GAIA-boegbeeld Michel Vandenbosch: 'Ik was een beest dat afgemaakt moest worden'

Michel Vandenbosch is in zijn lange carrière – 30 jaar als dierenrechtenactivist, 23 als voorzitter van GAIA – uitgescholden voor het vuil van de straat.

'Wil je de wereld verbeteren, weet dan dat geleidelijke evolutie met af en toe een flinke stoot voorwaarts beter is dan plots al je duivels te ontbinden'

Vandenbosch (54) trok zich niets aan van de roddels en ging over tot de orde van de dag. Toen woedende slachthuisbazen hem half gebrekkig schopten, stond hij moedig weer op en ging voort met de strijd: het verdedigen van de écht weerlozen, de minsten der mijnen, de dieren. Vaak werd hem verweten dat hij zijn energie beter in ‘menselijker’ idealen zou stoppen: het bestrijden van oorlog, armoede, corruptie. Maar Vandenbosch koos voor hen die helemaal géén rechten, niet eens een stem, hebben. Zoals de 12 miljard dieren die jaarlijks door de bio-industrie afgeslacht worden.

Je leest alles over Vandenbosch’ campagnes, acties en strapatsen in zijn nieuwe, meer dan 500 pagina’s dikke boek ‘De werken van GAIA’. In twaalf hoofdstukken doet hij zijn verhaal: over het martelen van nertsen en wilde dieren, over het dumpen van katten en honden en het verwaarlozen van paarden, over ganzenlever en kippenbatterijen. Niks geen helikopter. Niks geen affaire met B.B. Bij deze charismatische man wil ik graag mijn oor te luisteren leggen.

Michel Vandenbosch «Ik denk vaak en met heel veel plezier terug aan mijn roots, de basis voor wie ik uiteindelijk geworden ben. Ik ben opgegroeid in Beersel, in de Zennevallei, waar ook het beroemde kasteel van Beersel staat. Je kent vast wel het Suske en Wiske-album ‘De schat van Beersel’, met die reusachtige vleermuis, helemaal in het groen. Dat stripverhaal fascineerde mij als jongetje dusdanig dat ik op een mooie dag al mijn vrienden had opgetrommeld om naar die schat te gaan zoeken.»

HUMO En? Gevonden?

Vandenbosch «Jammer genoeg niet (lacht). In dat kasteel was er ook een vergeetput. Ik dacht: daar moet die schat ergens verstopt zitten. Indertijd mocht je nog in die put afdalen. We waren niet eens ontgoocheld toen er géén schat bleek te liggen, de zoektocht zelf was memorabel genoeg. Dat voorval is kenmerkend voor mij: je mag de lat best hoog leggen, maar als je merkt dat je er op dat moment niet overheen raakt, leg ze dan wat lager; ook dán zul je grenzen verleggen. Reculer pour mieux sauter, zeggen de Fransen.»

HUMO Beetje naïef, ook?

Vandenbosch «Een beetje verbeelding aan de macht kan geen kwaad (lacht). Maar in die historie zat ook de kiem van mijn leiderscapaciteiten: ik had die hele schattenjacht vanuit mijn fantasie opgezet en de anderen zover gekregen dat ze mij volgden. Enkele jaren terug heb ik een hersenbloeding gehad. Hier op kantoor werd besloten om daar geen ruchtbaarheid aan te geven. Bon, ik lig in het ziekenhuis en kijk naar het nieuws op VTM. Plotseling zie ik mezelf in beeld verschijnen! Binnen de vijf minuten werd ik langs alle kanten opgebeld door jeugdvrienden: ze waren mij niet vergeten. Op school werd ik ‘de Chelle’ genoemd, naar Michel. Van mij werd gezegd: ‘De Chelle, dat is iets speciaals. Die gaat het nog ver brengen.’ Ik had zelf ook dat gevoel: ik ben een speciale. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat ik mij beter voelde dan de rest. Wél anders. Eén van mijn kinderdromen was zwaantje worden, bij de bereden politie. Ik zag mij al op m’n Harley-Davidson wegpiraten achternascheuren! Ik hád ook een echte Harley: mijn autoped (lacht). Ik droeg daarbij geweldig grote, zwarte handschoenen die ik van m’n grootvader had gekregen.»

