null Beeld

'Fury': in de tank met Brad Pitt

In ‘Fury’ – een vlammende oorlogsprent vol vonkende geschutskoepels en ratelende rupsbanden – ziet u Brad Pitt op volle vuurkracht aan het werk als de commandant van een tank die pifpaffend uit alle lopen door nazi-Duitsland dendert. Humo ontmoette superster Brad Pitt, rijzende ster Jon Bernthal (‘The Wolf of Wall Street’) en regisseur David Ayer – tevens de maker van ‘End of Watch’, ‘Sabotage’ en ‘Street Kings’ – op een wel heel passende plek: in de schaduw van een échte tank, in The Tank Museum in Bovington in Zuidwest-Engeland.

Humo ontmoette superster Brad Pitt, rijzende ster Jon Bernthal en regisseur David Ayer – de Amerikaanse cineast die aan de schitterende politiefilm ‘End of Watch’ een messcherpe edge wist te geven – op een passende locatie: The Tank Museum in Bovington, in Zuidwest-Engeland. De gigantische hallen van het onmetelijke museum herbergen de grootste tankcollectie ter wereld: in totaal driehonderd authentieke gevechtsvoertuigen uit de Eerste en de Tweede Wereldoorlog – een walhalla voor oorlogsfanaten. De zanderige terreinen naast het museum doen dan weer dienst als trainingsgronden voor het Britse leger: de hele dag horen we het geronk en gepiep van voorbijkletterende tanks en in de lucht hangt de overweldigende geur van olie en benzine.

Moordmachine

In één van de talrijke uitgestrekte museumzalen, in de schaduw van een roestbruine T14 Assault Tank, treffen we Jon Bernthal aan. De 37-jarige Bernthal bouwt naarstig aan een mooie carrière: hij had een rol in de zombieserie ‘The Walking Dead’, dook naast Leonardo DiCaprio op in ‘The Wolf of Wall Street’, en is straks naast Benicio Del Toro te zien in de misdaadprent ‘Sicario’. In ‘Fury’ vertolkt hij de geflipte kanonnier Grady ‘Coon-Ass’ Travis. Niewsgierig polsen we naar Bernthals tankervaringen.

HUMO Hoe is het om met vijf volwassen mannen in de benepen ruimte van één tank opeengepakt te zitten? Kun je je benen nog strekken?

Jon Bernthal «Je benen strekken? Vergeet het maar (lacht). Vijf maanden voor de start van de opnamen zijn we in Santa Barbara met z’n vijven aan boord van een 75 jaar oude Sherman-tank geklommen – het type waarmee we ook in de film rondrijden. Zodra we samen in dat ding zaten, beseften we dat het een echte moordmachine was. Niet alleen omdat een tank in staat is om alles en iedereen daarbuiten te vernietigen en te verpletteren, maar ook omdat het interieur ervan vol scherpe haken en hoeken zit waaraan je je lelijk kunt snijden. Om nog te zwijgen van die stalen luiken! Als er zo één op je hoofd valt, ben je morsdood. We hebben ter voorbereiding ook met een heleboel tankveteranen gepraat, en die mannen vertelden allemaal dat het niet ongewoon was dat iemand in een tank een arm of een been verloor, of een schedelbreuk opliep. En wij zouden weken en weken in zo’n tuig zitten! Leuk vooruitzicht.

»Toen we daar in Santa Barbara voor het eerst in die tank zaten, waren we er rotsvast van overtuigd dat we het niet langer dan vijf minuten zouden volhouden. Ik bedoel: we zaten letterlijk op elkaars lip. Brad zei: ‘Wel, jongens, ik voorspel dat het hier binnen de kortste keren gaat stinken als de pest.’ Het ijs was meteen gebroken (lacht).

»Het rare is: tegen het einde van de opnamen voelde elke vierkante millimeter van onze tank even veilig en vertrouwd aan als thuis. We kookten erin, we aten erin, we sliepen erin en we pisten erin.»

HUMO Jullie zijn ook op bootcamp gegaan.

