null Beeld

'Geen hinder van werkuren tijdens de werkuren' Dwarskijker over 'Beste vrienden' en 'Pop-O-rama'

Bruno Wyndaele maakte wederom een dermate ontspannen indruk dat een naar burn-out zwemend zenuwwrak als ik hem er alleen maar om kon benijden.


‘Beste vrienden’

Eén – 1 mei

Zou ‘Beste vrienden’, een openluchtspelletje voor Bekende Vlamingen in een toeristische context, er heel anders uitzien, of toch anders van toon zijn, mocht het in opdracht van VTM zijn gemaakt? Even leek die vraag naar het verschilletje tussen een commerciële en de populairste openbare zender me op zondagavond niet oninteressant, maar de gedachte ‘Nog één keer slapen en ’t is weer maandag’ nam me vooralsnog meer in beslag. Bijna gedachteloos ging ik voor ‘Beste vrienden’ zitten. En met de mildheid mij eigen keek ik hologig toe.

Dit keer zouden twee uithangborden van ‘Het journaal’, de goedlachse Goedele Wachters en haar GBF Wim De Vilder, het in opgewonden vakantiestemming opnemen tegen de tweekoppige Liga ter Bevordering van de Limburgse Popmuziek in het Ons Bekende Heelal: Regi Penxten en Koen Buyse.

Al even verrast als het deelnemersveld kwamen wij, gedweeë kijkers, in het lagelonenland Klein-Polen terecht, meer bepaald in Krakau en omgeving: een kennelijke vakantiebestemming. De uitstekende weersomstandigheden leken door de plaatselijke toeristische dienst speciaal voor de gelegenheid in scène gezet, mogelijk in ruil voor enkele zloty’s. Bruno Wyndaele, meer een gastheer dan een spelleider, maakte wederom een dermate ontspannen indruk dat een naar burn-out zwemend zenuwwrak als ik hem er alleen maar om kon benijden. Verbijzonderd met een snor die de meesterhand van een klassiek geschoolde barbier verried, en met een zwierige zomerhoed op die hem de allure van een plantagebezitter gaf, leek hij een niet onbemiddelde heer die aldoor tijd zat had, een gentleman of leasure die geen hinder ondervond van werkuren tijdens de werkuren. Kortom, iemand die zijn droom had waargemaakt. Terwijl de deelnemers aan dit spel in één en hetzelfde bootje, tegenover elkaar gezeten, met de uiterste krachtsinspanning van elkaar moesten zien weg te roeien – het principe van touwtrekken – meende ik hem met een geamuseerde glimlach om de lippen ‘Wat een stelletje uitslovers’ te zien denken. De twee nieuwslezers hadden al snel te kennen gegeven dat ze erg competitief waren ingesteld. In die mentaliteit herkende ik meteen de vlijtigste leerlingen van de klas, die later het nieuws zouden oplezen bij de openbare omroep. Mijn beginselen vond ik helaas meer terug in de gedragslijn van Regi Penxten en Koen Buyse, die veeleer pro forma aan de queeste van ‘Beste vrienden’ deelnamen en het er ondertussen eens flink van wilden nemen, Klein-Polen of niet.

Terwijl het deelnemersveld tijdens de zoektocht raadsels probeerde op te lossen en in nu ook weer niet zo flatteuze sportkleding van hot naar her rende, alsof ze de vakantiekolonies van weleer nog eens overdeden, verdween Bruno Wyndaele zoals gewoonlijk uit beeld. Ooit zal een making-of van ‘Beste vrienden’ onthullen waar hij dan uithing: mogelijk op een terras, waar het goed wodka met walnotensmaak vergelijken is met wodka op basis van bizongras, vooral in het oogstrelende gezelschap van ene Agnieszka van de toeristische dienst, die er ook wel eentje lustte en in gebroken Engels vroeg: ‘Hoe zeg je geslachtsverkeer in het Nederlands?’ Ondertussen zie je hem, als de kandidaten van ‘Beste vrienden’ hem in een onbewaakt moment even voor de geest komen, denken: ‘Wat een stelletje uitslovers.’