HUMO Je komt, zo blijkt, uit een arbeidersnest.

Vandenbosch (knikt) «Maar dan wel één met een merkwaardige samenstelling: ik ben opgegroeid bij mijn moeder, mijn grootmoeder en mijn grootvader. Mijn moeder is gestorven op haar 56ste, aan een zware bijnierkanker. Ze was een bom, een bewust ongehuwde moeder. Ik draag háár familienaam – pas op m’n 7de had ik door wie mijn echte vader is. Het fijne van de zaak ben ik vooral te weten gekomen door gesprekken tussen mijn moeder en mijn grootouders af te luisteren.

»Mijn biologische vader was een gehuwde man die drie kinderen had bij z’n wettelijke vrouw. Hij heette Lucien, zijn familienaam heb ik nooit gekend. Ik weet zelfs niet of hij nog in leven is. Toen hij mijn moeder bezwangerde, was zij amper 20. Het gebeurde in 1960, dat was dus een groot schandaal. Vaak zetten ouders zo’n ‘verdorven’ dochter aan de deur. Maar dat hebben mijn grootouders niet gedaan: ‘Daar gaan we een goed glas op drinken,’ zei grootvader toen mijn moeder hem met een bang hartje op de hoogte bracht. Zij hebben zich over m’n moeder en mij ontfermd.

»Opmerkelijk: mijn moeder was erg close met de echtgenote van mijn vader. Ik kende die vrouw als tante Betty. Mijn moeder, ze heette Julia, was zelfs doopmeter van één van de wettelijke kinderen van tante Betty en mijn vader.»

HUMO Nam je vader zijn financiële verantwoordelijkheid op?

Vandenbosch «Dat heeft hij ooit voorgesteld. Maar mijn moeder wilde geen cent van hem aannemen. Ze ging nog liever in de fabriek werken. Lucien was zelfs bereid mij officieel te erkennen als zijn zoon, maar dat werd hem straal geweigerd. Moeder was een zeer trotse vrouw. Ik heb haar nooit anders gekend dan keihard werkend: ze wilde haar zoon het beste kunnen geven.

»Op een mooie dag, ik was net 21 geworden, ging bij ons de bel. Mijn grootmoeder en ik deden open. En daar stonden ze: mijn vader en tante Betty, tien jaar nadat ik ze voor het laatst gezien had. Die man bekeek mij van kop tot teen en vroeg aan mijn grootmoeder: ‘Wie is dát?’ En mijn grootmoeder zei: ‘Wel, dat is de zoon van Julia.’ Verder werd er met geen woord over de zaak gerept: Lucien en tante Betty waren ‘toevallig in de buurt’ en kwamen ’ns op bezoek. Ik heb nooit enige behoefte gehad om zelf mijn vader te gaan opzoeken. Maar toegegeven, ik was blij toen ik hem zag. Een noeste arbeider die goed verdiende, een trotse womanizer. Maar tante Betty kreeg, dat was algemeen geweten, tijdens hoogoplopende ruzies al eens slaag van ’m. Dan kwam ze bij ons thuis uithuilen en ontfermde mijn moeder zich voor enkele dagen over haar kinderen. Ik speelde met hen, zonder te beseffen dat we een aanzienlijk deel van onze genen deelden!»

'Als jonge gast voetbalde ik veel en graag: rechtsback. Zo één met wie je naar de oorlog kunt'

HUMO Welke waarden heb je van je moeder en je grootouders meegekregen?

