vaak aangesproken door mensen die iets gelijkaardigs hadden meegemaakt. Ik dacht op de duur zelfs: ‘In welke familie is zoiets eigenlijk níét voorgekomen?’»

HUMO Hoe oud ben je zelf in gedachten?

Focketyn «Een jaar of 20, schat ik. Maar toen ik nog bij Cie De Koe was, zei Peter Van den Eede over mij: ‘Frank is een kind en een oude man tegelijk.’ ’t Is heel vreemd, maar soms denk ik dat ik hier al vóór mijn geboorte rondliep. En dan denk ik ook aan paarden, die me tegelijk fascineren en bang maken: ze hebben soms wrede ogen. Ik heb het gevoel dat er me ooit iets is overkomen waar paarden een rol in speelden.»

HUMO Je tweelingbroer woont al geruime tijd om gezondheidsredenen in Spanje. Als tweeling zijn jullie erg verknocht. Wat doet die geografische afstand daaraan?

Focketyn «Niets. We skypen elke dag, en daardoor heb ik meer contact met hem dan vroeger. ‘Ik wil je eens aanraken,’ zegt hij af en toe, ‘want dat mis ik.’»


Populair Jefke

HUMO Laten we het eventjes over de mooie serie ‘Tom & Harry’ hebben, waarin jij de complexe man Jef Van Eyck speelt. Een teleurgestelde, wrokkige, eenzame figuur, kansloos verliefd op z’n schoonzus. Jij laat hem af en toe bijna komisch zijn.

Focketyn «Ja, dat doe ik. ’t Is niet zonder risico, ik weet het. Ik heb regisseur Toon Slembrouck dan ook bezworen: ‘Zeg het me alsjeblieft als ik te ver ga.’ Sommige mensen zeggen me dat ze goed om Jef hebben gelachen, maar dat neemt niet weg dat hij een tragische figuur is: een op veel gebieden afgewezen man. Hoe hij zich ook voor de zaak inzet, toch gelooft hij er niet in, en al helemaal niet in modernisering. Dat we deze serie niet chronologisch hebben gedraaid, maar allerlei scènes uit diverse afleveringen kriskras door elkaar, vond ik bepaald moeilijk. Ik moest me voortdurend afvragen : ‘Kan Jef dit en dat al weten op dit moment?’ Als ik zo’n Jef moet spelen, probeer ik altijd raakpunten te vinden tussen zijn familie in de serie en mijn eigen familie. Dat levert altijd wel materiaal op. Ik put vaak uit mijn familie, en uit alle contrasten en geheimen die ik er ooit in heb aangetroffen.»

HUMO De acteur Jonas Van Geel zei laatst in Humo: ‘Ik ben er zeker van dat als komisch acteur bestempeld worden op den duur een soort stigma is, iets waar je nooit meer vanaf komt.’ Valt daar iets voor te zeggen?

Focketyn «Om het stigma van komisch acteur te vermijden, kun je maar beter geen populair Jefke willen worden, vind ik. ’t Populaire Jefke zijn: dat is pas stigmatiserend. Je te veel in amusementsprogramma’s op de tv vertonen stoort. Dat heb ik zelf ontdekt. Al had Dora me lang geleden al voor de gevaren van ’t populaire Jefke gewaarschuwd.»

HUMO De afgelopen tien jaar ben je niet vaak op de televisie te zien geweest.

Focketyn «Op de televisie zie ik te vaak dezelfde mensen. Ik wil voorkomen dat mensen aan mij denken als ze vaststellen dat ze te vaak dezelfde mensen op de tv te zien krijgen. Nu we het toch over televisie hebben: drie weken geleden was er in het cultureel centrum van Lier een avond ter gelegenheid van vijftien jaar ‘In de gloria’. Op verzoek van Lucas Van den Eynde hadden Jan Eelen en ik eraan deelgenomen. Die avond was meteen uitverkocht. Het publiek mocht fragmenten kiezen en vragen stellen. ’t Was super.»

