null Beeld

'Geil en weemoedig.' Dwarskijker over 'Festivalkoorts', 'Off the Record', 'Tribes, predators & me' en 'Met vier in bed'

Gordon Buchanan zei dankbaar dat hij onnoemelijk veel had geleerd in stamverband. Dat was erg aardig van hem, maar was het ook wáár?


FESTIVALKOORTS EN OFF THE RECORD

Canvas – 20 & 24 juni

In een recente boze droom zag ik mezelf na afloop van een niet nader genoemd festival roerloos vooroverliggen in een vermodderde wei vol onnoemelijke rotzooi. Ik was voorlopig overleden of in ieder geval te ver heen om het nog te kunnen navertellen. Het druilde en de laatste festivalgangers hompelden de maanloze nacht in. Er naderden wielladers van de opruimingsdienst. Saillant detail: iemand had, mogelijk aangemoedigd door vrienden, een selfiestick in mijn achterste geplant. Je lacht wat af als je jong bent. Tussen haakjes: nog een geluk dat die selfiestick niet van mij was. Voor de rest was het maar een boze droom.

undefined

'Goede popmuziek heeft altijd iets met de grootst mogelijke vrijheid te maken. Of met gedroomde vrijheid'

Aangezien ik in deze fase van mijn leven – is het herfst? – zo ver mogelijk van woelige mensenzeeën vandaan blijf, is de kans dat ik me in de zomermaanden, meegetroond door ingebeelde vrienden, op een festivalweide zal wagen veeleer gering. Dat belet me niet om met plezier naar ‘Festivalkoorts’ te kijken, een even eenvoudig als handzaam programmaatje. In de keuken halen onmiskenbare muziekliefhebbers met behulp van een laptop het overvloedige aanbod van de festivals door de zeef van hun persoonlijke smaak. En over smaak valt eindeloos te redetwisten, mocht je, als salaristrekker, geen dringender bezigheden hebben.

Sara Yu Zeebroek van Hong Kong Dong bezat de elpee ‘Nightclubbing’ van Grace Jones (68) in drievoud, wellicht door een samenloop van omstandigheden, of anders wegens een onweerstaanbare aanbieding bij de platenboer: drie elpees voor de prijs van één. Het is me in deze fase van mijn leven – wintert het al? – een genoegen als een jonge musicienne als Sara Yu Zeebroek van John Cale blijkt te houden, en sterker nog: al heel lang een zwak heeft voor diens plaat ‘Fear’ uit 1974, het jaar waarin ik tegen alle verwachtingen in 19 werd. Sara Yu Zeebroek zal wel goed opgevoed zijn. Ze bewonderde Grace Jones zonder zweem van ironie, niet alleen in muzikaal opzicht maar ook als levend kunstobject. Bart Peeters liet in deze aflevering van ‘Festivalkoorts’ met een half ingehouden lachje verstaan dat hij het zo gek nog niet vond dat de hoogbenige krijgsvrouw Grace Jones uitgerekend op Rock Zottegem in het schijnwerperlicht zou baden. Ter nadere verklaring van zijn geamuseerde gezichtsuitdrukking kregen we een filmpje te zien waarin mevrouw Jones zich al zingend op het diamanten ambtsjubileum van H.K.H. Elisabeth II met sprekende heupen in een hoelahoep bewoog: ‘Slave to the Rhythm’, in de lusthof van Buckingham Palace. Bart Peeters volhardde in een monkel toen hij een poosje later een denkbeeldige buiging voor Paul McCartney maakte. Zo’n buiging – hoe dieper hoe beter – hoort bij de besten van mijn generatie een vanzelfsprekendheid te zijn: wie eens een Beatle was, heeft nog steeds zijn weerga niet, en daar hoeft vooral niet over gecorrespondeerd te worden, laat staan getwitterd. Bart Peeters liet een stukje uit de clip van ‘FourFiveSeconds’ zien, een song waarin Sir Paul het stelletje Rihanna en Kanye West een gunst bewijst. Volgens Bart zouden sommige hedendaagse jongelui, aan wie uiteraard de verre toekomst behoort, Rihanna en Kanye West geprezen hebben omdat ze ‘die oude man’ nog een kans hadden gegeven. Sloop er een schijntje sarcasme in Barts monkel? Forensisch onderzoek zal het uitwijzen. Erg amusant hoe hij, die de wetten van de showbizz kent en dus liever geen openlijke kritiek uitoefent, ook nu weer een kanttekening plaatste bij het onophoudelijke geluid van Tomorrowland: toen hij het over de trance had die Typhoon, ‘het beste nieuws uit Nederland sinds lang’, bij het publiek kon verwekken, voegde hij er meteen aan toe dat de volslagen kunstmatige trance van Tomorrowland daarbij in het niet verzonk. Nu ja, in vele opzichten schromelijk overgewaardeerde deejays moet je nu ook weer niet onderschatten: zo’n David Guetta wist bijvoorbeeld meteen op welk lichaamsdeel een hoofdtelefoon thuishoort tijdens de blaartrekkende en dan ook geheel op het modale schoonheidsideaal van de gemiddelde bankzitter afgestemde openingsceremonie van het EK. Wie oprecht van muziek houdt, is vanzelf gemachtigd om er bij gelegenheid ook een bloedhekel aan te hebben. Maar getreurd noch gezeurd, want er is genoeg muziek die niet aangemaakt lijkt door een machinepark in een lagelonenland. Er is bijvoorbeeld Perfume Genius, die Sara Yu Zeebroek even naar voren schoof. Ze hield ook van zijn androgyne voorkomen. Naar ik het aanvoel, is openlijke androgynie in deze tijd, in het schootsveld van de wereld, weliswaar nog net geen daad van verzet maar toch al een staaltje van durf. Goede popmuziek heeft altijd iets met de grootst mogelijke vrijheid te maken. Of met gedroomde vrijheid.