Vandenbosch «In de eerste plaats een grote afkeer van onrecht, op alle vlakken. Uiteindelijk heeft dat geleid tot mijn job bij GAIA. Maar ik kon net zo goed bij Human Rights Watch of Artsen Zonder Grenzen terechtgekomen zijn. En verder: arbeidsethos, doorzettingsvermogen. Als ik mij voor iets inzet, ga ik ervoor en kan niets of niemand me van mijn voornemen afbrengen. Ach, er is zoveel dat ik van thuis heb geërfd: flexibiliteit, bijvoorbeeld – wat mij al veel diensten heeft bewezen. Het materiële was bij ons altijd van ondergeschikt belang: mijn moeder leerde mij om niet boven m’n stand te leven of naast mijn schoenen te lopen.

»Na mijn geboorte heeft mijn moeder nog talrijke aanzoeken gekregen. Geregeld kwamen er bij ons jongemannen aanbellen. Maar ze scheepte die aanbidders systematisch af. Ze kon enorm principieel zijn en was niet kwistig met openlijke affectie. Op haar sterfbed zei ze me: ‘Michel, als het te herdoen was, zou ik het anders aanpakken. Maar toch ben ik zielsblij dat ik jou heb gehad.’ Dat was haar manier om te zeggen: ‘Ik zie je graag.’ De mannen had ze afgezworen. Ik was de zin van haar leven.»


Voor dovemansoren

HUMO Was je al zeer vroeg met dieren in de weer?

Vandenbosch «Niet meer dan mijn leeftijdsgenoten. Als peuter was ik wel dol op ons keeshondje, Joeki. Misschien is daar het eerste zaadje geplant van mijn levenswerk, via de non-verbale communicatie tussen Joeki en mij. Ik heb nooit, ook niet als kind, het gevoel gehad dat mensen superieur zijn aan dieren.

»Ik was een uitstekende student, al van in het eerste studiejaar. Wij hadden een fantastische leraar Nederlands, broeder Remy. Maar over dieren dacht hij nogal… cartesiaans: dieren waren niet meer dan machines, gestuurd door instincten, zonder enige vorm van verstand, geheugen of bewustzijn. Ik herinner mij nog zeer goed dat ik totaal niet akkoord ging met die enge visie.»

HUMO In je boek staat daar een opmerkelijk citaat over: ‘The question is not: can they reason, nor can they talk, but: can they suffer?’ De vraag is niet of dieren kunnen denken of praten. De vraag is: kunnen ze afzien? Dat zegt eigenlijk alles.

Vandenbosch (knikt) «Het is een vergeten quote uit 1789 van Jeremy Bentham, een Engelse filosoof en sociaal hervormer. Alle gewervelden en sommige ongewervelden zoals octopussen hebben een bewustzijn – zoogdieren en vogels zelfs een vorm van zelfbewustzijn. Bij de ene diersoort is dat bewustzijn complexer ontwikkeld dan bij de andere. Maar bewustzijn impliceert gevoeligheid voor pijn en lijden. En omgekeerd: kan een dier pijn lijden, dan heeft het per definitie ook een bewustzijn. Dat is het resultaat van miljoenen jaren natuurlijke evolutie. Charles Darwin dacht ook in die richting.

»Jeremy Bentham kwam op voor gevangenen: hij pleitte voor een menswaardigere behandeling van gedetineerden. Opmerkelijk: er bestaat in Engeland nog altijd een Bentham Society. Als die club vergadert, halen ze de mummie van hun grote voorbeeld uit de kast en plaatsen ’m in de voorzitterszetel (lacht).»

HUMO Je brengt ons op een idee voor na je dood, Michel. Maar ga verder.