Terug naar de werkelijkheid. Eén van de opdrachten was: zoek een Poolse die nog schoonmaakster is geweest in Vlaanderen. Mij leek dat gênant, maar ijverig en zonder erbij na te denken gingen Goedele Wachters en Wim De Vilder, geboren winners, spoorslags op zoek, zonder zich af te vragen waar je het met die vrouw over zou moeten hebben: of ze het een hele eer en mogelijk een onvergetelijke belevenis had gevonden om te mogen stofzuigen en dweilen in Vlaanderen? Via via, en na enige vijven en zessen die de kijkers spannend moesten vinden, kwamen ze bij een vrouw uit die nu hotelkamers opruimde. Zij wilde niet in beeld komen, noch buiten beeld over haar werk in Vlaanderen spreken. Zij wilde volkomen terecht met rust gelaten worden, wat Goedele Wachters, in het perspectief van de wedstrijd, heel, heel jammer vond. Ik niet.

Gêne is een gave.

undefined

null Beeld

undefined

'Pissen in de almaar oeverlozer mainstream vind ik in deze tijd stilaan een noodzakelijke daad van creatief verzet'


‘pop-O-rama’

Canvas – 1 mei

Als teenager op jaren en oudgediende van de eertijds befaamde, en ondertussen al deels overleden TTT-redactie – het einde van mijn horizontale carrière gloort – ben ik nog altijd ontvankelijk voor nieuwe lentes in de muziek, en dus ook voor nieuwe geluiden. Of juist voor klanken van eeuwen her die ongehoord nieuw voor me zijn, zoals ik onlangs nog in ‘Later… with Jools Holland’ gewaarwerd, toen ik kennismaakte met de Engelse folksinger Sam Lee. In het perfide Albion staat hij ook om zijn deskundigheid inzake traditionele muziek bekend, las ik achteraf op het internet. Met drie zingende vrienden om een microfoon geschaard, zong hij bij Jools a capella de Ierse traditional ‘Lovely Molly’, een lied dat rond het jaar des Heren 1600, tijdens het bewind van koning James I, ook al had opgeklonken. Uit de nevelen der tijden kwam ineens een subliem harmonisch gezoem naderbij, aards en hemels tegelijk. Sam Lee, die er, hoewel in Londen geboren, uitzag als een plattelander die zich elke ochtend in het kristalheldere water van een bron wast, legde al zingend de ziel van een boerenjongen bloot, die ver van huis met het leger van James I ten strijde moest trekken en daardoor zijn geliefde Molly deerlijk miste. Eén ding wist hij aldoor zeker: als hij ooit terug zou keren, dan zou het in de lente zijn, met alle koerende tortels en zingende lijsters en nachtegalen van dien. Dat ik door dit eeuwenoude lied nog diep ontroerd kon raken, vond ik opmerkelijk in een wereld waarin talloos veel lieden met doffe blik hun leven op een smartphone zien omvliegen. Tussen ons gezegd en gezwegen: een gentleman van mijn strekking, die zich zowel uit terughoudendheid als bij gebrek aan dringende opinies niet met sociaalnetwerksites inlaat, bezit uiteraard geen smartphone. Hij duldt ook geen woekeringen van het Engels in Nederlandse zinnen, al durft hij een enkele keer het woord ‘gentleman’ te gebruiken, louter for old times’ sake, welteverstaan. Als ik me niet vergis, had ik het zo-even nog over mijn ontdekking van Sam Lee, een prachtige zanger die na afloop van ‘Lovely Molly’ stormachtig werd toegejuicht, niet het minst door de veelsoortige en zich meestal ver van eeuwenoude folk bewegende andere muzikanten die in deze aflevering van ‘Later… with Jools Holland’ optraden.

