Genoeg gelachen: het allerbeste van cabaretier Herman Finkers (1)

Zijn Twentse tongval is even herkenbaar als een flamingo in een zwerm mussen en zijn onemanshows met titels als 'Kalm aan en rap een beetje' zijn legendarisch, geestig en gevat. Al bijna 40 jaar timmert de Nederlandse cabaretier Herman Finkers met succes aan de weg. Humo brengt u een greep uit zijn grappen, om bij te gniffelen naast het zwembad.

'Ik hou eigenlijk helemaal niet van alcohol. Ik drink puur op karakter'


Ich bin blond

In Aken heb ik een T-shirtje gekocht. Ik vond het zó’n leuk shirtje, ik kon het niet laten hangen. Op het shirtje staat: ‘Ich bin blond. Bitte langsam sprechen.’ Dat vond ik zó leuk: Ich bin blond. Bitte langsam sprechen’, ik dacht: dát is een leuk cadeautje voor thuis!

Dus ik kocht dat T-shirtje. ‘Goh,’ zei de verkoper tegen mij, ‘du bist doch gar nicht blond?’ Ik zei: ‘Nee, maar het is voor mijn vrouw.’

‘Für deine Frau?’ Of mijn vrouw dan niet beledigd zou zijn, wou hij weten. Ik zei: ‘Beledigd? Welnee, ze kent toch geen Duits.’

Mijn vrouw weet niet eens waar Aken lígt. Nu hebben vrouwen toch moeite, hoor, met richting bepalen. Mijn vrouw bijvoorbeeld weet alleen als ze thuis is, waar het noorden ligt. Dat komt zo, ze weet uit haar hoofd: onze keuken is op het noorden gebouwd. Dus, als ze in de keuken staat, weet ze: dáár ligt het noorden. Maar, en nu komt er ruimtelijk inzicht bij kijken, vanuit onze keuken kijk je recht in de keuken van de buren. Dus, logisch doorgeredeneerd, de buren hebben het noorden precies aan de andere kant van het huis liggen.

Maar dat wil er bij haar maar niet in, hè. O, dat krijg-ik-er-maar-niet-in!

Eens even zien, wat snappen vrouwen nog meer niet...

Autorijden. Snappen vrouwen ook niet. Uit onderzoek is gebleken dat bijna de helft van alle auto-ongelukken door een vrouw wordt veroorzaakt.

Ja, denkt u daar maar eens over na, mevrouw. Maar niet te veel, want logisch denken kunnen vrouwen ook niet.

Dat wil zeggen: vrouwen hébben wel een logica, dat nog wel, maar die logica is niet te volgen. Als ze in een romantische bui is, noemt mijn vrouw mij ‘Herman’ en als ik een karweitje moet doen, noemt ze me ‘lieverd’. Dat is vrouwelijke logica.

Nog een voorbeeld van vrouwelijke logica: mijn vrouw had vanmorgen een briefje voor me klaargelegd op het aanrecht: ‘Wil je vandaag uit jezelf het gras gaan maaien?’

Die kan héél geraffineerd zijn, vrouwelijke logica. Pamela Anderson bijvoorbeeld heeft destijds haar borsten heel bewust laten vergroten in het academisch ziekenhuis van Los Angeles. Zodat ze daarna in haar cv kon zetten: academisch gevormd.


Glad

Jarenlang ben ik met mijn voorstellingen door weer en wind van schouwburg naar schouwburg gereden. In de winter van ’85 was het een keer zo verschrikkelijk glad dat ik totaal geen controle meer had over het stuur en mijn auto allerlei richtingen uit schoot, waar ik helemaal niet heen wilde.

Men vraagt mij wel eens: ‘Treed je in het hele land op?’

Nou, als het glad is wel.

De regel van Benedictus

Jarenlang dacht ik, als ik ’s morgens vroeg wakker werd: ik heb zin om mijn vrouw eens lekker bij de boezem te pakken. Dat dacht ik elke ochtend weer. Tot ik een keer ‘De regel van Benedictus’ las. In die regel van Benedictus staat dat het de bedoeling is, dat als je ’s morgens vroeg wakker wordt, je eerste gedachte gericht is op God! Dus nú word ik wakker en denk ik: God, wat heb ik zin om mijn vrouw eens lekker bij de boezem te pakken.

En dat is beslist niet godslasterlijk wat ik hier beweer. Nee, ik zie het zo: in alles wat je herkent als ‘mooi’, herken je iets van God. En mijn vrouw heeft een bijzonder mooie boezem. Echt waar, ik zie in het decolleté van mijn vrouw de hand van God.

Ik druk me een beetje ongelukkig uit nu, maar u begrijpt wel hoe ik dat bedoel. En ook dat ongelukkige uitdrukken was niet godslasterlijk. Het gaat om de intentie en die was goed. Als u zegt: ja hoor ’ns, dat is mij te gemakkelijk want als het gaat om ‘de intentie’, wat noem je dan nog wel godslasterlijk? Dan zeg ik onmiddellijk: dat gevreet met de feestdagen. En ik moet tot mijn schande bekennen dat ik daar zelf ook aan meedoe. Vorig jaar Kerstmis? O, een schranspartij! Ik schaam me dood als ik eraan terugdenk. Op kerstavond zat ik al vol. We hadden lamskoteletjes. Lamskoteletjes! En ik ben vegetariër, dus: bunkeren, bunkeren, bunkeren! Ik stond op knáppen op kerstavond!