Vandenbosch (enthousiast) «Het besef dat we anders met dieren moeten omgaan, wint alsmaar meer veld. Ik ben niet langer een outcast die voor dovemansoren praat. In mijn boek schets ik hoe dat gevoel is gegroeid. De doorbraak kwam er met de chimpansee Washoe, die gebarentaal kreeg aangeleerd. En met succes. Washoe kon verdorie haar gedachten en verlangens overbrengen via een menselijk taalsysteem! Ze kende honderden verschillende gebaren, waarmee ze zich verstaanbaar maakte. Als je dát beseft, en er de diepere consequenties van inziet, is er geen weg meer terug. Toekomstige generaties zullen waarschijnlijk met evenveel afkeer over de hedendaagse bio-industrie en vleesproductie spreken als wij over de slavenhandel. Meer en meer mensen, en niet alleen bij ons in het Westen, beseffen dat het lijden van dieren verzacht en vermeden moet worden. Mijn hoop is dat we vanuit dat inzicht ooit elke vorm van dierenleed dat doelbewust door mensen veroorzaakt wordt, als een absoluut kwaad zullen zien.»

HUMO In de jaren 80 raakte je bevriend met de filosoof Jaap Kruithof.

Vandenbosch «Kruithof werd mijn mentor. Hij gaf een filosofische onderbouw aan wat ik intuïtief aanvoelde. Wij hebben samen een soort mini-GAIA opgericht. Kruithof was scherp en polemiserend, hij kon z’n waar goed verkopen. Wel, die stijl hanteerde ik vooral in de beginjaren van GAIA. Later heb ik gekozen voor assertieve diplomatie, wat meer bij mijn eigen persoonlijkheid aansluit.»

HUMO In één van je honderden interviews heb je ooit provocerend gesteld: ‘Ik hou niet van dieren.’ Was dat die Kruithof-aanpak?

Vandenbosch «Precies. Ik wilde met die uitroep aangeven dat het mij niet gaat om sentimentalisme. Het gaat mij om rechtvaardigheid.»

HUMO Zelf neem ik nooit een hond of een kat. Ik ben niet zo dol op huisdieren.

Vandenbosch «Verstandige beslissing. Veel zogenaamde dierenliefhebbers zouden beter hetzelfde doen. Vooral liefhebbers van exotische dieren zouden beter ophouden met hun hobby: de meesten hebben geen benul van de noden van zulke dieren. Weinig diersoorten zijn geschikt om samen met de mens te leven. In 2003 trad, mee onder impuls van Magda Aelvoet (Agalev/Groen-politica, red.), een Koninklijk Besluit in werking dat een punt zette achter de tijd waarin men zowat alle wilde diersoorten in de achtertuin, garage of kelder kon houden, tot beren en wolven toe. Op de zogeheten Zoogdierenpositieflijst staan de 42 zoogdiersoorten die gewone particulieren mogen houden: de klassieke gedomesticeerde soorten zoals honden, katten, paarden, geiten en sommige knaagdieren… Voor ons had die lijst nog korter mogen zijn.

»In plaats van een huisdier te nemen zouden dierenliefhebbers beter voor humanere slachtmethoden ijveren. Onze beelden over de mistoestanden op de veemarkten van Anderlecht en Ciney zijn de wereld rondgegaan. Er volgde een tsunami aan verontwaardigde reacties. Toen we het fenomeen van dierenmishandeling door veehandelaars nader gingen bekijken, bleek dat die wrede attitude vaak van vader op zoon, en dat vele generaties lang, werd doorgegeven. Zo wordt wreedheid een tweede natuur. Die slachters bewegen zich in een soort keizerrijk waar zij de scepter zwaaien, en waar hij die het wreedst is, het meeste applaus krijgt. Normvervaging troef. Wie zich in dat milieu wil onderscheiden, doet er nog een schepje bovenop, natuurlijk. En de overheid knijpt een oogje dicht. Ik word nog altijd misselijk als ik bedenk dat die martelingen decennialang zijn kunnen blijven doorgaan, week na week.»

HUMO Door haar actie raakte GAIA wel aan de boterham van sommige beroepsgroepen: de veekooplui, de slachtersknechten, de biotechnici.

