Gangsterbank HSBC: waar de criminele klant koning is?

Het Brussels parket heeft een deal gesloten voor een minnelijke schikking van bijna 300 miljoen euro met HSBC. Op die manier kan de bank een proces voor fiscale fraude ontlopen. Als de minnelijke schikking goedgekeurd wordt door de raadkamer, zal HSBC zich dus niet voor de rechtbank moeten verantwoorden. Wie zijn de Belgische rekeninghouders van de gangsterbank? Humo ging in 2015 op onderzoek.


Lees ook: SwissLeaks/HSBC: de vraag van 1 miljard

(Verschenen in Humo 3889 op 17 maart 2015)

In de jaren 80 van de vorige eeuw was de Pakistaanse BCCI (Bank of Credit and Commerce International) de grote misdaadbank waar fraudeurs, witwassers en criminelen van over de hele wereld met open armen werden ontvangen. Toen de BCCI begin jaren 90 over de kop ging, nam de Britse bank HSBC die rol over. Bij HSBC wordt niet alleen met zwart geld geknoeid, de bank is ook een veilige haven voor zware misdadigers uit Antwerpen.

Onder de Belgische rekeninghouders van het Zwitserse filiaal van de Britse HSBC-bank vinden we niet alleen ordinaire belastingontduikers maar ook zware, veroordeelde misdadigers die met één of beide benen in het Antwerpse diamantkwartier stonden. Humo selecteerde de meest opmerkelijke gangsters.

In de Antwerpse diamantwereld blijft men nog steeds vrolijk het licht van de zon ontkennen. De niet aflatende stroom fraudeschandalen en criminele affaires lijkt de diamantairs niet meteen tot enige zelfreflectie aan te zetten, laat staan tot inkeer te brengen. Ondanks de vele voordelen die bevriende politici de diamanthandel cadeau hebben gedaan de afgelopen jaren, volharden velen onder hen koppig in de asociale overtuiging dat ze de Belgische samenleving geen halve euro verschuldigd zijn.

Ook nu, op het moment dat het schandaal rond het Zwitserse filiaal van de Britse bank HSBC nog maar eens illustreert hoever sommige diamantairs gaan om belastingen te ontduiken en hun winsten te maximaliseren, doet men in de Antwerpse diamant alsof er niks aan de hand is.

'32 Belgische rekeninghouders zitten diep in de misdaad'

Ari Epstein, de voorzitter van het AWDC (Antwerp World Diamond Centre), de belangenorganisatie van de Antwerpse diamanthandel, reageerde zeer verontwaardigd toen de voormalige staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez (SP.A) zich kritisch uitliet over de diamantairs en het HSBC-schandaal. Opnieuw pakte Epstein uit met de stelling dat de diamanthandel ‘één van de stuwmotoren van de Vlaamse economie’ is, en dus zeer bevorderlijk voor het heil van de gemiddelde burger. Ook verweet hij Crombez ‘op een onfatsoenlijke manier’ uit te halen naar een volledige sector, terwijl hij ‘de strenge controles en geplogenheden die in de diamantsector van toepassing zijn, nochtans zeer goed kent vanuit zijn vorige functie’.

Strenge controles? Uit de gegevens van het ICIJ, het International Consortium of Investigative Journalists, dat de uitgelekte gegevens over de bankrekeningen bij het Zwitserse filiaal van HSBC uitvlooit, blijkt dat van de 3.002 Belgische rekeninghouders minstens één op de drie met de Antwerpse diamanthandel gelieerd is. Daarbij ook mensen die hoge voorbeeldfuncties bekleden. Bijna de helft van de bestuurders van het AWDC, zoals topdiamantair Philippe Barsamian, hebben rekeningen bij HSBC. En dat geldt eveneens voor het gros van de bestuurders van de Antwerpse diamantbeurzen.