Ook in ‘pop-O-rama’ op Canvas, een aantrekkelijk in beeld gebracht muziekprogramma, hoor ik weleens iets nieuws waarvan ik bereid ben de naam te onthouden. Dat ‘pop-O-rama’ één keer per maand wordt uitgezonden, is op zich al heel apart. Het is het soort programma dat ik principieel verdedig omdat ik voorvoel dat het bij de openbare omroep in een vloek en een zucht kan worden opgedoekt, zonder opgaaf van redenen. En behalve de producent zal daar haast niemand protest tegen aantekenen. ‘pop-O-rama’ is een verkenning van allerlei muziek die niet meteen op een zo ruim mogelijk publiek mikt. Dat komt me goed uit, want pissen in de almaar oeverlozer mainstream vind ik in deze tijd stilaan een noodzakelijke daad van creatief verzet.

Elke aflevering van ‘pop-O-rama’ is opgehangen aan een persoon of een organisatie die zich voor muziek beijvert. Dit keer was dat Sasha Van der Speeten, die voor een krant muziek doorschouwt, en daar naar eigen zeggen heel ver in gaat. Voor bewezen diensten zou hij ook wel willen dat muzikanten zijn diepgang zouden erkennen. Hij zei dat hij zo’n veertig cd’s per week moet verstouwen, wat mij onbegonnen werk lijkt, mocht ik net als Sasha op diepgang zijn gesteld. Maar goed, in onze hachelijke branche weten we allemaal dat slow journalism vaker een ontslagreden is dan een verdienste. Sasha Van der Speeten is ook muziekcoördinator bij Bruzz, een hoofdstedelijk radiostation dat naar zijn zeggen alle ‘gebruikers’ van Brussel, ook de forenzen, moet bedienen. Die opdracht vond hij als muziekcoördinator ‘niet evident’. Neen, deze Sasha zal het wel minder makkelijk hebben dan een leek uit de provincie zou denken, mocht die daar überhaupt gedachten over hebben. Sasha Van der Speeten adviseerde ons om The Wild Classical Music Ensemble vooral niet als een rariteit te bezien. Deze band bestaat, op drummer en initiatiefnemer Damien Magnette na, uit mensen met een mentale beperking, of hoe het eufemisme du jour ook mag luiden. ‘Ik was bordenwasser en ineens was ik zangeres,’ stelde Linh Pham vast, die in The Wild Classical Music Ensemble een indrukwekkende keel opzet en voorts piano en fluit speelt en een sampler beroert. Dit ongetemde orkest bracht een opwindend tribaal geluid in de hedendaagse nasleep van punk voort, dat mij mentaal een zetje in de goede richting gaf. Hun rariteit waar ik, nu ik toch mijn ogen open had, niet naast kon kijken, vond ik overigens een theatrale meerwaarde.

In elke aflevering bespreekt een voltallige band in een stilstaande rode auto de muziek die in ‘pop-O-rama’ aan bod komt. Dit keer waren Blackie & The Oohoos aan de beurt, die psychedelische droompop voortbrachten, waar we enkele ademtochten lang een mooi staaltje van te horen kregen. Ik had liever méér van hun muziek gehoord dan deskundologische commentaren op andermans muziek. Als je niet beeldend over muziek kunt praten, is het zaak er tijdig over te zwijgen, en de muziek voor zichzelf te laten spreken. In ‘pop-O-rama’ wil ik over het algemeen minder woord en veel meer muziek horen. In het meinummer van dit programma, dat ik zoals beloofd alle maanden van het jaar uit principe zal verdedigen, was ook geen vonkje humor te bespeuren, geen vleugje lichtheid. In de altijd iets te zware ernst van kenners onder elkaar zit zelden muziek.

Koer, tortel, en zing, lijster en nachtegaal! ’t Is godverdomme lente.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234