Bernthal «Ook dat was niet om te lachen. We werden er gedrild door een bikkelharde Navy Seal die nog in Irak en Afghanistan had gevochten. De bedoeling was: ons één voor één psychologisch breken, en ons terug opbouwen als soldaten. En ze hebben geen half werk geleverd: nooit mochten we eens op café of op restaurant, laat staan dat we eens een dagje naar huis mochten. Ik heb twee kleine kinderen: wekenlang niet gezien. En telkens als we onder elkaar een beetje plezier stonden te maken, was onze drilsergeant er als de kippen bij om er ons tierend en brullend aan te herinneren waarom we daar waren. Gezellig, hoor.

»Na een paar weken zaten we er allemaal compleet door. Gelukkig hadden we elkaar: we hebben er elkaar letterlijk doorgesleurd. En tegen dat we eindelijk aan de opnamen begonnen, vormden we een echte combat unit.»

HUMO En Brad? Was hij tijdens het bootcamp voortdurend bij jullie, of mocht hij ’s avonds wél op hotel?

Bernthal «Wel, dit is het moment waarop van mij wordt verwacht dat ik zeg hoe fantastisch het was om met Brad Pitt te werken. Maar in dit geval wás het gewoon zo: die man is fantastisch. Hij hóéfde dat bootcamp niet mee te maken – hij is per slot van rekening Brad Pitt – maar hij is geen seconde van onze zijde geweken. Hij deed gretig mee: hij piste waar we bij zaten, hij kakte waar we bij zaten, en na een paar dagen stonk hij even hard als wij. Yep, ik heb Brad Pitt héél intiem leren kennen. En hij mij (lacht). Hij scheen er nog van te genieten ook: hoe miserabeler de omstandigheden, hoe vrolijker hij werd.

»Tijdens dat bootcamp moesten we vaak bokswedstrijden met elkaar uitvechten. In het begin had ik natuurlijk de neiging om Brad te sparen – je bokst die man niet zomaar in zijn smoel. ‘Is dat alles wat je in je hebt, mietje?’ riep Brad dan, waarna hij me drie keer na elkaar keihard in de ballen schopte. Waarop ik hem keihard in de maag stompte. ‘Yeah!’ riep hij uit, ‘Zo moet dat!’ Ik heb in het verleden al met een heleboel beroemde acteurs samengewerkt, maar dergelijke taferelen had ik nog nooit meegemaakt (lacht).»

HUMO Regisseur David Ayer staat erom bekend dat hij zijn acteurs graag tot het uiterste drijft. Maar de hele cast psychologisch breken en op elkaar laten inmeppen: is dat er niet wat over?

Bernthal «Tja, David is nu eenmaal een ziekelijke regisseur (lacht). Tijdens het bootcamp voerde hij met elk van ons lange en intieme gesprekken: hij wilde alles over ons weten, ook heel persoonlijke dingen. Tijdens de opnamen kwamen we erachter waarom: hij gebruikte de opgedane informatie om ons in hart en ziel te kwetsen, en op die manier voor de camera de juiste emotionele reacties te ontlokken. Een voorbeeldje: tijdens het bootcamp had ik hem verteld dat ik mijn pasgeboren baby verschrikkelijk miste. Wel, op de set stapte hij op een bepaald moment op me af en fluisterde hij me in het oor dat hij slecht nieuws voor me had – mijn baby was gestorven. Ik wíst dat het niet waar was, ik wíst dat hij dat alleen maar zei om me van m’n stuk te brengen, maar hij deed het zo overtuigend dat ik ter plekke instortte – en intussen was de camera natuurlijk aan het lopen. Nu kun je die werkwijze verschrikkelijk vinden, hij had wél de reactie die hij wilde. En zo ging het weken aan een stuk door; David heeft ons één voor één aan het huilen gebracht. Elke keer als hij op ons afstapte, dacht ik: ‘Fuck, daar is hij weer.’ (lacht)»