Vandenbosch «Die mensen voelden zich bedreigd, natuurlijk. En sommige politici speelden daar uit electoraal opportunisme op in. Maar wie was het echte slachtoffer? Het dier dat afgebeuld en nodeloos gepijnigd en gekweld werd, of de veehandelaar die zijn inkomen dreigde te verliezen? In 1998 werd ik voor het oog van de nieuwscamera’s door veehandelaars in mekaar geslagen op de paardenmarkt van Anderlecht. Toen ik op de grond lag en al die slagen en trappen incasseerde, leek het alsof de tijd stilstond, alsof ik in een vertraagde film zat. De stokslagen bléven maar komen. Gelukkig hebben een paar van onze mensen me toen kunnen wegtrekken, anders hadden ze me ter plekke doodgeslagen. Uiteindelijk heb ik het er met een hersenschudding, een blauw oog en wat schrammen en builen afgebracht. Ik vreesde echt voor mijn leven. Ik herinner mij de ogen van die kerels: dat was pure haat. Het was duidelijk: ze gingen mij afmaken, op dezelfde manier als ze zich week in week uit te buiten gingen aan meedogenloze wreedheid tegen weerloze beesten. Maar wie waren hier in feite de beesten?»

'Ik ben een koppigaard, een aanklamper: 'Over mijn lijk, verdomme!'

HUMO Ik veronderstel dat je je nooit méér solidair met de dieren hebt gevoeld dan toen, op de grond, onder een regen van slagen?

Vandenbosch (knikt) «Ik identificeerde mij met al die mishandelde runderen. En mijn agressors deden dat ook: in hun ogen was ik een beest dat afgemaakt moest worden.»


Wespennest

HUMO Heb je na zo’n fysieke aanval nooit gedacht: ‘Ik stop ermee. Want ik riskeer hier mijn leven’?

Vandenbosch «Dat ik mijn leven riskeerde, besefte ik maar al te goed. Er was niet alleen de fysieke agressie, er waren ook de voortdurende doodsbedreigingen. De vraag is mij meermaals gesteld: ‘Heb je er nog altijd niet genoeg van?’ Maar dan kennen ze mij niet (lacht). Was ik er toen mee gestopt, dan zou ik mijn belagers getoond hebben dat ik met geweld klein te krijgen ben.

»Vaak heb ik mij afgevraagd: ‘Ben ik nog wel goed bezig? Pak ik het juist aan? Waar kan het beter? Doeltreffender. En hóé?’ Potverdikke, ik heb maar één leven. En de tijd vliegt. In juli word ik 55 – ik ben aan het laatste derde van mijn leven toe. En er is nog zoveel te doen! De tijd is te kort om alles te realiseren wat ik nog wíl realiseren. Op momenten van moedeloosheid troost ik me met de gedachte: ik heb heus wel wat stenen in de rivier verlegd. Opgeven zit gewoon niet in mijn DNA. Toen Maarten Luther in 1517 zijn 95 stellingen aan de deur van de Slotkerk in Wittenberg spijkerde, riep hij volgens de overlevering uit: ‘Hier sta ik. Ik kan niet anders.’ Dat speelt ook bij mij: ‘Ik kan niet anders.’»

'Sinds mijn hersenbloeding heb ik leren doseren: ik ben niet langer een stormer'

HUMO Ben je echt de klok rond met GAIA bezig?

