null Beeld

Freddie Mercury - Het laatste podium

Dwarskijker bekijkt voor u het nieuwe tv-seizoen, zo hoeft u dat niet meer te doen. Of misschien wél? Deze keer voor u besproken: 'Freddie Mercury - Het laatste podium' op Canvas.

Laatst dronk ik een glas wereldwinkelwijn op de spoedige ondergang van het neoliberalisme; ik bracht ook een dronk uit op de aanstaande dood van het casinokapitalisme en de finale neergang van beursspeculanten, ratingbureaus en perfide stemmingmakers van The Wall Street Journal.

Ja, ik was op dreef, zoals meestal als ik me far from the madding crowd onbespied waan. Terwijl ik dan toch in m’n dooie eentje aan het toosten was, hief ik het glas in een lichtjes andere stemming ook op Freddie Mercury, die twintig jaar geleden stierf aan de gevolgen van aids. Zeker een keertje vergeten een kapotje om z’n snikkel te frunniken.

Niet dat zijn wereldberoemde band Queen ooit van groot belang geweest is in mijn binnenwereld: ik begreep wel waarom de hits van die groep dijken van hits waren, alsmede geheide klassiekers, maar ze zoefden ondertussen langs mijn gevoelige snaar heen, in het beste geval rakelings.

Het geluid van Queen was me over het algemeen te dik aangezet – de sound van een verneukeratieve operettekoning die in een mengeling van progrock en heavy metal light verwikkeld raakt en zich niet zo snel gewonnen geeft, en dat dan eindeloos overgedubd. Twijfel tussen rock en operette of iets dat ironisch naar belcanto zweemt, vind ik nergens voor nodig, maar gelukkig vraagt niemand me ooit wat. Dat is dan het enige wat ik met columnisten gemeen heb: niemand vraagt ze wat.

Freddie Mercury had een stem als een klok, maar naar mijn smaak klonk ze over het algemeen iets te hoog, en riep ze, vooral als ik me om persoonlijke redenen niet al te lekker voelde, ook ongemakkelijke gedachten aan een knellend suspensoir op, met daar dan een bontgeruite, aan commedia dell’arte herinnerende maillot overheen.

Dat neemt niet weg dat ik Freddie met z’n pornosnor en zijn geruite maillot – van top tot teen gotspe en alles voor de show - wel mocht. Tot twee keer toe heb ik de afgelopen tijd dan ook met genoegen naar de documentaire ‘Queen – Days of Our Lives’ gekeken, en dat terwijl mijn tijd van leven ook aan het opraken is. Daarin herinnerde een van zijn kennissen zich dat Freddie Mercury, toen hij in Londen nog op een kunstschool rondhing en zoals menigeen Farrokh Bulsara heette, al rondstrooide dat hij een popster zou worden.

Even later kwam diezelfde kennis hem tegen in een pub. Toen zei Farrokh dat hij niet langer een popster wilde worden maar liever een levende legende, en het duurde niet lang meer of hij verdween spoorloos in Freddie Mercury, die op zijn beurt ook spoorloos zou verdwijnen. Slechts enkele ingewijden weten waar zijn as is uitgestrooid.

Steven Somers gokte in ‘Freddie Mercury’: Het laatste Podium’ op het meer van Montreux. In dit zogeheten docu-interview trok Steven Somers, die in een soortgelijk programma al Herman Brood oprakelde, naar plekken waar je de geest van Freddie Mercury nog kon voelen als je daar geloof aan hecht.

Dit programma was ‘Spraakmakers’ op locatie, zou je kunnen zeggen, maar erover zwijgen is ook niet mis. Zijn gids was Peter Freestone, de lijfknecht en buddy van Freddie Mercury. Ik had hem eerder al gezien in ‘Plat Préféré’, toen Jeroen Meus ter nagedachtenis van Freddie Chicken Dhansakbereidde.Freestone vertelde onder andere hoe hij de levende legende, in de minuten voor haar dood, nog had verschoond.