Extreem gezinnetje

In afwachting van het gesprek met Pitt en Ayer dwalen we even rond in het museum. Wow, daar! De Duitse Tiger I: de indrukwekkendste, krachtigste en meest gevreesde tank (gewicht: 57 ton; snelheid: 38 kilometer per uur; motor: Maybach HL230) uit de Tweede Wereldoorlog. Wie de Tiger op z’n weg ontmoette, bad maar beter een weesgegroetje – in één van de spannendste scènes uit ‘Fury’ vechten Pitt en de zijnen trouwens een spetterend duel uit met de Tiger. En daar: de M4 Sherman, de beruchte Amerikaanse tank (gewicht: 36 ton; snelheid: 46 kilometer per uur; motor: 12-cylinder diesel) die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de geallieerden werd gebezigd om door de Duitse linies te breken, en in zekere zin de enige échte hoofdfiguur van ‘Fury’. Eerlijk gezegd: vergeleken met de machtige Tiger lijkt de Sherman maar een trieste roestbak. Onder de dikke loop van het kanon – net een vooruitstekende fallus – zitten regisseur David Ayer en hoofdacteur Brad Pitt – niet met een soldatenpet maar met een belachelijk oranje hoedje op de kruin – broederlijk naast elkaar achter een tafeltje. Beleefd vragen we aan Ayer waarom hij ‘Fury’ wilde maken.

David Ayer «Toen ik opgroeide zagen we op televisie keer op keer dezelfde WO II-films: ‘Battle of the Bulge’, ‘The Longest Day’, ‘A Bridge Too Far’... Die klassiekers hebben zeker hun verdiensten, maar ze hebben nogal eens de neiging om de oorlog te romantiseren, om er een beetje nostalgisch over te doen, om er familievriendelijk entertainment van te maken. Ik weet nog dat ik als kind al dacht: tiens, waarom zien we nooit eens een goede, realistische film over een tank? Per slot van rekening is het vooral dankzij die militaire gevechtsvoertuigen dat de geallieerden door de Duitse linies heen konden breken en de oorlog konden winnen. Maar in de meeste oorlogsfilms zie je alleen maar generaals rond een landkaart staan. Ze planten een vlagje op de naam van een stad, waarna je een beeld krijgt van tientallen tanks die piepend oprukken. De mannen ín de tank krijg je meestal niet te zien. Eigenlijk ken ik maar één goeie tankfilm: ‘Lebanon’, een Israëlische film uit 2009 die zich helemaal in een tank afspeelt.

»Ik liep dus al heel lang rond met het idee voor een film die weergeeft hoe het écht was voor die mannen, zowel psychologisch als fysiek, om maandenlang in de benepen ruimte van zo’n voertuig opgesloten te zitten. Een tankbemanning vormt in zekere zin een gezinnetje op zich; maar dan wel ééntje dat in heel extreme condities in een vuurspuwende oorlogsmachine rondrijdt. In ‘Fury’ is er geen tijd voor romantische oorlogstaferelen: we zijn voluit voor realisme en authenticiteit gegaan. En dat met één enkel doel: de toeschouwers aan den lijve laten ondervinden hoe het voor die mannen was om in de oorlogshel te zitten.»

Brad Pitt «Ziedaar de reden waarom ik al jaren fan ben van David, en waarom ik absoluut met hem wilde werken: hij streeft in zijn films altijd naar de hoogste graad van waarachtigheid. David is opgegroeid in één van de gevaarlijkste getto’s van Los Angeles: als kind floten de kogels hem rond de oren. De rauwheid die hij vroeger heeft gekend, zindert door in al z’n films: hij zal nooit voor een afgezwakte versie van de realiteit gaan. Als David een film maakt over een tank, dan krijg je niet Henry Fonda in een generaalsuniform, maar the real thing.»

HUMO David, was het echt nodig om de acteurs op zo’n loodzwaar bootcamp te sturen?

Ayer «Jawel: ze moesten soldaten worden. Ze moesten een tank leren besturen, ze moesten leren hoe je een geweer uit mekaar haalt en weer in elkaar klikt, en ze moesten leren schieten. En op het eind van het bootcamp gaven we ze een echte WO II-tank waarmee ze een aanval dienden uit te voeren – met losse flodders uiteraard.»