Laat ik ook deze zomer eens iets geks doen en het in deze kolommen doodleuk over een herhaling hebben: ‘Off the Record’ met de delicate musicienne Melanie De Biasio uit Charleroi. Toen ik haar ooit in ‘Later… with Jools Holland’ zag optreden, doorvoer mij trots, een gevoel waarmee ik nu ook weer niet zo vertrouwd ben – normale mensen worden het al gewaar als de Rode Duivels de juiste richting uitlopen. In haar woon- en werkkamer hingen portretfoto’s van Miles Davis en Jimi Hendrix, muzikanten wier oeuvre van alle tijden hoort te zijn. Haar muzikale spectrum was breed: een 45-toerenplaatje van Disney uit haar kindertijd, dat bij een leesboekje hoorde – een belklankje gaf aan dat je de bladzij moest omslaan. Luciano Pavarotti, die samenhing met herinneringen aan haar Italiaanse grootmoeder; ‘The Concert in Central Park’ van Simon & Garfunkel, en voorts John Lee Hooker, Nina Simone, Duke Ellington, en ‘L’imprudence’, een bijzondere plaat van Alain Bashung (1947-2009), waarmee ik dankzij deze aflevering van ‘Off the Record’ kennis heb gemaakt.

Soms bepaalt één moment in een tv-programma de algemene kwaliteit ervan: Melanie De Biasio legde uit wat de funk- en soulzangeres Betty Davis, die ooit een jaartje met Miles Davis was getrouwd, voor haar betekende: ze wees ons op een welbepaald kreetje uit de bijna pijnlijk wellustige ‘Anti Love Song’. Ik kan het niet in geschrifte nabootsen, maar het was geil en weemoedig tegelijk, ingehouden expressief: ‘Het raakt me,’ zei Melanie De Biasio zichtbaar aangedaan, waarna ze de camera uit pudeur de rug toedraaide. Ze droeg het soort streepjestruitje – marinière – waarin Jean Seberg eeuwig jong is gebleven in ‘À bout de souffle’ van Jean-Luc Godard. Als ik me tijdens luxueuze overpeinzingen, die de wereld niet zullen verbeteren, al eens afvraag hoe 21ste-eeuwse melancholie klinkt, dan kom ik in deze fase van mijn leven – Indian summer misschien? – bij Lana Del Rey uit, maar ook bij Melanie De Biasio, een erg getalenteerd en ook nog eens innemend meisje uit Charleroi. Nabije wereldklasse.