HUMO Mocht ik een cultureel entrepreneur zijn – God verhoede – dan zou ik daar een tournee langs de culturele centra in zien.

Focketyn «Wel, wegens succes kwam er nog een tweede avond van, die óók meteen was uitverkocht. Tv-kijken met een theaterpubliek: héél aangenaam. Ik heb er persoonlijk voor gezorgd dat er iets bij gedronken mocht worden. ’t Was voor mij overigens ook bijzonder om al die fragmenten terug te zien. Lucas was ontroerd, omdat hij nu inzag hoe broos en breekbaar die personages waren. Ik hoop dat er ooit nog iets mee gebeurt – in 2020 misschien, als ‘In de gloria’ twintig jaar geleden is.»

HUMO Zou je nog een nieuwe serie van ‘In de gloria’ willen maken?

Focketyn «’t Lijkt me na twintig jaar wel interessant en fantastisch om met dezelfde ploeg, ook de redactie, een nieuwe ‘In de gloria’-reeks te maken, jaja! Maar goed, dat heeft Jan Eelen allemaal in handen.»


De p van perversiteit

HUMO Toen de stichting Conservatorium Antwerpen de titel van maestro honoris causa in 2010 aan Dora Van der Groen toekende, haalde haar oud-student Peter Van den Eede de basis van haar opleiding en haar visie op de acteerkunst aan: de zogeheten vijf p’s. Daar weet jij vast ook alles van.

Focketyn «Poëzie, persoonlijkheid, plezier, perversiteit en pijn. Dat alles – met de strik van de humor eromheen – kun je maar beter in huis hebben als acteur; dan krijg je de pH van de acteur of de zuurtegraad, zou Dora lachend zeggen. Persoonlijkheid: alles is al gespeeld, maar nog nooit door jou, op dit moment. Als ik Hamlet speel, investeer ik, Frank Focketyn, mijn persoonlijkheid in Hamlet en niet omgekeerd.»

HUMO Wat betekent perversiteit in dit verband?

Focketyn «De dingen anders interpreteren dan gewoonlijk, ze welbewust een andere vorm en een andere inhoud geven. Als je aan zee de branding hevig tekeer ziet gaan, kun je zeggen: ‘Dat is woest.’ Perversiteit betekent: moedwillig een andere draai aan dat woeste geven. Ik kan er juist iets magistraals, iets verhevens in zien, en in het breken van de golven kan ik de prachtigste muziek horen. Perversiteit komt neer op verbeelding die de waarheid vervormt. Ze is dan ook verwant aan poëzie. Als je naar een tafel kijkt, moet je meer proberen te zien dan alleen maar een tafel.»

'Dora Van der Groen zei altijd: ‘Hier leiden we geen soapacteurs op. Die hoeven geen opleiding te hebben, want iedereen kan de tram nemen.’'

HUMO Welke pijn is pijn?

Focketyn «Die gaat gepaard met afdalen in je innerlijke beerput. Dan ben je op je kwetsbaarst. Je moet de acteur die je bent als het ware de toelating geven om je persoonlijkheid zonder beperkingen te gebruiken, en als je dat eenmaal hebt gedaan, dan pas kun je ten volle spelen, zonder schaamte.»

HUMO Voel je dan nooit meer remmingen onder het acteren?

Focketyn «Nauwelijks. Tenzij ik misschien een regisseur zou ontmoeten die mij vraagt iets aan te boren dat ik nog niet van mezelf kende. Of dat ik nog niet verkend heb.»

HUMO Tom Van Dyck zei me ooit dat de studenten van Dora Van der Groen wezenlijk anders waren dan de studenten van Studio Herman Teirlinck: melancholischer – allemaal hadden ze wel een innerlijk kwetsuurtje waar ze zich bewust van waren, terwijl de studenten van de studio beter in hun vel leken te zitten en nagenoeg sporttypes waren.