Hardcore crime

De Antwerpse diamantairs ontduiken niet alleen belastingen met die rekeningen; ze gebruiken ze ook voor criminele doeleinden zoals zwarte handel, het witwassen van misdaadgeld en de handel in bloeddiamanten. Volgens de tellingen van het ICIJ zitten 32 Belgische rekeninghouders van HSBC diep in de misdaad: 13 van hen zijn ondertussen al veroordeeld door de Belgische justitie, de overige 19 zijn betrokken in nog lopende gerechtelijke dossiers. Hun namen worden niet vrijgegeven in de Belgische pers, maar het zijn allesbehalve onbekenden voor Humo. Het zijn figuren als Ehud Laniado, de kopman van de beruchte Antwerpse diamantfirma Omega Diamonds, die betrokken was in een gigantische fraudezaak, maar toch aan een veroordeling wist te ontsnappen door een voor de Belgische staatskas beschamende deal te sluiten met de Antwerpse justitie. Ook diamantairs als Moshe Fisher, Jacob Peri, Goia Meiri en de familie Shallop behoren tot deze club. Hun namen zijn minder bekend, maar ook zij hebben vele tientallen miljoenen verdiend door bloeddiamanten uit Afrikaanse conflictgebieden naar Antwerpen te smokkelen. En er zijn de ‘gerespecteerde’ diamantairs Louis Stranders en Josif Grosz, die in de jaren 90 het Radisson SAS Parklane-hotel aan de Van Eycklei financierden met zwart geld afkomstig uit de illegale diamanthandel. Eén van hun kompanen bij dat witwassen was de diamantair Mozes Victor Konig, ook een HSBC-rekeninghouder, die de zwarte erfenis van zijn vader in het hotel investeerde. Konig staat al vele jaren op de wanted-lijst van Interpol. In Rusland wordt de man verdacht van illegale handel in edelmetalen, fraude en misbruik van vertrouwen. Net als Kenneth Lee Akselrod, eveneens diamantair en HSBC-rekeninghouder, die gezocht wordt door Interpol wegens illegale diamantbezigheden in Rusland met zijn firma Olympic Diamonds.

Een aantal gangsters uit het HSBC-klantenbestand verdient het echter om iets uitvoeriger belicht te worden. Een kleine selectie.


René Zaidman, koning van de anale smokkel

Zaidman was de eerste diamantair die betrapt werd op een wel zeer tot de verbeelding sprekende smokkelmethode. Hij liet honderden miljoenen euro’s aan in het zwart verkochte, geslepen diamanten, die later aan de ringvingers van jonge verloofdes in Tel Aviv, Singapore, Toronto en Istanbul zouden fonkelen, heimelijk uit de Scheldestad vertrekken in de anussen en vagina’s van Antwerpse gepensioneerden en steuntrekkers. Met hun lichaamsholten vol stenen vlogen ze de wereld rond voor een paar 100 euro per trip, terwijl Zaidman en zijn klanten hun zwarte winsten op hun bankrekeningen bij HSBC in Zwitserland parkeerden.

'De Antwerpse diamantairs ontduiken niet alleen belastingen met hun HSBC-rekeningen, ze gebruiken ze ook voor zwarte handel, het witwassen van geld en de handel in bloeddiamanten'

In 2005 trok de gloednieuwe Antwerpse diamantsubstituut Peter Van Calster twee strafdossiers uit de kast die er al een jaar stof lagen te verzamelen. Eén van de mappen was gelabeld: ‘Zaidman’. In dat dossier stond te lezen hoe een jaar eerder, in mei 2004, technici van Electrabel in de Apollostraat in Borgerhout op zoek waren gegaan naar de oorzaak van een stroomstoring die de hele straat in het donker had gezet. In één pand ontdekten ze een illegale aftakking van een elektriciteitsmeter. Toen de politie erbij werd gehaald, troffen de agenten in het bewuste huis een wietplantage aan. Daarop werd de woning van de 50-jarige steuntrekster Christiane S. ondersteboven gehaald en vond de politie een stapel vliegtuigtickets die mevrouw S. met haar officiële inkomen van 360 euro per maand onmogelijk kon betalen. Al snel bleek dat ze om de twee weken op een prijzige intercontinentale vlucht naar Azië zat. Tijdens een ondervraging bekende S. dat ze zaken deed met een Antwerpse diamantairsfamilie en, tegen betaling van een paar 100 euro per keer, diamanten voor hen smokkelde. In haar vagina. Ze verstopte de steentjes in een holle tampon en bracht die dan in voor de vlucht.