TRIBES, PREDATORS & ME

Canvas – 20 juni

Daags voor Wereldgiraffedag – 21 juni, echt waar – zat ik zomaar wat voor me uit te reikhalzen. Ondertussen vroeg ik me af, ook namens een stuk of drie andere Vlaamse zonderlingen, of er op de inheemse televisie eventueel een alternatiefje voor het voetbal te zien was. ‘Tribes, Predators & Me’ leek daarvoor in aanmerking te komen, het eerste deel van een triptiek van Gordon Buchanan, een Schot die graag dieren en mensen in het wild filmt, zichzelf inbegrepen. Dit keer was hij even bij de Huaorani in Zuid-Ecuador ingetrokken, een te gek natuurvolk dat graag de occasionele anaconda mag verschalken in het amazonegebied en voor de rest bijna niemand lastig valt. Gordon Buchanan was me al bekend van ‘The Polar Bear Family & Me’ en ‘Gorilla Family & Me’. Vooral dat ‘& Me’ is veelbetekenend in die titels: Gordon Buchanan gaat maar al te graag nadrukkelijk, en zo vaak mogelijk, voor z’n onderwerp staan in zijn documentaires, en nog het liefst speelt hij er een soort heldenrol in.

undefined

'Al na één ontmoeting doen de deelnemers alsof ze elkaar van haver tot gort kennen'

‘Ik voel me hier al geweldig thuis,’ sprak hij, ‘en ik ben hier nog maar pas een halve dag.’ Die enthousiaste opmerking vond ik gezien de omstandigheden een tikje verdacht. Maar goed, de Huaorani leken Buchanan meteen te mogen. ‘Je moet met hem trouwen,’ riep er één tot een huwbaar meisje, ‘hij heeft het haar van een luiaard.’ Met ‘luiaard’ bedoelde hij veeleer het twee- à drievingerige dier dan een mens die een relaxte levenshouding voorstaat. Gordon Buchanan was zo’n twee koppen groter dan de langste Huaorani; hij torende boven hen uit, maar om er zeker van te zijn dat het ruime publiek hem toch niet met de stamleden zou verwarren, droeg hij zelfs tijdens de jacht een bontgeruit overhemd, dat hij ook aanhield toen hij zich, jofel dollend met de kinderen van de stam, langs een modderige helling in de rivier liet glijden.

De Huaorani spietsten een wild zwijn en even later schoten ze een aapje met een blaasroer van wel drie meter dood: ‘een mager beestje’, luidde de afweging van de prooi. Niettemin zei een van de jagers met een veelzeggend grijnsje: ‘Laat de vrouwen nu maar aanrukken.’ Ik verwachtte een antropologisch hoogtepunt, maar dat bleef uit. Buchanan, die in het regenwoud ietwat hijgerig achter ze aanholde, schichtig om zich heen kijkend, deed alsof hij van nut was tijdens de jacht, en de Huaorani, een gastvrij volk, lieten hem in de waan. Ze keken al lang niet meer raar op van blanke westerlingen en de bijbehorende televisieploegen: ooit hadden ze zelfs West-Vlamingen over de aangestampte vloer gehad, een gezin dat aan ‘Toast Kannibaal’ deelnam. Ook de aanblik van een iPhone deed hen niet meteen in paniek natuurgoden aanroepen. Ze mochten dan wel zeggen dat ze ‘als de dieren’ waren, toch leek het me niet geheel onmogelijk dat ze, zodra de blanke cameraploegen vertrokken waren, ijlings burgerkleding aanschoten en uit allerlei antropologische kieren en spleten hun iPhone te voorschijn haalden. Waarna ze zich op Facebook vrolijk maakten over malle Buchanan, met z’n apenhaar, die het in zijn hoofd had gehaald dat hij een jager was.

De ruim op tijd aangekondigde klapper van dit programma was de vangst van een anaconda – een monsterlijk forse slang van meer dan vijf meter, die op het droge weleens een mens wurgt of hem anders de diepte van de Amazone in trekt, waar ademen heel erg tegenvalt. Hoewel ze bekend waren met de iPhone, geloofden de Huaorani dat ze levenskracht putten uit de anaconda – ze maakten die slang dan ook niet dood. Buchanan deed alsof hij dat beest uit de dichte ondergroei van de jungle hielp trekken.