Het zag er naar uit deze man van de heugenis van Freddie Mercury zijn beroep had gemaakt: zelfs zijn occasionele ontroering, een met de glimlach gemaskeerde brok in de keel, leek professioneel. In ieder geval had hij dat sentiment al vaker gedemonstreerd ten overstaan van een publiek, waarmee ik niet beweer dat het onecht was. Bovendien heeft elk mens recht op een vast repertoire van anekdotes.

Na verloop van tijd bleek de persoonlijke tragiek van Freestone ook mee te spelen: na de dood van Freddie en het verlies van zijn raison d’être was hij middels cocaïne en wodka op drift geraakt, maar dat dodelijke leven had hij nu al jaren opgegeven, op advies van mensen die het beste met hem voorhadden, en omdat hij het zelf ook welletjes vond.

De plaatsen waar hij Steven Somers heen bracht, locaties die gunstig op hun gesprek moesten inwerken, vielen veeleer tegen: Garden Lodge, het Edwardiaanse huis in Londen waar Freddie Mercury jarenlang heeft gewoond, ging niet voor ze open. Het wordt nu bewoond door de raadselachtige Mary Austin, de erfgename en dierbare vriendin van Freddie, die hij de vrouw van zijn leven noemde, hoe verdomd gay hij in de praktijk ook mocht zijn.

Het benieuwde mij natuurlijk wel wat zij over Peter Freestone dacht, het trouwe factotum van Freddy, dat al twee boeken over wijlen zijn baasje de wereld had ingestuurd. Zij was naar de normen van de hedendaagse media dan ook een gedroomde interviewee geweest, maar zij geeft geen sjoege, en zal dus wel een lady zijn.

Tussen haakjes: zou die zelfingenomen slijmerd van een Ivo Niehe en zijn medewerkers haar wèl hebben kunnen overtuigen? We kregen een impressie van de buitenkant van Garden Lodge te zien, een beeld in het voorbijgaan, en daar moesten we het mee doen.

Peter Freestone en Steven Somers deden ook de gerenommeerde homoclub Heaven aan, waar Freddie naar verluidt het liefst harige rouwdouwen met een strafblad oppikte. Volgens Freestone hield hij van conflict, ook in bed. Ook datgene wat we van Heaven te zien kregen sprak weinig tot de verbeelding: een onttakelde zwartgeverfde ruimte die eruitzag als een onttakelde zwartgeverfde ruimte.

Tot slot belandden Freestone en Somers in Montreux, waar Freddy ook een huis had, dat we van ver te zien kregen. Aan de rand van het meer aldaar, verrijst zijn realistische standbeeld: voorbijgangers wrijven even over zijn bronzen kont, omdat ze denken dat zulks geluk brengt. Een dode legende is daarom niet minder legendarisch.

‘Freddie Mercury: het laatste podium’ belichtte vooral Freddie in zijn slotfase, Freddie als aidsgeval - hij die eens het zonnetje in de darkrooms was.

In ‘Queen – the days of our lives’ kon je hem die gewisse aftakeling zo elegant mogelijk zien verbijten in aangrijpende beelden gedraaid tijdens de opnames van de clip voor ‘These Are the Days of Our Lives’, een ontroerend testament voor iedereen die hem op een of andere manier liefhad: ‘Sometimes I get the feelin' I was back in the old days - long ago / When we were kids when we were young /Things seemed so perfect - you know / The days were endless we were crazy we were young / The sun was always shinin' - we just lived.’

Het was ongetwijfeld in die dagen dat hij in een pub te kennen gaf dat hij een levende legende zou worden. Hij is meer dan een promiscue nicht en een schim met aids geweest: hij heeft oogverblindend geschenen. Het liefst had ik me hem als jonge branie herinnerd, mocht ik hem toen hebben gekend, maar ik ben ook al blij met de herinnering aan de eclatante entertainer die in Wembley Stadium met een grijnsje ‘fuck off’ zei tegen de mensenzee. En tegen de dood.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234