Vandenbosch «Ik neem heus wel tijd voor ontspanning, voor vrienden. De balans moet in evenwicht blijven, precies om de zaak efficiënter te kunnen dienen. Als jonge gast voetbalde ik veel en graag: rechtsback. Zo één met wie je naar de oorlog kunt, een koppigaard, een aanklamper: ‘Over mijn lijk, verdomme!’ Pour la petite histoire: Carl Huybrechts vroeg mij ooit voor een benefietmatch. Maar ik had dertig jaar lang geen bal meer gezien. Bon, we beginnen te spelen. De eerste vijf minuten dacht ik dat ik ging sterven. Maar ik kwam erdoor. Mijn opdracht als rechtsback was: linksbuiten Sam Gooris, de echtgenoot van Kelly Pfaff, dekken. Ik heb toen een heroïsche match gespeeld: Sam Gooris raakte geen bal! Na de match vroeg de reporter aan de ook aanwezige Bob Peeters: ‘Wie van de spelers heeft op jou de grootste indruk gemaakt?’ Wel, dat was ik dus (lacht). Maar de volgende dag was het gedaan met het plezier: ik kon mijn bed niet meer uit. Mijn benen waren één bloeduitstorting, één grote blauwe plek. Ik beefde, ik was in shock. De dokter is moeten langskomen. Mettertijd heb ik leren doseren, vooral sedert mijn hersenbloeding. Ik ben niet langer een stormer, ik ben meer de man van het positiespel geworden, ook bij GAIA. Anticiperen, vooruitdenken, je verplaatsen in de geest van de tegenstander.»

HUMO De goodwill ten aanzien van jou is de laatste jaren flink gestegen. Je opereert niet langer in de marge, je bent mainstream geworden.

Vandenbosch (knikt) «En dat doet deugd. Mensen komen naar me toe, schudden me de hand, geven me een schouderklopje: ‘Goed bezig, Michel. Volhouden!’ Het is uiterst zelden dat ik nog scheef bekeken word. Ik denk dat ik een aantal universele waarden weerspiegel. Waarden die de meeste mensen uiteindelijk best wel belangrijk vinden.»

HUMO Maar je krijgt ook kritiek: GAIA overdrijft, GAIA is te fanatiek, GAIA is een sekte.

Vandenbosch «Ach, dat is een achterhoedegevecht van de op sterven na dode bonthandel. Zij zagen ons indertijd als de grootste bedreiging uit hun geschiedenis en probeerden een sfeertje tégen GAIA te scheppen, meestal achterbaks en onderhuids. In vaktijdschriften las ik open brieven als: ‘Beste Michel VDB, steek je vingers liever niet in het wespennest. Want de wespen zouden wel eens kunnen terugsteken.’ Ze noemden mij een sekteleider, een goeroe, een volksmanipulator. De haat werd constant en heimelijk gevoed. Helemaal in het begin stond ik aan de wieg van de eerste antibontvereniging in Vlaanderen, Bond zonder Bont. Onze secretaris leek een zeer toegewijd man. Humo heeft die kerel toen mee ontmaskerd, meen ik mij te herinneren: hij bleek door de Bontfederatie als mol te zijn uitgestuurd (zie Humo 2526, uit 1989).»

'Ik geef de mensen nog altijd het voordeel van de twijfel'

HUMO Gek dat je zo’n infiltrant niet meteen ontdekte. Was je naïef? Bén je naïef?

Vandenbosch «Ik was 27, toen. En nog relatief onervaren in de strijd. Er waren wel enkele alarmbellen afgegaan. Maar ja, ik was te goedgelovig. Ik ging toen nog te veel van de inherente goedheid van de mens uit, zeker? Maar die naïviteit heeft niet lang geduurd: toen Ann De Greef, met wie ik GAIA heb opgericht, zich in 1990 voor het eerst aandiende, heb ik haar laten screenen door de rijkswacht. Zo achterdochtig was ik geworden. All clear, natuurlijk (lacht).»


Ken uw Koran

HUMO Wat hebben die dertig jaar actie tegen dierenleed je over de mens geleerd? Zijn wij echt de heimelijke sadisten die sommige filosofen en schrijvers in ons zien? Bij Brigitte Bardot gaat de bekommernis om dieren hand in hand met een afkeer van de mensheid.