Focketyn «Toen ik begin jaren 80 aan de toneelschool begon, was Dora net erg zen – ze was toen duidelijk op zoek naar iets. Bhagwan speelde een rol in haar bestaan en ze ging toen ook in oranjeroze gewaden gekleed. Ze is altijd met spiritualiteit bezig geweest, nu nog steeds, ook al zit ze vandaag in een heel andere fase van haar leven. Ze had het vaak over ‘energiebanen’ en ‘energie doorgeven’. ’t Was haar altijd veel meer om inhoud dan om vormelijkheid te doen. In de eerste jaren van de opleiding zei ze tegen de studenten: ‘Ik hoef je niet te verstaan.’ Dat had ze misschien beter niet gezegd, want ze heeft nadien vaak te horen gekregen: ‘De toneelstudenten van het conservatorium versta je niet.’ Dora bedoelde eigenlijk: ‘Ik wil je inhoud veeleer voelen dan begrijpen.’ Los van de woorden die we uitspraken, wilde ze aanvoelen wat ons emotioneel voedde, en ze wilde ook dat wij ons verbeeldingswerk zo zintuiglijk mogelijk maakten. Ik denk dat er in Studio Herman Teirlinck een veel zwaardere klemtoon op allerlei soorten techniek lag dan bij Dora. Maar ’t was goed dat er toen twee uiteenlopende opleidingen waren. Dat is nu voorbij. De namen zijn weggehaald: Studio Herman Teirlinck en de opleiding Dora Van der Groen zijn nu opgegaan in AP Hogeschool Antwerpen. Wat betekent dat nog? Alsof je de benamingen bourgogne en bordeaux elimineert en het voortaan alleen nog over wijn hebt. Mij lijkt dat een verschraling.»

HUMO Zie je Dora Van der Groen nog weleens?

Focketyn «Ja. Ze is 88 nu. Ik bezoek haar zo nu en dan. Ze herkent me gelukkig nog. Haar kortetermijngeheugen doet het niet meer, maar over de tijd dat ze nog les kreeg van Herman Teirlinck zelf, kan ze soms heel helder spreken. ’t Is ook gewoon fijn om in stilte samen te zijn.»

HUMO Over het Grote Vergeten gesproken: ook de namen van Julien Schoenaerts en Patrick Dewaere, twee overleden acteurs die je hoog hebt zitten, vervagen onherroepelijk.

Focketyn «Ik was verliefd op die acteurs, en – ’t zal wel vreemd klinken – ik herkende mezelf in hun blik. Ik voelde een soort lotsverbondenheid, en ik meende ze heel goed te begrijpen en aan te voelen. Dat soort onuitsprekelijke contact noemde Dora ‘de communie’. ’t Ging om iets dat je deelt op een diep niveau, wat nog iets anders is dan denken: ‘Zo wil ik ook zijn’, want ik wil niemand anders zijn dan wie ik ben. Ik heb al genoeg aan mijn hoofd (lacht). Frank Focketyn zijn is ruim voldoende.»

HUMO Laat ik eindigen met dezelfde schroomvallige vraag als die waarmee ik ook ons interview van tien jaar geleden heb afgesloten: denk je dat je gelukkig bent?

Focketyn «Op weg van de parking naar hier hebben verschillende mensen mij gezegd dat ik er zo gelukkig uitzie. En zo voel ik me ook. Professioneel heb ik mooie vooruitzichten: ik ga een spindoctor spelen in ‘Revue Ravage’, het nieuwe stuk van Tom Lanoye, en daarna begin ik samen met danseres Fumiyo Ikeda aan ‘Absence’, een nieuw stuk van Peter Verhelst. En wat meer is: deze zomer word ik grootvader, wat ik heel bijzonder vind. Ik fantaseer nu al over kampen bouwen met mijn kleinkind, en hoe ik het zal leren zwemmen in onze zwemvijver. Ik denk dus dat ik gelukkig ben.»


Herbekijk hier een fragment uit 'In de Gloria' met Frank Focketyn:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234