Pitt «Daarnaast hebben we ook veel tijd doorgebracht met veteranen uit de Tweede Wereldoorlog. Mannen van in de 90, die honderduit vertelden over hun ervaringen. Ik kan onmogelijk uitdrukken hoeveel respect ik voor die mannen voel. Hun verhalen hielpen ons om in de juiste mindset te komen.»

HUMO Je hebt al eens een officier gespeeld in ‘Inglourious Basterds’. Maar Wardaddy, je personage in ‘Fury’, is uit een iets ander hout gesneden dan de scalperende luitenant Aldo Raine.

Pitt «Als commandant heeft Wardaddy een dubbele taak. Om te beginnen vervult hij in de tank de functie van gezinshoofd: hij is de man die ze vertrouwen, hij is degene die de moraal van de familie hoog moet houden, hij is de leider die erop toeziet dat elk bemanningslid perfect z’n taken uitvoert. En wanneer Norman, een groentje (rol van Logan Lerman, red.), erbij komt, moet hij in één dag een nieuwe zoon grootbrengen. Daarnaast heeft hij voortdurend zijn ogen op de omgeving gericht: als er gevaar dreigt, dient hij razendsnel beslissingen te nemen. Dat is wat je noemt: een dubbele dagtaak hebben (lacht).

»Wardaddy sleept ook iets uit zijn verleden mee, iets wat zijn beslissingen beïnvloedt. In één van de honderden mails die David me in de aanloop naar de opnamen stuurde, stond: ‘Brad, maak Wardaddy niet te zelfverzekerd. Hij is een geweldige commandant, maar onderhuids is hij een twijfelaar.’ Zo heb ik Wardaddy dus neergezet: als een fantastische soldaat die in zijn hart een diepe pijn meedraagt.»

HUMO Wardaddy. Coole naam.

Pitt «Chad Feldheimer (Pitts personage in ‘Burn After Reading’, red.) vond ik anders ook behoorlijk cool (lacht).»

HUMO Jon Bernthal vertelde zonet dat je na een paar dagen in die tank even hard stonk als de rest.

Pitt «Die tank vormde voor ons als het ware een tweede thuis. En wat doet een mens thuis? Juist: eten, slapen, en z’n behoefte doen. Het interessante was dat ieder van ons, hoe krap de ruimte ook was, na een tijdje z’n eigen plekje had gevonden, z’n eigen comfortzone. We vormden écht een rondreizend gezinnetje (lacht). We hebben gegierd, we hebben gehuild, we hebben gediscussieerd, en ja, we hebben elkaar geroken (lacht).»

HUMO Bernthal vertelde ook dat David tijdens de opnamen bikkelhard kon zijn.

Pitt «Zo heb ik het net graag! Luister, ik wil naar plaatsen worden geduwd waar ik nog niet eerder ben geweest. David heeft ons doen afzien, zowel fysiek als psychologisch, maar het resultaat was wél dat we elke dag opnieuw in de juiste state of mind zaten.»

Ayer «Uiteindelijk help ik mijn acteurs alleen maar een handje om in hun rol te raken. Het bootcamp, de gesprekken met de veteranen: het punt is om de acteurs vol te stampen met zo veel mogelijk kennis.»

HUMO Ja, maar acteurs aan het huilen brengen? Hun wijsmaken dat er iets vreselijks is gebeurd met hun kinderen?

Ayer «Ik geef toe: ik ben meedogenloos. Luister, acteurs hebben nogal eens de neiging om terug te vallen op routine. En het is aan mij om ze daar uit te halen. Ik zal er echt álles aan doen om van hen de vertolking te krijgen die ik wil zien, en dat daar soms negatieve gevoelens of blauwe plekken aan te pas komen, is onvermijdelijk. De grootste fout die een regisseur kan maken, is zich passief gedragen en toelaten dat de acteurs in een sleur terechtkomen, zodat ze take na take precies hetzelfde doen. Je moet je acteurs af en toe choqueren, provoceren en ophitsen, zodat ze verrassende dingen doen.

»Trouwens, uiteindelijk haal ik alleen maar uit mijn acteurs wat er al in zit. Ik ben de verloskundige (lacht).»