Van Calster beet zich vast in het dossier, samen met speurders van de speciale diamantsectie. De protagonisten in de zaak waren de Wilrijkse diamantair René Zaidman en zijn zoon Sacha, die via hun bedrijf Tradim een illegale koerierdienst in geslepen diamanten hadden opgezet op vraag van hun klanten, Antwerpse diamantairs die hun koopwaar in het zwart wilden verkopen aan afnemers buiten België. Volgens één van de speurders van de Antwerpse federale politie is zwarthandel ‘bijna de regel’ als het om geslepen diamant gaat. ‘Veel van de geslepen stenen uit Antwerpen worden verkocht aan klanten in Azië en het Midden-Oosten, en die houden niet van facturen,’ zegt hij. ‘Ze willen geen invoerrechten en geen btw op hun aankopen betalen. Dus moeten de Antwerpse diamantairs hun witte diamanten in het zwart verkopen en naar het buitenland smokkelen.’

Zaidman en zijn zoon zochten en vonden voor hun smokkeloperatie koeriers die geen achterdocht zouden wekken bij de douane: een tiental steuntrekkers en gepensioneerden, tussen 50 en 70 jaar oud. Met de Antwerpse handelaars en hun buitenlandse klanten spraken de Zaidmans af wat de bestemming van de goederen was, en welke schuilnaam, telefoonnummer en code gebruikt moesten worden bij het afhalen van de diamanten. De diamanthandelaars betaalden de commissie aan de Zaidmans, het vliegtuigticket, de hotelkosten en de vergoeding voor de smokkelaar vooraf.

Als Zaidman genoeg diamanten voor één en dezelfde bestemming had, werd een koerier opgebeld en een ticket besteld. Op het bureau van Tradim werd een ‘pakketje’ klaargemaakt: een cilindervormige lading van zo’n 1.500 karaat ,of 300 gram in een condoom, die de koeriers voor de vlucht in hun vagina of anus schoven. Daarmee vlogen ze onder meer naar Istanbul, Israël, China, Singapore, Thailand, Canada, Mumbai en de Verenigde Staten. De koeriers werden individueel betaald op het kantoor van Tradim, meestal aan het einde van de maand. Per trip kregen ze zo’n 300 euro.

Alhoewel Van Calster vermoedde dat Zaidman al sinds 1996 op die manier te werk ging, kon het parket enkel de smokkel tussen januari 2001 en april 2004 bewijzen: minstens 671 geheime zendingen, ter waarde van een half miljard euro, vonden in die periode plaats. De tien koeriers vervoerden samen zo’n 4 kilo of 20.000 karaat geslepen diamanten per maand. Die smokkel was overigens allesbehalve een lolletje. ‘Stel je het geval voor van een 70-jarige man die in iets meer dan drie jaar 132 keer op een intercontinentale vlucht zat,’ vertelt een speurder. ‘Elke keer zat hij 6 tot 9 uur lang met een vol condoom in zijn aars, wat zowel pijnlijk als bijzonder stresserend moet geweest zijn. Hij verdiende er in totaal een kleine 50.000 euro mee, gemiddeld zo’n 380 euro per zending.’

'René Zaidmans koeriers vervoerden zo’n 4 kilo geslepen diamanten per maand in hun vagina of anus'

De Zaidmans werden als leiders van een criminele organisatie vervolgd voor schriftvervalsing, fiscale fraude en witwassen. René Zaidman werd in 2006 gearresteerd in Bangkok, waar hij drie jaar had gewoond. Na een jaar te hebben gezweet in een Thaise cel, werd hij uitgeleverd aan België, waar hij drie jaar later net als zijn zoon veroordeeld werd tot vijf jaar cel en een boete van 27.500 euro.


De familie Ahmad, globale gangsters

Ook een telg van de beruchte Antwerps-Libanese clan Ahmad dook op in de gelekte HSBC-gegevens. Hassan Ahmad was in februari 2006 het voornaamste doelwit van de Braziliaanse politieoperatie Carbon, als spil in een smokkelsysteem met vervalste Kimberley-certificaten, documenten die de legale oorsprong van ruwe Afrikaanse diamanten moeten garanderen. Met de vervalste certificaten wilde Ahmad de oorsprong verbergen van ladingen illegale diamant die naar Antwerpen werden gezonden. De politie viel op 34 plaatsen in Brazilië binnen met tien aanhoudingsbevelen. Maar Hassan Ahmad wist te ontsnappen.