Haast in het voorbijgaan vernamen we dat maatschappijen die naar olie boorden in het regenwoud zowel het territorium van de anaconda als dat van de Huaorani verziekten. Vóór hij zich daar druk over kon maken, werd Buchanan, de medevanger van een anaconda, wegens dapperheid geprezen door de vrouwen van de Huaorani, die er antropologisch topless bij zaten. Zij beschilderden zijn lichaam ritueel en terwijl de verf droogde en het afscheid naakte, zei hij dankbaar dat hij onnoemelijk veel had geleerd in stamverband. Dat was erg aardig van hem, maar was het ook wáár?

Ik heb tijdens deze aflevering van ‘Tribes, Predators & Me’ geleerd dat de tapir, een wild dier dat gemeen kan bijten, zich in het territorium van de Huaorani een enkele keer als huisdier voordoet, en dan ook aaibaar is. Zo’n tapir is in evolutionair opzicht een moeizaam compromis tussen een paard en een nijlpaard, een korte samenvatting van die twee dieren eigenlijk, voorzien van een beweeglijke neus die nog het meest een ontoereikend slurfje is: je moet vast al een tapir zijn om er iets aan te hebben. Uit de tapir in zijn geheel zou je kunnen opmaken dat de natuur gevoel voor humor heeft. Maar je hoort beter te weten.


MET VIER IN BED

VTM – 20, 21, 22 & 23 juni

Tijdens het EK naar ‘Met vier in bed’ kijken is een aparte gewaarwording. Je voelt je als een balletdanser in ruste die, na alweer een afgesprongen relatie, bij zijn oeroude en erg dominante moeder is ingetrokken: een mens dat graag tijdens ‘Met vier in bed’ indommelt, met haar dof uit z’n ogen kijkende zoon aan haar flank. Ik meen me te herinneren dat er vroeger erg zure types aan dit concours voor gastenverblijven deelnamen, lieden die niet zouden rusten vooraleer ze de B&B van de concurrentie helemaal hadden afgebrand, liefst op grond van nauwelijks waarneembare ongerechtigheidjes in vergezochte gaatjes en kiertjes. De touwtjestrekkers van dit programma lijken zo te zien de steven gewend te hebben: er komen nu mensen in voor die uit de grond van hun hart zeggen: ‘Het toilet spoelt door: gewoon perfect’. Deze woorden tekende ik op uit de mond van ene Didier, een Nederlander die herhaaldelijk te kennen gaf dat hij een Belg aan het worden was. Samen met zijn levensgezel Chris bestuurt hij Le Manoir d’Ange in My, een feeëriek gastenverblijf dat deze week de ereprijs van ‘Met vier in bed’ won. Didier en Chris gingen niet met een rolkoffer maar met een rugzak uit logeren, wat in dit programma al volstond om hen te onderscheiden van de rest van het deelnemersveld. Iedere week is er wel één stel B&B-uitbaters dat op enigerlei wijze lichtjes apart is, wat vrijwel meteen opmerkingen oplevert als: ‘Van Didier en Chris mag je zoiets verwachten.’ Al na één ontmoeting doen de deelnemers alsof ze elkaar van haver tot gort kennen, en aan het einde van de week, nadat ze elkaar vier keer hebben meegemaakt – zie ook ‘Komen eten’ – is er altijd wel iemand die zeker weet dat ze nu vrienden voor het leven zijn, en nadien vast ook nog in de Grote B&B in de Hemel. Er woeien mij in dit programma niet mis te verstane waarheden aan: ‘De Vlaming is een fan van eieren,’ was er maar één van, en één is bij nader inzien voldoende. Eindelijk kwam ik erachter dat een gastenverblijf zonder haardroger de naam B&B niet waardig is. Behalve op vers vruchtensap bij het ontbijt en op een haardroger dringt menigeen in dit programma aan op familiariteit of op ‘familiegevoel’, terwijl ik als logé nog het liefst vriendelijk met rust zou worden gelaten. Hoffelijke distantie lijkt me in een gastenbedrijf net zo comfortabel als een wc die naar behoren doorspoelt en uit eigen beweging ook ophoudt met doorspoelen als er niets meer door te spoelen valt.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234