null Beeld

Gefolterd door Al-Qaeda én de Amerikanen

Gemarteld door Al-Qaeda, in een kerker gesmeten door de Taliban en dan nog eens zéven jaar vastgehouden in Guantánamo: meet Abd Al Rahim Abdul Rassak Janko.

Donderdag 17 januari 2002. FBI-directeur Robert Mueller en VS-minister van Justitie John Ashcroft roepen de internationale pers samen. Tussen het puin van de gebombardeerde woning van Mohammed Atef, militair leider van Al-Qaeda en rechterhand van Osama Bin Laden, hebben de Amerikanen naar eigen zeggen een handvol video's van zelfmoordterroristen gevonden.

De wereld krijgt vijf mannen met baarden te zien, die met veel bombarie bovenaan de Most Wanted Terrorists-lijst van de FBI worden geplaatst. Humo sprak met één van hen: Abd Al Rahim Abdul Rassak Janko, een Syrische Koerd. Twee jaar geleden verhuisde hij van Guantánamo naar België; sindsdien verblijft hij in ons land.

Enkele quotes

«Vanuit Kaboel brachten ze me naar een huis in Kandahar, en daar ben ik maandenlang gefolterd. Dagenlang rechtstaan zonder te slapen, stokslagen, elektrocutie: alles deden ze om me te laten 'bekennen'. Op den duur breek je. Ik stemde ermee in om voor de camera een door hen uitgeschreven tekst af te dreunen, waarin ik zeg dat ik inderdaad een spion was.»

«Maandenlang zat ik met twee medegevangenen in een ondergronds hol van tachtig centimeter breed en anderhalve meter lang. Het was er klam, vochtig en pikdonker. We zagen geen verschil tussen dag en nacht. De slangen gleden er binnen en buiten, de muizen kropen door onze broekspijpen. Slapen deden we op elkaar. Maar hoe vreemd het ook klinkt: na de folteringen voelde het aan als een bevrijding. We waren met z'n drieën, we hielden elkaar overeind.»

«Ik heb met eigen ogen gezien hoe enkele soldaten een jongen van negentien jaar seksueel misbruikten. Ik heb hun namen later doorgegeven aan de Criminal Investigation Task Force, een militair orgaan dat in het leven werd geroepen om juist dat soort klachten te onderzoeken. Ik heb de namen ook doorgespeeld aan de CIA en de FBI, maar er is nooit iets mee gebeurd. Niemand wil zoiets weten. »

«Op 16 juni 2002 werd ik naar een speciaal blok met isolatiecellen gebracht. Vanaf die dag tot aan mijn vrijlating, in oktober 2009, heb ik het overgrote deel van mijn tijd in isolatie doorgebracht. Afgesloten van de wereld. Ik kreeg eten, en er werd om de vijftien minuten gecheckt of ik nog leefde, maar voor de rest lieten ze me rotten.»
Het volledige interview leest u in Humo 3689

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234