Afijn, ik ná de lamskoteletjes naar de nachtmis. Ik kwam bij de communiebank aan. ‘Hier,’ zei de priester, ‘het lichaam van Christus.’ Ik zei: ‘Ik kan niet meer...!’


Drank

– Drinkt u veel?

– Ach, dat weet ik niet, dokter. Wat noemt u veel?

– Nou ja, laten we zeggen, een kratje in de week?

– O nee, dokter. Dat haal ik niet. Een week...


Lieve boekjes

Ik moet u nog bedanken. Bedanken voor de vele lieve boekjes die u mij in mijn ziekteperiode hebt toegestuurd: heel hartelijk dank. Alleen door het gebaar ben ik al enorm opgeknapt. Boekjes over gezonde voeding... En over positief denken... Echt ontzettend aardig van u. Ik heb wat in die boekjes zitten lezen en wat ik vooral geleerd heb, is dit: er zijn geen problemen. Er zijn alleen mogelijkheden. Dus ik moet niet denken: hè, wat vervelend, ik heb een probleem... Nee, ik moet denken: hè, wat vervelend, ik heb een mogelijkheid! En hoe kom ik van die mogelijkheid af...?

Volgens het boekje ‘Eet je ziekte weg’ kan dat met een ander voedingspatroon. En dat voedingspatroon moet bestaan uit: bietensap, wortelsap en paardenmelk.

Ik dacht: gadverdamme, bietensap, wortelsap en paardenmelk... Dan heb ik, geloof ik, net zo lief geen kanker.

Maar ja, zo’n ziekte krijg je niet ongestraft, dus ik moest er wel aan geloven. ‘En,’ zo stond nog even nonchalant tussen twee haakjes: ‘vanzelfsprekend geen alcohol.’ Toen werd ik even kwaad. Hoezo ‘vanzelfsprekend’? Wat heeft iedereen toch altijd tegen die lieve alcohol?

‘Ja,’ stond er, ‘te veel alcohol is niet goed.’ Nee, dat snap ik ook. Van tien liter bietensap knap je ook niet op.

Maar oké, geen alcohol. Dan geef ik me ook helemaal over, hè: géén alcohol. Ik hou ook eigenlijk helemaal niet van alcohol. Ik drink puur op karakter.

En even later zat ik in de keuken, aan de keukentafel, achter drie glazen: bietensap, wortelsap en paardenmelk. Welk een levensvreugd...

Ik besloot te beginnen met het bietensap. Na zeer veel pijn en moeite had ik het voor de helft op en toen kon ik écht niet meer. Ik dacht: dit red ik met geen mógelijkheid! Dus, ik het boekje ‘Positief denken’ erbij gepakt... Ik sloeg het op een willekeurige pagina open en ik las: ‘Het glas is nooit halfleeg, maar halfvol.’

Dus, doet u dat toch maar niet meer. Ik vind het echt ontzettend lief dat u mij die boekjes hebt toegestuurd, maar ik geloof niet dat het iets voor mij is. En dat geeft toch ook niet? Ik bedoel: de één voelt zich ongemakkelijk in Lourdes en ik heb dat dan bij die boekjes, dat geeft allemaal niks.


Mijn schooljaren

Ik heb het grootste deel van mijn leven in het onderwijs gezeten. Ik was een bijzonder trage leerling.

Ik lag er ook een beetje uit op de middelbare school want de jongens daar praatten toch voornamelijk over voetbal, brommers en meisjes, terwijl mijn belangstelling uitging naar borduren. En ik borduurde dan wel harde porno, maar toch bleef ik ergens een buitenbeentje.

Bovendien was ik op school een zeer zwijgzaam tiep. Ik durfde nooit wat te zeggen in de klas. Pas in het tweede jaar begon ik een beetje te praten. Mijn eerste woordjes waren mama en papa. ‘Wij zijn jouw mama en papa niet,’ zeiden mijn klasgenoten. Van schrik was ik weer een jaar stil.

Na de middelbare school heb ik werkelijk op alles gesolliciteerd, maar nergens werd ik aangenomen. Ik denk dat dat kwam, omdat ik geen briljant prater was. Steevast kreeg ik tijdens zo’n sollicitatiegesprek te horen: ‘Wij zijn jouw mama en papa niet.’


Toeval

– Alles is voorbestemd, toeval bestaat niet.

– Toeval bestaat wel degelijk.

– Toeval bestaat niet.

– Toeval bestaat wel degelijk.

– Toeval bestaat niet.

– Toeval bestaat wel degelijk.

Om van deze zinloze discussie af te zijn, zette ik de radio aan en ik hoorde iemand zeggen: ‘Toeval bestaat níét.’ Ik zei: ‘Als dat geen toeval is, dan weet ik het niet meer!’

‘Ja, maar wanneer een epilepticus elke dag om drie uur een toeval krijgt, dan noem ik dat geen toeval meer.

Vond ik ook niet gek.


Tuinieren met de buren

Onze buren hebben voor hun gazon een motormaaier. Kijk, dat vinden wij weer overdreven luxe. Onze tuinman kan dat wel met de hand doen.

Toch kan ik wel goed opschieten met de buren. Eens per jaar knippen de buurman en ik samen de heg. Als het karwei geklaard is, zegt de buurman altijd gelijk: ‘Ik zet even koffie, dan kom je zo dadelijk bij mij een welverdiend kopje koffie drinken.’ Dit jaar wilde ik de buurman voor zijn, dus ik zei: ‘Buurman, zet jij even koffie?’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234