Vandenbosch «Op dat vlak ben ik een voorzichtige optimist. Misschien tegen beter weten in. Het zou best kunnen dat ik mezelf iets wijsmaak. Ik ben alle illusies nog niet kwijt (glimlacht). Als er echt geen hoop meer rest, kun je net zo goed de boeken sluiten, vind ik. Als je kiest voor het pessimisme, als je het opgeeft, weet je wel zeker dat de zaak nooit ten goede zal keren. Pessimisme is de aartsvijand van iedereen die van de samenleving een betere plek wil maken. Idem voor cynisme. De drive is er nog altijd, ondanks alle stormen die ik heb moeten doorstaan. Ik ga allang niet meer uit van het gezegde ‘tout le monde est beau, tout le monde est gentil’. Dat ligt achter mij. Op je hoede zijn: akkoord. Maar je mag je niet afsluiten. Ik geef de mensen nog altijd het voordeel van de twijfel. Tot nader order (lacht).»

'Met Ben Weyts hebben we een zeer gemotiveerde minister van Dierenwelzijn'

HUMO Wat beschouw je als je grootste realisatie?

Vandenbosch «Ik wil zeker niet alle pluimen op mijn hoed steken: GAIA is een ploeg waarvan ik toevallig het meest bekende gezicht ben. Ann en ik zijn in 1992 met het echte GAIA begonnen. We hebben samen een lijst met doelstellingen opgesteld. In 2012, toen GAIA twintig jaar bestond, heb ik een schatting gemaakt van wat we hadden verwezenlijkt: zo’n 68 procent van de dingen op die lijst. Als een politieke partij met zo’n slaagcijfer naar buiten komt, neem ik mijn hoed af.

»In de eerste plaats wilden we de bevoegdheid Dierenwelzijn scheiden van Landbouw, omdat die laatste altijd weer voor de veehandel, de bio-industrie en de slachthuizen koos. In 1999, met paars-groen, is die scheiding er voor het eerst in de geschiedenis van België gekomen: Magda Aelvoet werd minister van Volksgezondheid en kreeg er als restbevoegdheid Dierenwelzijn bij. Dat was een belangrijke stap vooruit, maar onvoldoende.

»Bij de jongste verkiezingen, in 2014, werd Dierenwelzijn geregionaliseerd. Vooraf hadden Ann en ik een afspraak met Bart De Wever. Hij had maar vijf minuten tijd voor ons, zei z’n medewerker, maar uiteindelijk hebben we een vol uur met ’m gesproken. De Wever, duidelijk de kingmaker van de nieuwe regering, was op het einde van het gesprek helemaal méé met ons. CD&V heeft historisch altijd de belangen van de Boerenbond verdedigd, en kreeg na bijna iedere verkiezing Landbouw toegewezen. Kris Peeters zag zich al als minister van Landbouw, Leefmilieu én Dierenwelzijn. Dat wilden wij koste wat kost vermijden. Piet Vanthemsche, de toenmalige voorzitter van de Boerenbond, trachtte me nog te sussen: ‘Weet je, Michel, Kris Peeters meent het echt met het Dierenwelzijn.’ Ik zei: ‘Nóg zo één en het is Pasen.’ Waarop iedereen, zelfs Vanthemsche, in de lach schoot. En precies dát moment werd verdorie op ‘Terzake’ uitgezonden! Uiteindelijk heeft De Wever woord gehouden: Ben Weyts werd een zeer gemotiveerde minister van Dierenwelzijn. Maar we hebben er wel 22 jaar hemel en aarde voor moeten bewegen. CD&V heeft een tijdje geleden voorgesteld de pelsdierhouderij te verbieden vanaf 2017. Er is geen maatschappelijk draagvlak meer voor, luidt het terecht. Je ziet, zelfs bij CD&V kan het verkeren (lacht).