In België berekende het parket dat er tussen 2003 en 2006 voor zeker 20 miljoen euro aan diamanten met valse Kimberley-certificaten uit Brazilië naar Antwerpen zijn gesmokkeld, rechtstreeks of via Dubai. Daarvoor kocht Ahmad een Braziliaanse ambtenaar om. In 2011 ging in Antwerpen een proces van start tegen Hassan Ahmad. Hij moest terechtstaan voor het witwassen van frauduleus geld, valsheid in geschrifte en het vormen van een criminele organisatie, maar de correctionele rechtbank besloot haar uitspraak uit te stellen tot de Braziliaanse rechter zich over de zaak had uitgesproken – iets wat vermoedelijk nog vele jaren zal duren.

Hassan Ahmad vormt samen met zijn broers en een aantal aangetrouwde familieleden een aparte categorie binnen de Antwerpse diamantsector, waar de meeste frauderende diamantairs niet verder gaan dan het rollen van de Belgische staat en het parkeren van hun zwarte fortuin op een Zwitserse rekening. Deze Libanese heren denken veel internationaler. De Ahmads baggeren al vele jaren door de riolen van de Afrikaanse mijnontginning en de strategische grondstoffen, de internationale politiek en het wereldwijde islamterrorisme. Ze draaien mee in de vuile oorlogen in het Midden-Oosten en hebben ook een rol gespeeld in de burgeroorlogen en de bijbehorende plundercampagnes die het Afrikaanse continent tot voor kort teisterden.

Maar de eerste keer dat de Ahmads de Belgische kranten haalden, was lang geleden, eind jaren 80. Op een zaterdagavond in september 1989 boden twee ‘telegrambezorgers’ zich aan in het appartement van Hassans broer Ali Said Ahmad en zijn neef Ali Soeleiman Ahmad aan het Antwerpse Stadspark. De 18-jarige zoon van Ali Soeleiman opende de deur en kreeg meteen een revolver onder zijn neus geduwd. Binnen werd Ali Soeleiman vrijwel meteen doodgeschoten en verloor Ali Said een oog toen één van de indringers een kogel door zijn oogkas joeg. De ‘bezorgers’ moesten uiteindelijk de aftocht blazen toen één van hen met een ivoren slagtand op de kop werd geslagen door een derde persoon en hevig begon te bloeden. Onderzoek van de wapens, de handboeien, de portefeuille en de pruik die het gewapende tweetal had achtergelaten, maakte al snel duidelijk om wie het ging: het daverende duo Madani Bouhouche en Robert Beijer, twee voormalige leden van de Bewakings- en Opsporingsbrigade (BOB) van de Rijkswacht. De twee waren in de Brusselse misdaad en de wapenhandel gestapt, en worden er tot op heden nog altijd van verdacht iets te maken te hebben gehad met de mysterieuze Bende van Nijvel. De reden van het bezoekje van de ondertussen overleden Bouhouche en de in Thailand wonende Beijer aan de Ahmads blijft evenzeer een mysterie. Was het een overval? Een poging tot vereffening van een gokschuld van Ali Soeleiman? Of waren de Belgen, zoals de vader van Ali Soeleiman beweerde, Israëlische agenten die de Ahmads kwamen uitschakelen omdat zij te grote concurrenten waren geworden voor Israëlische handelaars in Afrika? Het zal nooit duidelijk worden.

Het Antwerpse verhaal van de Ahmads en de aangetrouwde families Nassour en Ossaily begint nog een decennium eerder, in de jaren 70, toen pater familias Said Ali Ahmad zich samen met zijn broers in het diamantkwartier kwam vestigen. Van zijn vier voornamelijk in België opgegroeide zonen zijn er drie in de business van hun vader gestapt. De oudste, Ali Said, sinds het schietincident in 1989 te herkennen aan zijn ooglap, is ondertussen veroordeeld voor handel in bloeddiamanten en is de enige broer die momenteel nog in België verblijft. Zijn broer Hassan heeft de benen genomen wegens zijn betrokkenheid bij de Braziliaanse diamantsmokkel en bevindt zich naar verluidt in Dubai. En broer Nazem is een belangrijke projectontwikkelaar en immobiliënfiguur in Beiroet, die overigens geen kant op kan omdat hij internationaal geseind staat.

