Gedwongen euthanasie: wantoestanden in het Brugse Sint-Jansziekenhuis

Op 28 december 2010 ging Lieve Vande Putte op bezoek bij haar demente vader. Ze praatten, wandelden en zongen Gregoriaanse muziek in de kapel van het verzorgingstehuis waar hij verbleef. Daarna vertrok Lieve, zelf een arts, op skivakantie. Bij haar thuiskomst lag haar vader op de psychogeriatrische afdeling van het Sint-Jansziekenhuis in Brugge. Moederziel alleen op een kamer, geluierd en vastgebonden aan het middel, de polsen en enkels. Bezoek werd afgeraden wegens 'te prikkelend'. Nog eens twee weken later was hij dood: overleden aan een cocktail van morfine, Haldol en Dormicum.

Nu de levensverwachting in Vlaanderen verder omhoogkruipt naar de tachtig (voor mannen) of er voorbij (voor vrouwen), roept het verhaal de vraag op: is dit hoe wij willen sterven?

R. Vande Putte werd geboren in 1927. Hij was een geleerd man, zegt zijn dochter Lieve: hij studeerde theologie, wiskunde en filosofie en gaf jarenlang les. 'Mijn vader was een waardige, trotse man, die een natuurlijk gezag uitstraalde,' zegt ze - het soort leraar voor wie je spontaan een stapje opzij zet in de gang.

Dr. Lieve Vande Putte: «Zelfs na zijn pensioen bleef hij een nieuwsgierige intellectueel. Tachtig procent van zijn tijd zat hij in z'n bureau: nog altijd bezig met wiskunde en informatica. Tot de dag dat hij tegen zijn oudste kleinzoon zei: ik moet stoppen met die wiskunde, want ik word er zo zenuwachtig van. Dat moet een jaar of vijf, zes geleden zijn, net voor hij tachtig werd.
Je kan geheugenproblemen lang omzeilen als je zo intelligent bent als hij, maar op de duur lukt dat niet meer. Hij raakte soms gedesoriënteerd. Dan stapte hij bij de verkeerde halte van de bus. We wisten: er loopt iets fout.»

In 2008 volgde de officiële diagnose: ouderdomsdementie.
Dr. Lieve Vande Putte:«Dementie begint traag, maar de aftakeling gaat altijd maar sneller. Hij heeft nog lang geprobeerd om het te verbergen. Als de kleinkinderen op bezoek gingen, zeiden ze: bompa kijkt niet één keer naar het nieuws, maar vijf keer. Drie keer in het Nederlands en twee keer in het Frans. Om toch íéts vast te houden.
De dementie frustreerde hem, omdat hij het zo goed besefte. Hij werd kwaad, verbaal agressief. Ik kan niks meer, ik ben niks meer waard. Op deze manier wil ik niet leven. Hij reageerde zijn onmacht dan af op mijn moeder - heel typisch: de partner moet het ontgelden. Hij had ook last van waanbeelden.»

Twee jaar lang werd R. verzorgd door zijn vrouw. Tot zij zelf in september 2010 een trombose kreeg. Als gevolg van de stress, volgens Lieve Vande Putte.
Dr. Lieve Vande Putte:
«Mijn moeder is een erg actieve, fitte vrouw. Maar de zorg voor zo'n demente persoon werd op de duur te veel voor haar. Haar lichaam gaf een signaal: je moet het kalmer aan doen.»

Haar vader verhuist naar de Morgenster, een woonzorgcentrum in de buurt van Brugge, waar één van zijn dochters werkt als verpleegkundige. Een klap voor zijn toch al gedeukte trots, zegt zijn dochter Lieve.
Dr. Lieve Vande Putte:«Hij kwam eerst op de open afdeling terecht. Hij werd daar met veel respect en geduld omringd, maar ook daar had hij momenten van boosheid, verbale agressie en depressie. Hij zei dingen als: 'Ik ben hier gecolloqueerd.' Ik heb hem gezegd: 'Papa, we moeten zorgen dat je veilig bent, maar ik kan wel met je gaan wandelen.' Daar wilde hij niet van horen: ga dan maar weg, zei hij.
Midden december 2010 kwam er een kamer vrij op de gesloten afdeling. Toen hebben we na uitgebreid overleg beslist dat dat wellicht het beste was voor hem. Ook voor zijn eigen veiligheid. Hij ontsnapte 's nachts uit zijn kamer en stapte dan bij andere bewoners binnen. Dat kan natuurlijk niet. Of hij begon te roepen en te kloppen. Ook tegen die verhuizing naar de gesloten afdeling verzette hij zich. 'Met die mensen' - de andere demente bewoners - 'heb ik niks te maken.'
Eigenlijk wilde hij het liefst van al dood, denk ik. Hij heeft herhaaldelijk tegen mij gezegd, wijzend naar de drukke weg voor zijn raam: 'Onder die bus ga ik mij gooien.' Hij was zwaar depressief.
Hij besefte het allemaal te goed. Hij is nooit in een stadium van dementie gekomen dat hij niet meer wist wat er met hem gebeurde. Zelfs toen hij op zijn sterfbed lag, hadden wij het gevoel dat hij duidelijk wilde maken: ik wéét wat er met mij aan de hand is. Maar toen was hij zo zwaar verdoofd dat hij niks verstaanbaars meer kon zeggen.»