»In verband met het ritueel, en dus onverdoofd slachten van dieren heb ik zelden zo’n wijs man meegemaakt als Saïd Dakar, de voormalige voorzitter van de Unie van Brusselse Moskeeën, een man die de Koran uit het hoofd kan citeren. Op een mooie dag belt hij mij op. We maken een afspraak en hij vertelt me een verhaal over hoe een kameel door een veehandelaar mishandeld wordt. Die kameel fluistert de profeet Mohammed in het oor hoeveel hij moet afzien, dag in dag uit. Mohammed schiet in actie, bevrijdt de welbespraakte kameel en laat hem vrij in de woestijn. Een prachtig verhaal, toch?

»Volgens Saïd Dakar staat er geen enkel vers in de Koran dat het onverdoofd slachten verplicht. Wel integendeel: de Koran verzet zich tegen íédere vorm van dierenmishandeling. Ik stond met open mond naar hem te luisteren. We hebben toen samen een persbericht uitgestuurd. Ik dacht: met die man aan onze zijde komen we er. Maar plotseling bleek Saïd Dakar voorzitter af. Pas jaren later heb ik vernomen wat er was gebeurd: binnen de wereld van de Belgische islam werd een lastercampagne tegen hem op gang gebracht. De goede man is gewoon kapotgemaakt. Kort: het verbod op het onverdoofd slachten – het gaat ons dus niet om een verbod op ritueel slachten tout court – hebben wij nog niet gerealiseerd. Maar het blijft één van onze belangrijkste doelstellingen. En de hele kwestie staat op de politieke agenda.

'Op de paardenmarkt in Anderlecht werd Vandenbosch aangevallen door veehandelaars'


Luchtkastelen

HUMO Tijd voor de conclusie. Welke levenslessen zou je de jeugd van vandaag willen meegeven?

Vandenbosch «Kijk, de toekomst ziet er, zeker als we de media mogen geloven, niet al te rooskleurig uit. Ik zou zeggen: ga die toekomst realistisch tegemoet maar besef tegelijk dat een sterk geloof in eigen kunnen bergen kan verzetten. Probeer zo goed mogelijk in te zien wat je wél kunt veranderen en wat niet. Probeer uit te vissen waar je het verschil kunt maken. Besef dat je niet alles in de hand hebt en hou voor ogen dat de maakbaarheid van de mens en de samenleving door ethische, maar ook praktische bezwaren afgelijnd wordt. Trek altijd duidelijke grenzen: besef dat er een groot verschil bestaat tussen tolerantie, wat aan te bevelen is, en permissiviteit, waar niet veel goeds van te verwachten valt. Sommige zelfverklaarde progressieve geesten schijnen dat nochtans essentiële onderscheid niet te vatten. Met alle nare gevolgen van dien.

»Wil je de wereld verbeteren, weet dan – zoals John Lennon ook al zei – dat geleidelijke evolutie met af en toe een flinke stoot voorwaarts beter en duurzamer is dan plotseling al je duivels te ontbinden en de revolutie uit te roepen. Leer doseren, brand jezelf niet op. Loop niet verloren in luchtkastelen, maar bewaar steeds een flinke dosis gezonde scepsis. Train je zelfvertrouwen en je relativeringsvermogen. Koester je dromen en idealen, maar doe dat altijd met beide benen op de grond. En boven alles: ken jezelf. Ga niet in tegen je natuur. Ik ben assertief van aard, maar ik haat conflicten. Toch ben ik in mijn carrière van het ene conflict in het andere gedoken. Die wil ik dan oplossen zonder mezelf te verloochenen. Je mag jezelf niet overschatten, maar ook niet onderschatten: er zit meer in je dan je denkt. Grijp de kansen die je op je levenspad tegenkomt. Ik zeg je: iedereen krijgt kansen, vroeg of laat. Maar om die kansen te zien, moet je wel je ogen openhouden. En ook je hart en je verstand.»

HUMO Bedankt voor het gesprek.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234