Samen met hun schoonbroer Aziz Nassour en zijn neef Samih Ossaily zijn de Ahmads al tientallen jaren actief in zwart Afrika, waar ze grondstoffen zoals ivoor, goud en diamant opkopen. In Antwerpen bouwden de drie families een netwerk van firma’s uit dat zich concentreerde op de landen waar illegale bloeddiamanten vandaan komen: Sierra Leone, Angola, Congo, Guinee en Liberia. Hun illegale handel liep via dat laatste land, waar ze onder de bescherming van dictator en moordenaar Charles Taylor stonden. De stenen werden vaak naar Antwerpen gesmokkeld in de aars van koeriers. Er zouden indrukwekkende ladingen op die manier vervoerd zijn, tot een onvoorstelbare hoeveelheid van 2.500 karaat per condoom, zo’n halve kilo. Soms werden de stenen in Zaventem geklaard met valse documenten die stelden dat de goederen afkomstig waren uit de Congolese hoofdstad Kinshasa. De betaling gebeurde deels cash, deels in Russische wapens.

In april 2002 werd eerst Samih Ossaily opgepakt; Aziz Nassour had toen al voorgoed de wijk genomen naar Libanon. Een jaar later was het de beurt aan de familie Ahmad, toen Nazem werd gearresteerd wegens het gebruik van vervalste Kimberley-certificaten. Daarnaast hadden de Ahmads in Antwerpen ook nog een reusachtig fraudesysteem opgezet, waarmee ze in 2003 in nauwelijks vijf maanden tijd 100 miljoen euro aan belastingen ontdoken.

Uiteindelijk zouden de Nassours en de Ahmads het Antwerpse parket een wereldprimeur bezorgen. Zij werden in 2004 de eerste diamanthandelaars die voor een rechter moesten verschijnen op beschuldiging van handel in bloeddiamanten. In eerste aanleg werden ze veroordeeld voor smokkel uit verboden conflictgebieden, schriftvervalsing en het vormen van een criminele organisatie. De kopstukken Aziz Nassour, Samih Ossaily en Ali Said Ahmad kregen respectievelijk zes jaar, drie jaar en achttien maanden. Twee jaar later werd de bende door het Antwerpse hof van beroep definitief veroordeeld, alhoewel de uitspraak niet meteen indrukwekkend was. Het Antwerpse parket had volgens de rechter namelijk nauwelijks iets bewezen gekregen, behalve dan fraude. Enkel de voortvluchtige Nassour kreeg een zwaardere straf van acht jaar. Een jaar later deed een Brusselse correctionele rechter er nog eens acht jaar bij, wegens valsemunterij in Afrika. De opbrengsten daarvan werden gebruikt om staatsgrepen in Ivoorkust en Congo te financieren. Maar tegen die tijd zat Nassour al in een luxehotel in Beiroet.

The Washington Post schreef ook dat Nassour en Ossaily er door de Amerikaanse inlichtingendiensten van beschuldigd werden de terroristische Hezbollah te hebben gefinancierd, en indirect ook Al-Qaeda. Het parket in Antwerpen heeft dat echter nooit kunnen bewijzen.


Boris Birsjtein, de maffiamakelaar uit het oosten

De Amerikaanse justitie en de FBI beschouwen de in Litouwen geboren, maar nu in Moldavië residerende Boris Birsjtein als een belangrijke misdadiger en een invloedrijke handlanger van de Russische georganiseerde misdaad. Ook deze schitterende ster aan het internationale misdaadfirmament, die zijn criminele carrière bij ons, in de schaduw van het Antwerpse diamantkwartier uitbouwde, blijkt een klant van HSBC te zijn.

'Birsjtein organiseerde topconferenties voor Russische maffiosi. Daar werd de verdeling van de buit besproken, plus de bijbehorende afrekeningspolitiek: wie krijgt een kogel door zijn kop en wie niet?'

In 1995 was Birsjtein, een ‘zakenman’ met connecties bij de KGB, de vroegere geheime dienst van de Sovjet-Unie, die Russisch misdaadgeld in het Westen investeerde, één van de hoofdpersonages in een artikel waarmee Humo als eerste de aanwezigheid van de Russische maffia in Antwerpen aan het licht bracht. Birsjtein betrok toen een kantoor in de Antwerpse maffiatoren: de met indrukwekkende smakeloosheid zijn omgeving dominerende Antwerp Tower aan de De Keyserlei 5. Dit tweede hoogste gebouw van Antwerpen zou het favoriete kantorencomplex van de Russische maffia in de Scheldestad worden. Want het voorbeeld van Birsjtein werd al snel gevolgd door onder anderen de Russische peetvader Sergei Michajlov, toen de grote baas van de machtige Solntsevskaja-maffia in Moskou.