Pitt «Ik had totaal geen problemen met zijn werkwijze. Cinema is voor mij een director’s medium, en ik ben alleen maar een instrument in zijn handen. Daar ben ik heel radicaal in.»

Commandant Angelina

HUMO Hebben jullie zelf ooit ernstig overwogen om bij het leger te gaan?

Ayer «Ik ben nog sonartechnicus geweest op een atoomduikboot: ik moest andere vaartuigen traceren en identificeren – een fascinerende bezigheid. We zaten in die tijd in het midden van de Koude Oorlog: op het instrumentenbord rechts van me prijkte een plastic hoesje met daaronder een rode schakelaar – de knop waarmee de atoomraketten werden gelanceerd. De dingen die ik in die duikboot heb geleerd, zijn me geweldig van pas gekomen tijdens de opnamen van ‘Fury’: ik weet hoe het is om het groentje te zijn, ik weet alles af van de dynamiek tussen de verschillende bemanningsleden, ik weet hoe belangrijk de leider is, en ik weet hoe het is om een band te vormen met de machine waarin je werkt.»

Pitt «Ik was te roekeloos om bij het leger te gaan. Maar met alles wat ik nu weet, zul je mij geen kwaad woord over het leger horen zeggen.»

HUMO Heb je oorlogsveteranen in de familie?

Pitt «Nee, mijn vader heeft de oorlog gemist, en mijn opa was te dronken om een uniform aan te trekken (lacht).»

HUMO Amerika heeft een wapencultuur. Heb jij een geweer?

Pitt «Ik loop er uiteraard niet mee rond, maar ik bezit wel een geweer, ja. Ik ben opgegroeid in de Midwest, waar iedereen dezelfde hobby heeft: jagen. Ik heb mijn geweer van mijn opa geërfd toen ik nog in de kleuterschool zat.»

HUMO In de kleuterschool?

Pitt «Tja, zo gaat dat nu eenmaal daar. Het is een plechtig moment wanneer je je eerste wapen krijgt; mijn broer kreeg het geweer van mijn vader, en ik erfde het geweer van mijn grootvader. Het positieve is dat je niet alleen een wapen erft, maar ook een diep respect voor dat wapen. Ik weet hoe gevaarlijk een geweer is en zal er nooit roekeloos mee omspringen.»

HUMO Ben je tot hiertoe tevreden met je carrière?

Pitt «Ik wel, maar ik maak me zorgen over de nieuwe lichting acteurs. Jonge vedetten worden in no time door de industrie opgebruikt en uitgespuwd. En niemand lijkt hen raad of sturing te geven. Op de set van ‘Fury’ heb ik geprobeerd om mijn jonge collega’s zo veel mogelijk advies te geven, ook al ben ik van nature niet zo’n prater.»

Ayer «Het was mooi om te zien hoe Brad zowel voor als naast de camera de rol van leider op zich nam. Ik zag de jongens de hele tijd onder elkaar praten, en ik hoorde hoe Brad voortdurend raad gaf aan Shia (LaBeouf, red.), Jon en Logan. Hij was als een echte vader voor hen.»

HUMO Welk advies gaf je hen mee, Brad?

Pitt «Leer neen zeggen. Neen is één van de krachtigste woorden in de filmbusiness, maar je moet het leren uitspreken. Zeker in het begin van een carrière is de verleiding groot om op alle voorstellen ja te zeggen. Maar je moet jezelf leren beschermen, ook al betekent het dat je een hoop mensen moet ontgoochelen.»

HUMO Ben je thuis bij Angelina en de kinderen ook de commandant?

Pitt «Moet wel: er lopen bij ons zes kinderen rond (lacht). Als Angelina bezig is met een film, ben ik de commandant, en andersom. Ik moet wel zeggen dat het me elk jaar moeilijker en moeilijker valt om het huis te verlaten voor filmopnamen. Het project moet het écht waard zijn, anders ga ik niet – zo lang van mijn kinderen gescheiden zijn weegt veel te zwaar op me. Ik kan je wel dit vertellen: ‘Fury’ was het méér dan waard.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234