Op 28 december 2010 ging Lieve Vande Putte de laatste keer bij haar vader op bezoek in het woonzorgcentrum.
Dr. Lieve Vande Putte:«We zijn samen naar de kapel gewandeld, we hebben muziek opgezet. Hij zong mee: Gregoriaanse gezangen, hij kende die muziek goed. Ik heb hem terug naar zijn kamer gebracht, en ik heb tegen de verpleegster gezegd: 'Ik zal hem wel omkleden en insmeren' - voor zijn droge huid. En dan ben ik op skivakantie vertrokken.
Tijdens mijn weekje vakantie is mijn vader onhandelbaar geworden. Hij wilde zich niet laten verzorgen, gooide zich op de grond, maakte dingen kapot, reageerde agressief. Hij had last van wanen en hallucineerde. Op vrijdag 7 januari heeft de Morgenster hem dan laten opnemen in de afdeling psychogeriatrie van het Sint-Jansziekenhuis. Om de onderliggende oorzaak van de hallucinaties te onderzoeken, en om zijn medicatie op punt te krijgen.
Maandag ben ik hem met mijn moeder gaan bezoeken. Ik had al tegen haar gezegd: 'Je mag niet alleen gaan.' Ik wist niet in welke toestand we hem zouden aantreffen. Maar zelfs voor mij was het schrikken toen ik hem zag. Papa lag helemaal alleen op een kamer. Volledig verdoofd met Dormicum. Daarbij kreeg hij Haldol, voor de hallucinaties, en injecties met morfine. Hij was 'gefixeerd': vastgebonden met een riem rond zijn middel en banden aan polsen en enkels. Hij had een luier aan. Af en toe had hij een apneu - dan stopte hij met ademen. De assistent zei: 'Ja, da's van de Dormicum, we zijn dat gewend, hij zal zich wel herpakken.'
Het was heel akelig om te zien - zelfs voor mij, en ik ben dokter. Maandagochtend hadden ze ook mijn zus gebeld met de melding: we gaan een pomp plaatsen.»

HUMO Wist u wat ze daarmee bedoelden?
Dr. Lieve Vande Putte:«Geen idee. Ik dacht: een infuus met medicatie. Ik had er niet bij stilgestaan dat men Haldol en Dormicum bedoelde.
Maandagavond was hij nog wakker. Hij zei nog: 'Nu is het triestig met mij gesteld.' Dinsdag heeft men ook een pomp met morfine opgestart. Vanaf toen was hij nauwelijks nog wekbaar - door die cocktail van medicijnen sliep hij twintig uur per dag. De korte periodes dat hij wakker was, kon hij zich niet meer verstaanbaar maken.
Ik had er op zich geen probleem mee dat mijn vader Haldol en Dormicum kreeg, maar ik begreep niet waarom hij zo zwaar verdoofd moest blijven. Ik heb nog tegen de geriater gezegd: die dosissen kunnen toch weer verlaagd worden? Zéker op woensdag, toen de deliriums volgens mij voorbij waren. Er is toen een verpleegster van de palliatieve afdeling langsgekomen, en die hééft de dosissen verlaagd. Maar toen de assistent daar achter kwam, werd die boos: dat mocht niet.
Toen werd het voor mij duidelijk dat mijn vader die behandeling niet zou overleven. Logisch: leg mij aan een combinatie van Haldol, morfine en Dormicum, en ik overleef het ook geen week.»

Lees het volledige artikel in Humo 3705 van 06-09-'11

Meer informatie over waardig sterven: rws.be, leif.be

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234