‘Ik ben naar Antwerpen gekomen, omdat ik van deze stad hou,’ zei Birsjtein in 1995 tegen Humo. ‘Ik heb hier veel vrienden en twee bedrijven. Wij houden ons bezig met consulting. Wij adviseren zakenmensen.’

Maar volgens de Amerikaanse CIA was Boris Birsjtein toen met heel wat anders bezig: een witwasoperatie waarbij hij zowel legale als illegale fondsen door zijn bedrijvennetwerk liet vloeien. Ook in Antwerpen. ‘Geen enkele van zijn Antwerpse bedrijven heeft ooit enige serieuze activiteit ontplooid,’ verklaarde een medewerker van het kantoor dat de Antwerpse vennootschappen van Birsjtein uiteindelijk heeft vereffend. ‘Zijn bedrijfjes waren uitsluitend bedoeld om dubieus geld uit het vroegere Oostblok naar verre offshores te versluizen.’

Voor Birsjtein naar Antwerpen kwam, was hij de onbetekenende directeur van een katoenfabriek in de Litouwse hoofdstad Vilnius. Op het einde van de jaren 70 emigreerde hij uit de Sovjet-Unie naar Israël. Lang hield hij het daar niet uit. Hij vestigde zich in Canada en in Zwitserland. En plotseling was de onbetekenende Birsjtein een succesvolle zakenman die in 1985 het Seabeco-concern oprichtte, een instant succes. Birsjtein was in zee gegaan met leden van de KGB. Met zijn nieuwe firma zoog Birsjtein zo maar even 7 miljoen ton olie en miljoenen dollars uit het krakende Sovjetimperium. En met dat geld kwam hij naar Antwerpen, waar de genereuze zakenman zich in het diamantkwartier en het Joodse milieu onderdompelde en zich geliefd maakte door aan te kondigen dat hij van plan was om de Joodse gemeenschap een schitterende nieuwe synagoge cadeau te doen. Die synagoge is er nooit gekomen.

Birsjtein begon als grote, internationale ondernemer ook zijn diensten als consultant aan te bieden aan de nieuwe dictators van een aantal onafhankelijk geworden voormalige Sovjetrepublieken. Zo werd hij in Kirgizië binnengehaald als adviseur door de toenmalige president Askar Akajev, die hem uit pure dankbaarheid ontsloeg van elke verplichting om in Kirgizië belastingen te betalen, en hem hoofd van het Comité voor Ontwikkeling en Wederopbouw van zijn land maakte. Toen Birsjtein daarop 1,6 ton Kirgizisch goud naar zijn Zwitserse kluizen smokkelde, verooraakte dat een schandaal dat de Kirgizische regering deed vallen.

Tegelijkertijd organiseerde Birsjtein wereldwijd een aantal topconferenties voor Russische maffiosi. Daar werden de verdeling van de buit en de invloedssferen besproken, plus de bijbehorende afrekeningspolitiek: wie krijgt een kogel door zijn kop en wie niet?

Maar in het begin van deze eeuw verliet Birjstein Antwerpen en schoof hij door naar de republiek Moldavië, een arme en kleine misdaadstaat waar ook Belgische zakenmannen als de bouwondernemer Ghislain Lenaers ‘interessante opportuniteiten’ vaststelden. De Limburger Lenaers was een paar keer eerder in Moldavië geweest om er met Walter Grootaers humanitaire dingen te doen in weeshuizen en besloot er in de vleeshandel en de worstenindustrie te stappen. Anderhalf jaar geleden trok hij er, samen met Fernand Huts’ Katoen Natie, de Euro Tower op, een ‘state of the art’ kantoorgebouw van 4,5 miljoen euro.

In Moldavië controleerde Birsjtein lange tijd alles wat los- en vastzat: de internationale handel, de politiek, het bankwezen, de verzekeringssector en de media. In Moldavië is de gangster Birsjtein respectabel geworden. Hij geeft zich er nu uit voor economieprofessor, filosoof en menslievende mecenas. Hij kan het zich permitteren. Hij is ondertussen onmetelijk rijk.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234